Haider, met de H van hypocrisie

De vorming van de jongste coalitieregering in Oostenrijk heeft verrassend veel en heftige reacties veroorzaakt in en buiten Oostenrijk. Er heerst grote verontwaardiging over het feit dat de conservatieve ÖVP (lid van de christendemocratische internationale) scheep gaat met de extreem-rechtse (voormalige liberale) partij FPÖ, en die partij daardoor salonfähig maakt. Er kan geen twijfel over bestaan dat er goede gronden bestaan voor die verontwaardiging, zoals bij de lezing van dit artikel duidelijk zal worden. Toch roept de felle reactie onvermijdelijk ook bedenkingen en vragen op. Die willen wij wel even op een rijtje zetten.

Voor alle duidelijkheid: dit wordt geen beschouwing over het oprukken van het Vlaams Blok, noch over het al of niet ‘elastisch’ hanteren van het cordon sanitaire rond de Vlaamse extreem-rechtse partij. Maar voor de strijd tegen extreem-rechts geldt zowel binnen als buiten de landsgrenzen dat die strijd niet gebaat is bij een gebrek aan interne consequentie en geloofwaardigheid.

Met die interne consequentie en geloofwaardigheid is het namelijk niet zo schitterend gesteld wanneer je bedenkt:

– dat enkele jaren geleden er nauwelijks enige reactie te bespeuren viel op het feit dat in Italië (stichtend lid van de Europese Gemeenschap, en niet zomaar een EU-nieuwkomer) de extreem-rechtse Alleanza Nazionale deel uitmaakte van een rechtse regering onder leiding van mediamagnaat Silvio Berlusconi. Die regering was zeker niet minder rechts dan de coalitie die nu in Oostenrijk werd gevormd: naast (of liever: tegenover) de Alleanza Nazionale was immers ook de Lega Nord een van de drie pijlers waarop dit kabinet steunde; en die partij moet inzake vreemdelingenhaat beslist niet onderdoen voor de ‘post-fascisten’. Reacties toen waren even opvallend gematigd als ze nu heftig zijn. De Belgische minister Elio di Rupo stond zowat alleen met zijn weigering om bij een EU-ministerraad zijn Italiaanse collega met AN-signatuur een hand te geven.

Moet die gematigde reflex worden verklaard door het simpele feit dat Italië nu eenmaal een politiek en economisch belangrijker land is dan Oostenrijk, en dat (zoals een 19de eeuwse joodse filosoof in Londen destijds beweerde) het materiële zijn nu eenmaal het bewustzijn bepaalt? Werd de terughoudendheid geïnspireerd door het besef dat zelfs een beperkte uitsluiting van Italië meteen de hele EU ‘onwerkbaar’ zou maken en daarmee nog eens de kwetsbaarheid van de unie pijnlijk zou aantonen? Of…oneindig veel trivialer: hadden democratische politici van zowat alle kleuren en landen, zoals huidig premier Guy Verhofstadt, geen zin om hun vakantie in het vertrouwde zuiden op de helling te zetten?

Wellicht nog het meest verrassend waren sommige Italiaanse reacties-op-de-reacties. Dat de Italiaanse rechterzijde meewarig doet over ‘inmenging in binnenlandse aangelegenheden’ kan je moeilijk anders dan logisch noemen. Maar wanneer kopstukken van de voormalige communistische partij (de thans in de sociaaldemocratiche internationale opgenomen Linkse Democraten) zich verontwaardigd tonen wanneer de (sociaaldemocratische) Duitse bondskanselier herinnert aan de Berlusconi-episode, en daarbij prompt beweren dat de Italiaanse ‘post-fascisten’ niet te vergelijken vallen met de partij van Haider … dan bekijken zij de zaken toch wel door een héél erg roze (of paarse?) bril.

Merkwaardig is ook het stilzwijgen rond de nieuwe rechtse alliantie in Italië. Forza Italia, volwaardig lid van de christen-democratische Europese Volkspartij (EVP), heeft met het oog op de regionale verkiezingen van april, wel een zeer breed front gevormd. Naast Forza, waarin talrijke sympathisanten van Haider, maakt ook de post-fascistische Nationale Alliantie al van in het begin deel uit van de rechtse alliantie. Maar nu zitten er ook nog anderen bij die aan die alliantie een extra uiterst-rechts karakter geven: in 1994 vormde de harde kern van de fascistische MSI, die toen Nationale Alliantie werd, een eigen partij : de MS-Tricolore, een voortzetting van de fascistische partij. Die is nu ook in de rechtse coalitie opgenomen. Samen met de Lega Nord, een bolwerk van xenofobie en racisme. Voorzover ons bekend heeft de EVP daar nog niets over gezegd. Wilfried Martens blijft vol bewondering voor Silvio Berlusconi.

Grijze wolven

– dat (onder meer, maar zeker niet alleen) minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel over het ‘isoleren’ van Oostenrijk precies het omgekeerde beweert van wat hij met betrekking tot Turkije pleegt te zeggen. Om de ‘kandidatuur’ van Turkije als potentieel lid van de Europese Unie aanvaardbaar te maken voor de democratische opinie, werd en wordt steevast als argument gebruikt dat men het land niet mag isoleren, omdat daardoor de extreem-rechtse en integristische krachten nog zouden worden versterkt. In Oostenrijk wil men daarentegen dat isolement precies hanteren als een manier om de foute Oostenrijkse kiezers mores te leren en de FPÖ te doen bijdraaien. Die tweeslachtige aanpak wordt kennelijk niet gehinderd door de overweging dat Oostenrijk alsnog een democratische rechtsstaat is, terwijl democraten en etnische minderheden in Turkije daarvan alleen maar mogen dromen (in hun cel, bij voorkeur).

Louis Michel ziet er ook geen graten in dat de fascistische Nationale Actiepartij (MHP), die nog steeds droomt van een Groot-Turkije van de Balkan tot Centraal-Azië deel uitmaakt van de Turkse regeringscoalitie. De Grijze Wolven, de militie van de partij, zijn ook in België nog steeds onaantastbaar, ook al wezen getuigen op hun rol bij de brandstichting in het Koerdisch Instituut te Brussel in november 1998. En wat voor België geldt, geldt ook voor de Europese Unie: op 3 februari had de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Ismail Cem, in Brussel een onderhoud met de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, Javier Solona, over Turkijes mogelijke rol in het Eurocorps. Wie kan er immers wat tegen hebben dat het Turkse leger gifgas gebruikt tegen de Koerden en volgens mensenrechtenorganisaties verantwoordelijk is voor misdaden tegen de mensheid? Maar we kunnen ons gelukkig prijzen dat we onze ‘Europese waarden’ in Oostenrijk verdedigen.

– dat Louis Michel op 5 september 1999 in Brussel Hashim Thaqi, de leider van het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) ontving en de man zelfs hulp beloofde in de vorm van opleiding voor het raszuivere ‘Kosovaars Beschermingskorps’ dat inmiddels uit militieleden van het UCK is gevormd. Het zal de minister niet onbekend zijn dat het UCK staat voor een etnisch zuiver “Groot-Albanië”. En dat zijn stafchef Agim Cecu, geen Kosovaar maar een Albanese Bosniër, wordt verdacht van misdaden tegen de mensheid in Bosnië in 1995, waar hij ‘hielp’ bij de verdrijving van 300.000 Serviërs uit de Krajina. Officieel bestaat het UCK niet meer en is het ontwapend. In Kosovo echter weet iedereen dat het nog overal de plak zwaait en zelfs in kringen van KFOR, de Kosovo Force van de Verenigde Naties, is iedereen bereid off the record te vertellen dat het UCK nog steeds over het grootste deel van zijn, overigens door de NAVO geleverde, wapens beschikt. De NAVO-troepen binnen KFOR doen daarentegen wel hun best, zoals in Mitrovica, wapens van bedreigde Serviërs in beslag te nemen. De voorbode van een nieuwe anti-Servische ethnische zuivering?

Misdadige terughoudendheid over Tsjetsjenië

– dat de protesten tegen de coalitievorming in Oostenrijk in geen enkele verhouding stonden tot de beleefde uitingen van ongenoegen over het Russische ‘optreden’ in Tsjetsjenië. De mediatieke opwinding over het ene thema kwam misschien juist erg goed van pas om de misdadige terughoudendheid over het andere te doen vergeten. Geheel nieuw is dat overigens niet: alle mogelijke mistoestanden in Rusland zijn ook al meer dan eens vergoelijkt met het argument dat strafmaatregelen het land juist nog meer in handen van ‘economische krijgsheren’ of van (rode of bruine) nationalisten zou drijven.

– dat het met name de heren Michel en Verhofstadt zou sieren wanneer zij tegenover hun politieke ‘vrienden’ in eigen land dezelfde strenge maatstaven zouden hanteren als tegenover hun voormalige zusterpartij in Oostenrijk. Niet geheel zonder reden werd er op gewezen dat Michel in zijn lange mars naar regeringsdeelname niet afkerig was van een bondgenootschap met het FDF, dat vanwege zijn morbiede Vlamingenhaat ongetwijfeld de evenknie mag genoemd worden van racistische partijen als het Vlaams Blok of de FPÖ. Terwijl sommige Antwerpse partijgenoten van premier Verhofstadt standpunten verkondigen die slechts met moeite te onderscheiden vallen van die van het Blok.

Ook aan bepaalde uitlatingen van Euro-commissaris Frits Bolkestein toen die nog partijleider was van de Nederlandse liberalen kan men dan maar beter niet herinneren.

Een gelijkaardige kritiek geldt voor de christendemocraten. Tenslotte is het de ÖVP die door haar weigering om opnieuw scheep te gaan met de sociaaldemocraten de basisvoorwaarde heeft geschapen voor een coalitie met extreem-rechts. In de Benelux zijn er misschien nog een paar christendemocraten die daarover verbaasd doen. Maar op Europese schaal is al veel langer duidelijk dat de confessionele vlag in de meeste landen een conservatieve lading dekt of zelfs gewoonweg overbodig wordt geacht. Nu hoeven conservatief en democraat niet per definitie tegenstrijdig te zijn. Doorslaggevend wordt dan wel de politieke reactie op het feit dat ‘conservatieve volkspartijen’ en ‘rechts-populistische’ partijen voor een goed deel in dezelfde electorale vijver vissen. Werpen de conservatieven zich op als ‘bastion bij uitstek’ tegen extreem-rechts (zoals de Beierse minister-president Stoiber voorhoudt), of laten zij hun programma en praktijk ‘koloniseren’ door hun rivalen?

Op het eerste zicht is Louis Michel inconsequent. Maar wat het buitenland betreft is er een rode draad: de NAVO. En de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie is historisch gezien altijd een anti-democratische organisatie, tegen de Sovejtunie (en nu tegen Rusland) gerichte organisatie geweest en de “Europese waarden” waarover Javier Solana het als NAVO-secretaris-generaal het geregeld had (zonder concreet te zeggen wat die waren) zijn haar volslagen vreemd. Het fascistische Portugal was lid van de NAVO – toen het in 1974 democratisch werd, dreigde het eruit te vliegen. En de NAVO steunde de koloniale oorlogen van dictators Salazar en Caetano in Afrika. Het Spanje van dictator Franco was een feitelijk lid: de Amerikaanse NAVO-bevelhebber was ook bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Spanje. De NAVO heeft ook steeds samengewerkt met extreem-rechtse groepen en die zelfs van wapens voorzien via het Gladio-netwerk. Dat netwerk, zo luidt het officieel, moest dienen voor verzets- en inlichtingenwerk bij een Sovjet-bezetting. Maar ondertussen weten we dat die groepen werkten aan een “strategie van de spanning” in diverse landen in de hoop daar een autoritair regime te vestigen. Het klassieke voorbeeld daarvan is Italië in de jaren 1970, maar ook de “Bende van Nijvel” in België wordt ermee in verband gebracht. Ook de Turkse “Grijze Wolven” mochten op NAVO-steun rekenen.

België volgt traditioneel zeer getrouw wat de Amerikanen in de NAVO dicteren. Alles wat van de NAVO komt is boven elke kritiek verheven. Turkije wordt gespaard, wat het ook moge doen. Om de publieke opinie niet al te erg te schandalizeren wordt er wel af en toe lippendienst bewezen aan de princiepen, maar meer niet. Het UCK mag zich aan oorlogsmisdaden schuldig maken – het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag doet er onderzoek naar – maar de NAVO steunt het, dus… Ook wat Tsjetsjenië betreft volgt België de NAVO-lijn: men moet Rusland sparen om het niet op te schrikken terwijl de omsingelingsstrategie door lidmaatschap van zijn buren wordt voortgezet. Maar naarmate Rusland, “dankzij” de Westerse “hulp”, verder verzwakt zal de kritiek toenemen en zal Tsjetsjenië een stok worden om te slaan.

Van Louis Michel kan dus niet worden verwacht dat hij tegen die extreem-rechtse NAVO-trekken zal reageren. Hij zal ook de NAVO niet in de steek laten, ook al zou men ze als een “terroristische organisatie” kunnen bestempelen. Bijna twintig jaar geleden immers schoten NAVO-vliegtuigen, waarschijnlijk Amerikaanse, bij het Italiaanse eiland Ustica op 27 juni 1980 een DC-9 met 81 inzittenden neer. Volgens een Italiaans rapport van september 1999 gebeurde dat toen ze jacht maakten op Libische Migs. De nabestaanden van de slachtoffers wachten nog steeds op een vergoeding en excuses van de NAVO, maar de NAVO en haar betrokken leden hebben het onderzoek steevast gesaboteerd en weigeren totnogtoe schuld te bekennen.

Was Oostenrijk maar lid geweest van de NAVO, wat het niet kon wegens zijn neutraliteit die werd opgelegd in ruil voor het vertrek van het Sovjet-leger in 1955, dan was er geen vuiltje aan de lucht geweest…

 

FPÖ pakt media aan

Het voorgaande neemt niet weg dat er een ernstig probleem is in Oostenrijk. De nieuwe regering heeft haar prioriteiten. En controle op de media is er een van. Jörg Haiders partij doet wat de leider jarenlang aankondigde: indien hij (mee) aan de macht zou komen, zou hij ervoor zorgend at de redacties "minder leugens verspreiden". Concreet betekent dat: censuur.

De regering heeft het vooral gemunt op de tv-zender ORF. Die zender was dan ook jarenlang voorwerp van de Oostenrijkse ‘lottizzazione’, de verkaveling tussen SPÖ en ÖVP die de posten er onder elkaar verdeelden. De ORF was sterk "gepolitiseerd" (partijgebonden), wat de redactie die uit was op grotere onafhankelijkheid al lang stoorde.

De FPÖ acht nu haar tijd gekomen om een kavel in te nemen. Maar het gaat om meer dan dat. De regering was nog maar gevormd, of Peter Westenthaler, fractieleider van de FPÖ en nummer twee van de partij, eiste een reeks ontslagen en sancties naast het schrappen van een achtergrondprogramma. Führer Haider heeft nooit weggestoken dat hij een zeer autoritaire kijk op de media heeft: die moeten vooral zorgen voor een positief imago van de Führer.

Er is een precedent voor deze Oostenrijkse toestand: toen Silvio Berlusconi in april 1994 met steun van de post-fascistische Nationale Alliantie in Rome aan de macht kwam, was de controle over de RAI ook een van zijn absolute prioriteiten. Daar was het verschil dat Berlusconi al drie nationale tv-zenders had en er de overheidszenders, zijn concurrenten, ook wou bijnemen. Met zeer actieve steun van zijn partners, de erfgenamen van het Italiaans fascisme.

 

Brief uit Wenen

Kort na het aantreden van Schüssel en compagnie kregen we uit Wenen een alarmerende boodschap over de eerste maatregelen van de nieuwe regering (17 februari):

"We maakten gisteren een voorlopig lijstje van de eerste maatregelen van de nieuwe regering. Enkele voorbeelden:

Het ministerie voor vrouwenzaken is opgedoekt, evenals het departement vrouwen bij het ministerie van Sociale Zaken.

De manager van een uitgeverij in Salzburg is na meer dan twintig jaar in die functie ontslagen. De officiële reden is dat hij teveel "rode" publicaties uitgaf en dat de uitgeverij meer Oostenrijkse auteurs moet uitgeven.

Een journalist binnenland van een dagblad werd ontslagen met als reden dat de lezers zijn kritiek op Haider niet lusten.

Radio FM4, een overheidszender voor de jeugd, gaf informatie over de betogingen tegen Haider. De zender kreeg bevel daarover voortaan te zwijgen.

Op 8 februari had het eerste "openbaar" parlementair debat plaats na de installatie van de nieuwe regering. Mensen die het debat wilden bijwonen, mochten niet door met als officiële reden dat er geen plaats meer was. De media hadden het echter over de lege plaatsen. De enige aanwezigen waren cadetten van de politie.

Op 4 februari zette de politie voor de eerste keer in Oostenrijk waterkanonnen in tegen een betoging. Toen betogers vorige zondag het openbaar vervoer namen na een demonstratie bij de ORF riep de trambestuurder dag en plaats om van de volgende betoging.

De FPÖ neemt geen afstand van fascistische en racistische verklaringen, zelfs als andere partijen haar daar uitdrukkelijk naar vragen.

In een boekhandel stond een bordje met een uitspraak van Hannah Arendt: ‘Niemand heeft het recht te gehoorzamen’. Een dag later lag er een pak uitwerpselen aan de ingang van de boekhandel.

Verscheidene ingeweken vrienden overwegen om Oostenrijk binnenkort te verlaten.

Een oudere Oostenrijkse zei zich te herinneren hoe het in 1938 was. Alles doet me aan dat jaar herinneren, zei ze.”

 

Austro-fascisme, Schüssel en Dolfuss

Na de Tweede Wereldoorlog hebben de grote partijen in Oostenrijk, ook de sociaal-democratische, zich ingespannen om Oostenrijk uitsluitend voor te stellen als een slachtoffer van het nazisme. Met het collectief geheugenverlies werd een periode binnenlandse geschiedenis verdrongen.

Want voor de Anschluss van 1938 was er een zeer bloeiend klerikaal “austro-fascisme”, het fascisme was geen invoerproduct. Dat fascisme borduurde voort op de sterke racistische anti-semitische en anti-Slavische sentimenten uit het Oostenrijks-Hongaarse imperium.

Schüssel had een voorganger. In mei 1932 kwam de christen-democraat Engelbert Dolfuss aan de macht; hij sloot een alliantie met de uiterst-rechtse ‘Heimwehren’ en voerde een zeer agressief beleid tegen links en de vakbonden. Toegejuicht door een katholieke kerk waarin vandaag ook nog zeer sterke anti-democratische tendensen zitten. De kerk zag in het beleid van Dolfuss de toepassing van de sociale encyclieken van de kerk.

Dolfuss’ autoritair beleid leidde in februari 1934 tot een reactie van de socialisten en tot een repressie waarin in drie dagen tijd 1.500 doden en 5.000 gewonden vielen. De socialistische voorman Koloman Wallisch werd opgehangen, de christen-democraat Dolfuss ontbond alle democratische bewegingen. Maar in juli 1934 werd hij zelf vermoord door de nazi’s die intussen leger, politie en administratie hadden geïnfiltreerd – zoals de FPÖ van Haider nu doet.

Dolfuss’ opvolger Hermann Schuschnigg trachtte nog te schipperen, maar elk weerwerk was nu zinloos geworden tegen de nazi’s die de Anschluss bezegelden, met hartelijke instemming van kardinaal Innitzer.

 

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Uitpers