Hahaha! Economische wetten!

Je weet wel, die ‘wetten’ waarmee economen, maar eigenlijk vooral politici je om de oren slaan als je iets erg zinnigs zegt wat hen niet bevalt. Je houdt dan geen rekening met de heilige koe van de economie. Wel, ze zouden daar best heel snel mee ophouden, want van al die ‘wetten’ is er weinig dat nog stand houdt.

Mijn lijfblad om iets van de economie te begrijpen is al decennialang ‘Alternatives Economiques’. Het is bijzonder didactisch en legt je in  simpele woorden – en met cartoons – uit wat economen in moeilijk jargon of met statistieken proberen te bewijzen. Of ze leggen het tegendeel uit.

In het laatste nummer halen ze tien zogenaamde ‘wetten’ over de hekel en leggen uit waarom ze helemaal geen ‘wetten’ zijn en waarom economie dus ook helemaal geen ‘wetenschap’ is.

Lees even mee.

Als je teveel geld creëert dan krijg je inflatie. Het argument wordt o.m. gebruikt tegen het basisinkomen, of tegen helikoptergeld. Nu ben ik zelf geen voorstander van beide maatregelen, maar niet omdat ze inflatie zouden veroorzaken. Ze doen dat namelijk niet. Tijdens de jaren ’80 steeg de geldhoeveelheid sneller dan de activiteit, en de inflatie ging dalen. In de jaren ’90 hield de geldhoeveelheid gelijke tred met de productie, en toch stegen de prijzen. En nu is er ‘quantitative easing’ hopen geld die in de economie worden gepompt en de economen smeken om wat inflatie!

Dat komt omdat inflatie helemaal geen zuiver monetair gegeven is, maar wel alles te maken heeft met politiek en met sociaal beleid. Raul Prebisch wist dat al in de jaren ’50, maar werd o.m. daarom verguisd. Toch hebben economen ons die valse waarheid willen opdringen.

Les twee: als de werkloosheid laag is gaan de lonen stijgen. Het lijkt logisch, want als er weinig arbeidskracht beschikbaar is, zullen de werkgevers meer geld op tafel moeten leggen om ze binnen te halen. En ze zullen hun prijzen moeten optrekken. Dat is de beroemde ‘Phillips-kurve’ die stelt dat je niet tegelijk weinig werkloosheid en weinig inflatie kan hebben.

Die redenering klopte tot begin van de jaren ’90. Vanaf toen zijn er zoveel mensen ontgoocheld uit de arbeidsmarkt gestapt en zijn er zoveel nepstatuten bijgekomen dat de werkloosheidscijfers lang niet meer aangeven hoeveel mensen er eigenlijk wel willen werken. Tel daarbij dat de vakbonden veel van hun macht verloren zijn, en de wet gaat lang niet meer op.

Hebben we de Beurs nog wel nodig?

Les 3: de Beurs financiert de ondernemingen. Wel nee, tegenwoordig trekt de beurs geld weg uit de economie. Minder en minder bedrijven vragen hun inschrijving aan en meer en meer bedrijven kopen hun eigen aandelen op. Dat komt dan weer omdat het arbeidsaandeel in de winst kleiner en kleiner wordt, de bedrijven meer winst maken en zichzelf kunnen financieren. Door de eigen aandelen op te kopen stijgen de koersen en de CEO’s die deels in aandelen betaald worden wrijven zich in de handen. Kortom, de Beurs is lang niet zo belangrijk meer.

Les vier: een devaluatie bevordert de groei. Ook dat lijkt logisch, hoe goedkoper je product, hoe makkelijker het verkoopt. Met een devaluatie kan je makkelijker exporteren, dus je zal sneller groeien. Alleen klopt dat alweer niet meer omdat in deze tijd van mondialisering er zoveel producten van verschillende oorsprong in je eindproduct zitten, dat de devaluatie niet op kan tegen de hogere prijs die je moet betalen voor de import. Zucht.

Les vijf: met een hoger basisloon gaan er banen verloren. Hoe vaak hebben we dat al gehoord? Volgens een OESO-studie kan er nagenoeg nergens een bewijs voor gevonden worden. Ook het IMF toont aan dat het in arme landen alvast niet werkt. Dit is een zuiver ideologische ‘wetmatigheid’, wie even aan het rekenen gaat, stelt vast dat precies het omgekeerde gebeurt. En uiteraard, ook de armoede vermindert.

Les zes: Minder sociale bijdragen zijn goed voor de werkgelegenheid. Nog zo’n dooddoener! Helaas, de gevolgen voor de sociale zekerheid komen er sneller dan voor de werkgelegenheid. Dat deze ‘wet’ helemaal niet klopt verklaart wellicht waarom er zo weinig onderzoek naar gebeurt.

Les zeven: een negatieve rentevoet, dat kan niet. Maar hij is er! Heel wat ‘betrouwbare’ landen hebben de laatste jaren er nog geld bijgekregen toen ze een lening aangingen. Economisch heeft dit totaal geen zin, en toch gebeurt het. Er is vandaag gewoon té veel spaargeld en er wordt te weinig geïnvesteerd. Absurd, maar echt.

De rijken nog wat rijker

Les acht: vrijhandel is goed voor iedereen. We worden er mee om de oren geslagen, maar we weten al lang dat het niet klopt. Jawel, de mondialisering heeft winnaars en verliezers, en de winnaars zijn een behoorlijk klein groepje van geprivilegieerden. Het zijn de rijken die nog rijker worden van de mondialisering en de ongelijkheid doen groeien.

Les negen: Ondernemingen hebben het spaargeld van de gezinnen nodig. Het is zowat de eerste les die je krijgt in elke cursus economie. Bedrijven gebruiken het spaargeld om te investeren. Maar dat is al lang niet meer het geval, want de bedrijven, en zeker multinationals hebben zelf spaargeld op overschot, veel meer dan de gezinnen.

Les tien: te veel overheidsschuld verhindert de groei. Aan de basis van deze stelling zouden gewoon wat rekenfouten liggen! En dat de groei wordt gehinderd heeft meer te maken met het soberheidsbeleid dan met de overheidsschuld. In deze tijd van coronacrisis zien we ook dat meer overheidsuitgaven en meer schuld noodzakelijk zijn om de economie te laten overleven. Gewoon.

Afijn, tel maar op, van één tot tien. Misschien gewoon wat te veel ideologie?  

Visited 21 Times, 2 Visits today

Tags :