Hariri jr. pleit Syrië vrij van moord op vader

In de kwaliteitspers – en daarmee bedoelen we kranten als Le Monde, The Times en The New York Times – kon men het niet lezen. Ook niet in de Belgische pers die zich graag hetzelfde label toekent – wel stond het lezen in de gratis krant Metro!. Maar ter zake, begin september pleitte de Libanese eerste minister Saad al-Hariri Syrië vrij van de moord op zijn vader, oud- premier Rafik al-Hariri, op 14 februari 2005. En dat kon die pers niet melden, want na jaren van anti-Syrische campagne zou dat gezichtsverlies hebben opgeleverd. Of ze werd aangemaand het niet kenbaar te maken.

Saad al-Hariri zei dat de beschuldigingen aan het adres van Syrië “politiek” waren geweest. “We begingen vergissingen en waren te snel in het beschuldigen van Syrië”, zei hij. Eerder dit jaar al had zijn bondgenoot, de Libanese druzen-leider Walid Jumblatt, zijn vergissing toegegeven. En ook Saoedi-Arabië gelooft niet meer dat Damascus iets te maken heeft met de aanslag in Beiroet, waarbij naast de soennitische oud-premier-miljardair nog eens 22 mensen om het leven kwamen toen een met explosieven volgestouwde camionette ontplofte.

Vele, westerse vingers wezen direct in de richting van Syrië, dat inderdaad een meningsverschil had gehad met Rafiq Hariri over de verlenging van het mandaat van de christelijke pro-Syrische president, Emile Lahoud, wiens ambtstermijn was verstreken. Syrië wenste dat hij nog een paar jaar zou aanblijven – wat ook gebeurde – wegens de instabiele politieke toestand. Voor het overige had Syrië steeds goede relaties had gehad met Rafik al-Hariri, die omwille van die onenigheid in 2004 ontslag nam als premier. Het was overigens Syrië geweest dat ervoor zorgde dat de destijds in Saoedi-Arabië actieve ondernemen, waar hij zijn miljardenfortuin opbouwde, in 1992 eerste minister werd in Libanon en daar zijn fortuin nog aanzienlijk kon doen groeien. In 2005 legde hij natuurlijk nog heel wat gewicht in de Libanese politieke schaal, maar hij was geen bewindsman meer.

Politiek tribunaal

Toen de Verenigde Naties een onderzoek begonnen naar de daders van de aanslag, bleek al onmiddellijk dat dit een politiek tribunaal was met als doel Syrië te compromitteren. De reden was duidelijk: twee jaar na de invasie van Irak door de Amerikanen en Britten was duidelijk dat Syrië de opstandelingen in Irak tegen de Amerikaans-Britse bezetting steunde om – met succes overigens – een invasie van het eigen grondgebied te voorkomen. Omwille van die steun bereikten de Amerikaans-Syrische betrekkingen voor de zoveelste keer een dieptepunt.

De eerste hoofdonderzoeker van de VN, de Duitser Detlev Mehlis had zijn opdracht goed begrepen en schreef al in oktober 2005 een eerste rapport dat kon gelezen worden als een anti-Syrisch pamflet. Later bleek dat dit beruste op valse getuigenissen die met miljoenen dollars waren gekocht. (Wie betaalde die?) Mehlis zorgde er ook voor dat vier pro-Syrische Libanese generaals gevangen werden gezet. Eind 2007 werd Mehlis opgevolgd door de Belg Serge Brammertz, die iets voorzichtiger was maar de Syrische piste toch volgde. Momenteel is de Canadees Daniel Bellemare de hoofdaanklager.

Inmiddels is de internationale context weer gewijzigd en probeert het Westen opnieuw bij Syrië in de gunst te komen in de hoop het los te weken van Iran en ook in poging te vermijden dat er stokken worden gestoken in het zgn. “vredesproces” in het Midden-Oosten.

Inmiddels werd het Hariri-tribunaal officieel opgericht op 30 mei 2007 en begon het formeel zijn werkzaamheden op 1 maart 2009 in het Nederlandse Leidschendam. Bellamare, die blijkbaar niet “bij” was, begon toen met te verklaren dat hij de uitlevering van de vier Libanese generaals aan het tribunaal zou vragen.. Maar op 27 april 2009 was Bellamare duidelijk “gebriefd” en kwam hij tot het besluit dat er onvoldoende bewijsmateriaal was en dat hij zich dus niet zou verzetten tegen de vrijlating van de generaals. Hij verzuimde wel enige stap te ondernemen tegen de valse getuigen. Toen de generaals bij het tribunaal aanklopten om schadevergoeding werd hen schijnheilig geantwoord dat het tribunaal maar verantwoordelijk was vanaf 1 maar 2009! Daarvoor was er dus blijkbaar niemand verantwoordelijk, maar konden onschuldigen zo maar door “onverantwoordelijken” in de gevangenis worden gestopt. De generaals kregen ook nul op het rekwest hun dossiers – die ze nooit hadden mogen inkijken – eindelijk te mogen bestuderen. Van justitie gesproken!

Hezbollah

Daarmee is de kous niet af. Nu Syrië buiten schot was gezet, moesten er andere verantwoordelijken voor de aanslag worden gezocht. Een gedroomd doelwit van het Westen was Hezbollah, de Partij van God, waarvan de militaire vleugel – niet de politieke partij die in de Libanese regering zit – door het Westen tot “terroristische organisatie” is verklaard omwille van haar verzet tegen Israël. Verwacht wordt dat al vrij snel enkele Hezbollah-leiders in staat van beschuldiging zullen worden beticht in verband met de moord. Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zag de bui al lang aankomen en riposteerde al met de vraag waarom niemand een onderzoek had ingesteld tegen Israël, de voornaamste logische kandidaat voor de aanslag. Israël heeft er, in tegenstelling tot Syrië en Hezbollah, inderdaad alle belang bij Libanon te destabiliseren. Het heeft ook de technische capaciteit om met zijn talrijke medeplichtigen – onlangs werd in Libanon nog een heel Israëlisch spionagenetwerl opgedoekt – zo’n aanslag perfect uit te voeren. Mehlis, Brammertz en Ballemare hebben in plaats van Israël eens kritisch te bekijken, nauw samengewerkt met Israël tegen Syrië en nu tegen Hezbollah.

Lockerbie

Het is niet de eerste keer dat een VN-onderzoek wordt gemanipuleerd tegen Syrië. Toen op 21 december 1988 boven het Schotse Lockerbie een Boeing-747 van PanAm ontplofte, waarbij de 259 inzittenden en nog eens 11 mensen in Lockerbie om het leven kwamen, werd eerst een Iraans-Palestijns-Syrisch spoor gevolgd. Een paar maanden eerder, op 3 juli 1988, hadden de Amerikanen een Iraanse Airbus met 290 mensen aan boord boven de Perzische Golf neergehaald. Iran zou daar wraak voor hebben willen nemen en dissidente Palestijnen, met hoofdkwartier in Damascas, hebben aangesproken, die met Syrische steun de aanslag zouden hebben gepland en uitgevoerd. Zo simpel was dat. Totdat Saddam Hoessein in de zomer van 1990 Koeweit overrompelde en annexeerde. Wat voor het Westen, omwille van de controle over de olie, onaanvaardbaar was. Om de omsingeling van Irak volledig te maken, moest Syrië worden overhaald mee te werken. Moeilijk was dat niet omdat wijlen president Hafez al-Assad van Syrië een bittere vijand was van president Saddam Hoessein van Irak. Damascus stuurde zelfs een contingent soldaten naar de multinationale troepenmacht die Koeweit begin 2001 zou bevrijden – maar die troepen werden toch gewantrouwd en mochten dus niet echt meedoen aan de oorlog.

Libisch spoor

Nu Syrië (voorlopig) buiten verdenking was gesteld, moest ook hier weer een nieuwe dader worden gezocht. En met het Libië van kolonel Muammar al-Kadhafi had het Westen nog wel een appeltje te schillen. Vandaar dook plots het Libische spoor op. Meer zelfs, het internationaal recht werd met de voeten getreden om te vermijden dat Libië de verdachten in eigen land zou berechten op basis van de Conventie van Montréal van 1971 over “de repressie van onwettige daden tegen de veiligheid van de luchtvaart”, ook al had Kadhafi de Amerikanen en Britten aangeboden om aan dat proces mee te werken. Na jaren van gehakketak en sancties van de Veiligheidsraad werd een compromis bereikt: de twee Libische verdachten, Abdel Basset al-Megrahi en Al Amin Khalifa Fhimah, beiden bedienden van Libyan Airways in Malta, zouden onder Schots recht een proces krijgen in Kamp Zeist in Nederland.

Wat de drie Schotse rechters niet werd gezegd was dat miljoenen dollar werden betaald aan “getuigen ten laste”, onder andere aan een man die beweerde gezien te hebben hoe de twee de bomvalies op vliegtuig naar Frankfurt zetten, waar ze dan in het PanAm-vliegtuig werd overgeladen, hoewel dat onder alle bestaande procedures – geen valies zonder eigenaar aan boord – niet kon. Air Malta ontkende overigens dat het mogelijk was dat een onbegeleide valies in op een vliegtuig kon worden gezet.

Ook wisten de rechters niet dat er met bewijs, zo gezegd van de plaats van de ramp afkomstig, was geknoeid. Onbegrijpelijkerwijze spraken ze Fhimah vrij maar gaven ze al-Megrahi levenslang, een straf die in Schotland moest worden uitgezeten. Al-Megrahi ging in beroep en in juni 2007 kwam de Schotse commissie belast met het onderzoek naar criminele zaken met een rapport van 800 bladzijden, waarin het zes gronden opsomde waaroonder sprake zou kunnen zijn van een gerechtelijke dwaling. Het proces in beroep zou dus bijna 100 % zeker tot een vrijspraak hebben geleid.

Inmiddels was de internationale situatie weer veranderd. In de naweeën van de invasie van Irak in 2003 kreeg kolonel Kadhafi schrik voor zijn “troon”. Uit vrees voor een omverwerping van zijn regime, koos hij onverwacht de kant van het Westen en gaf het inzage in alles wat hij had ondernomen bij pogingen tot het verwerven van massavernietigingswapens. Bovendien werd Libië door nieuwe olievondsten een interessant land voor investeringen van westerse oliemaatschappijen. En toevallig had al-Megrahi prostaatkanker gekregen. Alle omstandigheden waren verenigd om de hele affaire in de doofpot te steken, want om op “humanitaire gronden” vrijgelaten te kunnen worden, moest al-Megrahi afzien van zijn beroep…

Internationale kromspraak

Internationale tribunalen en tribunalen die zaken behandelen, die met internationale campagnes van propaganda, manipulatie, demonisering en discreditering te maken hebben, kunnen alleen maar met grote argwaan worden bekeken. Vorige maand stond in Uitpers een artikel over het VN-tribunaal voor Cambodja, waar de leiders en misdadigers van de Rode Khmers tientallen jaren na de feiten terechtstaan. De veelzeggende titel van het artikel luidt: “Internationale rechtspraak is politiek theater”. Terecht want dit soort rechtspraak lijkt nogal eens kromspraak te zijn.

Bij heel wat zaken kan men zich een heleboel vragen stellen. Beginnen we bij de aanslag op paus Joannes Paulus II, die in 1981 werd gewond door een pistoolschot van de uiterst-rechtse Turkse militant Mehmet Ali Agça, een lid van de “grijze wolven”, die nauw samenwerken met de westerse geheime diensten, ondanks hun anti-christelijk karakter. Logischerwijs zou men kunnen veronderstellen dat het Westen de aanslag op het getouw zette om de Sovjet-Unie een zware propagandaslag toe te brengen in het geval de paus zou zijn gedood.

De paus overleefde de aanslag echter. Maar niet getreurd, de mislukking van de aanslag had nog voldoende propagandapotientieel. Van de zaak maakte men een complot van de Sovjet-geheime dienst KGB, die een Bulgaar in Rome, waar hij bediende was bij de Bulgaarse luchtvaartmaatschappij, zou hebben gerekruteerd voor de aanslag. Een mooi verhaal, waar geen jota van juist was. Na de val van het communisme is er in de Russische noch Bulgaarse archieven enig stuk gevonden over de zaak. De Bulgaar zat wel, tot zijn vrijspraak, jaren onschuldig in de gevangenis in voorhechtenis.

Een mooi verhaal is ook het Joegoslavië-tribunaal, of liever het anti-Servië-tribunaal, in Den Haag. Dat dekreteerde bij monde van de Zwitserse aanklaagster Carla Del Ponte dat oud-president Slaobodan Milosevic (1941-2006) van Servië dé grote verantwoordelijke was van al het geweld op de Balkan. Ze had daar geen bewijzen voor, maar vond dat men de man maar eerst moest oppakken en dan naar bewijzen gaan zoeken. Het rechtsprinciep dat iemand onschuldig is tot zijn schuld bewezen is, waar hier grofweg met de voeten getreden: het tribunaal achtte al vooraf dat hij schuldig was. Het was dan ook erg geïrriteerd toen Milosevic, zoals toegestaan is, zijn eigen verdediging wou voeren, want dat zou te lang duren. Milosevic’ inspanningen om bewijsmateriaal te verzamelen en getuigen te vinden, werden op alle mogelijke manieren gesaboteerd. Zo was zijn enig contact met de buitenwereld een muntjestelefoon, die bovendien werd afgeluisterd. Het Hof weigerde hem bovendien, op advies van de hem toegewezen Nederlandse arts, die duidelijk op zijn anti-Servisch profiel was aangesteld, de vereiste medische verzorging voor zijn hartproblemen, waaraan de Serviër in 2006 in zijn cel overleed. Er is nooit iemand in staat van beschuldiging gesteld voor wat men een gerechtelijke executie zou kunnen noemen.

Andere verantwoordelijken voor de drama’s op de Balkan, de Kroatische president Franjo Tudjman (1922-1999) en de Bosnische president Alija Izetbegovic (1925-2003) werden nooit verontrust. Wel gedagvaarde Kroaten en Bosniërs werden opvallend mild behandeld. Hetzelfde was het geval met de kopstukken van het Kosovaars bevrijdingsfront UCK. Ook de NAVO-oorlogsmisdaden op de Balkan, zoals bewuste bombardementen op burgerdoelen, werden nooit vervolg. Volgens Carla Del Ponte hadden de Amerikanen, die haar loon betaalden, gezegd dat er geen gronden waren voor vervolging!

Dubieus is ook de Britse lord Hutton, die een “onafhankelijk” onderzoek instelde naar de dood van de Britse expert in massavernietigingswapen, David Kelly, in 2003, het jaar van de invasie door Amerikaanse en Britse troepen van Irak, nadat die de BBC had laten weten dat er grote twijfels waren over het bestaan van de zgn. massavernietingswapens van Saddam Hoessein, die het voornaamste Britse argument waren om ten strijde te trekken. Lord Hutton concludeerde dat Kelly zelfmoord pleegde. Hij besloot meteen dat alle documenten (autopsierapporten e.d.) voor 70 jaar geheim moesten blijven. Zelfs de reden voor die beslissing is geheim. Wat de speculaties voedt dat Hutton, zoals een aantal onderzoekers beweren, “gezelfmoord” werd. De lord heeft in elk geval met zijn onderzoek blijk gegeven van zijn onvoorwaardelijke trouw aan de toenmalige regering van Tony Blair, met zijn poging elk verder onderzoek uit te sluiten. De “staatsraison” heeft blijkbaar veel meer rechten dan de waarheid.

Nemen we nu eens de Belgische anti-genocidewet, die werd aangenomen onder premier Guy Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel. De universaliteit van de wet bracht België in de problemen toen op grond ervan de Israëlische premier Ariel Sharon werd aangeklaagd. Verhofstadt en Michel waren er als de kippen bij om de beruchte oorlogsmisdadiger Sharon te redden en zwakten de wet af. Verhofstadt zei later in een interview met de Israëlische krant Haaretz dat wet niet bedoeld was om bevriende landen in de problemen te brengen, maar wel om Afrikanen te berechten. Wat inmiddels in België al enkele keren is gebeurd.

Het verwijt dat vooral Afrika wordt geviseerd, is ook gericht aan het Internationaal Strafrechthof in Den Haag, dat in 2002 werd opgericht, maar waarvan een aantal promotoren, de Verenigde Staten in de eerste plaats, de competentie niet erkennen voor hun burgers. Alle zaken die momenteel in behandeling zijn betreffen blijkbaar toevallig Afrika. De Argentijnse aanklager Louis Moreno-Ocampo probeert dit goed te praten door te zeggen dat er momenteel vooral in Afrika veel oorlogsmisdaden worden begaan. Hij heeft natuurlijk nooit gehoord van oorlogsmisdaden van de bv. Verenigde Staten in Irak en van Israël tegen de Palestijnen. Het voorwendsel is dat die landen het statuut van het hof niet hebben geratificeerd en dus niet beschuldigd kunnen worden. Niets echter belet hem individuen, zoals oud-president Georges Bush van de VS, oud-premier Tony Blair en zowat alle Israëlische top-ministers- en militairen persoonlijk in staat van beschuldiging te stellen. De VS zijn daarvoor beducht en hebben daarom al met een reeks landen (onder andere veel voormalige Oostbloklanden) akkoorden af te sluiten om geen Amerikaanse burgers aan het hof in Den Haag uit te leveren.

Specifiek in verband met de Israëlische invasie van Gaza van december 2008 tot januari 2009, zijn er een aantal aanklachten tegen Israëlische militairen en bewindslui ingediend, maar het hof heeft daar geen haast mee. Zoals de Belgische genocidewet is het Strafrechthof vooral bedoeld voor Afrikanen, die weinig of geen gewicht hebben in de internationale politiek. Het is aan het hof om te bewijzen dat dit niet zo is.

Bedenkingen

De hele affaire van de internationale rechtspraak roep nog enkele bedenkingen op. In de eerste plaats over de integriteit van de mensen die voor internationale tribunalen werken als onderzoekers, aanklagers, rechters en meewerken aan manipulaties allerhande. Voor wie of wat werken ze? Wiens instructies volgen ze? Wie evalueert hun werk? Ook kan men zich de vraag stellen waarom Rusland en China, twee permanente leden van de Veiligheidsraad, met vetorecht dus, die westerse manipulaties laten begaan. Ze stemmen vrijwel nooit tegen sancties, ze proberen die hoogstens, als ze het al doen, af te zwakken. Alle sancties tegen Irak, Iran, Libië, Palestina, Soedan, Syrië… krijgen op zijn minst hun feitelijke zegen in de Veiligheidsraad. Dat de Soedanese president Omar al-Bachir officieel beschuldigd is door de Veiligheidsraad in verband met de oorlog in Darfoer, is aan hen te danken. Talloze anderen, zvooral westerse oorlogsmidadigers, laten ze vrijuit gaan. Merkwaardig is ook dat Russen en Chinezen, en hun naaste bondgenoten, schitteren door hun afwezigheid in alle internationale uitzonderingstribunalen en onderzoeksteams. Waarom eisen ze daar hun plaatsen niet op en laten ze dit over aan het Westen?

(Uitpers nr. 124, 12de jg., oktober 2010)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 161 Times, 2 Visits today

Tags :
Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook