Het autisme van David Grossman, doctor honoris causa van de KUL

In Leuven reikt de Katholieke Universiteit op 2 februari een doctoraat honoris causa uit aan de Israëlische auteur David Grossman. In het Westen wordt de Israëlische schrijver gekoesterd in zowat alle weldenkende, liberale middens. De grootste kranten van het westelijke halfrond staan in de rij om zijn columns en opiniestukken te publiceren.

Grossman is niet de enige Israëlische schrijver die met zo veel egards wordt behandeld. Ook Amos Oz deelt vaak in de eer. David Grossman is de spreekbuis van Peace Now, de met de Israëlische regerende, sociaal-democratische Arbeiderspartij gelieerde ‘vredesbeweging’. Grossman doctor honoris causa van de KUL? Voor welke ‘eerbare zaak’ staat deze man? Of is dat een vraag die liever niet wordt gesteld?

Een maand of twee geleden deed de Servische filmregisseur Goran Paskaljevic (de maker van onder meer How Harry Became a Tree en Midwinter Night’s Dream) in een gesprek met De Morgen een opmerkelijke uitspraak over zijn geboorteland: ‘De Servische maatschappij is de jongste jaren autistisch geworden: ze herinnert zich haar verleden niet en raakt totaal geïsoleerd.’

Autisme… de term past de Israëlische maatschappij en haar literaire boegbeeld, David Grossman, als een handschoen. Ook zij herinneren zich hun verleden niet, bekommeren zich uitsluitend om zichzelf, sluiten zich op in hun eigen virtuele realiteit, weten zich in hun isolement gesteund door de machtigen van de aarde. Een en ander blijkt uit de recentste geschriften van de toekomstige doctor honoris causa van de KUL.

Israëlische invasie in Libanon

2006 was voor David Grossman een annus horribilis. Op 12 augustus, tijdens een van de laatste offensieven van het Israëlische leger tegen de Libanese verzetsbeweging Hezbollah, sneuvelde zijn twintigjarige zoon, Uri Grossman, een tankcommandant. Alle zichzelf respecterende kranten in het Westen – zo ook De Standaard bij ons (23 augustus) – publiceerden de afscheidsbrief die David Grossman schreef voor zijn dode zoon-tankcommandant. “Ik zal nu niet ingaan op de oorlog waarin je sneuvelde,” schreef de rouwende vader. In de Verenigde Staten doen rouwende moeders van in Irak gesneuvelde soldaten dat wel. Zij beschikken niet over het literaire talent van een David Grossman, maar wel over een veel grotere dosis politieke moed. Vrouwen als Nadia McCaffrey en Cindy Sheeman, om slechts deze twee te noemen, verloren in Irak een zoon aan het front, zijn groggy van verdriet, maar halen wel scherp uit naar de onrechtvaardigheid van de Amerikaanse oorlog en bezetting in Irak. Compromisloos klagen zij de leugens van hun president, minister van Defensie en commentatoren van kranten en televisiestations aan, die de Amerikanen om de tuin hebben geleid om een oorlog te voeren voor de eigen strategische en vooral oliebelangen.

“Ik zal nu niet ingaan op de oorlog waarin je sneuvelde,” zegt David Grossman bij het graf van zijn zoon. Om meteen een uiterst gênante lofzang in te zetten over een jonge gesneuvelde tankcommandant, die is opgegroeid (en misvormd) in een maatschappij die alleen begaan is met het eigen volk, racisme tot staatsreligie heeft verheven, zich koestert in de mythe van de zuiverheid van zijn leger, in de kracht van zijn wapens en in zijn nauwelijks zestigjarige bestaan de ene aanvalsoorlog na de andere heeft gevoerd, zijn grenzen voortdurend heeft verlegd en zijn grondgebied heeft uitgebreid. “Met verbijstering keken we toe hoe je vocht om de opleiding tot tankcommandant te kunnen volgen. Hoe je nooit inbond tegenover je oversten, omdat je wist dat je ooit zelf een uitstekend bevelhebber zou zijn. Je was nooit tevreden als je niet het beste van jezelf kon geven,” zegt de rouwende schrijver. Grossman, de vredesduif, prijst zijn oorlogvoerende zoon: “Jij was de linkse rakker in je bataljon en je werd ervoor gerespecteerd, omdat je geen duimbreed van je standpunten afweek, zonder zelfs maar één keer te verzaken aan een militaire opdracht.”

“Ik zal nu niet ingaan op de oorlog waarin je sneuvelde,” belooft David Grossman zijn gesneuvelde zoon. Dat had hij voordien immers al zeer omstandig gedaan. In juli 2006, na de grootscheepse Israëlische invasie tegen Libanon met bombardementen die dood en vernieling zaaiden, de hele infrastructuur van dit buurland in puin legden, publiceerden alle zichzelf respecterende Westerse kranten – zo ook De Standaard bij ons (18 juli) – een opiniestuk van David Grossman. “Israël heeft een tegenaanval ingezet, heel terecht”, aldus het literaire boegbeeld van de Israëlische vredesbeweging. “Het grootschalige geweld dat Hezbollah de voorbije week vanaf Libanees grondgebied ontketend heeft over tientallen vreedzame dorpen en steden kan op geen enkele manier worden gerechtvaardigd. Geen enkel land ter wereld zou zich in stilzwijgen hullen en zijn burgers in de steek laten als een buur zonder aanleiding toeslaat.”

In zijn rechtvaardiging van deze brutale agressie tegen de Libanezen, haalt Grossman zowat het hele Israëlische propaganda-arsenaal uit de kast: “Duizenden langeafstandsraketten” van een “terroristische organisatie” die “tot ver in het Israëlische grondgebied kunnen doordringen”; “bij het zoeken naar een bestendig akkoord heeft Israël (“ook vele aanhangers van de vrede”) al het vertrouwen verloren in de goede bedoelingen van de meer gematigde elementen uit de Arabische wereld”; “er bestond niet langer een grensgeschil tussen Israël en Libanon”, enzovoort. “Israël had geen keuze,” schrijft David Grossman, “het moest wel reageren op die zware aanval op zijn grondgebied.” En meteen voegt hij er zonder enige schroom aan toe: “Uiteraard is Israël niet van plan alleen maar te reageren op de aanval van Hezbollah. Het gaat tot actie over om de feitelijke situatie op de grens met Libanon te hervormen in overeenstemming met VN-resolutie 1559 en de Libanese regering te dwingen Hezbollah uit het zuiden van het land te verdrijven”.

Twee vaststellingen voor de prijs van één: sinds wanneer is het Israël te doen om de uitvoering van VN-resoluties? Geen enkel ander land ter wereld heeft tot hier toe zo vele resoluties van de Verenigde Naties naast zich neergelegd als de joodse staat. En geen enkel ander land heeft dit volkomen straffeloos kunnen doen. (VN-resolutie 194 van 11 december 1948 waarin het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen wordt erkend, een resolutie die een voorwaarde moest zijn voor de toetreding van de staat Israël tot de Verenigde Naties? Dode letter. VN-resolutie 242 van 22 november 1967, waarin staat dat Israël zich uit alle in 1967 bezette Arabische en Palestijnse gebieden moest terugtrekken? Dode letter. En dit zijn slechts twee van de achtennegentig niet door Israël uitgevoerde resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties). Tweede vaststelling: zoals de meeste Israëlische gezagsdragers is David Grossman alleen in VN-teksten geïnteresseerd als ze betrekking hebben op de belangen van de staat Israël en zijn belangrijkste bondgenoot, wapenleverancier en geldschieter uit Washington. Resolutie 1559 van 2 september 2004 was een tekst van de Amerikaanse president George W. Bush en van de Franse president Jacques Chirac. Het was een resolutie, die paste in de allesomvattende strategie van Washington, om heel het Midden-Oosten te onderwerpen aan de nieuwe Amerikaanse orde. En die strategie wil dat alle krachten in deze regio die zich tegen deze nieuwe orde en tegen de staat Israël verzetten, uit de weg moeten worden geruimd. Libanon moest een pro-Amerikaans en Israël-vriendelijk regime krijgen en daarvoor liepen de Syrische troepen en de Hezbollah-militie in dit land in de weg. Dat de Israëlische invasie van Libanon in juli 2006 maandenlang zorgvuldig was voorbereid, in nauw overleg met de Verenigde Staten, verneemt het lezerspubliek niet van David Grossman. Drie dagen voordat hij het nieuws van de dood van zijn zoon op het Libanese slagveld vernam, zegde David Grossman zijn openlijke steun aan de Israëlische agressie tegen Libanon op. De weldenkende wereld had in zijn plaats toen al lang gezien welke oorlogsmisdaden en massale vernietigingen het Israëlische leger had aangericht. En ook… hoe het machtige Israëlische leger zijn tanden stukbeet op het hardnekkige verzet van enkele duizenden Hezbollah-strijders. Was Grossmans late inkeer ingegeven door het besef dat de Israëlische aanval tot mislukken gedoemd was?

Het ‘mirakel’ Israël

Nog in zijn annus horribilis was David Grossman op 4 november in Tel Aviv de centrale gast tijdens de jaarlijkse herdenking van de moord op de Israëlische generaal en eerste minister, Yitzhak Rabin. Grossman nam er het woord voor honderdduizend aanwezigen. Het jaar voordien was Amir Peretz de centrale gast op deze jaarlijkse hoogmis van het Israëlische ‘vredeskamp’. Peretz was toen net verkozen tot nieuwe voorzitter van de Arbeiderspartij, zou enkele maanden later toetreden tot het rechts-nationalistische kabinet van Ehud Olmert en gaf als minister van Defensie op 12 juli het startschot voor de grootscheeps militaire operaties tegen Libanon. Op de tribune – het was de tiende verjaardag toen van de moord op Rabin door een fundamentalistische joodse militant – zaten Bill en Hillary Clinton, George Bush’s minister van Buitenlandse Zaken, Condoleeza Rice, en haar voormalige Republikeinse ambtgenoot, James Baker.

De toespraak van David Grossman in Tel Aviv werd een soort best of van alle clichés, hardnekkige mythes en credo’s die leiders en sympathisanten van de Arbeiderspartij sinds de oprichting van de staat Israël tegen beter weten in blijven herhalen. Grossman begon zijn redevoering met een lofzang op de staat Israël. “Ik ben totaal seculier en vandaag is de oprichting en het bestaan van de staat Israël een soort mirakel dat ons als natie overkwam. Een politiek, nationaal en menselijk mirakel.”

Dat dit mirakel in 1948 werd gerealiseerd met terreur en de eerste etnische zuivering na de Tweede Wereldoorlog, met de gewelddadige verdrijving van de meerderheid van de oorspronkelijke Palestijnse bevolking, is voor David Grossman, net zoals voor de meerderheid van de Israëlische publieke opinie, geen punt. Over deze verpletterende historische verantwoordelijkheid van de oprichters van de zionistische staat Israël – die zonder uitzondering tot de Arbeiderspartij behoorden – verneem je nooit wat in geschriften van de literaire elite in Israël. Ook niet bij Grossman.

In Tel Aviv waarschuwde hij ook meteen dat zijn ‘mirakel’ in gevaar is. “De staat Israël verspilt niet alleen het leven van zijn zonen, maar ook zijn mirakel, die grote en zeldzame opportuniteit die de geschiedenis ons gegeven heeft, de opportuniteit om hier een staat op te richten die efficiënt is, democratisch en trouw blijft aan de joodse en universele waarden; een staat die een nationale thuis, een veilig toevluchtsoord zou moeten zijn, niet alleen een toevluchtsoord, maar ook een plaats die een nieuwe betekenis zou moeten geven aan de joodse existentie; een staat die een integraal en essentieel onderdeel zou moeten zijn van de joodse identiteit en het joodse ethos, die de volledige gelijkheid van en het respect voor zijn niet-joodse burgers in acht neemt.”

Grossman zou moeten weten hoe hol deze frase is. Als er al iets niet van de staat Israël kan worden gezegd, is het dat hij naar respect voor en volledige gelijkheid van zijn niet-joodse (dus Palestijnse) burgers streeft. De Israëlische wetgeving is gebaseerd op de permanente discriminatie van zijn niet-joodse inwoners, op het vlak van grondbezit, op het vlak van het recht op terugkeer, op het vlak van tewerkstelling, onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke voorzieningen. De Palestijnse Israëli’s worden gediscrimineerd en in een minderheidspositie gedrongen precies om het joodse karakter van de staat Israël te bewaren. Elke politieke beslissing van gelijk welke Israëlische regering van de voorbij decennia was gebaseerd op de ‘joodsheid’ van de staat en het eigen joodse demografische overwicht. Toen Yitzhak Rabin en Shimon Peres in 1993 de akkoorden van Oslo ondertekenden met de Palestijnse leider Yasser Arafat, zegden ze aan al wie het horen wilde, en zeker aan alle Israëlische hardliners die tegen deze akkoorden waren, dat het een noodzaak was om het joodse karakter van de staat Israël en het demografisch overwicht van de joodse Israëli’s te bewaren. Toen Ariel Sharon de joodse nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook ontmantelde in de zomer van 2005 en er (voorlopig) zijn troepen terugtrok, verklaarde hij in een korte televisieboodschap: “wij kunnen Gaza niet eeuwig behouden. Er leven daar meer dan een miljoen Palestijnen en met elke generatie verdubbelen zij hun aantal”. Zijn vice-premier en toen nog boegbeeld van de Arbeiderspartij, Shimon Peres was even expliciet. Tegenover het BBC-programma Newsnight zei hij: “Ons disengagement in Gaza komt er omwille van demografische redenen”.

Grossman is hiervan perfect op de hoogte. Net zoals hij op de hoogte is van het feit dat meer dan 60% van zijn landgenoten voorstander is van de radicaalste maatregel tegen de Palestijnse minderheid. Tijdens een opiniepeiling in 2003 bleek inderdaad dat 60% van de Israëli’s voor de definitieve uitwijzing is van alle ‘Arabieren’ uit Israël. ‘Transfer’ heet dat in het Israëlische politieke jargon.

Om zijn ‘mirakel’ te redden, pleitte Grossman er in Tel Aviv voor weer zo snel mogelijk in de voetsporen van zijn grote idool Yitzhak Rabin te treden. “Yitzhak Rabin koos voor de weg van de vrede met de Palestijnen, niet omdat hij veel affectie had voor hen of voor hun leiders. Ik herinner er u aan dat er ook toen alom gedacht werd dat we geen Palestijnse gesprekspartners hadden en dat er niets was waarover we met hen konden discussiëren. Rabin besliste te handelen omdat hij zo wijs was in te zien dat de Israëlische maatschappij het niet langer en oneindig kon volhouden in dit onopgeloste conflict. Hij realiseerde zich, lang voor de anderen, dat leven in een klimaat van geweld, bezetting, terreur, angst en hopeloosheid, van Israël een prijs zou vereisen, die het zich niet kan veroorloven.”

Dat het Yitzhak Rabin nooit om vrede te doen is geweest, toen hij in 1993 met Arafat een akkoord ondertekende. Dat Rabin van Arafat vooral verwachtte dat hij de nieuwe gendarm zou worden in de door Israël bezette en gekoloniseerde gebieden. Dat Rabin uiteindelijk alle engagementen en beloften van het Oslo-akkoord zelf heeft afgevoerd en dat zijn opvolgers van de Arbeiderspartij en van het rechtse Likoedblok hetzelfde zouden doen, weet een schrijver als Grossman uiteraard.

Zijn de beulen slachtoffers?

Niettemin riep hij de huidige premier Ehud Olmert in Tel Aviv op het allemaal nog eens over te doen. Meer nog, in een vlaag van humanisme vroeg Grossman de huidige Israëlische leiders om ten opzichte van de Palestijnen “de kracht van het menselijk medelijden te tonen.” “Kijk voor een keer naar hen, niet door het vizier van een geweer, niet van achter een gesloten wegblokkade. Jullie zullen een volk zien dat even erg gefolterd wordt dan wij. Een onderdrukt, bezet volk, dat van alle hoop beroofd is.”

Door wie dat volk wordt onderdrukt en bezet, door wie het van alle hoop wordt beroofd? Grossman kreeg het niet over de lippen. Grossman verdrinkt in de hardnekkigste onder de Israëlische clichés: joden zijn altijd het slachtoffer, ook al gedraagt het slachtoffer zich weldra al zes decennia lang als beul. “Het Palestijnse volk wordt even erg gefolterd dan wij…” Of hoe Grossman slachtoffers en beulen steeds weer op één lijn weet te plaatsen.

Wat moet de huidige Israëlische premier doen? Grossman weet het. “De Palestijnen hebben Hamas verkozen om hen te leiden. Hamas weigert om met ons te onderhandelen. Hamas weigert zelfs ons te erkennen.” “Mijnheer Olmert, richt u tot de Palestijnen, richt u boven de hoofden van de Hamas-aanhangers tot hun gematigden, diegenen die u mogen. Ik zal mij verder blijven verzetten tegen Hamas en zijn drijverijen.” “Praat met hen, doe hen een voorstel dat voor hun gematigden aanvaardbaar is. Zij maken onderling meer ruzie dan wij doorgaans via onze media te weten komen. Doe hen een voorstel dat hen zal dwingen te kiezen tussen twee opties: ons voorstel aanvaarden of gijzelaars blijven van de fanatieke islam.”

Zo ziet de toekomstige doctor honoris causa van de KUL het ‘vredesproces’ tussen Israëli’s en Palestijnen. Zoals Rabin kiest Grossman zelf de vijand met wie hij wil onderhandelen, met wie hij zaken kan doen, op wie hij zo veel druk kan uitoefenen dat hij gelijk wat aanvaardt. Hij wil met andere woorden het ter ziele gegane Oslo 1 vervangen door een Oslo bis. Hij raadt de huidige premier Ehud Olmert af verder ‘eenzijdige stappen’ te ondernemen. Olmert moet de platgetreden paden van Yitzhak Rabin weer gaan bewandelen. “Meningsverschillen tussen links en rechts zijn niet zo belangrijk meer,” zei Grossman. “De grote meerderheid van de Israëlische burgers beseft dat reeds en zij weten hoe een oplossing van het conflict er zal uitzien. De meesten van ons begrijpen dat het land zal verdeeld worden en dat er een Palestijnse staat zal worden opgericht.”

Een staat of een getto voor de Palestijnen?

Hoe zo’n Palestijnse staat er moet uitzien? Dat liet David Grossman op 4 november 2006 tijdens zijn redevoering in Tel Aviv volledig in het midden. Eerder op het jaar, in een opiniestuk over de verkiezingsoverwinning van Hamas in de Palestijnse bezette gebieden, dat op 31 januari 2006 alweer door De Standaard werd overgenomen, toonde Grossman zich wel iets concreter. Hij noemde de overwinning van Hamas uiteraard dramatisch. “Het is, kort samengevat, een netelig probleem. Het is ook een moreel en praktisch dilemma waarmee Israël geconfronteerd wordt… Het probleem is des te schrijnender omdat Israël zelf, na een proces dat bijna veertig jaar duurde, eindelijk tot de conclusie was gekomen dat er een einde moest komen aan de bezetting. Het onomstotelijke bewijs hiervan is dat de drie grote partijen in de huidige Israëlische verkiezingscampagne zeggen, zij het dan in verschillende bewoordingen, dat ze een einde willen maken aan de Israëlische overheersing op de Westelijke Jordaanoever. Zij spreken allemaal over de behoefte aan een overeenkomst waarbij de oprichting van een Palestijnse staat mogelijk is in het belang van Israël“.

“Maar misschien is de situatie niet zo verschrikkelijk en definitief als ze op het eerste gezicht lijkt,” voorspelde David Grossman. “De leiders van Hamas hebben wel altijd pragmatisch gehandeld als de omstandigheden dat vereisten. In gesprekken merken ze op dat de profeet Mohammed een langdurige wapenstilstand afkondigde met de beschimpte Kureish-stam toen hij besefte dat oorlog tegen zijn eigen belang in zou gaan. Als dat het geval is, bestaat er een kans (zij het een hele kleine) dat Hamas in de nabije toekomst zal handelen in de smalle marge tussen dat wat zijn fanatiek religieus geloof toelaat en de beperkingen van de realiteit. In dergelijke omstandigheden kan het misschien mogelijk zijn om tot een uitgebreid staakt-het-vuren te komen dat een einde maakt aan de Palestijnse terreur en aan de Israëlische doelgerichte vergeldingsacties. Zo’n regeling zou een Israëlische terugtrekking uit de meeste bezette gebieden inhouden, terwijl de belangrijkste vestigingen van kolonisten behouden zouden blijven.”

Dat is wat David Grossman voor de Palestijnen in petto heeft: een staat achter een betonnen muur op een deeltje van hun grondgebied, permanent omsingeld door ‘de belangrijkste vestigingen van kolonisten’.

Van een creatief kunstenaar en vredesactivist mag de wereld wel iets meer verwachten. Of niet? Grossman komt niet verder dan de mainstream in Israël. In 2003 sprak 60% van de Israëli’s zich uit voor de ‘transfer’ van de Palestijnen, 78% was voor de oprichting van een Palestijnse staat, omdat dit in het belang van Israël is. Op de vraag of die Palestijnse staat moest worden opgericht op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en in de Gazstrook, antwoordde minder dan een kwart van de ondervraagde Israëli’s bevestigend. De meerderheid van de Israëli’s is het met andere woorden eens met Grossman: geef de Palestijnen hun getto en noem dat ‘Palestijnse staat’.

De Israëli’s en hun leiders weten dat zij hierin gesteund worden door de machtigste man ter wereld. In april 2004 schreef George W. Bush een brief aan de toenmalige Israëlische premier Ariel Sharon. “In het licht van de nieuwe realiteiten op het terrein, waar zich op dit ogenblik reeds belangrijke Israëlische bevolkingscentra bevinden, is het onrealistisch te verwachten dat de resultaten van de final status-onderhandelingen zullen leiden naar een volledige terugkeer naar de grenzen van de wapenstilstand van 1948,” schreef de Amerikaanse president.

En net zoals de Israëlische leiders en de meerderheid van hun bevolking blijft ook David Grossman de gevangene van het aloude zionistische ritueel: joden zijn de eeuwige slachtoffers en Arabieren en Palestijnen willen de staat Israël niet erkennen. In 1988 en in 1993 met de ondertekening van de akkoorden van Oslo hebben de Palestijnse leiders formeel de staat Israël erkend. De tweeëntwintig lidstaten van de Arabische Liga hebben in het verleden al herhaaldelijk een formele erkeninning van Grossmans staat aangeboden met als enige voorwaarde dat de staat Israël de VN-resoluties over de terugtrekking van zijn troepen uit de bezette Arabische gebieden uitvoert en instemt met de oprichting van een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Met de rituele dans over de erkenning van de staat Israël is het Grossman, zijn leiders en landgenoten echter om iets heel anders te doen. Afgezien van het feit dat de erkenning van een staat een diplomatieke daad is van een andere soevereine staat (en de Palestijnen hebben geen eigen staat), zeggen de verdedigers van het zionistische staatsbestel in Israël (en daarbuiten) er nooit bij wat de Palestijnen nu precies zouden moeten erkennen. Moeten ze de 55% van het grondgebied van het vroegere Palestina als joodse staat erkennen, zoals dat voorzien was in het verdeelplan van de Verenigde Naties in 1948? Moeten ze de 78% van het grondgebied van het vroegere Palestina als joodse staat erkennen of de grenzen die na de oorlog in 1948 zijn ontstaan? Of moeten zij 100% van het grondgebied van het vroegere Palestina en de Syrische Golanhoogte als joodse staat erkennen? En vooral moeten ze erkennen dat het zionisme hen in 1948 fundamenteel onrecht heeft aangedaan en dat dit onrecht hen terecht is aangedaan in het belang van de joodse staat?

Reizend ambassadeur van Israël

Nogmaals, wat is er eerbaar aan de zaak die de toekomstige doctor honoris causa van de KUL verdedigt?

In zijn toespraak in Tel Aviv zei David Grossman: “ons huidige politieke en militaire leiderschap is hol”. Helaas geldt dat ook voor de meeste van zijn uitspraken en politieke opinies. Een substantieel vredesaanbod aan zijn Palestijnse vijanden? Wat Grossman voorstelt klinkt zo hol als een lege doos. Ook zijn uitspraken over humanisme, joodse en universele waarden, ethos, overstijgen zelden het niveau van de holle frase. Grossman heeft weinig redenen tot klagen over de huidige leiders van de staat Israël. Hij heeft de leiders die hij verdient. En die leiders hebben met David Grossman (en ook met Amos Oz) een officieuze, maar oerdegelijke reizende ambassadeur in huis. Zijn vage kritiek op het Israëlische establishment wekt nog steeds de schijn dat de staat Israël een baken van democratie en openheid is en leidt de aandacht af van de Israëlische oorlogsmisdaden en permanente schendingen van de mensenrechten. Grossman hoedt er zich wel voor fundamentele vragen te stellen over de essentie van de staat Israël: het racisme, expansionisme en kolonialisme van de zionistische onderneming.

Dit eredoctoraat zou op zijn plaats zijn mocht David Grossman bijvoorbeeld erkennen dat de staat Israël dringend nood heeft aan een grondwet, waarin zwart op wit staat dat alle Israëlische staatsburgers gelijk zijn voor de wet, ongeacht hun huidskleur, etnische oorsprong en religieuze overtuiging. Israël heeft echter geen grondwet, laat staan een grondwet waarin dit allerelementairste democratische principe is verankerd. Grossman zou doctor honoris causa kunnen worden als hij zou erkennen dat zijn land deel uitmaakt van het Midden-Oosten, dat toevallig bestaat uit Arabische en niet-Arabische volkeren, die op voet van gelijkheid kunnen en moeten samenleven. Grossman zou een eredoctoraat verdienen als hij van zijn leiders zou eisen dat ze eindelijk het internationaal recht toepassen en zich schikken naar alle bestaande resoluties van de Verenigde Naties en dat ze met de vertegenwoordigers van het Palestijnse volk aan tafel plaats nemen op basis van gelijkheid.

Meer creativiteit moet dat niet zijn voor een creatieve kunstenaar en een toekomstige doctor honoris causa van de KUL.

(Uitpers, nr. 82, 8ste jg., januari 2007)

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 86 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook