Gaza tegen Goliath

Gaza heeft al vele oorlogen gekend. Het is dat deel van Palestina dat het meest onder vuur ligt wanneer Israël zijn macht wil tonen. Wanneer het de Palestijnen duidelijk wil maken dat ‘ze er niet aan mogen twijfelen dat ze een verslagen volk zijn’. De woorden zijn van Moshe Yaalon, in 2002 de bestuurder van de bezette Gazastrook.

Na Jeruzalem is Gaza-stad waarschijnlijk de bekendste stad van Palestina. Jeruzalem is voor de christenen de stad waar Christus geleden heeft en gestorven is, waar hij bloed en tranen gelaten heeft. Gaza laat al zestig jaar bloed en tranen. Maar verder weten we er weinig over. Als de media het over Gaza hebben, gaat het in feite om een kleine kuststrook van Palestina, waarin naast Gaza-stad nog twee steden liggen, Rafah en Khan Yunis. Die kuststrook is ongeveer even groot als de helft van de Belgische kust. De Gazastrook heeft een oppervlakte van 258 km², dat is iets minder dan onze kust tussen Middelkerke en Knokke. Op dat stukje Belgische kust leven 170.000 mensen. In de Gazastrook leven er 1,4 miljoen. Bijna tien keer meer inwoners dus, op die minieme oppervlakte.

De overgrote meerderheid (80%) van de Palestijnen die in de Gazastrook wonen, zijn niet van daar afkomstig, en zijn er ook niet uit vrije wil gaan wonen. Het zijn vluchtelingen die in 1948 bij de stichting van de staat Israël met geweld uit Palestina verdreven werden. Want Palestina moest plaatsmaken voor een staat van en voor Joodse kolonisten. Een staat opgericht vanuit een zionistische ideologie, met de Holocaust als schaamlap. Een staat met dezelfde racistische en koloniale visie als die waarmee de Europese staten kolonies stichtten in Congo of Algerije.

En die staat, Israël, handelt vandaag nog altijd vanuit diezelfde ideologie en visie.

Veel van de inwoners in de Gazastrook komen uit Haifa, een heuvelachtige stad aan de voet van het Karmelgebergte, waar in 1948 65.000 Palestijnen woonden. Dit is de manier waarop ze verdreven werden: ‘Van bovenaf rolden de Joodse troepen olievaten gevuld met springstof en stalen kogels naar beneden, naar de Arabische woonwijken. Daarna goten ze een mengsel van olie en benzine in de straten en staken het aan. Dat deed de vaten ontploffen. De bewoners die in paniek door de vuurzee hun huizen verlieten, werden met machinegeweren neergemaaid.’

Wie zich kon redden vluchtte naar de haven en werd met vissersboten in veiligheid gebracht. Sommigen naar Libanon, anderen naar de haven van Gaza. Maar de meeste vluchtelingen in Gaza werden over land verdreven geschiedenis van de palestijnse tragedie en zijn afkomstig uit stadjes en dorpen die nu in Israël liggen. Uit Ramla, Beersheba, Ashkelan (dat nu Ashkelon heet), Isdud (herbevolkt door Joden in 1957 en herdoopt tot Ashdod) of Najd (herbevolkt in 1951 en herdoopt tot Sderot).

Sommige van die steden halen nu de media omdat er vanuit Gaza Qassamraketten op afgeschoten worden. Door zonen van vluchtelingen die de geboortegrond van hun vader beschieten uit wraak omdat zij er niet mogen naar terugkeren, terwijl nieuwe Joodse immigranten zich er wel mogen vestigen. De raketten zijn genoemd naar de leider van de eerste grote Palestijnse revolte tegen de kolonisatie in de jaren 1930. Van die Qassamraketten moet je je niet te veel voorstellen. Ze worden artisanaal in elkaar geknutseld uit een soort kachelbuizen en dan gelanceerd vanuit een iets grotere buis. Tussen 2004 en juli 2008 werden er 2696 Qassamraketten afgeschoten, met elf Israëlische doden tot gevolg.

Omdat die raketten zo primitief zijn, hebben ze geen echte lanceerinstallatie nodig. Strijders nemen ze onder de arm en vuren ze af wanneer ze de kans schoon zien. Als Israël zegt dat het de plaatsen wil bombarderen van waaruit de raketten worden afgevuurd, bedoelt het dus dat het de hele Gazastrook wil bombarderen. Met als excuus dat een staat de plicht heeft zijn burgers met alle mogelijke middelen te beschermen. Hebben de Palestijnen dan het recht om hun burgers die uitgehongerd worden met alle mogelijke middelen te beschermen, in dit geval met Qassamraketten? Neen, want zij zijn immers geen staat. Israël zegt dat het een democratie is. Hoe reageert een democratie op terreur van een verzetsbeweging? Een mooi voorbeeld is Groot-Brittannië, dat decennialang met zeer bloedige aanslagen van de IRA af te rekenen kreeg, tot in Londen toe. Heeft de Britse luchtmacht als represaille de Ierse burgerbevolking gebombardeerd?

Israël reageert niet als een democratie, maar als een koloniale staat waarvoor het leven van een ‘inboorling’ van geen tel is. In de drie weken dat de Gaza-oorlog woedde, vielen er vier Israëlische doden door Qassamraketten, terwijl er aan Palestijnse kant zo’n 1400 doden vielen, van wie een derde kinderen, en meer dan 4500 gewonden.

Ze zijn dus niet erg efficiënt die Qassams, zeker niet vergeleken met het wapentuig van Israël, de vijfde grootste militaire macht ter wereld. De Palestijnen hebben in hun verzet tegen de zionistische kolonisatie altijd tegen een overweldigende militaire overmacht gestaan. Ze hebben vanaf de jaren 1920 alle methodes uitgeprobeerd: petities, betogingen, algemene stakingen, guerrilla. Na 1948, toen de staat Israël werd gesticht, verslechterden de machtsverhoudingen nog. Israël werd niet alleen politiek gesteund door de Verenigde Staten en Europa, maar ook militair. En weer probeerden de Palestijnen het met guerrilla, dat was toen hét wapen van de bevrijdingsbewegingen. Toen de guerrillatactiek onmogelijk gemaakt werd door het verpletterende Israëlische militaire overwicht en door de Arabische regimes die onder Amerikaanse druk het verzet aan banden legden, gingen de Palestijnen over tot vliegtuigkapingen en vervolgens bomaanslagen. Ze probeerden het met volksopstanden, bekend als intifada’s, waarbij ze stenen gebruikten tegen tanks. Ze probeerden het met onderhandelingen in Madrid en Oslo. Niets lukte. Toen gingen ze over tot zelfmoordaanslagen, maar daar stapten ze vanaf, onder meer omdat te veel Palestijnen dit immoreel vonden. Als laatste middel tegen een bezetting die al zestig jaar duurt grepen ze naar Qassamraketten.

Deze gewapende strijd werd gevoerd omdat er geen ander middel overbleef. Op de Verenigde Naties konden de Palestijnen ook al niet rekenen: Israël werd door de VN met resoluties bestookt, maar de Joodse staat legt die simpelweg naast zich neer. Het zijn er ondertussen meer dan honderd. De belangrijkste hebben het over het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en over het verbod grond in te palmen en er Joodse kolonisten op te settelen.

Dat militair geweld de enige overblijvende keuze was, werd al in 1975 verwoord door de dichter Rashid Hussein:

‘Ik ben tegen de revolutionairen in mijn land die korenaren doen knakken.

Tegen een kind, elk kind, dat een handgranaat gooit.

Ik ben tegen mijn zuster die geweren leert hanteren.

Maar wat kan een profeet, een profetes doen, wanneer hun ogen het zicht moeten drinken van een bezettende horde?

Ik ben tegen jongens die nog voor ze tien zijn martelaar worden, tegen bomen waarachter springladingen liggen.

Takken die planken worden voor een schavot,

Papavervelden die loopgraven worden.

Tegen dit alles ben ik, maar wanneer het oorlogsvuur mijn vrienden en mijn land verrast, hoe kan ik dan maken dat mijn gedicht geen wapen wordt?’

Rashid Hussein was naast dichter ook PLO-vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties.

Tussen 1948 en 1967 was de Gazastrook een soort autonoom Palestijns gebied gecontroleerd door Egypte. Ze werd tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 door Israël bezet. Israël ontruimde in 2005 wel de Joodse kolonies in Gaza en trok zijn landleger terug, maar de bezetting ging door. Immers, de Gazastrook bleef vanuit de lucht bezet, iets wat de Israëlische architect en activist Eyal Weizman ‘the airborne occupation’ noemt. In plaats van soldaten vanuit checkpoints de hele strook te laten controleren, dropt de Israëlische luchtmacht nu pamfletten waarop staat dat een bepaalde zone ontoegankelijk wordt en dat al wie zich er toch waagt, vanuit de lucht zal worden neergeschoten. Daar zijn zelfs geen piloten meer voor nodig, want de beschietingen gebeuren door drones (onbemande vliegtuigjes) die op 3000 m hoogte vliegen en in tegenstelling tot de gevechtshelikopters en de jets niet zichtbaar zijn, ook niet voor de media. Zoals militair bevelhebber Shimon Naveh het uitdrukte: ‘We hebben nog weinig piloten boven Gaza, de lucht hangt er vol golems*, een leger zonder soldaten.’

Ook zonder Israëlische troepen op de grond blijft de Gazastrook dus een grote openluchtgevangenis. Bij het vertrek van de Joodse kolonisten en soldaten namen de Palestijnen zogezegd de Gazastrook over, maar het is Israël dat niet alleen het luchtruim maar ook de grenzen en de territoriale wateren controleert. Boten met humanitaire hulp worden systematisch door de Israëlische marine tegengehouden. De electriciteitsvoorziening, de voedselbevoorrading en de watertoevoer zijn allemaal in Israëlische handen.

En de bezetting brengt geld op. Daar waar Europa permanent de Palestijnse bevolking met humanitaire hulp moet bevoorraden, verdient Israël aan de bezetting. En nog geen klein beetje. Israël levert jaarlijks voor 384 miljoen euro brandstof aan Gaza. De grote kibboetscoöperatie Tnuva levert verse groenten, fruit en melk aan Gaza. Dat loopt op tot 107 miljoen euro per jaar. In sommige gevallen gaat het om speciaal voor Gaza gekweekte groenten en fruit die, zo schrijft de Israëlische krant Ha’aretz op 18 juni 2007, niet op de Israëlische en de internationale markt te slijten zijn wegens hun ondermaatse kwaliteit. De landbouw in Gaza zelf is ook weer een bron van deviezen voor Israël, want de aardbeien, kerstomaten en bloemen die er gekweekt worden, komen, als de bezetter en de oorlogssituatie het toelaten, in uw Delhaize terecht via het Israëlische bedrijf Agrexco.

Of Israël nu in Gaza met troepen aanwezig is of niet, de kassa blijft rinkelen en Europa betaalt de factuur. Wij betalen de bezetting. Terwijl de Palestijnen er verpauperen. Vier op vijf families zijn ondervoed, een derde van de gezinnen moet het stellen met minder dan 1 euro per dag. Na de gruwel van december 2008-januari 2009 zal dit nog verslechteren. Tenzij er een echt bestand komt, dat niet alleen over de militaire activiteit handelt, maar dat Israël verplicht de grenzen van Gaza open te stellen voor voedsel, medicijnen en brandstof, en voor medisch personeel en journalisten.

Waarom voerde Israël dan eigenlijk die ‘totale oorlog’? Zogezegd omdat Hamas een bestand had geschonden en weer Qassamraketten afvuurde. In werkelijkheid had Israël nooit echt het bestand gerespecteerd door de Gazastrook hermetisch af te sluiten en geen voedsel, medicijnen of brandstof toe te laten. Daarna schond het ook militair het bestand door op 4 november Gaza met grondtroepen binnen te vallen en er zes Hamasleiders te liquideren. Die aanval heeft zo goed als nergens de media gehaald, omdat hij gebeurde tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Een geslepen timing, wat ook voor eind december geldt toen Israël zijn oorlog inzette tijdens het machtsvacuüm dat heerste tussen de verkiezingen en de effectieve machtsoverdracht van president Bush aan Barack Obama. Het staakt-het-vuren kwam dan weer net op tijd voor de inauguratie van Obama.

De oorlog begon met bombardementen op grote schaal, in de stijl van Guernica*, en met massamoorden nog erger dan wat Israël vroeger tijdens zijn veroveringsoorlogen aanrichtte. Want Israël heeft een traditie van blinde terreur tegen Palestijnse burgers. Bij de oprichting van de Joodse staat werden in een rist dorpen bewust massale moordpartijen gepleegd om terreur te zaaien en zo de Palestijnse bevolking aan te manen het land te verlaten. De bekendste is die van Deir Yasin in 1948. Ook in latere oorlogen werd deze tactiek gevolgd, zoals in 1956 in Kafr Qassim, een Palestijns dorp in Israël, en in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila nabij Beiroet tijdens de invasie van Libanon in 1982.

De ‘eindejaarsoorlog’ in de Gazastrook knoopt aan bij deze traditie van terreur. Zowel het Internationale Rode Kruis als de Verenigde Naties getuigen over burgers die gebombardeerd werden in scholen, moskeeën, ziekenhuizen en VN-gebouwen. Bij één slachtpartij kwamen 48 leden van dezelfde familie om het leven. Ooggetuigen beschrijven het gebruik van fosforbommen en andere wapens die hoofdzakelijk burgers verwonden en doden.

Wapentuig dat al lang door de internationale gemeenschap werd veroordeeld en verboden. Dat het Israëlische leger fosforbommen gebruikt, is geen verrassing. Dat ligt immers in dezelfde lijn als het gebruik van napalmbommen eind jaren 1960 tegen de burgerbevolking van de Palestijnse vluchtelingenkampen in een poging om de steun aan het toenmalige Palestijns verzet te breken.

Hamas

Het Palestijns verzet vandaag in de Gazastrook, dat is Hamas. De naam viel al. Dat zijn toch die fundamentalisten waarmee niet te praten valt? Terroristen die Israël bestoken met Qassamraketten.

Hamas is inderdaad de politieke vleugel van een radicaalislamitische beweging. De Mujamma al Islami, zoals de organisatie heette toen ze in 1973 door sjeik Ahmad Yassin werd opgericht, beschouwde zich als de Palestijnse afdeling van de Moslimbroederschap, de oudste en grootste fundamentalistische beweging in de Arabische wereld. Bij haar ontstaan tolereerde Israël de beweging niet alleen, maar steunde haar tegen de linkse Palestijnse krachten in Gaza, namelijk het Volksfront en al Fatah, de groepering rond Yasser Arafat. De politieke houding van de fundamentalisten was toen niet gericht op de Palestijnse nationale kwestie. Zij zagen het nationalisme als een gevaar voor de islam. Zoals een van hun leiders het in 1987 verwoordde: ‘God heeft de islam niet geopenbaard om het Palestijnse probleem op te lossen.’ Wat de fundamentalisten wel nastreefden was ‘de triomf van de islam over Israël als corrumperende westerse macht in het gebied’, met andere woorden de islamisering van de Palestijnse maatschappij die te westers was geworden.

In 1937 liet de Spaanse generaal Franco een terreurbombardement uitvoeren op de Baskische stad Guernica omdat de Baskische republikeinen fout hadden gestemd en zich niet wilden neerleggen bij de coup van de fascistische generaal. Het was het eerste terreurbombardement tegen een burgerbevolking uit de geschiedenis.

Na het uitbreken van de eerste intifada, een spontane volksopstand tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden, veranderde de organisatie haar naam in Hamas, het Arabische woord voor ‘ijver’ maar ook het letterwoord voor Harakat al Muqawama al Islamiya,

Beweging van Islamitische Verzetskrachten. Toen duidelijk werd dat ook het vredesproces voor de Palestijnen niets opleverde – sinds de Oslo-akkoorden van 1993, is het aantal Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever verdubbeld – en dat de Palestijnse Autoriteit zich daar de facto bij neerlegde, werd ook de strijd tegen Israël en voor een Palestijnse staat voor de Hamasleiders belangrijk. Ze kloegen de corruptie en de inefficiëntie van Fatah aan en maakten de nationalistische eisen van de Palestijnen tot de hunne.

De strijd tussen Hamas en Fatah gaat dus niet alleen maar over een islamitische en een seculiere visie op de politiek, maar vooral ook over hoe het vredesproces moet ingeschat worden. Hamas oordeelt dat dit ‘vredesproces’ niets heeft opgeleverd tenzij verdere kolonisatie, armoede en miserie. De Palestijnse Autoriteit daarentegen, die uit Fatahleden bestaat, blijft het diplomatieke spel meespelen omdat ze zo het financiering blijft ontvangen.

Een financiering die lang niet altijd terechtkomt waar ze voor bedoeld is. De meerderheid van de Palestijnen vindt die houding van de Fatah-regering er een van een corrupt regime. Bij de Palestijnse parlementsverkiezingen in 2006 behaalde Hamas de meerderheid van alle stemmen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Ook christelijke Palestijnen stemden op hen. Daarop verklaarde Hamasleider Ayman Taha: ‘Wij zijn niet van plan om van Gaza een islamitisch emiraat te maken.’

De verkiezingen van 2006 betekenden dan ook een keerpunt in de politieke strategie van Hamas. Ze schoven hun islamitisch project op de lange baan en geven nu alle prioriteit aan de strijd tegen de Israëlische bezetting. Hun verkiezingsplatform van 2006 stelde onder meer:

– ‘Samenwerking met de internationale gemeenschap om de bezetting ongedaan te maken, de kolonies te ontmantelen en Israël te verplichten zich terug te trekken uit de gebieden die het in 1967 bezet heeft, waaronder Jeruzalem.’

– ‘De nieuw verkozen regering zal de verdragen die de PLO/Palestijnse Autoriteit met Israël heeft afgesloten met verantwoordelijkheid benaderen en er over waken dat hierbij de fundamentele belangen van ons volk worden gevrijwaard.’

– ‘De nieuw verkozen regering zal de internationale resolutie over de kwestie met nationale verantwoordelijkheid benaderen en er voor zorgen dat onze onvervreemdbare rechten worden beschermd.’

Om tot een algehele bevrijding van Palestina te komen, denkt Hamas nu aan een oplossing in stappen, waarbij de eerste stap de oprichting is van een ‘volwaardig en soeverein Palestina met Jeruzalem als hoofdstad’, binnen de grenzen van 1967. Deze strategie in stappen motiveert Hamas vanuit haar islamitisch gedachtegoed met het begrip ‘hudna’, letterlijk ‘bestand’. Het is een term die uit het islamitisch recht stamt en waaronder wordt verstaan ‘het opschorten van de oorlog wanneer dit in het voordeel is van de moslims’.

Het is trouwens geen nieuw begrip in het discours van Hamas. Het dook al op in 2003. Dat jaar stelde de organisatie voor het eerst een hudna aan Israël voor. Die ging in op 29 juni 2003 maar werd verbroken toen Israël Hamasleider Ismail Abu Shanah vermoordde. In 2004 verklaarde Hamasleider Abdel Aziz al Rantisi dat een hudna van tien jaar met Israël mogelijk was, op voorwaarde dat de Palestijnen een staat zouden krijgen over heel het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever en Gaza, met Jeruzalem als hoofdstad. Sjeik Yassin deed er nog een schepje bovenop, voor hem kon zo’n bestand zelfs honderd jaar duren. Rantisi werd in april 2004 door Israël vermoord, bijna exact een maand nadat sjeik Yassin in zijn rolstoel platgebombardeerd werd.

Na haar verkiezingsoverwinning vormde Hamas de nieuwe regering, premier incluis. Fatah belandde in de oppositie, maar behield wel het presidentschap. Maar een Hamasregering dat zagen de Verenigde Staten niet zitten. In januari 2007 ontwikkelden zij een plan om 1,27 miljard dollar te pompen in de milities en de dertien geheime diensten van de Palestijnse Autoriteit, die onder controle stonden van president Abbas. De bedoeling was Hamas militair uit te schakelen via Abbas en zijn Fatah. Maar Hamas reageerde snel en op 13 juni 2007 gebeurde het omgekeerde: Hamas schakelde Fatah uit in de Gazastrook. Abbas reageerde door massaal Hamasaanhangers op de Westelijke Jordaanoever te arresteren en hun sociaal netwerk te verbieden. Hij riep de noodtoestand uit en ontbond de verkozen Hamasregering. Met als resultaat een Fatahregime op de Westelijke Jordaanoever en Hamas dat de plak zwaait in de Gazastrook.

Israël keek ondertussen de kat uit de boom, maar bereidde zich voor om zelf het pleit te beslechten. Minister van Defensie Ehud Barak stelde voor om de Gazastrook weer zelf militair te controleren. Met 20.000 manschappen moet dat kunnen, verklaarde hij in The Sunday Times van 16 juni 2007. De vraag was volgens hem niet ‘ja of nee?’, maar wel ‘wanneer?’. Anderhalf jaar later was het dus zover. En met Qassamraketten had dat weinig te maken.  

 

LAAT ONS PRATEN

Eerst zullen wij u in het zand begraven,
het hoofd vrij zodat het kan spreken
over wederzijds begrip, over vrede,

eerst zullen wij uw akker tot de onze maken,
soldaten plaatsen tussen mijn en dijn,
de camera op ons standpunt plaatsen,

eerst zullen wij al onze doden tellen
van de afgelopen tweeduizend jaar,
u daarmee om de oren slaan

en dan het spuug van onze handen vegen
en besluiten: het is duidelijk,
u wil geen vrede. 

Charles Ducal

(Uitpers, nr 106, 10de jg., februari 2009)

Dit is een voorpublicatie uit het boek Gaza. Geschiedenis van de Palestijnse tragedie van Lucas Catherine & Charles Ducal, dat op 10 februari, de dag van de Israëlische verkiezingen, gepubliceerd wordt door de uitgeverij EPO. Naast de analyse van de gebeurtenissen vanuit de geschiedenis van het conflict door Catherine, is Ducal in dit boek uitdrukkelijk aanwezig met zijn nieuwe gedichtencyclus Na Auschwitz.

De opbrengst van dit boek gaat naar de UHWC (Union of Health Work Committees) gaat, dat is de Palestijnse ngo die in meer dan 60 Palestijnse steden en dorpen, zowel op de Westelijke Jordaanoever als in de Gazastrook, eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg (volkskliniekjes en hospitalen) verzekert en het Al Awda ziekenhuis in Gaza runt. Meer info: www.intal.be.

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 95 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook