Globalisering, een historisch proces (6)

In de afgelopen twee decennia heeft de kapitalistische economie wereldwijd een grondige verandering ondergaan. Sommigen beweren dat de huidige globalisering wezenlijk niet anders is dan die uit de tijd van voor de Eerste Wereldoorlog. Hoewel het juist is dat de expansie van de export en kapitaalstromen in relatie tot het bruto nationaal product (bnp) van de belangrijkste kapitalistische landen met die van nu te vergelijken is, kunnen we in de huidige ontwikkeling een kwalitatief verschil zien.

In het verleden voltrok het globaliseringsproces zich door transacties op afstand, of in de handel of op het gebied van investeringen. De huidige globalisering gebeurt vooral binnen de internationale bedrijven. Deze transnationale ondernemingen zijn nu de belangrijkste elementen in de globalisering en overstijgen in kapitaal vrijwel alle staten.

De omvang en het belang van de transnationale ondernemingen in het globaliseringsproces wordt uitgedrukt in de belangrijk toegenomen directe buitenlandse investeringen, de vestiging van nieuwe fabrieken en andere werkplaatsen.

In 1996 werd het totaal aan directe buitenlandse investeringen op wereldschaal geschat op 3.200 miljard dollar. Dat is tweemaal de omvang van het totaal aan investeringen in de jaren tachtig. Tussen 1991 en 1996 steeg de omvang van de directe buitenlandse investeringen jaarlijks met 12 procent, terwijl de export maar met 7 procent steeg. In 1995 genereerden 280.000 bedrijven, verbonden aan de transnationale ondernemingen, 7.000 miljard dollar, wat 20 procent meer was dan de mondiale export van goederen en diensten.

Volgens de Wereldbank is het aandeel van de bedrijven in de productie op wereldschaal gestegen van 12 procent in 1977 tot 18 procent in 1992. In de Verenigde Staten waren in het begin van de jaren negentig de transnationale ondernemingen goed voor 40 procent van de totale import. Geschat wordt dat 70 procent van de wereldwijde betalingstransacties tussen de ondernemingen en hun dochterondernemingen plaatsvindt.

Een sleutelcomponent van de huidige globalisering is de opkomst van één wereldwijde financiële markt. Sinds 1985 zijn de transacties in internationale valuta meer dan vertienvoudigd. Volgens de Bank of International Settlements (NBS) wordt er per dag gemiddeld voor 1.500 miljard dollar verhandeld.

Deze enorme toename van kapitaalsstromen betekent een grote aantasting van de financiële macht van de centrale banken. In 1983 hadden de vijf belangrijkste centrale banken 139 miljard dollar in reserve, tegenover dagelijkse handel ter waarde van 39 miljard dollar. Drie jaar later zaten ze al op dezelfde omvang en in 1992 waren de rollen gekeerd. De centrale banken hadden 278 miljard dollar in reserve, tegen een dagelijkse handel ter waarde van 623 miljard dollar. Daarna is de omvang van de waarde van de dagelijkse handel meer dan verdubbeld. De globalisering is niet slechts een toename van internationale economische activiteit. Het betekent ook een kwalitatieve verandering in de structuur van de kapitalistische wereldeconomie. Kapitaal bestaat in drie vormen: financieel kapitaal, productief kapitaal en handelskapitaal. De expansie van kapitaal vindt plaats door de verandering van het kapitaal in deze drie vormen. Financieel kapitaal wordt gebruikt om productief kapitaal (machines en grondstoffen) en arbeidskracht te kopen om het productieproces in gang te zetten en de producten, het handelskapitaal, leveren dan opnieuw financieel kapitaal op.

De verandering van de ene vorm van kapitaal naar de andere is een kwalitatieve verandering. Alleen bij de omzetting van productief kapitaal naar handelskapitaal vindt er ook een kwantitatieve verandering plaats. Een toename, die wordt verkregen door de meerwaarde die door de mensen die in het bedrijf werken, wordt geproduceerd. Dat is de winst die naar de eigenaar of naar de aandeelhouders van de onderneming gaat.

De geschiedenis van de kapitalistische productie kan worden gezien als de internationalisering of globalisering van deze drie vormen van kapitaal. De ontwikkeling van het handelskapitalisme aan het einde van de Middeleeuwen bereikte in de 17de eeuw een dusdanige omvang dat een revolutionaire omvorming van de productie noodzakelijk werd om aan de vraag naar producten te kunnen voldoen. Via de manufactuur ontstond in de Industriële Revolutie in de 18dd eeuw de moderne kapitalistische industrie. Door de groei van de productie en internationale handel in de loop van de 19de eeuw en bovenal door het feit dat producten meer en meer op de wereldmarkt werden verkocht, ontwikkelde zich de internationalisering van het handelskapitaal. De ontwikkeling van de internationale investeringen en het ontstaan van een internationaal banksysteem in de tweede helft van de 19de eeuw, bewerkstelligde de internationalisering van het financieel kapitaal. In de loop van de twintigste eeuw ontstond door de internationalisering van het financieel kapitaal een kleine groep van uiterst vermogende en machtige bedrijven en banken. Daarnaast kunnen we in de huidige globalisering zien dat de internationale handel in aandelen of andere waardepapieren enorm is toegenomen en speculatieve vormen heeft aangenomen. Het onvermogen om na de economische crisis van de jaren zeventig via productie de bedrijfsrendementen weer terug op het naoorlogse peil te krijgen, heeft een proces in werking gezet om via speculatie op de beurs extra winsten te behalen. Voor veel bedrijven is het lucratiever om te speculeren met aandelen van hun dochterondernemingen dan te produceren. De windhandel die is ontstaan zuigt kapitaal naar de beurzen en heeft ertoe geleid dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten deze windhandel voor veel mensen een belangrijk deel van hun bezit is.

Op deze wijze trekken de transnationale ondernemingen kapitaal naar zich toe. Pensioenen en spaargelden van mensen vinden hun weg via de pensioenfondsen en andere financiële instellingen naar de roulette op de beurs. Via reclamecampagnes en beeldvorming in de media wordt gepoogd zoveel mogelijk geld te genereren, waarbij men zich niet beperkt tot alleen spaargelden. Ook het loon of salaris wil men via zogenaamde ‘aandelenopties’ uitbetalen. De beurs moet als een zwart gat geld blijven aantrekken, omdat ze anders klapt. Een teken dat dit niet ondenkbeeldig, was in maart van dit jaar te zien aan het kelderen van de beurzen in de Verenigde Staten, waar in enkele dagen 4.600 miljard dollar verdampte.

Niet alleen het direct onttrekken van geld bij mensen, ook het privatiseren van gemeenschapsbezittingen of voorzieningen is een belangrijk middel voor de bedrijven om hun positie te verbeteren. Openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg, water en energievoorziening, tot in sommige landen zelfs parken, zijn lucratieve onderdelen om te exploiteren. Het gevolg hiervan is dat de overheden steeds minder greep krijgen op de economische en sociale processen in hun land, waardoor hun positie ondergraven wordt en daarmee ook die van de nationale staat.

Het verschil tussen de globalisering van nu en die van het begin van de 20st eeuw is de internationalisering van het productief kapitaal. Bij het eerdere globaliseringsproces vond wel internationalisering plaats van financieel kapitaal en handelskapitaal. Grondstoffen werden op de wereldmarkt gekocht, goederen werden internationaal verkocht en investeringen vonden ook op wereldschaal plaats.

Het productief kapitaal daarentegen bleef gebonden aan de landen. Een gevolg daarvan was de massale emigratie, zoals naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. Productie kapitaal was nog niet mobiel en daarom moesten de werkkrachten naar de plaats van productie gebracht worden.

De noodzaak na de crisis van de jaren zeventig om aanzienlijk op de kosten te besparen en de behoefte aan goedkope arbeidskrachten heeft het proces van internationalisering van het productiekapitaal in gang gezet. De revolutionaire ontwikkelingen in de technologie en de communicatie hebben het mogelijk gemaakt om het productieproces op verschillende locaties wereldwijd te laten plaatsvinden. Waar in het verleden de planners en ontwerpers dicht bij de fabriek moesten wonen, kunnen deze mensen nu door de enorme ontwikkeling met de computer en communicatie overal gevestigd zijn.

De globalisering van de productie, het niet langer gebonden zijn voor de productie aan een bepaalde staat en de in snel tempo doorgevoerde privatiseringen en bezuinigingen van de overheden, hebben aan het huidige globaliseringsproces een zeer gevaarlijk en onstabiel karakter gegeven. Regeringen hebben veel an hun mogelijkheden om de samenleving te sturen, zowel op economisch als op sociaal gebied, uit handen gegeven. In eerste instantie wordt gepoogd via de media de mensen zodanig te beïnvloeden dat zij onder controle kunnen worden gehouden, maar komt het werkelijk tot massale maatschappelijke onrust, dan rest alleen nog het middel van de repressie.

In die zin is door velen de tijd van nu vergeleken met die van het begin van de 20ste eeuw. Wanneer de economische crisis in volle omvang gevoeld gaat worden en wordt beselft dat de bestaande politieke structuren, en daarmee de politieke partijen als dragers daarvan, niet langer een functie hebben in het garanderen van een democratische en sociale samenleving, dan kan uit de huidige globalisering een revolutionaire situatie ontstaan, zoals de Russische revolutie het directe gevolg van de globalisering van toen was.

* Nico Varkevisser is hoofdredacteur van Targets. Voor info over Targets: zie rubriek Signalement

Bron: Targets, juni 2001.

(Uitpers, september 2001)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 50 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook