INTERNATIONALE POLITIEK

Geneeskunde voor de artsen of voor de patiënten?

Image

Nu steeds meer artsen niet meer geconventioneerd zijn en hun ‘ere’loon zelf mogen bepalen; het remgeld bij de dokters omhoog gaat; de jacht op langdurig zieken werd geopend en de aanvallen op de Sociale Zekerheid toenemen, is het meer dan ooit nodig te onderstrepen dat ook een ander soort geneeskunde mogelijk is: geneeskunde voor de patiënten en niet voor de artsen. Dat maakt Carl Cauwenbergh, jarenlang arts voor ‘Geneeskunde voor het Volk’, overduidelijk in zijn boek ‘De zevende groepspraktijk’ dat een waar ‘document humain’ mag worden genoemd.

Iedereen die  het einde van het middelbaar onderwijs heeft bereikt vraagt zich af wat hij/zij nadien zal doen. Voor Carl Cauwenbergh was het vrij vlug duidelijk: hij wou iets doen om zieke mensen te helpen. Rijk worden was niet zijn doel, wel dicht bij de mensen staan. Dus koos hij ervoor geneeskunde te gaan studeren. Zijn ouders stemde met zijn keuze in, maar hadden wel een verzoek: ‘We zouden niet graag zien dat je een dokter op een ‘piëdestal’ wordt, zo iemand die uit de hoogte doet.’ Dat is ook niet gebeurd.

Beroepsverbod tegen gratis geneeskunde

Nadat hij was afgestudeerd ging Cauwenbergh in augustus 1981 gedurende enkele maanden met  interim-contracten in een aantal bedrijven werken. Tot hij in oktober van dat jaar een telefoontje kreeg om te vragen of hij in de groepspraktijk van ‘Geneeskunde voor het Volk’ (GVHV) in Hoboken een tijdje een dokter zou willen vervangen. Geneeskunde voor het Volk was destijds opgericht door de partij AMADA (Alle Macht aan de Arbeiders), nu Partij van de Arbeid (PVDA). In 1972 had Cauwenbergh in de krant gelezen dat dokter Kris Merckx samen met een collega een groepspraktijk in Hoboken was begonnen. Beide dokters werkten tegen terugbetalingstarief. Dat betekent dat de patiënt het bedrag dat hij de dokter betaalt volledig terugkrijgt van het ziekenfonds. Het doktersbezoek was dus gratis.

Daartegen rees onmiddellijk protest vanwege de Orde van Geneesheren (nu Orde der Artsen), die vooral de financiële belangen van de artsen verdedigt. De Orde kan ook sancties tegen dokters nemen. Een totaal ondemocratisch systeem. Stel je voor dat iedere beroepsgroep zijn eigen rechtbank zou hebben. Tegen de eerste artsen van GVHV sloeg de Orde onmiddellijk toe. Ze legde dokter Merckx een tijdelijk beroepsverbod op. Een arts die gratis werkte kon niet. Dat was oneerlijke concurrentie tegenover de confraters. Zo’n arts was een stielbederver. Maar met de steun van patiënten en sympathisanten bleef Merckx doorwerken. Merckx werd voor de rechtbank gedaagd. De rechter stelde drie psychiaters aan om hem te onderzoeken, want een dokter die gratis werkte moest wel gek zijn. De drie psychiaters haakten af en het proces liep op een sisser af.

Geen lidgeld voor de Horde

Binnen het artsenkorps rees protest tegen de Orde, die al vlug door velen de Horde der Geneesheren werd genoemd. Toen het beruchte artsensyndicaat van dokter Wynen in 1979 een nationale artsenstaking uitriep tegen een maatregel om overmatige onderzoeken te beperken, beslisten duizenden specialisten en huisartsen hun werk voort te zetten. Vanaf 1980 weigerden ruim driehonderd artsen nog langer hun lidgeld aan de Orde te betalen, hoewel dat wettelijk verplicht was. Ook de GVHV-artsen namen aan de betaalstaking deel. Als student besliste Carl Cauwenbergh samen met zijn vriend Jan Cools, met wie hij later een groepspraktijk wou starten, geen lidgeld aan de Orde te betalen.

Vanaf 1983 ontving Cauwenbergh aangetekende brieven van de Orde om hem te verplichten zijn lidgeld te betalen. In 1985 bezorgde een deurwaarder een dagvaarding om voor de vrederechter in Mechelen te verschijnen. De zaak sleepte jarenlang aan en uiteindelijk werd hij in 1990 veroordeeld om de niet-betaalde lidgelden van 1982 tot en met 1990 te betalen. Hij tekende beroep aan bij de Rechtbank van Eerste Aanleg, maar omdat het imago van de Orde tegen die tijd al zo besmeurd was ondernam ze geen actie meer. Cauwenbergh betaalde dus nooit lidgeld.

Zevende groepspraktijk

Zo zijn we wat vooruitgelopen op de start van de vzw Geneeskunde voor het Volk Mechelen op 1 oktober 1982, de zevende groepspraktijk van GVHV. De praktijk vestigde zich in de Mechelse Hanswijkstraat. Maar Cauwenbergh moest er wel alleen aan beginnen, want zijn vriend Jan Cools moest in de praktijk van Hoboken inspringen. Meteen gingen de poppen aan het dansen. Nadat Cauwenbergh nog voor de start van de praktijk aan ‘De Mechelse Week’ een interview had toegestaan, waarin het praktijkadres weliswaar niet werd vernoemd, moest hij voor de Provinciale Raad van de Orde van Geneesheren van Antwerpen verschijnen vanwege een klacht. Het interview zou namelijk als reclame voor de nieuwe praktijk kunnen worden gezien. Cauwenbergh werd herhaaldelijk voor de Orde gedaagd. Telkens was hij vergezeld van een groep patiënten en sympathisanten. In 1983 werd hij vrijgesproken.

In 1988 kwam er eindelijk een tweede arts voor de Mechelse praktijk, Hilde Vanobbergen, die voorzitster was van Geneeskunde voor de Derde Wereld. De samenwerking Carl-Hilde was perfect. Maar in 1995 overleed Hilde plots aan een hartfalen. Ze was nog maar tweeëndertig. Haar heengaan was een zware klap. Dat Cauwenbergh zijn boek begon met een hoofdstuk over dit overlijden bewijst hoeveel Hilde voor hem en de patiënten betekende.

Vanzelfsprekend trok de praktijk die gratis geneeskunde bood mensen aan met een laag inkomen. Al vlug stuurden allerlei sociale diensten en ook dokters mensen naar de GVHV-praktijk. Die ging deel uitmaken van een netwerk met organisaties zoals het Crisis Interventiecentrum, de opvang van ex-gevangenen en het vluchthuis voor vrouwen. Omgekeerd vond Carl Cauwenbergh ook confraters die met hem wilden meewerken. Zo waren zowel een cardioloog als een labo bereid gratis en anoniem voor een man zonder papieren te werken.

Medische duizendpoot

Met verbazing lees je wat Carl Cauwenbergh gedurende vele jaren naast zijn steeds drukker wordende dokterspraktijk nog allemaal deed. Zo zette hij zich in voor gezondheidsvoorlichting en -opvoeding om patiënten te leren gezond te leven en ziekten te voorkomen. Als lid van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen ging hij op tal van plaatsen voordrachten geven. Hij werd de huisarts van de Assyrische gemeenschap die zich in Mechelen vestigde. Cauwenbergh, zijn vrouw Mirjam Van Driessche, die verpleegster was, en hun beide dochters werden vrienden van die  gemeenschap. Nog voor abortus wettelijk toegelaten was, konden vrouwen daarvoor bij Cauwenbergh terecht. Andere artsen en ook politici stuurden vrouwen in het geheim  naar hem.

Cauwenbergh nam het tot bij de rechtbank op voor patiënten die onder druk van het bedrijf en de controlearts vroegtijdig terug aan de slag moesten. Een bedrijfsleider diende zelfs klacht tegen hem in bij de Orde van Geneesheren, maar de klacht bleef zonder gevolg. Samen met een collega uit Zelzate publiceerde hij in 1994 de brochure ‘De patroon verzuimt zijn controle nooit’. Maandelijks volgde hij op zaterdagvoormiddag een extra opleiding bij het Huisartsen Navormingsinstituut in Antwerpen. In 1990 volgde hij de universitaire vorming tot erkend praktijkopleider voor een huisarts in beroepsopleiding. Een beginnend huisarts moet immers twee jaar onder begeleiding werken vooraleer met een eigen praktijk te starten. De dokterspraktijk ondernam samen met het Mechelse jeugdhuis Rzoezie allerlei acties voor de vluchtelingen die in het Brusselse Klein Kasteeltje werden opgevangen en regelmatig naar Mechelen werden uitgenodigd. Cauwenbergh lanceerde ook het driemaandelijkse tijdschrift ‘Geneeskunde voor het Volk in Mechelen’ waarvan het eerste nummer in april 1985 verscheen. Samen met de mensen rond de praktijk ondernam hij solidariteitsacties voor stakers en ontslagen arbeiders van de Boelwerf in Temse, de Forges de Clabecq in Tubeke en Renault in Vilvoorde. En dan was er nog het jaarlijkse mosselfeest voor patiënten en sympathisanten.

Bitter en mooi afscheid

Vanaf het overlijden van dokter Hilde Vanobbergen wordt het behelpen in de Mechelse praktijk. Er kwamen wel regelmatig jonge stagiair-artsen, maar die bleven doorgaans maar een jaar. Voor Carl Cauwenbergh werd het te veel. Hij zat op zijn tandvlees, zoals hij schrijft. Uiteindelijk nam de nationale leiding van GVHV een harde beslissing: de Mechelse praktijk moest op 30 juni 2002 sluiten. Dat nieuws was voor patiënten en sympathisanten een donderslag bij heldere hemel. Er kwam scherpe kritiek en felle woede. Maar de teerling was geworpen.

Het werd zowel een bitter als een mooi afscheid voor Carl en zijn vrouw Mirjam. Beiden ontvingen niets dan lof en dankbaarheid voor hun jarenlange grenzeloze inzet. Mirjam die in het boek een aantal ‘Herinneringen’ schreef, besloot haar laatste bijdrage als volgt: ‘Die twintig jaar groepspraktijk, dat was voor ons gezin een mooie periode’.

Carl Cauwenbergh

De Zevende Groepspraktijk

Uitgeverij de Scriptomanen

251 blz. – 23,50 euro

Laatste bijdrages

Eén jaar Trump

Ik denk vaak aan hen, de linkse vrienden die een kleine tien jaar terug hoopten dat Trump de verkiezingen zou winnen, hij was immers minder oorlogszuchtig dan Hilary Clinton.…

Groot schimmenspel rond Gaza.

De arrogantie zelf van zijn aanvallen op Latijns-Amerika — Venezuela, maar ook Colombia en Mexico –, en dan ook nog op Europa via Groenland en dus Denemarken, terwijl hij…

Venezuela, quo vadis ?

Veel details zijn er nog steeds niet, maar dag na dag komen er wel gegevens vrij over hoe de VS-inval in Venezuela is verlopen en wat de plannen voor…

Antisemitisme: het meest misbruikte woord

You May Also Like