G20 en co laten speculanten nieuwe slachtoffers maken

Na het uiteenspatten van de speculatieve zeepbel in september 2008, klonk het in Washington, Londen en elders zeer luid en krachtig: dit kan niet meer. Er werd een nieuwe kapitalistische internationale in het leven geroepen, de G20. Speculanten en fiscale paradijzen zouden aan banden worden gelegd. Anderhalf jaar later zit de lucht alweer vol zeepbellen. De Griekse bevolking is er een van de grote slachtoffers van.

Men kon er niet naast kijken, ongebreidelde hebzucht en speculatie dompelden wat men ineens “de echte economie” noemde in een diepe crisis. Banken, verzekeraars, speculatiefondsen, noteringsbedrijven en hun medeplichtige economisten en analisten hadden buiten elke controle om, jarenlang steeds duurdere wind verhandeld. Op de grote topconferenties na het debacle klonk het dat dit nooit meer mocht gebeuren. De Franse president Sarkozy nam het voortouw in een verbale aanval op de fiscale en witwasparadijzen die ervoor zorgen dat grootkapitaal minimaal belastingen betaalt en dat zwart en misdaadkapitaal zorgeloos kan worden witgewassen.

Wat deden al die regeringen in de praktijk? De bank- en financiewereld die de crisis veroorzaakte, er weer bovenop helpen. Met strenge vermaningen dat ze geen extravagante bonussen meer mochten betalen. Maar evenmin als van de rest, trokken de bankiers en andere speculanten zich daar iets van aan. De vermaningen waren nog niet koud, toen er alweer nieuwe zeepbellen ontstonden. De beursspeculatie draait op volle toeren, zeker in de “opkomende machten” zoals Brazilië waar de beurskoersen in een jaar bijna verdubbelden. Of in China waar de vastgoedspeculatie in volle hevigheid toeslaat. Of in de beurzen van grondstoffen. De met overheidsgeld geredde banken zijn bijzonder gul met kredieten voor speculanten in al die bijzonder speculatieve sectoren.

Die speculanten hebben het ook gemunt op staatsobligaties en laten zich daar merkwaardig genoeg nog altijd bij leiden door de zogenaamde rating agencies die voor landen en ondernemingen quoteringen over kredietwaardigheid maken. Van AAA1 naar gewoon AAA gaan is al een kleine ramp. Maar waar zaten al die experts vóór de crisis? Zij hebben een zeer grote verantwoordelijkheid in het opzwellen van de zeepbel. Ook zij moesten aan banden worden gelegd.

Daar is echter nog niets van in huis gekomen. Als die grote experts zoals Moody’s, Standard & Poor en andere een land een lagere quotering geven, wordt meteen de afbetaling van de staatsschuld van dat land veel duurder! Een bedrijf als Moody’s zet bij voorbeeld Griekenland onder zware druk: voer grondige besparingen door ten koste van uw bevolking, of we gaan uw quotering drastisch verlagen en meteen uw schulden sterk doen stijgen. Moody’s en konsoorten zijn aldus richtingwijzers voor de speculanten. Er is geen enkele vorm van controle op die speculatiemachines en het ziet er niet naar uit dat er nog controle komt.

Deze zaken illustreren alvast weer zeer duidelijk de aard van het kapitalisme: winstbejag van de heersende groep staat centraal. En de staat dient in de eerste plaats om die toestand te bestendigen, en als het nodig is om ervoor te zorgen dat de kapitalistische instellingen gered worden ten koste van degenen die niet leven van kapitaal, maar van hun werk. In “ouderwetse” termen heet dat klassenstrijd.

(Uitpers nr. 118, 11de jg., maart 2010)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook