Gevaarlijk fiasco op de Balkan

Gepikeerd door de kritiek op het weinig eer- en succesvolle oorlogsavontuur in Kosovo, verklaarden de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op een publiek debat in Brussel op 17 juli dat zij hun benaderingswijze van de buitenlandse politiek grondig willen herzien. Er moet een “kwalitatieve sprong voorwaarts” komen, die gericht zal zijn op krisispreventie, zo heette het. Of het zover zal komen is een andere zaak. Totnogtoe is het recept van oud-premier Jean-Luc Dehaene ook in Europa nog van kracht: de problemen aanpakken wanneer ze zich voordoen.

Hopelijk krijgt die intentieverklaring een vervolg en worden de flaters van de Balkan-politiek niet herhaald. Maar het is de vraag of er veel tijd is om een krisispreventie op punt te stellen. Want het fiasco dat het gevolg is van de interventies heeft Europa en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) voor jaren opgezadeld met twee onstabiele proctectoraten – Bosnië en Kosovo – en de situatie op de Balkan alles behalve ontmijnd. Integendeel, de oorlog om Kosovo heeft Servië gedestabiliseerd en er, naast Macedonië en Montenegro, een bijkomende potentiële brandhaard van gemaakt.

Nadenken had enorm veel onheil en menselijk leed kunnen voorkomen op de Balkan. De dood in 1980 van president Josip Broz Tito, de man die het disparate Joegoslavië met succes aaneen had gesmeed na de Tweede Wereldoorlog en het in de hand wist te houden, betekende een eerste destabiliserende factor. Hij werd vervangen door een roterend presidentschap tussen de presidenten van de diverse republieken en dat was geen succes. Kwamen daarbij de economische problemen ten gevolge van de oliecrissen van de jaren 1970. Die nog werden verergerd door het wegvallen van de westerse en Sovjet-steun toen het niert-gebonden Joegoslavië geen strategische positie meer had te verkopen ten gevolge van de deemstering van het communisme.

Arme profiteurs

Zoals in België de Vlamingen de Walen als profiteurs, ten bedrage van 200 miljard frank transfers per jaar, gingen bestempelen toen ook hier soberheid en inlevering troef werden, zo gingen de rijke Joegoslavische republieken Slovenië en Kroatië de arme zuidelijke broertjes met de vinger wijzen en onafhankelijkheid eisen. Een paar honderd miljoen euro Europese steun had toen wonderen kunnen doen.

De nationalistische agitatie begon toen Tito nog geen jaar dood was. De Albanese Kosovaren revolteerden in 1981 om hun eis voor de omvorming van hun autonome provincie binnen Servië tot volwaardige republiek kracht bij te zetten. De revolte werd in het bloed gesmoord. In 1989, het jaar dat het communisme ineenstortte, schafte Servië via een grondwetswijziging de autonomie grotendeels af. In Kosovo begon een periode van geweldloos verzet via parellele instellingen onder leiding van “president” Ibrahim Rugova. Tot oorlog kwam het in 1991 toen Slovenië en Kroatië hun onafhankelijkheid uitriepen. Enkel de van de onafhankelijkheidsverklaring van Macedonië leidde totnogtoe niet tot oorlog. Wel al tot geweld omdat de Albanezen van het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) daar vorig jaar een nieuw front probeerden te openen in het kader van hun Groot-Albanese ideologie.

Alhoewel door de Konferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (KVSE, in 1994 omgedoopt tot Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa of OVSE), die van 1973 tot 1975 in Helsinki en Genève plaats had, was besloten dat de grenzen van na de Tweede Wereldoorlog onaantastbaar waren, besloot Duitsland op 19 december 1991 eenzijdig de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië te erkennen. In januari 1992 volgden de andere landen van de Europese Unie. Geen sprake dus van een overleg over een globale oplossing voor heel voormalig Joegoslavië noch van het in stand houden van die staat. In dezelfde logica had men dan ook de binnengrenzen tussen de repbulieken moeten wijzigen, maar paradoxaal genoeg werden die wel als heilig beschouwd. Alhoewel daar ten allen kante verzet tegen was. Daarom scheidden de Serviërs van de Krajina, tot ze in 1995 met westerse hulp werden verjaagd, zich van Kroatië af. Een voorbeeld dat door de Kroaten werd gevolgd. De dwang op Moslims, Kroaten en Serviërs om in een multi-etnisch en multicultureel Bosnië samen te leven leidde tot de voorspelde oorlog, die met al zijn gruwelen ruim drie jaar duurde, tot akkoorden van Dayton van 21 november 1995. Geen van de drie bevolkingsgroepen wou echter samenleven. Moslim-leider Alija Izetbegovic droomde van een moslim-staat met minderheidsstatuut voor de niet-Moslims, Kroaten en Serviërs wilden aansluiting bij Kroatië en Servië.

Op de bres voor het UCK

In 1996 verschoof het geweld naar Kosovo toen het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) met steun van Kroatië, Slovenië en Duitsland een geweldcampagne begon tegen alles wat Servisch was, vooral tegen burgers en ambtenaren. Halfweg 1998 volgden Europa en de Verenigde Staten nogmaals Duitsland. Ook Franse, Britse en Amerikaanse militairen gingen het UCK opleiden. Toen dat in oktober 1998 zo goed als verslagen was, sprong de NAVO in de bres met de dreiging van bombardementen. De Servische president Slobodan Milosevic gaf toe, trok zijn troepen terug en onder de ogen van de waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) keerde het UCK onmiddellijk terug en hervatte zijn aanvallen.

Waarom het UCK steun kreeg, terwijl de man van de geweldloze campagne, Ibrahim Rugova, die nog maar kort te voren in paralelle verkiezingen met 98% van de stemmen toto “president” was herkozen, enkel op bemoedigende schouderklopjes mocht rekenen, is niet duidelijk. Het is geen geheim dat het UCK bestond, en nog bestaat, uit clan-leiders, communisten en fascisten en dat zijn operaties grotendeels werden gefinancieerd met de opbrengst van afpersing, drugshandel en prostitutie in Europa. In de gebieden die het onder controle kreeg getuigde het alles behalve van democratische gezindheid. Partijen werden verboden, vrijheid van meningsuiting afgeschaft.

De terugkeer van het UCK na de succesvolle NAVO-dreiging van oktober 1988 leidde uiteraard tot een Servische reactie. Maar de NAVO kwam weer voluit op voor het UCK. De eerdere kritiek van onder meer de Verenigde Staten dat het UCK een terroristische organisatie was, verstomde. Servië werd opnieuw met oorlog bedreigd. Meer nog het kreeg in het Franse Rambouillet een overeenkomst, in feite een ultimatum, voorgeschoteld dat inhield dat niet alleen Kosovo maar ook heel Servië virtueel door NAVO-troepen, onder het mom van totale vrijheid van beweging en gratis gebruik van alle nodige installaties, zou worden bezet. En het principe van de onaantastbaarheid van de interne grenzen werd opgegeven. Wat niet kon voor de Serviërs in de Krajina en Slavonië, noch voor Kroaten en Serviërs in Bosnië, kon nu plots wel voor Kosovo. Het gebied zou binnen de drie jaar onafhankelijk kunnen worden.

NAVO-handvest geschonden

Geen wonder dat zoiets onaanvaardbaar was voor Servië. Daarvoor hoeft men niet eens Slobodan Milosevic te heten. Niet alleen voor Servië was het niet te pruimen, want het voorstel maakte in de Veiligheidsraad geen kans. Met andere woorden, de NAVO had reeds lang beslist haar eisen met geweld door te drukken in strijd met het internationaal recht en met haar eigen handvest. Artikel 1 van het Noord-Atlantisch Verdrag van 4 april 1949 bepaalt immers dat de ondertekenaars, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, elk internationaal dispuut met vreedzame middelen zullen beslechten. Meer nog, ze beloofden, zich in hun internationale relaties te onthouden van het dreigen met of het gebruiken van geweld op elk manier die niet in overeenstemming is met de doeleinden van de Verenigde Naties.

Op 24 maart begonnen bombardementen, die tot grote ontsteltenis van de NAVO-landen niet op enkele dagen tijd het gewenste resultaat opleverden, maar het voorspelbare, zelfs aangekondigde, humanitair drama veroorzaakten. De aanvallen stopten op 12 juni, nadat er, uiteindelijk wel binnen het kader van de VN, een akkoord werd bereikt dat in resolutie 1244 aan de Veiligheidsraad werd omgezet. Daarin was geen sprake meer van een NAVO-aanwezigheid in de rest van Servië, buiten Kosovo. En werd het principe van de onaantastbaarheid van de grenzen van Servië weer erkend. Met andere woorden, onder de resolutie kan Kosovo alleen maar een ruime autonomie krijgen. En moet het zelfs de terugkeer dulden van een “overeengekomen aantal Joegoslavisch en Servisch militairen en politiemannen”. Dit onder meer voor de bescherming van het Servisch erfgoed in de provincie en voor de grensbewaking. De NAVO moest dus fel inbinden.

Trieste balans

Wat bereikte de NAVO uiteindelijk met haar interventies op de Balkan, in principe voor ,,waarden” als een multicurele samenleving en democratie? In Bosnië is er één positief resultaat bereikt: dat de wapens zwijgen. Maar geen enkel probleem is opgelost en nieuwe uitbarstingen blijven mogelijk. De veel geroemde multiculturele samenleving, waarvoor tijdens de oorlog ook hier velen zich met entoesiasme hebben ingezet, is een fictie. Het uit de greep van de Servische omsingeling bevrijde Sarajevo is grotendeels etnisch gezuiverd. Kroaten en Moslims, die in een anti-Servische federatie werden gedwongen, spreken nauwelijks met elkaar. De economie is vier jaar na het einde van de oorlog, ondanks de enorme hulp, een totale puinhoop, met een werkloosheid van 30 tot 50% in de federatie en nog hoger in Bosnisch-Servische Republiek. Wie werk heeft is er nauwelijks beter aan toe want de belasting op de lonen bedraag 82%! Corruptie, verduistering en favoritisme zijn schering en inslag. Zelfs de hamburgerketen McDonalds was in dit klimaat niet bereid enig geld te investeren in de opening van een vestiging in Sarajevo (zie hierover In Bosnia, a Botched Recovery From War, in: The International Herald Tribune van 29 juli 1999). En de New York Times bracht op 17 augustus uit dat regeringsambtenaren zowat een miljard dollar hebben gestolen (dit is 20% van het internationaal hulppakket van 5,1 miljard dollar over de periode 1996-1999).

Voor democratie is geen plaats. Er werden al verschillende verkiezingen gehouden, maar de westerse “pro-consul” ter plekke heeft ruime dictatoriale bevoegdheden. Ook om democratisch gekozenen af te zetten als ze hem niet aanstaan. De vorige gezant, de Spanjaard Carlos Westendorp, maakte van die bevoegdheid gebruik. Zoals het er nu naar uitziet zal Bosnië nog lang een blok aan het been van Europa blijven, zonder veel hoop op beterschap. En mocht de “internationale gemeenschap”, zeg maar de NAVO, het beu worden en zich terugtrekken, lijdt het weinig twijfel dat er een nieuwe gevechtsronde uitbarst.

In Kosovo zijn we nog niet zover. Maar het gebied ligt wel voor een goed deel in puin door de oorlog. En de NAVO heeft ook vakkundig alle nutsvoorzieningen vernield. Er is dus veel werk aan de winkel voor de Europese en Amerikaanse internationale bedrijven – wat wellicht de bedoeling was. Verder is het gebied zo kwistig met bommen en munitie uit verarmd uranium bestrooid dat er wordt gerekend met 10.000 kankerdoden de komende jaren. Vele Kosovaren zien de toekomst er in elk geval somber in, zoals de vluchtelingenstroom langs onze austostrades richting Engeland bewijst.

Homogeen Kosovo

Enig “voordeel” is dat het gebied veel homogener is geworden. Alhoewel de vredesmacht in Kosovo (KFOR of Kosovo Force) onder resolutie 2244 formeel de taak meekreeg voor “een veilig klimaat te zorgen waarin vluchtelingen en verplaatste personen veilig kunnen terugkeren” en “de openbare veiligheid te verzekeren totdat de internationale burgerlijke aanwezigheid de verantwoordelijkheid voor die taak kan overnemen”, is Kosovo nu vrijwel gezuiverd van Serviërs, Roma (zigeuners) en van Macedonisch moslims. KFOR heeft er niet veel aan gedaan om de zuiveringen te voorkomen met excuses dat het “geen politiemacht” is en “niet ieders individuele veiligheid kan verzekeren”. Er wordt nog wel lippendienst bewezen aan de “multiculturele samenlevering”, maar terugkeer van de verdreven 200.000 Serviërs, Roma en Macedoniërs is geen prioriteit voor de VN-bestuurder, Bernard Kouchner. Binnenskamers en off the record hoort men in de Kosovaarse hoofdstad Pristina dat daar ook geen werk van zal worden gemaakt. Men kan zelfs merkwaardige uitspraken horen zoals dat “dit ethisch niet verantwoord zou zijn”.

Er zijn ook ernstige twijfels over de andere intenties van Kouchner. De NAVO heeft in feite het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) aan de macht gebracht en Kouchner werkt daar nauw mee samen. Evenals KFO weigert hij echte kritiek te leveren op het UCK: alle geweld zou het werk zijn van individuele UCK-leden, waar de leiding niets kan aan doen! Niet alleen het UCK, maar ook Rugova, gaan ervan uit dat Kosovo onafhankelijk zal worden. Kouchner heeft alvast een stap in die richting gezet door van de Duitse mark de officiële munt van Kosovo te maken en het gebruik van de Servische dinar te bestraffen. Evenmin heeft hij al enig werk gemaakt van de terugkeer van Servische militairen en politiemannen, zoals eveneens voorzien in resolutie 1244.

Het aan de macht brengen van het UCK opent het perspectief of destabilisering van Albanië, Montenegro en Macedonië. Een destabilisering die nog in de hand wordt gewerkt door de zware verliezen die de economieën van de omliggende landen hebben geleden door de oorlog. Verliezen ten gevolge van het wegvallen van uitvoer bv. naar het verarmde Servië of naar andere landen via de Donau, de belangrijkste verkeersader voor vracht in de Balkan, die ten gevolge van de NAVO-bombardementen nog jaren onbevaarbaar dreigt te blijven. En ook Joegoslavië is gedestabiliseerd door de aangerichte schade. Het heeft volgens de Economist Intelligence Unit voor 2.400 miljard frank schade opgelopen, zijn bruto binnenlands product zal dit jaar met ongeveer 40% inkrimpen en het is nu het armste land van Europa geworden. Het zit bovendien opgezadeld met 700.000 Servische vluchtelingen, waarvoor geen solidariteitsacties worden gevoerd.

Dat alles brengt de positie van president Milosevic in gevaar. Maar het is niet zeker dat zijn eventuele opvolger beter zal zijn. Het is een mythe dat Milosevic dé grote schuldige zou zijn op de Balkan. Demonizering van één figuur om propagandaredenen en om het simpel te houden in de pers is begrijpelijk. Maar de verklaring is té simpel. Het is een struisvogelpolitiek. De intrekking van de Kosovaarse autonomie gebeurde voordat Milosevic president van Servië werd. En niet hij, maar de liberale Kroatische premier Ante Markovic, die geloofde dat Joegoslavië in zijn oude vorm nog een toekomst had, was de man die in 1991 het Joegoslavische leger inzette tegen Slovenië en Kroatië.

“Ik denk niet dat Milosevic een grotere oorlogsmisdadiger is dan president Tudjman van Kroatië. Die zuiverde destijds 200.000 Serviërs uit de Krajina. Niemand maakte zich daar toen druk om”, zei lord Carrington, Britse oud-minister van Buitenlandse Zaken en oud-NAVO-secretaris-generaal onlangs (De Morgen, 28.8.99). Ook de Belgische generaal Francis Briquemont, die in 1993 bevelhebber van de blauwhelmen in Sarajevo was, deelt die mening (Financieel-Economische Tijd, 7.3.99). En het internationaal Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zit hem dicht op de hielen. Ook de Bosnische president Alija Izetbegovic wordt ervan verdacht heel wat bloed aan de handen te hebben, en onder meer bevel te hebben gegeven het vuur te openen op de eigen mensen om zo een internationale interventie ten zijnen voordele uit te lokken. Iets waar hij met de steun van een aantal internationale public relations-bureaus schitterend in is geslaagd.

(Visited 9 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 105 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook