Sociaaldemocratie en uiterst-rechts lokken samen crisis uit
De Roemeense Sociaal-Democratische Partij (PSD) is uit de coalitieregering gestapt en dient tegelijk met de uiterst-rechtse AUR een motie van wantrouwen in. Beide partijen hebben samen net geen meerderheid, maar met de steun van kleine extreemrechtse partijen kunnen ze het kabinet van de liberale premier Ilie Bolojan ten val brengen. De premier weigert vooralsnog af te treden en regeert verder met drie rechtse partijen (de liberale PNL, de rechtse USR en de partij van de Hongaarse minderheid). De PSD was de grootste partij in dat kabinet.
Snoeien
De PSD kondigde het ontslag van zijn zes ministers aan met de mededeling dat de meerderheid van de Roemenen het beleid van Bolojan niet zien zitten. De PSD is het niet eens met de hervormingen die de premier wil doorvoeren om naar eigen zeggen de economie te stabiliseren en het begrotingstekort terug te dringen. Boekarest rekent op 11 miljard euro van het EU-stabiliteitsfonds. Bolojan denkt de problemen onder meer op te lossen met hogere belastingen, besnoeiingen in de overheidsuitgaven en het verminderen van het aantal personeelsleden in overheidsdienst.
De PSD verzet zich tegen besnoeiingen in de sociale uitgaven. Zij heeft vooral buiten de grote steden een ouder kiezerspubliek dat in de PSD een garantie ziet voor het behoud van pensioenen en andere uitkeringen. Bovendien liggen uiterst-rechtse partijen op de loer om in te spelen op ontevredenheid over dergelijke bezuinigingen. Uiterst-rechts boekte de voorbije twee jaar opvallende successen, wat die partijen een derde van de parlementszetels opleverde.
Doorbraak
De eerste grote doorbraak kwam er in november 2024 toen een onbekende fervente nationalist, Calin Georgescu, als eerste uit de eerste ronde van de presidentsverkiezingen kwam. Met de onbewezen beschuldiging dat dit een gevolg was van Russische inmenging, verklaarde het Grondwettelijk Hof de verkiezingen nietig, tot opluchting van de EU in Brussel. In mei 2025 werden nieuwe verkiezingen gehouden en in de tweede ronde won Nicusor Dan, burgemeester van Boekarest, die redelijk nipt – met 54 percent – van de uiterst-rechtse George Simion, leider van de AUR (Alliantie voor de Eenheid van de Roemenen).
Die AUR had bij de parlementsverkiezingen van eind 2024 al een groot succes geboekt. De PSD van toenmalig premier Ciolacu was de grootste, de AUR kwam op de tweede plaats. Drie uiterst-rechtse partijen haalden toen samen een derde van de zetels.
Na de nipte zege van Dan als president, vormden de PSD en drie rechtse partijen een coalitie om extreemrechts af te remmen. Maar nu hebben PSD en AUR een gezamenlijke persconferentie gehouden om de indiening van een motie van wantrouwen tegen de regering aan te kondigen. Het betekent dat althans de PSD geen enkel cordon meer respecteert tegenover een deel van extreemrechts. Volgens recente peilingen zou de AUR alleen nu bij verkiezingen 36 percent halen. De AUR haalt vooral veel kiezers weg bij de PSD, wat mee de houding van die partij bepaalt.
Het is wel niet de eerste keer dat de AUR een bondgenoot vindt, in 2021 heeft de rechtse USR samen met AUR een motie van wantrouwen ingediend tegen de regering van de liberaal Florin Citu. Die motie haalde het niet. De huidige motie van wantrouwen maakt veel meer kans. In de gezamenlijke vergadering van Kamer en Senaat hebben AUR en PSD samen 219 stemmen, 13 tekort voor een meerderheid van 232 (op 463). Met de steun van kleine extreemrechtse partijen raken ze wel aan een meerderheid.
Niet meer progressief
Zal de PSD nadien met de AUR regeren? Marian Neacsu, een vroegere vice-premier, liet dat in het midden. Partijvoorzitter Sorin Grindeanu wees dat van de hand en zei dat de PSD in een nieuwe EU-gezinde coalitie wil stappen, met een andere premier dan.
Bij de EU in Brussel is men er niet gerust in. Manfred Weber, leider van de EVP-fractie in het EU-parlement,is erg verontrust. De sociaaldemocraten zitten erg verveeld met de situatie. In Slovakije hebben ze het al meegemaakt dat “hun partij” van premier Robert Fico de extreemrechtse toer is opgegaan. Van links schiet er in een groot deel van Europa (Centrum, Balkan) nog zeer weinig over.
De Roemeense Sociaal-Democratie, opvolgster van de Communistische Partij van wijlen Nicolae Ceausescu, heeft al eerder uitgeblonken in reactionaire posities. In 2018 steunde zij samen met de hiërarchie van de Orthodoxe kerk een referendum om in de grondwet vast te leggen dat een huwelijk allen kan tussen een man en een vrouw. Deze antihomo bepaling kwam er niet omdat slechts een vijfde van het volk deelnam aan die volksraadpleging.
De PSD heeft trouwens in oktober vorig jaar de term “Progressief” uit zijn statuten geschrapt omdat ze “geen partij van ideologische experimenten wil zijn en geen ingevoerde etiketten wil gebruiken”.

