Het beste van twee werelden

François Stienen, Het beste van twee werelden, Ontmoetingen met nieuwe Nederlanders, Nieuw Amsterdam uitgevers,2007, 208 blz. ISBN 9789046803196

Hoe springen we om met ‘nieuwkomers’ in een stedelijke omgeving die steeds meer gekenmerkt wordt door ‘vermenging’? Hebben ze alleen maar een verhaal te vertellen vol kommer en kwel of zijn er ook succes story’s bij? De Nederlandse journalist François Stienen had acht uitvoerige ontmoetingen met nieuwe Nederlanders die ‘het beste van twee werelden’ in zich dragen. Dat mag ook wel gezegd worden, vindt hij.

“Het is na enen als ze in Rotterdam met een koptelefoon op haar muziek laat spreken. Ze vindt het een uitdaging om steeds verder te gaan in de muzikale en ritmische kruisbestuiving. Opzwepende soefiritmes vermengen zich moeiteloos met elektronische beats, waardoor een fusion ontstaat van spiritualiteit en moderniteit. De verhoopte, lang geblokkeerde ontmoeting tussen Oost en West voelt dichterbij dan ooit.” Dat zegt Sharie Parsipoor die als dj Ishtar optreedt op het einde van haar gesprek met François Stienen, de auteur van “Het beste van twee werelden”. “In Iran liggen mijn roots,” zegt Parsipoor van zichzelf.”India zit in mijn bloed en Nederland is mijn thuis.”

Sharie Parsifoor is één van de acht geportretteerde nieuwe Nederlanders die volgens de auteur met redelijk succes heen en weer schakelen tussen twee of meer culturen. Stienen, zelf een op Curaçao geboren Nederlandse journalist, noemt hen evenwichtskunstenaars die zich vaak wel, maar soms ook niet (meer) thuis voelen in Nederland. Naast de muzikale ambassadeur Sharie Parsipoor beschrijft hij ook uitvoerig de vrome Neder-Turk Huseyin Asma, de Ghanese trotse opvoedkundige Phyllis Döll, de kunstminnende Iraniër en kosmopoliet Behrang Mousavi, de dansende Curaçaose duizendpoot Sharifa Bashir, de onverstoorbare optimist Mohamed met Marokkaanse roots, de zoekende Chinese gids Hellen Hao Li en de charmante Surinaams-Nederlandse netwerker Melvin Tjoe Nij. Het zijn stuk voor stuk uitvoerige portretten waarin de auteur deze nieuwe Nederlanders op een zeer positieve manier beschrijft. Soms komen ze ook zelf aan het woord. Maar toch zijn het geen ik-verhalen en zeker geen interviews. Daarvoor is de auteur te zeer aanwezig, als beschrijver én als interpreteerder.

De geportretteerden blijken in meerderheid empathische, ondernemende figuren te zijn die ondanks hun vaak niet makkelijke levensomstandigheden behoorlijk van zich af weten te bijten. Stienen beschrijft Sharifa Bashir die achterop haar T-shirt de tekst ‘Allochtonië’ liet drukken. “Ze droeg het niet op haar werk, maar tijdens debatten of buurtactiviteiten, en ze wilde ermee aangeven dat Allochtonië niet bestaat. Niemand noemt een Duitser die in Nederland woont een allochtoon. Japanners en Chinezen worden evenmin op die manier aangesproken. Alleen iemand die ‘zwart’ is krijgt dat stempel opgedrukt.” (p. 133)

Ook in het land van herkomst worden die ‘tussenfiguren’ niet altijd erg vriendelijk behandeld. Dat ondervond de Nederlander van Surinaamse origine Melvin Tjoe Nij. De man, in 1963 in Amsterdam geboren uit Surinaamse ouders, verhuist al jonge knaap naar Suriname maar dat werd geen onverdeelde meevaller. “In Suriname werd hij er de eerste tijd hard mee geconfronteerd dat hij in de ogen van geboren en getogen Surinamers geen echte Surinamer was. Ze noemden hem een boerroe (sic!). Aan zijn licht Nederlands accent hoorden ze dat uit Nederland kwam. Een inburgeringscursus was er niet voor hem en zijn broertje. Ze moesten soms letterlijk hun plaats veroveren. Vooral zijn broertje, die naar de lagere school ging, had het kwaad. De eerste zes maanden raakte hij vrijwel elke dag verzeild in een knokpartij.” (p. 192)

Schakelen tussen culturen

In alle verhalen benadrukt Stienen het “schakelen tussen culturen” van zijn geportretteerden. Zo beschrijft hij de ondernemer Melvin Tjoe Nij bijvoorbeeld als iemand die behendig weet te switchen tussen de Surinaamse en de Nederlandse cultuur: “Ik kan binnen een paar tellen schakelen tussen privé en zakelijk, tussen amicaal en professioneel en tussen mijn Surinaamse ik en mijn Nederlandse ik.” (p. 197) Stienen beschrijft geen loosers, geen nieuwkomers die aan kommer en kwel in hun nieuwe omgeving te onder gaan, maar eerder figuren die het bewijs leveren dat zij ‘het beste van twee werelden’ in zich dragen. Zo laat hij Melvin Tjoe Nij zeggen: “Ik ben Nederlander, spreek vloeiend Nederlands en leef in de Nederlandse samenleving. Maar ik heb ook een Surinaamse kant. Mijn Surinamer-zijn zie ik als een geschenk aan de Nederlandse samenleving.” (p. 186)

De boodschap van Stienen is duidelijk: hou op met kankeren over die nieuwkomers, want velen onder hen hebben een mooi parcours doorgemaakt in de Nederlandse samenleving en hebben er door hun aanwezigheid een meerwaarde aan gegeven. Stuk voor stuk portretteert Stienen voorbeelden van succesvolle inburgeraars. Dat is ongetwijfeld de verdienste van de auteur, maar die sterkte legt tevens een zwakte van dit boek bloot. Hij legt in zijn portretten die hij zelf zwaar inkleurt naar mijn gevoel al te zeer het accent op de positieve kanten waardoor het geheel een ietwat hoera-achtig karakter krijgt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn beschrijving van de sfeer op een feestje waar genetwerkt wordt en georganiseerd door Melvin Tjoe Nij. “De hele avond hangt er en speciale dynamiek in de lucht. Ontmoetingen komen soepel en ongedwongen tot stand; alle aanwezigen betonen zich empathische gesprekspartners. Op deze wijze is de multiculturele samenleving geen drama, maar een feest.” (p. 206) Met deze misschien niet onterechte sneer naar de Nederlandse stadssocioloog Paul Scheffer zet Stienen zich in het andere kamp waar interculturele contacten alleen maar als een verrijking worden beschouwd. Met dat laatste wil ik niet beweren dat “Het beste van twee werelden” geen goed boek is. Dat soort ontmoetingen met nieuwe Nederlanders zijn zeer welkom alleen blijft het problematiseren, ook van mooie verhalen, de boodschap.

(Uitpers, nr 95, 9de jg., maart 2008)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=713315&refsource=uitpers

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).