Agrarische conflicten in Guatemala sudderen verder
Het zag er allemaal veelbelovend uit. De regering van de sociaaldemocratische president Bernardo Arévalo wilde van bij het begin grondig werk maken van een ophefmakende toenadering tot de agrarische sector, die zucht onder de wurggreep van de traditionele grootgrondbezitters. Van oudsher, wie aan het grondbezit raakt, is een vogel voor de kat. De regering begon contacten te leggen met de belangrijkste boerensectoren om met hen in zee te gaan voor verdere afspraken en akkoorden. Het werden uiteindelijk het Comité Campesino del Altiplano (CCDA ) (Boerencomité van het Hoogland) in de noordelijke streek Cobán; Unión Verapacense de Organizaciones Campesinas (UVOC) (Unie van Boeren uit de streek van Verapaz); Central Campesina Chortí Nuevo Día (CCCND) (Centrale van Chortí Boeren – Nuevo Día) en Comité de Unidad Campesina (CUC) (Comité voor Boereneenheid), dat op nationaal vlak actief is.
Afspraken op papier
Na verscheidene bijeenkomsten tussen boerenleiders en functionarissen van de regering werden enkele belangrijke taken afgesproken, die de regering op zich zou nemen. In een eerste akkoord werd de oprichting van een mechanisme aangenomen, onder de verantwoordelijkheid van het privé-secretariaat van de president om dringende en geaccumuleerde conflicten aan te pakken. Volgens gegevens van de Presidentiële Commissie voor Vrede en Mensenrechten zijn er momenteel meer dan 1500 gevallen van actieve grondconflicten in het land, die voornamelijk worden veroorzaakt door het gebrek aan rechtszekerheid over grond en de illegale bezetting van grond. Boeren- en inheemse gemeenschappen worden geconfronteerd met gewelddadige uitzettingen uit hun voorouderlijk grondgebied door de politie en het leger, waarachter landbouwbedrijven en door de staat gesteunde mijnbouwindustrieën schuilgaan.
Een al even belangrijk thema is de toegang voor de boerenbevolking tot grond. Die zal via verschillende modaliteiten worden bevorderd. Het Fonds voor Grond (van de staat), dat verre van behoorlijk functioneerde, zal worden geherstructureerd. Daarbij zal de oorspronkelijke geest van de vredesakkoorden worden hersteld. Inheemse en boerenvertegenwoordigers zullen in de raad van bestuur worden opgenomen. De vredesakkoorden, ondertekend einde 1998 na een 36jarig gewapend conflict, voorzagen verregaande verplichtingen in het voordeel van de boerenbevolking. Maar tijdens het mandaat van de vorige opeenvolgende regeringen bleven, net als de meeste andere, ook de heikele afspraken rond het grondbezit en de agrarische conflictsituatie dode letter.
Om toezicht te houden op de effectieve uitvoering van de afgesproken maatregelen zal er een permanente politieke ruimte voor communicatie gecreëerd worden tussen de regering en de boerensector. Deze laatste zal worden vertegenwoordigd door de Boerenraad, die in eerste instantie zal bestaan uit twee vertegenwoordigers van elk van de ondertekenende boerenorganisaties.
De aanwezige boerenleiders konden tijdens die vergaderingen vrijuit hun wensen, grieven en opinies kwijt. Zo stelde bij voorbeeld Omar Jerónimo, coördinator van Nuevo Día, twee centrale en historische schulden van de Guatemalteekse staat aan inheemse volkeren en boerengemeenschappen aan de orde. Beide schulden delen minstens eenzelfde oorzaak: het totale gebrek aan erkenning van de bijdragen van de inheemse volkeren aan het land. Vooreerst is er het agrarisch probleem. “Vijfenveertig procent van de Guatemalteekse bevolking heeft minder dan één hectare land, en ongeveer 47 procent heeft tussen één en tien hectare. En wil dit nu net deze bevolking zijn die het land voedt”, zei Omar. En het is die bevolking die pas zichtbaar wordt voor de staat en de samenleving “wanneer ze grond van de gemeenschappen willen afpakken.” Anderzijds heeft de democratie geen rekening gehouden met de behoeften van de inheemse bevolking en de boeren, ondanks het feit dat zij de democratie in haar meest kwetsbare momenten hebben verdedigd. Met dit laatste verwijst hij naar de vele maanden dat de voornamelijk inheemse bevolking autowegen bezette, dag en nacht kampeerde voor het gebouw van het Openbaar Ministerie om er voor te zorgen dat verkozen president Bernardo Arévalo de politiek macht overnam tegen de wil van corrupte staatsfunctionarissen.
Overweldigende weerstand
Meer dan anderhalf jaar later is er niet veel veranderd, zelfs structureel niets. De regering sloot overeenkomsten en zocht mechanismen voor een dialoog met boerenorganisaties om conflicten aan te pakken, toegang tot land te krijgen en de plattelandseconomie te versterken. Ze investeerde in modernisering en technische instituten voor productieve ondersteuning. Deze stappen hebben echter niet geleid tot vooruitgang in processen voor toegang tot grond, op punt stellen van het kadaster, agrarische rechtvaardigheid, ingrepen die kostelijk, traag en politiek gevoelig liggen. Tegenstand en obstakels tegen ambitieuze hervormingen zijn immers overweldigend. Traditionele oppositie van grootgrondbezitters, economische en juridische machthebbers. Een zwak rechtssysteem, onvolledige kadastrale processen en corruptie bij de procedures voor de eigendomstitels van grond vergroten de straffeloosheid en de onzekerheid over grondeigendom. Daarnaast maken conflicten in verband met nationale en internationale mijnbouwbedrijven, particuliere veiligheidsdiensten en in sommige gevallen de georganiseerde misdaad geschillen nog extra gevaarlijk en politieker.
Juridische vervolging
Het Comité Campesino del Altiplano (CCDA) klaagde het feit aan dat er meer dan 3.100 arrestatiebevelen tegen haar leden zijn uitgevaardigd. Alleen al in 2024 en tot nu toe (half 2025) werden effectief 28 leden gevangen gezet. Leden van de organisatie werden onder meerr aangehouden en vastgezet uitgerekend toen ze onderweg waren naar de hoofdstad om vergaderingen bij te wonen met overheidsinstellingen die zich bezighouden met agrarische conflicten.
De aanhouding van Leocadio Juarcán, leider van CCDA was een manoeuvre van intimidatie. Hij werd door het Openbaar Ministerie aangeklaagd voor ernstige verwondingen en opsluiting, maar zijn zaak werd gesloten. Na zeven dagen in de gevangenis kreeg hij zijn vrijheid terug.
Op 3 september jongstleden werden tien leden van de gemeenschap Nueva Esperanza gearresteerd, terwijl ze op weg waren naar de rechtbank van eerste aanleg om hun rechtspositie op te lossen.
De pogingen van de uitvoerende macht om gedeeltelijk tegemoet te komen aan de inlossing van haar beloften tijdens de verkiezingen en aan de noden van de achtergestelde boerenbevolking worden duidelijk tegengewerkt door de rechterlijke macht, die in de greep zit van corrupte individuen.
De Agrarische Overeenkomst de mist in?
Het Agrarisch Akkoord tussen de regering en enkele boerenorganisaties werd ondertekend op 7 februari 2024 in het Nationaal Paleis. De bedoeling was om het landbouwconflict aan te pakken en criminalisering tot een minimum te beperken. Maar tot op heden is er weinig vooruitgang geboekt, klaagt een van de boerenleiders.
“Het duurt nu al twee jaar en we hebben de formaliteiten van de verplichtingen nog niet gezien en het is betreurenswaardig dat we nog steeds wachten op het werk dat ons naar behoren is opgedragen,” zei Mauricio Rivas van de Gemeenschap Nueva Esperanza.
Leocadio Juracán zei dat er geen budget was toegewezen voor het Akkoord. Dat was nochtans een van de fundamentele afspraken. “Deze overeenkomst is met veel verwachtingen en hoop tot stand gekomen. Maar zoals we vaak zeggen, een beleid zonder budget is geen beleid, het is belangrijk om de politieke wil te tonen van de ambtenaren die zich hebben geëngageerd om de landbouwproblemen in het land aan te pakken.”
Inmiddels werden tussen september 2024 en augustus 2025 eventjes 115 actieve agrarische conflicten gesignaleerd, een toename van 22% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Concrete vooruitgang
Toch werden al een aantal voorzichtige stappen ondernomen in het kader van het Akkoord. Er werden vier technische secretariaten opgericht om de opvolging van de afspraken te verzekeren.
Hier en daar werden gemeenschappelijke workshops georganiseerd om het gebruik van gronden in kaart te brengen en onnauwkeurige grenzen op te sporen. Tegelijk werd onderzoek verricht naar de productieve en sociale behoeften in een aantal gemeenten.
Proefprojecten in drie prioritaire gebieden (Alta Verapaz, Petén en Quiché) werden gerealiseerd en kadastrale kaarten onder de loep genomen. Daar werden meer dan 50.000 percelen in het kadaster bijgewerkt als basis voor toekomstige kadastervorming. Er is nog een heel lang en kronkelig parcours af te leggen om het vele jaren aanslepend conflict rond grondbezit enigszins te overstijgen.
Bron:
