Georgië, alweer de geur van olie

Is het een obsessie in talrijke actuele conflicten de geur van olie op te snuiven? Zoals nu alweer in de zogenaamde "fluwelen revolutie" in Georgië? Maar hoe kunnen we voorbijgaan aan de intensieve bemoeienissen van Moskou en Washington en aan het vermoeden dat dit ook te maken heeft met de pijpleiding die via Georgië olie uit Azerbeidzjan en Kazachstan naar een Turkse oliehaven moet brengen. Of aan de goede relaties die de afgezette Edward Sjevardnadze als Sovjetkopstuk uitbouwde met Amerikaanse oliereuzen.

"Het volk" en "de democratie" hebben met vreedzame middelen gezegevierd. Een corrupt bewind is verdreven. Dat laatste is ongetwijfeld juist. Het bewind van Sjevardnadze was dat al van in het begin, maar dat was zeker voor Washington en voor de meeste West-Europese leiders geen enkel bezwaar om die man met de grootste egards te behandelen.

Zoals dat ook geen enkele rem zet op de hartelijke relaties van Amerikaanse en West-Europese politieke leiders en zakenlui met bijzonder autoritaire leiders uit andere gewezen Sovjetrepublieken. De familie Aliëv in Azerbeidzjan is ongetwijfeld veel autoritairder dan Sjevardnadze, zij nemen geen vrede met een getrukeerde zege van 21 %, in Azerbeidzjan zijn het bijna cijfers uit de Sovjettijd. De bevriende leiders uit Oezbekistan, Kirgizstan, Kazachstan… moeten op het vlak van autoritarisme zeker niet onderdoen voor Sjevardnadze, wel integendeel.

Ineens is Sjevardnadze echter een ondermijner van de democratie. Alsof hij ooit een grote democraat was. Als leider van de Georgische CP (aangesteld om de corruptie te bestrijden) ten tijde van Leonid Brezjnev en opvolgers had hij wel een "fluwelen repressie" gevoerd waardoor Georgische nationalisten niet al te hard werden aangepakt, terwijl hij er in 1978 ook voor zorgde dat het Georgisch de officiële taal werd.

Ten tijde van Gorbatsjov werd hij de nummer drie in de nomenklatura van de partij én minister van Buitenlandse Zaken van de USSR. Als minister knoopte hij nauwe banden aan met de Amerikaanse oliereus Chevron. Die kreeg door zijn toedoen een oliecontract voor de ontginning van het olieveld Tengiz in wat toen nog de Sovjetrepubliek Kazachstan was. Dat contract was voor Chevron zo gunstig dat het in feite een cadeau was, het contract werd na de implosie van de Sovjet-Unie dan ook herzien.

Respectabel

Na die implosie was Sjevardnadze werkloos geworden. Hij poogde in Moskou nog een revival te beleven door een nieuwe partij op te richten, maar de bijval was bijzonder gering. Intussen was in Georgië de ultranationalist Zviad Gamsachoerdia in democratische verkiezingen tot president gekozen.

De man had wel een eigenaardige opvatting over democratie, namelijk dat de overwinnaar het recht had opposanten en minderheden het zwijgen op te leggen. Abchazen en Osseten voelden zich allesbehalve thuis in dit nationalistische Georgië. Maar Gamsachoerdia kreeg het ook aan de stok met enkele maffiabazen die hun krachten bundelden en gebruik maakten van de onvrede om een opstand te steunen. Gamsachoerdia werd verjaagd, de overwinnaars hadden een voor de buitenwereld aanvaardbare figuur nodig. Sjevardnadze, intussen werkloos geworden, genoot in Europa en de VS heel wat prestige omdat hij samen met Gorbatsjov de implosie van het Sovjetrijk had begeleid. Sjevardnadze bouwde een eigen machtsbasis uit met de middelen die hij had: geheime dienst en politie, cliëntelisme, buitenlandse bondgenoten.

De jongste jaren bouwde hij zijn banden met de VS zorgvuldig uit. Dat was vooral het geval vanaf 1994. In september van dat jaar sloot buurman Aliëv een zeer belangrijk oliecontract met een internationaal consortium (vooral Amerikaans, Brits, Noors en Turks) voor de ontginning van olievelden in de Kaspische Zee, in dat deel dat Azerbeidzjan tot zijn grondgebied rekent.

Pijpleiding BTC

Er was één groot probleem met die olie: hoe ze op de wereldmarkt te krijgen zonder Rusland te passeren. De bestaande pijpleiding loopt vanuit Bakoe naar de Russische oliehaven van Novorossiisk, dwars door Tsjetsjenië. Na dat oliecontract van 1994 kreeg die pijpleiding voor Moskou ineens een veel belangrijker strategische betekenis, wat ongetwijfeld meespeelde bij de beslissing van Moskou om kort daarop Tsjetsjenië – dat al drie jaar feitelijk onafhankelijk was – binnen te vallen.

Onder politieke druk van Washington kwam er een plan op tafel om een pijpleiding aan te leggen, de zogenaamde BTC, van Bakoe via Tbilisi naar de Turkse oliehaven Ceyhan, in het zuidoosten van Turkije. Dat kon alleen via derde landen. Armenië – in oorlog met Azerbeidzjan – kwam niet in aanmerking, Georgië echter wel.

Daarmee kreeg Georgië een wel zeer strategisch belang in het "Grote Oliespel" rond de rijkdommen in en rond de Kaspische Zee. Er is wel één probleem: om rendabel te zijn, moet die pijpleiding ook de olie van Kazachstan kunnen transporteren. Het statuut van de Kaspische Zee is juridisch nog altijd niet geregeld tussen de vijf oeverstaten, wat onder meer het transport van olie uit Kazachstan via een pijpleiding door dat meer problematisch maakt. Bovendien krijgt Kazachstan ook interessante aanbiedingen voor olietransporten naar China en Iran.

Sjevardnadze, al op goede voet met Amerikaanse oliebelangen, speelde die troef ten gronde uit. Hij zei Georgië zo snel mogelijk bij de Nato te willen.

Daarmee trachtte hij ook druk uit te oefenen op Rusland dat in Georgië drie militaire basissen heeft en die ook gebruikt om de feitelijke afscheiding van Abchazië en Zuid-Ossetië en om de verregaande autonomie van Adzjarië, in het zuiden, en van het door Armeniërs bevolkte gebied van Alchakalaki, aan de grens met Armenië, te ondersteunen. Stalin had Abchazië in 1931 tegen de wil van de bevolking bij Georgië gevoegd; op die annexatie volgde een zware repressie met verbod van de Abchazische taal en massale inwijking van Georgiërs en Russen. Ook de Osseten wilden liever verenigd zijn met Noord-Ossetië, een deel van de Russische Federatie. Voor Moskou zijn die afscheidingsbeweging een voor de hand liggend drukkingmiddel op Tbilisi, zeker met de militaire aanwezigheid van Rusland in die regio’s.

Amerika

Na 11 september 2001 dacht Sjevardnadze dat hij Moskou verder onder druk kon zetten, want de oorlog in het aangrenzende Tsjetsjenië was nu ineens onderdeel van de "internationale strijd tegen het terrorisme", zelfs tegen al Qaeda! Moskou greep de aanwezigheid van een groep Tsjetsjeense opstandelingen in de vallei van Pankissi aan om met een militair ingrijpen te dreigen. Sjevardnadze riep de grootmacht van het "antiterrorisme", de VS, ter hulp; die stuurden prompt 200 militairen om de Georgiërs op te leiden. Het vorige Georgische parlement keurde dit jaar een militair partnerschap met de VS goed waardoor de Amerikaanse militairen zomaar het land kunnen binnen- en buitengaan en gewapend mogen rondtoeren. De Amerikanen konden Georgië ook gebruiken als relais voor de Amerikaanse operaties in Afghanistan en hij stuurde dit jaar 35 Georgische soldaten naar Irak om er deel uit te maken van de "coalitietroepen".

Intussen was vorig jaar begonnen aan de aanleg van de oliepijpleiding waaraan Sjevardnadze deels zijn "vriendschap" met de VS te danken had. Toen zijn vriend en vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker in oktober van dit jaar op bezoek kwam, moet Sjevardnadze echter begrepen hebben dat het tij was gekeerd. "Geef de macht op, kom naar Houston en schrijf er uw memoires", zei Baker. De VS hadden immers gemikt op een aflossing van de wacht met aan het hoofd Michail Saakasjvili, tot 2001 een kopstuk van de kliek Sjevardnadze (o.m. als minister van Justitie). Diens "Nationale Beweging" dient zich wel aan als nationalistisch, maar dan in de eerste plaats tegen Rusland met zijn militaire basissen en zijn steun aan de afscheidingsbewegingen.

In het zog van Saakasjvili vinden we onder meer de studentenbeweging ‘Kmara’ (Genoeg) die zichzelf vergelijkt met de Servische studentenbeweging Otpor en haar actie tegen Milosevic. De vergelijking gaat zeker op waar het de Amerikaanse ondersteuning betreft, want beiden worden gefinancierd door de Amerikaanse speculant George Soros. Soros had een jaar eerder op een conferentie in Boedapest gezegd dat Georgië zich van Sjevardnadze moest ontdoen. Zijn vertegenwoordiger aan het hoofd van de Soros stichting in Georgië, Kacha Lomaïa, heeft zich als inspirator van Kmara met die taak belast.

Tijdens de crisisdagen van november kwam de Russische minister van Buitenlandse Zaken Igor Ivanov in het wereldnieuws als bemiddelaar. De Amerikaanse ambassadeur Richard Miles was intussen echter al dagen veel discreter aan het onderhandelen over het aftreden van Sjevardnadze. De Amerikanen gingen de president wantrouwen omdat hij trachtte zoete broodjes te bakken met de Russen en omdat hij ineens een bondgenootschap sloot met Aslan Abasjidze, de zeer autoritaire baas van het autonome Adzjarië, aan de grens met Turkije.

Intussen had de Georgische regering wel moeten toezien hoe de Russische elektriciteitsreus UES, van de grote man van de nepprivatiseringen Anatoly Tsjoebais, in augustus jl. de controle had overgenomen van de Georgische elektriciteitsdistributie, terwijl ook de gasdistributie in handen kwam van de Russische gigant Gazprom. Gazprom is niet opgezet met de plannen om naast de oliepijpleiding ook een gaspijpleiding aan te leggen. De Amerikaan Steve Mann, verantwoordelijke bij Buitenlandse Zaken voor de Kaspische regio, klaagde over "het groeiend monopolie van Gazprom" in die regio.

Maffia

Bij Sjevardnadze’s recente moeilijkheden werd er ineens nadrukkelijk herinnerd aan de corruptie en de greep van de georganiseerde misdaad op het dagelijks leven in Georgië. Maar het is al jaren dat de "echte" economie van Georgië feitelijk teert op smokkel in gestolen wagens, wapens, sigaretten, drugs, benzine… Dat is de voorbije twaalf jaar niet anders geweest. Moskou vroeg o.m. al jaren de uitlevering van een beruchte maffiabaas, Badri Partakatsisjvili, die in Georgië diverse ondernemingen controleert en veel politieke vrienden heeft.

Talrijke Georgische maffiagroepen zijn trouwens ook stevig ingeplant in Rusland waar ze politieke vrienden hebben. En in België.

Azerbeidzjan

De corruptie en de greep van maffiabazen op de politiek waren onder Sjevardnadze ongetwijfeld sterk. Maar waarom vinden Washington en Londen dat helemaal niet erg in Azerbeidzjan? Bij de Wereldbank bestaat bijv. ernstige twijfel aan de financiering van de BTC-pijpleiding omdat de opbrengsten ervan bijna integraal in handen zullen komen van de politieke leiders van Azerbeidzjan, een land dat op de lijst van Transparency International over corruptie op een ereplaats staat.

Geidar Aliëv, vroeger chef van de KGB in Azerbeidzjan en ooit eerste vice-premier van de Sovjet-Unie, heeft in oktober jl. in nepverkiezingen zijn zoon Ilham tot zijn opvolger doen verkiezen. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken begroette die verkiezing als zijn de "in overeenstemming met de grondwet". Tegelijk zegden de leiders van de Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen die in de regio aanwezig zijn, dat Azerbeidzjan "nood heeft aan continuïteit". Midden de olierijkdommen leeft de helft van de bevolking intussen onder de armoededrempel, zijnde 25 dollar per maand.

(Uitpers, nr. 48, 5de jg., december 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook