INTERNATIONALE POLITIEK

Half vol, half leeg? Een nieuwjaarsboodschap

Image

Het is de vraag van één miljoen. Want wie ziet dat het glas half vol is, heeft hoop. Het betekent dat we op de goede weg zitten. Voor wie het glas half leeg is, ziet de wereld er heel wat somberder uit. Er is woede, want het gaat slecht en het wordt nog slechter.

Het zijn twee tegenovergestelde manieren om naar de wereld te kijken. De jaaroverzichten die moeilijk te ontwijken zijn in de tweede helft van december, kunnen neigen tot dat tweede, want ja, de vreselijke en gruwelijke feiten stapelen zich op.

Een imperialistische inval in Venezuela, wreedheid en genocide in Gaza, met de medeplichtigheid van onze Europese regeringen, een uitzichtloze oorlog in Oekraïne, massamoorden in Soedan, toenemende uitstoot en meer natuurrampen, groeiende ongelijkheid tot een nauwelijks denkbaar peil, meer en meer autoritarisme of zeg maar, fascisme.

Redenen genoeg om pessimistisch te zijn of te worden.

Om niet in een depressie te vervallen zoeken we naar sprankeltjes hoop. Een zonnestraal in de bittere kou kan het hart verwarmen. Zien hoe een man in de bres springt en zijn leven op het spel zet om een terrorist te stoppen die op mensen schiet. De glimlach van een kind dat met de voeten in de modder dank zegt voor een stukje brood. Een gemeenschap die solidariteit toont met daklozen…

Er is in feite bijzonder weinig nodig om ons de goede kant van het leven te laten zien, om hoop te putten uit het kleinste positieve feitje dat op onze weg ligt. Je weet wel, de grijze wolk met het gouden randje. Want daarachter zit de zon.

De internationale instellingen, denk aan de Verenigde Naties of de Wereldbank, weten hoe dat moet. Het zijn meesters in het brengen van slecht nieuws met een hoopvolle boodschap. Ze moeten uiteraard zichzelf bewijzen en vermijden dat mensen er niet langer in geloven. De armoede neemt toe maar er zijn voorbeelden van hoe het beter kan. De ontwikkelingsdoelstellingen worden niet gehaald maar er is vooruitgang op twee of drie punten. De oorlog woedt verder maar er wordt onderhandeld over vrede.

Hoop doet leven! Ja, maar er is ook een kans dat ze ons lam legt. Optimisme-pessimisme is een valse tegenstelling.

De New York Times gaf op 1 januari een boodschap van hoop. Het is een werkwoord, aldus de krant, hoop toont aan dat we geloven dat de toekomst beter wordt of kan worden.

De krant koppelt er wel drie voorwaarden aan vast. We moeten in staat zijn ons een betere wereld voor te stellen. Dat lukt wel, want we weten allemaal hoe het beter zou kunnen zijn. Twee, er moet een wil aanwezig zijn om vooruit te komen, op weg naar die betere wereld. Dat ligt misschien al iets moeilijker, want als iedereen ons toont dat het ondanks alles de goede kant op gaat, moeten we dan ook nog iets doen? Zal het niet vanzelf komen? En drie, we moeten de weg kunnen uitstippelen om te komen van waar we staan naar waar we willen aankomen. Op dit punt wordt het moeilijk. Progressieve mensen hebben al té vaak hun hoop gesteld in een nieuwe man of vrouw en een nieuwe partij of beweging.

Trouwens, waar precies willen we uitkomen? Is daar aan progressief linkse zijde een consensus over? Neen. We stelden onze hoop in een Wereld Sociaal Forum en het flopte. We zagen Syriza, La France Insoumise, Podemos en Sumar, en het flopte. We zien in eigen land het succes van de PVDA en vragen ons af of de partij wel iets echt kan veranderen in één enkel land? We trekken ons recht aan Zohran Mamdani maar weten dat de man het erg moeilijk zal krijgen. We luisteren naar Vijay Prashad, Yannis Varoufakis, García Linera, Walden Bello en Jeremy Corbyn en vragen ons af of ze iets gemeenschappelijk hebben. We steunen Venezuela, Cuba, Iran, Nicaragua in hun anti-imperialistische strijd, maar kunnen we hun regeringen steunen?

Of met andere woorden, hoop is beslist een positief goed. We hebben ze nodig om verder te kunnen, maar hoe en waar naar toe, heel concreet, dat is minder duidelijk. En als het glas al half vol is, gaat het dan niet vanzelf de goede kant op? Moeten we ook zelf iets ondernemen?

Men zou het anders kunnen bekijken. Wat doen boosheid en woede?

Kunnen die ons niet sneller op de weg van verandering brengen? Naar actie? Want neen, we zitten niet op de goede weg.

Een analyse die tot op het bot gaat en aantoont hoe wanhopig slecht de wereld er aan toe is, zonder de schijn van gelukzaligheid aan de einder, kan misschien wel tot actie aanzetten.

Stellen dat de armoede ‘spectaculair is gedaald’ zal mensen de indruk geven dat we heus niets bijzonders moeten doen, want zie, het beleid zorgt ervoor dat er veel minder arme mensen zijn. Stellen dat er grosso modo nog altijd evenveel arme mensen zijn als pakweg vijftig jaar geleden, kan een ander gevolg hebben. Zich boos maken omdat er helemaal niets verandert, kan je doen inzien dat er iets anders nodig is dan snoeien in de werkloosheid en in de ziekteverzekering.

Je kan dit ook toepassen op de recente gebeurtenissen in Venezuela: nee, wat de V.S. deed is fout, maar Maduro is tenminste weg. Goed nieuws, we zitten op de goede weg. Echt?

Waarom proberen we niets anders? Waarom zetten we mensen niet aan zich bijzonder boos te maken en uit hun luie stoel te komen? Want neen, met onveranderd beleid wordt het beslist niet beter, niet bij ons, niet in Gaza en niet in Oekraïne. Woede en boosheid zijn emoties die aanzetten tot handelen. De eeuwige hoop die steunt op niets anders dan ijle lucht, zet ons aan tot berusten.

Dit is geen pleidooi voor radicale oplossingen, elk positief resultaat zal compromissen vergen, maar vooraleer we kunnen praten over die compromissen moeten we zelf een machtsrelatie opbouwen. Vandaag kijken we enkel machteloos toe naar hoe de wereld naar de verdoemenis gaat.

Het gevoelen van ontgoocheling en ongenoegen is niet genoeg om de wereld te veranderen, zegt Vijay Prashad. Dat klopt. Maar het leidt wel naar actie, actie om te staken, te betogen én te werken aan alternatieven.

Wie denkt dat het glas half vol is, denkt dat die alternatieven er al zijn, dat we niets bijzonders moeten doen. Zij dwalen. Wie denkt dat het glas half leeg is, zal in alle bescheidenheid zoeken naar de gemeenschappelijke punten die we wel degelijk hebben. Om het tij te keren.

Boosheid en woede om het vele onrecht in de wereld, als ze goed worden ingezet zullen ook die, op termijn, dat gouden randje laten zien. Ze zijn niet in strijd met hoop. Want dat gouden randje zit niet op optimisme of pessimisme, maar in het handelen, de handen uit de mouwen steken. Doen. Tégen de machteloosheid.

Laatste bijdrages

Eén jaar Trump

Ik denk vaak aan hen, de linkse vrienden die een kleine tien jaar terug hoopten dat Trump de verkiezingen zou winnen, hij was immers minder oorlogszuchtig dan Hilary Clinton.…

Groot schimmenspel rond Gaza.

De arrogantie zelf van zijn aanvallen op Latijns-Amerika — Venezuela, maar ook Colombia en Mexico –, en dan ook nog op Europa via Groenland en dus Denemarken, terwijl hij…

Venezuela, quo vadis ?

Veel details zijn er nog steeds niet, maar dag na dag komen er wel gegevens vrij over hoe de VS-inval in Venezuela is verlopen en wat de plannen voor…

Antisemitisme: het meest misbruikte woord

You May Also Like