Hamas, van islamitische reveilbeweging tot Palestijnse regering

””Power in defense of freedom is greater than power in behalf of tyranny and oppression.”
Citaat Malcolm X

Inleiding:

Bij de Palestijnse parlementsverkiezingen  dd 25-1-2006 heeft, zoals bekend, de Hamas een eclatante verkiezingsoverwinning behaald. Van de 132 parlementszetels behaalde Hamas, die voor het eerst aan de verkiezingen deelnam, 74 zetels, terwijl de regerende Fatah-partij slechts
43 behaalde. De overige dertien zetels gingen naar verschillende kleinere partijen en
onafhankelijke kandidaten.

Een grote verkiezingsoverwinning voor Hamas was wel te verwachten, gezien de voortschrijdende corruptie bij de Fatah-regering, het door de Hamas gehandhaafde principiële politieke en militaire verzet  tav de Israëlische bezetting en de sociaal-maatschappelijke activiteiten onder met name de noodlijdende Gazaanse bevolking.
Desondanks gaven de Amerikaans-Europese politici en media niet alleen blijk van een grote verbazing, met name werd van Hamas geëist, in ruil van voortzetting van financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit, een afzien van geweld en de erkenning van de staat Israël.
Toen de nieuw gevormde Hamas-regering weigerde aan deze Amerikaans-Europese
eisen te voldoen, werd zowel door de VS, Canada als de EU begin april de financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit bevroren, een maatregel, waarvan voornamelijk de reeds zeer noodlijdende Palestijnse burgerbevolking  het slachtoffer is geworden, aangezien reeds 45 % onder de armoedegrens leeft en 15% zelfs in extreme armoede leeft
Met name onderwijs en medische voorzieningen zijn aanzienlijk verslechterd sinds deze boycot. Daarenboven leeft naar schatting  942.000 Palestijnen of 25 % van de totale bevolking,  van een loon betaald door de Palestijnse Autoriteit, dat door deze maatregelen niet meer kon worden uitbetaald.
Niet alleen zijn dergelijke boycotmaatregelen moreel zeer verwerpelijk gezien de humanitaire gevolgen voor de Palestijnse burgerbevolking, een en ander kan tevens leiden tot verdergaande politiek-maatschappelijke spanningen binnen de Palestijnse samenleving.
Er is dan ook terecht door zowel diverse internationale NGO’s alsmede een aantal  VN-organisaties gewezen op de humanitaire consequenties van deze boycot.
Een ander gevolg kan zijn, dat Hamas, bij ontstentenis van EU-hulp, in toenemende mate hulp uit de Arabische landen zal ontvangen, met als gevolg dat de EU zichzelf qua politieke invoed buitenspel kan zetten. Diverse Arabische landen hebben hetzij reeds de noodlijdende Hamas-regering hulp geboden, hetzij een en ander toegezegd.

Zich waarschijnlijk bewust zijnde van deze voor haar mogelijke ongunstige politieke ontwikkeling, heeft de EU dd eind mei bij monde van Europees Commissaris Louis Michel een bedrag van34 miljoen aan extra noodhulp aan de Palestijnse gebieden gereserveerd, die buiten de Hamas-kanalen ter beschikking zullen worden gesteld.
Eveneens zoekt de Wereldbank, die eveneens een verdergaande humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden vreest, samen met het Kwartet [de EU, de VS, Rusland en de VN] naar mogelijkheden, buiten Hamas-kanalen om, rechtstreeks, waarschijnlijk via in het gebied actieve NGO’s, de hulp aan de Palestijnse bevolking te hervatten.

Dubbele standaarden:

De door de westerse landen aangevoerde motivatie voor de opschorting van de hulp aan de Palestijnse Autoriteit berust op de weigering van Hamas, het geweld tegen Israël af te zweren en de Staat Israël te erkennen. Eveneens wordt voor deze boycot het argument aangevoerd, dat Hamas de instigator is geweest en nog is van een aanzienlijk aantal tegen Israëlische
burgers gepleegde zelfmoordaanslagen.
Hoewel het evident is, dat zelfmoordaanslagen als militaire aanvallen op burgers en burgerdoelen in strijd zijn met het Internationaal Recht, wordt gevoeglijk uit het oog verloren, dat deze, hoe onrechtmatig ook, de resultante zijn van ruim 39 jaar Israëlische bezetting, ondanks de dd 1967 unaniem aangenomen VN-Veiligheidsraadsresoluie nr 242, waarin Israël werd opgeroepen, zich terug te trekken uit de in de juni-oorlog veroverde
gebieden, waaronder de Palestijnse gebieden.
Al evenzeer wordt door de boycotvoerende landen uit het oog verloren, dat het geweld van Hamas niet alleen bestaat uit zelfmoordaanslagen, maar eveneens uit de internationaal-rechtelijke gelegitimeerde aanvallen op het Israëlische bezettingsleger.

Herhaaldelijk heeft Hamas zowel voor als na haar verkiezingsoverwinning gesteld, af te willen zien van geweld, wanneer Israël zijn bezetting van de Palestijnse gebieden zou opheffen, zijn volgens internationaal-rechtelijke beginselen illegale nederzettingen in de bezette gebieden ontmantelt, de door bezet Palestijns gebied lopende Muur ontmantelt en het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen [Algemene Vergaderingsresolutie
nr 194 dd 1949] erkent.
Al deze door Hamas gestelde eisen zijn gebaseerd op het Internationaal Recht, belichaamd in diverse VN-resoluties [opheffing Israëlische bezetting, ontmanteling nederzettingen en recht op terugkeer Palestijnse vluchtelingen] hetzij op een door het Internationaal Gerechtshof gedane uitspraak [betr de onrechtmatigheid van de Muurbouw, zie uitspraak ICJ, dd 9-7-2004] en dus alleszins legitiem te noemen.
Opvallend is echter, dat door de boycotterende landen wel van de Hamas ontwapening verwacht wordt, maar er aan Israël betreffende de uitvoering van bovengenoemde  door diezelfde landen bekrachtigde VN-resoluties, geen duidelijke voorwaarden gesteld wordt. Eveneens is deze dubbele standaard af te meten aan de beoordeling van Israëlisch en Palestijns geweld.
Terecht worden de door Hamas en enkele andere Palestijnse verzetsorganisaties geïnstigeerde zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers of burgerdoelen veroordeeld, maar ten aanzien van de door Israël vanaf de bezetting structureel gepleegde mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden is er veelal sprake van een verregaande bagatellisering. Al evenmin wordt er van de zijde van de EU aangedrongen op daadwerkelijke terugtrekking door Israël uit de bezette gebieden.
Een en ander maakt de Amerikaans-westerse kritiek op Hamas weinig geloofwaardig en getuigend van een mechanisme van selectieve verontwaardiging.

A De ideologie van Hamas en de Amerikaans-westerse conceptie tav de ”vernietiging” van de Staat Israel:

Eveneens zeer opvallend is het feit, dat in vrijwel alle Amerikaans-westerse persmedia, alsmede terug te vinden in uitspraken van politici, gesteld wordt, dat Hamas gefocust zou zijn op de ”vernietiging” van de Staat Israël. In de context waarin deze bewering wordt gedaan, wordt veelal impliciet gesuggereerd, dat Hamas de intentie zou hebben, de Israëlisch-Joodse
inwoners van Israël, uit Israël te willen verdrijven of zelfs te willen doden.
Alvorens de onjuistheid van deze hardnekkige Amerikaans-Europese bewering te trachten aan te tonen, wil ik in eerste instantie nader ingaan op de ontstaansgeschiedenis van de Hamas:

Geschiedenis Hamas:

De Hamas [afkorting van Harakat al-muqâwama al-islâmiyya, hetgeen islamitische verzetsbeweging betekent] werd in 1987 opgericht als religieusnationalistische verzetsorganisatie met Sheikh Yassin als geestelijke leider. Deze zou in maart 2004 om het leven komen bij een door het Israëlische leger uitgevoerde liquidatie per luchtaanval.
Er was echter begin tachtiger jaren reeds sprake van een voorloper van de Hamas, eveneens onder leiding van Sheikh Yassin, die voornamelijk religieus georiënteerd was en zich richtte op maatschappelijke en charitatieve doelen.
Hoewel uiteraard gekant tegen de Israëlische bezetting, riep zij niet op tot verzet, maar beschouwde veeleer de Israëlische bezetting als een straf van God vanwege het feit, dat de Palestijnen niet meer als vrome moslims leefden. Kortom, deze voorloper was een fundamentalistisch-islamitische beweging, die er vooral op gericht was de Palestijnen te terug te brengen tot de door hen beschouwde elementen van de Islam en deze als leidraad te hanteren in hun levenshouding.
Resultante hiervan was, dat deze voorloper van Hamas aanvankelijk ruim financieel gesteund werd door Israël, die in deze beweging een tegenwicht zag tegen het seculiere verzet tegen de Israëlische bezetting van de door Yasser Arafat geleide PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie), als onderdeel van de al-Fatah-beweging.
Ook toen de officieel bekende Hamas-organisatie als verzetsbeweging werd opgericht, was er aanvankelijk geen sprake van het plegen van de later bekende terroristische aanslagen. Ook steunde Hamas, ondanks het antizionistische Handvest dd 1988, aanvankelijk de in de bezette gebieden dd 1987 uitgebroken Intifadah tegen de Israëlische bezetting niet daadwerkelijk.
Pas in de loop der jaren radicaliseerde de Hamas-beweging richting verzet, dat zowel tegen het Israëlische bezettingsleger gericht was, alsook vanaf 1994 geuit werd dmv  zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers met als directe aanleiding de moordpartij op meer dan 20 biddende Palestijnen in Hebron door de Israëlische extreem-rechtse Baruch Goldstein.


Handvest Hamas:

In dit verband is het interessant, het 36 artikelen tellende Handvest van Hamas eens onder de loep te nemen. Al lezende wordt gaandeweg duidelijk, dat het politieke Hamas-statement niet
alleen is gebaseerd op verzet op religieuze basis tegen de Israëlische bezetting, waarbij een eigen interpretatie gegeven wordt van een aantal in het Handvest aangehaalde religieuze teksten, eveneens is er sprake van de opvatting, dat de zionistische staatsstructuur van Israël ontmanteld moet worden en dient te worden vervangen door een islamitische Staat met
religieuze vrijheid voor christenen en Joden.
Hiermee heeft het Handvest tevens een anti-kolonialistisch component, aangezien mi terecht wordt gerefereerd aan het kolonialistische aspect van de Stichting van de Staat Israël in het reeds bestaande historische Palestina, dat aanvankelijk een kolonie geweest is van het Turks-Ottomaanse Rijk en na de Eerste Wereldoorlog een Brits Mandaatgebied.
Een en ander heeft plaatsgehad overeenkomstig de wens van de zionistische beweging tot het stichten van een Staat in Palestina en via een stemming dd 1947 in de toenmalige pas-opgerichte VN [VN-resolutie 181], zonder enige stem voor de plaatselijke Palestijnse bevolking, die overigens niet zozeer bezwaar had tegen de vestiging van Joodse mensen in Palestina, als wel tegen de opdeling van hun land in twee verschillende Staten.
Bovendien wordt door Hamas, nog afgezien van deze voorgeschiedenis, mi terecht, gewezen op de huidige Israëlische Staatsstructuur, die een discriminerend onderscheid maakt tussen Joodse en Arabische bewoners [de zogenaamde ”Israëlische” Arabieren], met name tav de onderwijs en medische voorzieningen.
Een van de meest frappante voorbeelden van dit discriminerende staatsmodel is wel  het feit, dat Joodse mensen waar ook ter wereld, het recht hebben zich op grond van hun Joodse afkomst in Israël te vestigen, terwijl het recht op terugkeer van de afstammelingen van de in de oorlog van 1948 verdreven meer dan 750.000 Palestijnse burgers, nog steeds niet door de
Israëlische autoriteiten wordt erkend.
Hoe verder ook gedacht mag worden over het bovengenoemde anti-zionistische standpunt, alsmede de stichting van een islamitische Staat, waarvan ik geen voorstander ben, evident is mi in ieder geval, dat een en ander genendele behelst het verdrijven cq doden van de in Israël aanwezige Israëlisch-Joodse bewoners, zoals veelal ten onrechte impliciet door de Amerikaans-Europese politici en media wordt gesuggereerd.
Weliswaar wordt er in het Handvest een aantal keren gerefereerd aan ”de Joden”, maar uit de context van het Handvest wordt duidelijk, dat in dezen wordt gerefereerd aan het  zionisme en haar politiek-militaire Israëlische zionistische systeem en niet aan de Joden als etnisch-religieuze groepering. Ook in eigen verklaringen van de Hamas wordt er niet gerept van ”Joden”, maar altijd van de ”zionistische vijand” of de ”zionistische entiteit”.

B Zelfmoordaanslagen:

Terecht wordt er bij de referentie aan de Hamas de nadruk gelegd op de door haar geïnstigeerde zelfmoordacties tegen Israëlische burgers en burgerdoelen, die niet alleen inhumaan zijn, maar ernstige schendingen van het Internationaal humanitair Recht, dat als vuistregel heeft het bij ieder conflict te maken onderscheid tussen combatanten [militairen en strijders] en non-combatanten [burgers].
Even terecht worden deze zelfmoordaanslagen door de internationale gemeenschap scherp veroordeeld. Hoewel niet uit het oog verloren dient te worden, dat de voornaamste oorzaak
van deze zelfmoordacties gelegen is in de sinds 1967 plaatsvindende Israëlische bezetting, waaraan als bij iedere andere bezetting ter wereld inherent zijn onderdrukking, vernederingen en oorlogsmisdaden, zijn zij als zodanig geen rechtvaardiging voor het eveneens plegen van oorlogsmisdaden.
Immers, in het Internationaal Recht is het niet toegestaan, de ene schending van het Internationaal Recht [van de kant van Israël] te beantwoorden met een schending van het Internationaal Recht te anderer zijde, ook niet wanneer er sprake is van een onderdrukte bevolking cq bevolkingsgroep. Wel is internationaal-rechtelijk gelegitimeerd het militaire verzet tegen het bezettingsleger. Te weinig wordt in de internationale pers de nadruk gelegd op het feit, dat de Hamas en eveneens andere Palestijnse verzetsorganisaties zich evenzeer
bedienen van dit legitieme verzetsmiddel.
Aanvallen op Israëlische militaire doelen worden weliswaar door zowel Israël als de VS eveneens gekwalificeerd als terroristisch, maar daarvan is internationaal-rechtelijk gezien geen sprake. Ieder bezet volk heeft, naar Internationaal Recht, het recht zich te verzetten tegen het leger van de bezettende macht. Onlangs is een en ander nog bevestigd door Janvier Solana, Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

C De Israëlische liquidatiepolitiek:

Even internationaalrechtelijk en humanitair verwerpelijk zijn echter de Israëlische liquidaties van Palestijnse leiders en activisten van de diverse verzetsbewegingen, waaronder Hamas.
Deze sinds begin zeventiger jaren door de opeenvolgende Israëlische regeringen toegepaste liquidatiepolitiek, in de vorm van frontale beschietingen van auto’s, het opblazen van mobiele telefoons, al dan niet met F-16’s uitgevoerde luchtaanvallen op vluchtelingenkampen, flatgebouwen, huizen en auto’s van Palestijnse leiders en activisten, zijn flagrante
schendingen van het Internationaal Recht, dat stelt, dat ieder mens recht heeft op een proces.
Bovendien komen bij dergelijke liquidaties, die tot de dag van vandaag worden gecontinueerd, in vele gevallen eveneens nietsvermoedende voorbijgangers of medebewoners van huizen, vluchtelingenkampen en flats, om het leven.
In dat geval is er sprake van oorlogsmisdaden, aangezien de opdrachtgevers cq uitvoerders van te voren hadden kunnen inschatten, dat op burgerlocaties uitgevoerde militaire aanvallen [sowieso niet toegestaan volgens de bepalingen van de 4e Conventie van Genève] de waarschijnlijkheid van de aanwezigheid van burgers levensgroot aanwezig is.
Echter, ondanks het grote risico voor de burgerbevolking en het grote aantal gevallen burgerslachtoffers in dezen, heeft Israël bij monde van premier Olmert recentelijk bekendgemaakt, dergelijke aanvallen, die met name op Gaza gericht zijn, gewoon te continueren.
Frappant acht ik het feit, dat hoewel de Westerse mogendheden terecht Hamas de zelfmoordaanslagen ernstig aanrekenen, er wel sprake is van veroordeling van deze door Israël gepleegde liquidaties, maar dat er, in tegenstelling tot de bevriezing van de financiële middelen voor de Palestijnse Autoriteit bij het recentelijk aantreden van de huidige Hamas-regering, tegen Israël geen sanctiemaatregelen worden overwogen, laat staan genomen.

Gezien het feit, dat Israël als  bezettende macht  het leeuwendeel van de verantwoordelijkheid draagt voor de escalatie van het huidige conflict, is deze mi moreel zeer verwerpelijke en uiterst hypocriete opstelling aan met name de EU, die beweert de Palestijnse belangen te willen behartigen, zeer aan te rekenen.

D Sociale activiteiten Hamas

Een aspect, dat door de internationale media in ernstige mate wordt onderbelicht zijn de door Hamas in de loop der jaren ontplooide sociaal-maatschappelijke activiteiten onder met name de noodlijdende bevolking in Gaza. Ironisch genoeg vervult zij hiermee grotendeels de door de Israëlische bezettingsmacht ernstig verwaarloosde taak, namelijk het bevorderen van de
welvaart en het welzijn van de Palestijnse bezette bevolking.
Volgens een van de belangrijkste bepalingen van de 4e Conventie van Genève namelijk is een bezettende macht hoofdverantwoordelijk voor de veiligheid, het welzijn en de welvaart van de bezette bevolking. Het is evident, dat Israel deze tav de bezette Palestijnse bevolking te
vervullen internationaal-rechtelijke verplichting, in ernstige mate in gebreke is gebleven.
In bovenstaande heb ik reeds gewezen op de grote met name in Gaza heersende armoede, die nog is geïntensiveerd door de talloze eveneens in strijd met het Internationaal Recht [artikel 53, de Conventie van Genève verbiedt het] verrichte massale Palestijnse huisvernietigingen, met name in het zuiden van Gaza.
Verder is deze armoede eveneens versterkt door de zich met grote regelmaat voordoende hermetische afsluiting van de grenzen van Gaza, waardoor Palestijnen, die in Israël werken, niet alleen beroofd zijn van hun inkomsten, maar eveneens de in Gaza levende mensen zijn afgesneden van elementaire levensvoorzieningen. Zeer recentelijk nog heeft Israël, als represaille tegen de ontvoering van een Israëlische soldaat, niet alleen de grenzen met Gaza hermetisch afgesloten, maar eveneens de water en elektriciteitsvoorzieningen voor de burgerbevolking afgesneden.
Gezien bovenstaande behoeft het geen betoog, dat dergelijke maatregelen, eveneens als collectieve straf [artikel 33, 4e Conventie van Genève verbiedt dat uitdrukkelijk] ernstige mensenrechtenschendingen zijn. Tegen dergelijke ook in het verleden door de Israëlische autoriteiten genomen maatregelen bood Hamas een tegenwicht, door met behulp van meest
donoren uit de Arabische wereld, een voedseldistributiesysteem op te zetten, waarbij zij, in tegenstelling tot de Palestijnse Autoriteit, vrijwel niet corrupt waren. Het is dan ook, mede vanuit dit oogpunt, niet verwonderlijk, dat Hamas in Gaza mocht bogen op een zo grote populariteit onder de bevolking, dat het geleid heeft tot een dergelijk eclatant verkiezingsresultaat.


Epiloog:

In bovenstaande heb ik duidelijk trachten te maken, dat niet alleen de Amerikaans-Europese opschorting van de financiële hulp aan de Palestijnse Autoriteit in moreel en humaitair opzicht  verwerpelijk is, aangezien het met name de reeds zeer noodlijdende burgerbevolking treft, maar dat het buitenproportioneel is, de Israëlische weigering in aanmerking genomen, de
VN-resoluties na te leven en de bezetting op te heffen,  het Hamas-geweld als enige te veroordelen en het Israëlische uit de bezetting voortgekomen geweld, te bagatelliseren.
Van geen enkele verzetsgroep ter wereld, die strijdt tegen een bezettende macht, kan immers verwacht worden, de wapens neer te leggen, terwijl de bezetting met de meest extreme middelen wordt voortgezet. Wel is het evident, dat ook van een verzetsbeweging terecht geëist mag worden, dat deze zich bij haar methodieken baseert op de naleving van de
internationale rechtsregels.
Zonder uiteraard de ogen te sluiten voor de zeer verwerpelijke door Hamas geïnstigeerde en gepropageerde zelfmoordacties tegen Israëlische burgers, wil ik aan de andere kant benadrukken, dat de principieel gehandhaafde opstelling van Hamas, die de Israëlische bezetting en de nederzettingenpolitiek niet ter discussie stelt, respect afdwingt, evenals
het tot nu toe volgehouden standpunt van niet erkenning van het zionistische staatsmodel van de Staat Israël, nog los van het evt discutabele karakter hiervan.
Ik spreek dan ook de hoop uit, dat Hamas niet zal zwichten voor de steeds meer toenemende druk tot het onderhandelbaar stellen van de Israëlische bezetting en nederzettingenpolitiek.
Wil zij echter werkelijk respect afdwingen van vriend en vijand, dient zij de tegen Israëlische burgers en burgerdoelen gerichte aanslagen te beëindigen. Ieder mens, Palestijn of Israëli, heeft recht op dezelfde humane behandeling en mi is bezetting van een land geen legitimiteit om deze onvervreemdbare rechten te schenden.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)


Bronnenmateriaal:

http://www.palestinecenter.org/cpap/documents/charter.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hamas

http://electronicintifada.net/v2/article4837.shtml

http://www.reliefweb.int/library/documents/2006/ocha-opt-11apr.pdf

http://www.paxchristi.nl/files/Documenten/MO%20Israel%20en%20Palestina/Vredesproces%20na%20Verkiezing%20Hamas.pdf

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :