“Geweld gebruiken voor verdediging van mensenrechten gaat niet in het Internationaal recht”

Op de conferentie ‘Veiligheid, een kwestie van militairen?’ (26 maart 2000), een initiatief van meer dan 50 organisaties uit diverse hoek – waaronder Vrede vzw – gaf Eric Suy een opgemerkte video-verklaring over de militaire interventie in Joegoslavië. De organisatoren stelden hem twee vragen.

Wat is, vanuit het standpunt van het internationaal recht, uw visie op de NAVO-interventie tegen Joegoslavië?

Prof. Suy: “Ik houd de interventie van de NAVO en van de NAVO-landen in Kosovo, een jaar geleden voor illegaal, niet verantwoord volgens de normen van het Internationaal Recht, en ook niet verantwoord in de eerste plaats op basis van het Handvest van de NAVO zelf, het Verdrag van Washington. Dat voorziet dat de NAVO slechts kan optreden wanneer een of meerdere lidstaten van de NAVO worden aangevallen. Dat is dus duidelijk niet het geval geweest.

Men heeft gepoogd om deze interventie te rechtvaardigen door te stellen dat men met bombarderen Milosevic en Joegoslavië zou kunnen dwingen om het akkoord van Rambouillet te ondertekenen. Milosevic heeft dat altijd geweigerd. Ik denk dat men er in de strategie van de NAVO ervan overtuigd was dat door het gebruik van geweld Milosevic op een minimum van tijd zou toegeven. Dat is dus een verkeerde berekening geweest. En, om geloofwaardig te blijven overkomen, kon de NAVO nadien niet meer terug.

Nu, dat akkoord van Rambouillet, dat is ten eerste geen akkoord geweest, dat is een diktaat geweest opgelegd door de VS. Het ging hier over een tekst waarover men niet kon onderhandelen. Op dat ogenblik wisten wij, de publieke opinie, niet waarover dat akkoord van Rambouillet ging. Het is pas maanden later, in mei van 1999, toen de bombardementen al twee maanden bezig waren, dat de tekst ervan in Le Monde Diplomatique en op de Website van Le Monde Diplomatique verschenen is. Wanneer men die tekst leest, dan begrijpt men zeer goed waarom Milosevic geweigerd heeft Rambouillet te ondertekenen. Daarin stond onder meer dat de NAVO-troepen de gelegenheid zouden hebben om niet alleen het grondgebied van Kosovo maar dat van heel Joegoslavië te bezetten. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar voor om het even welk staatshoofd, of dat nu Milosevic is of een ander.

Nadien heeft men gezegd: deze bombardementen zijn noodzakelijk om een humanitaire catastrofe te voorkomen. Nu moet u goed weten dat er op 24 maart 1999 ongeveer 200.000 Kosovaren of Albanese Kosovaren op de vlucht waren, binnen en buiten het land. En het is om dat te verhinderen dat de NAVO gezegd heeft: we moeten militair tussenkomen. Het is toch eigenaardig dat het na 24 maart is geweest dat die vluchtelingenstroom en die vervolging van de Albanese Kosovaren massaal aangezwollen is tot een 800.000. Dus het klopt niet helemaal dat men door die bombardementen een humanitaire catastrofe heeft willen verhinderen. Men heeft ze integendeel geprovoceerd. Trouwens, na het stopzetten van de bombardementen, wanneer alle gevluchte Albanese Kosovaren naar huis zijn teruggekeerd, is de zuivering begonnen van de Servische Kosovaren. En men mag rekenen dat enkele maanden geleden reeds, 200.000 Servische Kosovaren het grondgebied van Kosovo hebben moeten verlaten. D.w.z. precies hetzelfde getal als de Albanese Kosovaren in maart 1999. En dit onder de ogen van de NAVO-troepen die daar met 45.000 man aanwezig waren. Die hebben dat niet kunnen verhinderen.

Men heeft dan gezegd dat deze interventie een humanitaire interventie was en dat de humanitaire interventie in het internationaal recht toegelaten is. Dat is buitengewoon omstreden. Ik ken persoonlijk slechts twee gevallen van humanitaire interventies waarvan men zou kunnen zeggen: dit zijn klassieke gevallen geweest waar een humanitaire, dus een militaire interventie voor humanitaire doeleinden toegelaten was. Dat was ten eerste onze eigen operatie in Stanleystad in 1964. En dat was ten tweede de operatie van de Israëlische parachutisten in Entebbe, om hun eigen mensen die daar gegijzeld waren te ontzetten en te redden uit de handen van Idi Amin. Dat zijn klassieke gevallen. Het waren punctuele en zeer korte operaties, met als enige bedoeling mensenlevens te redden en personen in onmiddellijk levensgevaar uit een hachelijke situatie te redden.

Van de interventie in Joegoslavië zegt men ook dat het een humanitaire interventie is geweest. Maar waarom en hoe verklaart men dat daarom bombardementen zijn gebeurd op 250 km ten noorden van Kosovo, op alle bruggen over de Donau in Novi Sad? Waarom moest men voor zogenaamd humanitaire doeleinden de olieraffinaderijen van Joegoslavië bestoken? Waarom moest men om humanitaire doeleinden de elektriciteitscentrales gaan bombarderen? Dat heeft allemaal niets te maken met humanitaire doelstellingen.

En dan is men het argument gaan aanhalen: jamaar, het ging om de verdediging van de democratie, van de mensenrechten, en van de rechtsstaat. Dat is een argument en een slogan die men sindsdien dikwijls aanhaalt wanneer het gaat over interventie. Welnu, het internationaal recht kent zoiets niet. En er zijn verschillende uitspraken. Ten eerste van het Internationaal Gerechtshof, waarin het Internationaal Gerechtshof zeer duidelijk zegt dat een eenzijdige, militaire interventie, zogenaamd voor humanitaire doeleinden, niet kan gebeuren. De verdediging van de mensenrechten moet gebeuren met andere middelen. Dat was in 1986, in een conflict tussen de VS en Nicaragua. De VS was gaan bombarderen, mijnen gaan leggen dus in de havens, de VS hadden de contrarevolutionairen gesteund. Dat zijn allemaal zaken die we nu opnieuw gezien hebben in Kosovo, de ondersteuning van de UCK of de Kosovaarse Bevrijdingsbeweging, het bombarderen van olie-installaties. Daarover heeft het Hof in 1986 gezegd: voor de verdediging van de mensenrechten kan men zulke middelen niet gebruiken. Dat is ook de stelling van het Institut de Droit International dat in 1989 gezegd heeft: geweld gebruiken voor de bescherming en de verdediging van de mensenrechten, dat gaat niet in het Internationaal recht, er zijn andere middelen.

Ik heb hier een verklaring van Koffi Anan uit de maand mei 1999, wanneer dus de bombardementen reeds twee maanden bezig waren. Daarin stelt hij dat wij, tenzij de Veiligheidsraad hersteld wordt in zijn prominente positie van enige bron voor de legitimiteit voor het gebruik van geweld, op een gevaarlijk pad van anarchie zitten. En dat is ook met zoveel woorden gezegd door de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof, in oktober 1999. Sprekend in naam van het Internationaal Gerechtshof, zegt hij zeer duidelijk dat de internationale organisatie er niet is voor de internationale anarchie of voor de soevereiniteit van één staat die beweert boven het recht te staan.

Dat zijn straffe uitspraken. Ik heb er nog zo een stuk of zes. Ik wil u daarmee niet bezighouden. Maar er is dus een zeer duidelijke strekking in het internationaal recht.

Trouwens, toen onze eigen minister van Buitenlandse Zaken, Michel, naar de Algemene Vergadering van de UNO is getrokken, heeft hij daar op 26 september voor België in zijn speech gezegd, dat de resolutie van de Veiligheidsraad die na de bombardementen tot stand kwam en waarin gesteld wordt dat wij een militaire componente – de NAVO – naar Kosovo zouden sturen, en ook een burgerlijke componente – een UNO-componente die nu geleid wordt door dokter Kouchner – de legaliteit heeft hersteld. Ik zeg het woordelijk, ‘heeft de legaliteit hersteld’. M.a.w. we waren zeer duidelijk in de illegaliteit.

Ik denk dat dit de voornaamste argumenten zijn die men kan aanhalen tegen de argumenten van de NAVO waarin zij zeggen: het was toch toegelaten.

In het Handvest van de UNO – en dat is nog altijd de grondwet van de UNO, dat is dus geen vodje papier dat men naast zich neerlegt – staat geschreven dat de Veiligheidsraad beroep kan doen voor actie, voor militaire actie, op regionale organisaties of regionale groeperingen. En de Veiligheidsraad heeft dat gedaan, bv. in juli 1995 op het einde van de crisis in Bosnië. Welnu, dat artikel van de Veiligheidsraad, van het UNO-Handvest zegt daarnaast dat een eenzijdig optreden van een regionale organisatie zonder de toelating van de Veiligheidsraad niet mag. Dat staat zeer duidelijk in de grondwet van de internationale gemeenschap waarin wij leven. Nu zullen velen zeggen: dat is verouderd, die grondwet dateert van 1945, wij passen die niet meer toe. Ja, ik ga akkoord op voorwaarde dat je eerst die grondwet gaat veranderen. Maar zolang dat niet gebeurt, leef je nog altijd in het juridische systeem van het Handvest van de UNO zoals het geschreven is in 1945. En al de rest zijn volgens mij uitvluchten.”

 

Wat is volgens u de eigenlijke doelstelling geweest van de NAVO-interventie in Kosovo?

Prof. Suy: “Wel, in de eerste plaats, geloof ik, ging het om de publieke opinie die zich op het eind van het jaar 1998 zeer bewust is geworden van de situatie in Kosovo. Men moet zich realiseren dat op het einde van 1998, Milosevic meerdere keren heeft onderhandeld met de Amerikaanse gezant Holbrooke. En in oktober 1998 zijn die twee tot een akkoord gekomen waarin Milosevic zich ertoe verbonden heeft om het Joegoslavische leger en de Servische milities terug te trekken uit Kosovo. En hij heeft dat gedaan. En dat staat uitdrukkelijk in rapporten van de UNO-secretaris-generaal. Tot op het ogenblik dat Milosevic vaststelde dat naarmate zijn troepen zich terugtrokken, de posities ingenomen werden door het bevrijdingsleger van de Kosovaren. Door de ‘terroristen’ zou men kunnen zeggen, om met de Russische president te spreken. Toen heeft Milosevic gezegd: dat was de afspraak niet. En hij is toen teruggekeerd om precies dat Kosovaarse bevrijdingsleger te gaan bestrijden. Daarop heeft de NAVO gerepliceerd: dit is voldoende, Milosevic heeft zijn woord gebroken.

Dat klopt niet. Ik heb hier getuigenissen, verklaringen, rapporten van de secretaris-generaal van de UNO die men nooit heeft geciteerd – en men kan de secretaris-generaal niet verdenken van subjectiviteit – waarin hij duidelijk vaststelt dat er een begin gemaakt is met de uitvoering van de akkoorden tussen Milosevic en Holbrooke. Maar dat is spaak gelopen nadat de Kosovaarse bevrijdingslegers opnieuw de kop hebben opgestoken.

Wat was de uiteindelijke bedoeling van de NAVO, want we moeten toch altijd zoeken naar wat erachter zit? Men heeft gesproken over de natuurlijke rijkdommen in Albanië en in Kosovo. Ik geloof daar niet in, daar hebben ze geen olie. Maar bekijk eens de kaart van Centraal-, Midden- en Zuid-Oost-Europa. Polen, Tsjechië en Hongarije zijn toegetreden tot de NAVO en wij weten dat ook Griekenland en Turkije lid zijn van de NAVO. Inmiddels zijn er NAVO-troepen in Kroatië, in Bosnië, in Macedonië en nu in Kosovo. De missing link, de schakel die daar mankeert in die NAVO-band was precies Joegoslavië: Servië, Kosovo, Montenegro. En ik denk dat het de bedoeling van de NAVO is ook dát binnen te halen bij de NAVO, samen met de Baltische Staten. Zo wordt er een sterke band, een ijzeren stalen band, rond Rusland gesmeed. Want Rusland is vandaag natuurlijk zeer zwak, kan militair niets. Maar we weten vanuit de geschiedenis dat vroeg of laat Rusland opnieuw sterk zal worden. Er zijn uitspraken van de vice-minister van Buitenlandse Zaken van de VS waarin hij zegt: wij willen deze landen van de Balkan allemaal in het Westen onderbrengen. En wanneer een onderminister van Buitenlandse Zaken van de VS over het Westen spreekt, dan spreekt hij niet over de Europese Unie, maar over de NAVO. En dat is de achtergrond.”

26 maart 2000

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Uitpers