De Indiase ‘Central Board of Film Certification’ weigert een vergunning voor de publieke vertoning van de film “The Voice of Hind Rajab’. De vertoning er van zou de goede relat7uies tussen India en Israël kunnen verstoren, aldus de censuurcommissie. Deze film, met een Oscar nominatie, gaat over de dood van een Palestijns meisje van 5 in Gaza. De film won de Zilveren Leeuw op het filmfestival van Venetië.
De verdeler had er de commissie op gewezen dat die film wél vertoond is in talrijke landen die goede banden hebben met Israël en dat dit nergens een probleem opleverde. In India dus duidelijk wel.
Hoe nauw die banden zijn bleek nog zeer onlangs met het bezoek dat premier Narendra Modi
Modi werd eind februari, net voor de aanvallen op Iran, in Israël met grote eer ontvangen. Dat stuitte wel op veel kritiek in India zelf, maar daar heeft Modi niet de minste oren naar.
India, eertijds als koploper van de neutrale en niet-gebonden landen een verdediger van de Palestijnen, heeft die onder Modi laten vallen. India werkt nu economisch en militair heel nauw samen met Israël. Dat is ook ingegeven door de gedeelde vijandigheid tegenover moslims – de Indiase moslims zijn met meer dan 200 miljoen zowat de grootste verdrukte minderheidsgroep van de wereld.
Vorig jaar hield diezelfde censuurcommissie ook de vertoning tegen van de film Santosh, van de Indiase regisseur Sandya Suri omdat die “politiek te gevoelig lag”. Nochtans waren script en opname in India vooraf goedgekeurd. Maar de verwijzing naar onder meer discriminatie volgens kaste kon niet door de beugel. Intussen wordt India dagelijks overspoeld door hindoefundamentalistische filmgedrochten.
