Haalt Zimbabwe 2005?

Aan de vooravond van 2004 hebben de politieke hoofdrolspelers in Zimbabwe hun posities bepaald die hen naar de verkiezingen van 2005 moeten brengen. De regeringspartij ZANU(PF) wil het uithouden tot de normale verkiezingsdatum.

De oppositiepartij MDC (Movement for Democratic Change) wil de druk op de ketel houden om de democratische instellingen te verbeteren en een faire verkiezingsstrijd mogelijk te maken. Dit alles tegen een achtergrond van sociale en economische afgang met inflatie van rond de 600 pct., totaal gebrek aan buitenlandse deviezen, terwijl 70% van de bevolking onder de armoedegrens leeft.

Na een jaar van intens lobbyen en debatten over ‘de opvolging’, de vervanging van partijleider en president Robert Mugabe, leidde de jaarlijkse conferentie van ZANU(PF) van 4 tot 6 december naar een anti-climax. Mugabe liet onomwonden verstaan dat hij zijn verkozen termijn zou uitdoen en dat de opvolging zonder termijn was uitgesteld. De partij moest de strijd aanbinden tegen de nieuwe klasse van autochtone entrepreneurs ‘die soms anti-patriotisch handelt en zich overgeeft aan speculatie in plaats van te werken voor economische productie’.

Bovendien voerde hij de partijconferentie aan rond het thema van de schorsing uit de Commonwealth, die gelijktijdig haar tweejaarlijkse top van regeringsleiders hield in Abuja, Nigeria.

De Commonwealth besliste om Zimbabwe verder geschorst te houden, maar Zimbabwe kondigde vrijwel onmiddellijk aan dat het definitief opstapt uit ‘de Club’. De Westerse media en opinie portretteerden dit als een verdere verscherping van het internationaal isolement van Zimbabwe. Maar de Commonwealth kwam intern erg verdeeld uit het debat. Zimbabwe bleek op nog steviger steun te kunnen rekenen van sommige Afrikaanse landen en vooral de landen van de SADC (Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelings Gemeenschap), die de isolering van Zimbabwe afkeurden. President Mbeki van Zuid-Afrika wijdde er zijn eerstvolgende wekelijkse brief aan de natie (ANC Today) aan en schreef over racistische trekjes in de Commonwealth en bulldozer-technieken van de ‘blanke landen’ van de Commonwealth.

Een paar weken later hield het MDC op 20 en 21 december haar eerste werkelijke nationale conferentie. De nadruk lag op het versterken van de democratische instellingen, onder meer het instellen van een onafhankelijke verkiezingscommissie, via parlementaire weg maar ook met massa-actie als dat nodig is. Maar tegelijk werd de deur opengelaten voor deelname aan een vorm van coalitie-regering in de interim-periode ‘indien dat bevorderlijk is voor het herstel van democratische en burgerlijke vrijheden’.

Over de landkwestie verklaarde MDC voor het eerst dat ze niet terug wil naar de eigendomsverhoudingen van voor de landhervorming van 2000. Onteigende blanke boeren zullen niet hun land terugkrijgen maar moeten volgens MDC een billijke compensatie krijgen.

Beide partijen bleven opvallend vaag over de strijd tegen de economische rampspoed. Op beide conferenties werd lippendienst bewezen aan de strijd tegen inflatie en muntontwaarding, zonder een concrete strategie op tafel te leggen.

Daarmee is een soort van politieke patstelling tot aan de volgende verkiezingen bereikt. De regeringspartij wil het uitzweten tot aan de verkiezingen. En zich dan met een nieuwe partijleider en kandidaat-president tot de kiezer wenden. De oppositie wil zoveel mogelijk het terrein voor zichzelf effenen via parlementaire weg en straatacties en is ervan overtuigd die verkiezingen met glans te winnen, onder leiding van haar huidige voorzitter Morgan Tsvangirai.

Voorspellingen over de uitkomst van die patstelling is niet aan de orde in Zimbabwe. Politieke waarnemers vragen zich wel af of Zimbabwe onder die huidige patstelling de verkiezingen van 2005 zal halen. Of zal 2004 integendeel een jaar worden van politiek sociale implosie ofwel van een constructieve samenwerking tussen de twee hoofdrolspelers, met in beide scenario’s vervroegde verkiezingen als uitkomst en misschien een begin van uitweg uit de crisis?

De patstelling is eigenlijk al begonnen met de betwiste uitslag van de presidentsverkiezingen in maart 2002. Toen werd Mugabe met een comfortabele meerderheid (54% van de stemmen) herverkozen maar de uitslag werd direct betwist door de oppositie en door een deel van de buitenlandse waarnemers.

Oppositieleider Tsvangirai zit al sinds die tijd op het beklaagdenbankje wegens het beramen van een moordaanslag op president Mugabe. En de oppositie daagt Mugabe voor de rechter wegens verkiezingsfraude en eist een directe heruitgave van de presidentsverkiezingen.

De ‘internationale gemeenschap’ heeft in deze zaken en in de hele controverse rond Zimbabwe al inherent haar houding bepaald: ze vindt dat Tsvangirai onterecht voor de rechter gedaagd want de aantijging van moordcomplot zijn verzonnen. Mugabe zou onwettig aan de macht zijn want de verkiezingen waren gefraudeerd.

Maar zo eenvoudig ligt het niet in Afrika en in andere delen van de wereld.

De verkiezingsuitslag van maart 2002 werd afgekeurd door de VS, door het VK en de EU in zijn geheel, en door een delegatie van de Commonwealth. De EU had al bij voorbaat expliciet kamp gekozen, door zijn groep van verkiezingsmonitoren voortijdig terug te trekken en door op 18 februari – zes weken voor de verkiezingen – sancties uit te vaardigen tegen de regeringsleden van Zimbabwe.

De verkiezingsmonitoren van de Afrikaanse Unie, van SADC, van Zuid-Afrika, individuele landen als Nigeria en Tanzania verklaarden de verkiezingen te aanvaarden. Zo deden ook China en Rusland, plus kleinere landen als Maleisië.

De meningen over de rechtmatigheid van de verkiezingen lagen in het internationale kamp duidelijk verdeeld rond politieke lijnen.

Direct na de verkiezingen stuurden Zuid-Afrika en Nigeria aan op gesprekken tussen regering en oppositie om uit de impasse te komen. De Commonwealth schorste Zimbabwe voor de duur van een jaar en mandateerde een trojka van drie presidenten (Mbeki van Zuid-Afrika, Obasanjo van Nigeria en Howard van Australië) om uit te maken of Zimbabwe daarna nog verder moest geschorst blijven. Net voor de afloop van die termijn lieten Mbeki en Obasanjo weten dat volgens hen de schorsing moest ten einde lopen. Maar Howard hield het been stijf en liet de schorsing handhaven tot aan de vergadering in Abuja. De verdere afloop is bekend.

De EU verlengde haar sancties in februari 2003 voor de duur van een jaar. En ondertussen vaardigde de VS sancties uit die nog strenger waren en alle financiële en monetaire steun van de Internationale Financiële Instellingen aan Zimbabwe blokkeerden. Bovendien bevat de ‘Zimbabwe Democracy Act’ een massale financiële steun voor de oppositie en groepen van de burgerlijke maatschappij.

Langs de andere kant kwamen er steeds meer samenwerkingsakkoorden met onder meer Libië, Maleisië en vooral met China. Libië hielp Zimbabwe zelfs een jaar lang door een pijnlijke benzine en dieselcrisis, via een ruilhandelakkoord waarbij Zimbabwe landbouwproducten in ruil zou leveren.

Op het binnenlandse vlak organiseerde de oppositie en de vakbond (ZCTU) een aantal protestacties gaande van algemene stakingen tot massale betogingen. De massale betogingen grepen niet plaats maar het stilleggen van de fabrieken en de distributie kende wel succes.

In juni 2003 organiseerde de oppositie een weeklange staking, onder de slogan de ‘Last Push’, een duidelijke verwijzing naar een mogelijke omverwerping van de regering.

De posities werden verhard, er kwamen wederzijdse beschuldigingen van kwade trouw over het al dan niet bestaan van de inter-partijgesprekken. Onder die omstandigheden liep het jaar naar zijn einde en gaven de twee partijconferenties een soort officiële stempel aan de allang bestaande patstelling.

Op het internationale vlak lijkt Mbeki de rol van voortrekker te blijven spelen. Hij bezocht eind december nogmaals Zimbabwe met als uitdrukkelijk doel de inter-partijgesprekken nieuw leven in te blazen met zo mogelijk een gezamenlijk scenario om tegen medio 2004 uit de crisis te geraken.

Mocht Mbeki in zijn opzet slagen, dan heeft hij niet alleen Zimbabwe een enorme dienst bewezen, maar bovendien zal hij de ‘blanke’ Commonwealth een grote Afrikaanse neus gezet hebben door aan te tonen dat zijn ‘stille diplomatie’ tot betere resultaten leidt dan harde confrontatie en uitsluiting.

(Uitpers, nr. 49, 5de jg., januari 2004)

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :