G20: "De weg naar de hel". werkloosheid, overheidstekorten en inflatie

De Tsjechische premier en momenteel voorzitter van de Europese Unie Topolánek was eventjes vergeten dat politici niet geacht worden verstaanbare taal te spreken, en noemde in de aanloop naar de G20 in Londen de economische plannen van de Amerikaanse president Barack Obama “de weg naar de hel”. Hij zou het wel eens bij het rechte eind kunnen hebben, tenminste was het lot van de werkende bevolking betreft.

Het blijft moeilijk de volle omvang te vatten van de financiële en economische crisis, en van de mogelijke gevolgen. Vast staat dat de werkloosheid wereldwijd razend snel toeneemt. Vast staat ook dat in talrijke landen zeer grote risico’s worden genomen met de openbare financiën en het monetair beleid. Wie gaat de rekening betalen als er ongelukken gebeuren?

Het is duidelijk wie de rekening voor de werkloosheid zal betalen. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie stijgt het aantal werklozen wereldwijd in 2009 van 180 tot 230 miljoen. De beleidsmakers stellen het voor alsof de crisis een tijdelijk fenomeen is, maar is dat wel zo? Zijn die uitspraken meer waard dan de volkswijsheid “na regen komt zonneschijn”? Als je naar de economische geschiedenis van de laatste 100 jaar kijkt lijken periodes van economische expansie meer uitzondering dan regel. De expansie na WO II was mogelijk dank zij een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden, en is niet de norm. Halfweg de jaren 1970 was het vet van de soep. Sindsdien werd tijd gewonnen dank zij goedkope arbeid uit China en speculatieve zeepbellen. Het is niet duidelijk hoe het kapitalisme een weg gaat vinden naar nieuwe groei. Vast staat dat dit jaar de wereldeconomie voor het eerst sinds WO II zal krimpen.

We zouden dus wel eens kunnen staan voor een lange periode van aanhoudende massawerkloosheid op een niveau dat de huidige generaties nog niet hebben gekend. Dat zou betekenen dat de arbeidsbeweging in een erg verzwakte positie staat wanneer de vraag gesteld gaat worden wie de rekening moet betalen voor de oplopende begrotingstekorten en de dreigende inflatie.

Begrotingstekorten

De begrotingstekorten nemen overhands toe. Voor een stuk ligt dit aan de economische stimuleringsplannen die overal worden aangenomen. In de VS is het programma goed voor 6 procent van het BBP gespreid over twee jaar. Het verwachte tekort bedraagt volgend jaar 1.800 miljard dollar op een budget van 3.550 miljard dollar. Ook de volgende jaren worden grote tekorten verwacht. Het Congressional Budget Office verwacht het komend decennium een gecumuleerd begrotingstekort van 9.300 miljard dollar, dat is 2.300 miljard meer dan wat het Witte Huis voorspelt. Volgens de voorzitter van de Federale Reserve Ben Bernanke kan de Amerikaanse overheidsschuld oplopen van 40 procent tot 60 procent van het BBP.

In de eurozone bedraagt de jaarlijkse kost van de stimuleringsprogramma’s maar 1 à 1,5 procent van het BBP (Frankrijk 2 procent, Duitsland: 2,6 procent, Engeland 8 procent), maar je kunt daar de kost van ‘automatische stabilisatoren’ bijtellen zoals de toegenomen uitgaven voor de werkloosheid. Bijna overal worden sterk toegenomen begrotingstekorten verwacht.

Het Japanse stimuleringsprogramma bedraagt 14 procent van het BBP. Het Chinese stimulusprogramma bedraagt 584 miljard dollar (zowat 15 procent van het BBP), waarvan ruim een kwart ten laste van de centrale begroting. Het Chinese begrotingstekort zou dit jaar 3 procent van het BBP bedragen.

Tekorten alom dus. Volgens een bericht van het IMF zal de begrotingsbalans van de G20 tussen 2007 en 2009 met 6 procent van het BBP verslechten, en zal de overheidsschuld er oplopen met 14,50 procent. De overheidsschuld bedroeg in de G20 in 1980 40 procent van het BBP, in 2000 70 procent, en naar verwachting in 2014 100 procent. Volgens een ander bericht van het IMF zouden de stimuleringsprogramma’s dit jaar globaal staan voor 1,5 procent van het wereld BBP.

Risico

Het is echter moeilijk nauwkeurig het volledig risico te berekenen dat de overheidsfinanciën lopen. Vele regeringen hebben immers kwistig waarborgen uitgedeeld aan de financiële sector, waardoor de overheid het risico overneemt van haar ‘giftige activa’. Indien de economische crisis verder uitdiept en deze activa waardeloos blijken is de schade voor de openbare financiën niet te overzien.

In de VS heeft de regering haar nek zeer ver uitgestoken (zie ook ‘Obama speelt Sinterklaas’ elders in dit nummer). Volgens de New York Times is de Amerikaanse regering in totaal voor 9.800 miljard dollar verbintenissen aangegaan, waarvan 5.400 in de vorm van investeringen (aankopen aandelen) en 4.400 in de vorm van waarborgen. Dat is dus drie keer zoveel als het jaarbudget van de federale overheid.

De VS zijn een groot land en kunnen veel hebben. Het Amerikaanse BBP bedroeg in 2007 13.834 miljard dollar.

In sommige kleine landen ligt dat anders. IJsland ging al kopje onder omdat de financiële sector er buiten verhouding gegroeid was vergeleken met de economie van het land. Toen de banken er crashten moest de overheid forfait geven. Er zijn meer landen met een financieel waterhoofd. De activa van de Zwitserse banken zijn 6,8 maal zo groot als het Zwitsers BBP. Die van Ierland 9,5 maal, en de regering heeft er de banken moeten nationaliseren. Wanneer het in de financiële sector misloopt gaat Ierland over de kop (Ierland is trouwens het land waar in Europese kringen aan gedacht wordt wanneer men het heeft over de vraag of de EU in staat en bereid zal zijn een lidstaat in de eurozone bij te staan). De financiële sector in andere Europese landen heeft enorme verbintenissen uitstaan in Oost- en Centraal-Europa (zie elders in dit nummer).

In Duitsland hebben de 18 grootste banken samen 397 miljard dollar giftige activa in hun balansen. Het Duitse BBP in 2007 bedroeg 3.322 miljard dollar.

Om een lang verhaal kort te maken: er worden vandaag enorme putten gegraven die morgen zullen moeten worden gedempt. Dat wordt een lastig karwei, zeker als de economie niet aantrekt. Je zou dat kunnen doen door belastingen te heffen op de rijken. George Bush verminderde de belastingen met zo maar eventjes 1.700 miljard dollar per jaar, vooral ten gunste van de rijken. De oplossing is dus snel gevonden, maar allicht zal het geld elders worden gezocht. Verscheen in België niet enkele dagen geleden een rapport dat de schuld van de komende begrotingstekorten moet gezocht worden in de vergrijzing?

Inflatie

De dreiging van inflatie is een ander probleem. Wanneer je geld in de economie blijft pompen krijg je onvermijdelijk geldontwaarding, en dus prijsstijgingen en inflatie.

De geldcreatie in de vorm van gigantische speculatieve zeepbellen had geen inflatoire gevolgen, omdat die (fictieve) geldmassa’s in een gesloten circuit zaten, en niet in contact kwamen met de “reële economie”. Een groot deel van deze fictieve kapitalen is nu zelfs niet fictief meer. Volgens een studie van de Aziatische Ontwikkelingsbank werd wereldwijd sinds het begin van de crisis voor 50 duizend miljard dollar of 39,4 duizend miljard euro financieel kapitaal vernietigd.

Nu proberen de centrale banken en ministeries van financiën echter geld te pompen in de reële economie. Zij willen de kredietverlening terug op gang brengen. Ook willen zij door grote hoeveelheden waardepapieren op te kopen “de prijs” van deze waardepapieren, dus de rente, drukken, en zo het algemeen rentepeil laag houden. De Centrale Banken kunnen immers niet meer op de rente wegen door de eigen rente, die ongeveer nul is, verder te doen zakken.

Voor een stuk vinden de centrale banken de nodige financiële middelen voor deze tussenkomsten door zelf geld te ontlenen op de (vastgelopen) financiële markten, en dat dan weer uit te lenen. De balans van de Federal Reserve is door dit spel van ontlenen en uitlenen op korte tijd aangezwollen van 900 tot 2.000 miljard dollar.

De banken potten deze extra middelen echter op, bijvoorbeeld… door ze te plaatsen op rekeningen bij de centrale bank. Zij schuwen nieuwe risico’s, en geven geen nieuwe kredieten. Op die manier verandert er natuurlijk niets.

De banken komen echter onder toenemende politieke druk om weer kredieten toe te staan, dus geld daadwerkelijk in omloop te brengen. De Fed zoekt ook naar alternatieve wegen om rechtstreeks consumentenkrediet te organiseren, zonder via de grote banken te moeten passeren. Als dat lukt en er komen massaal veel nieuwe liquiditeiten in roulatie dan leidt dat op den duur tot inflatie.

Dat is des te meer het geval omdat de Amerikaanse en de Britse centrale bank nu ook geld bijdrukken in plaats van het zelf te ontlenen (in het jargon: “quantitative easing“). De Fed heeft nog nooit in haar geschiedenis aan het huidige tempo geld bijgedrukt. De Britse Centrale Bank heeft voor 75 miljard pond bijgedrukt, en plant nog eens hetzelfde bedrag, wat de hoeveelheid geld in omloop in het Verenigd Koninkrijk met 5 procent doet stijgen.

Alleen de Europese Centrale Bank doet niet mee. De ECB heeft steeds meer dan haar collega’s vrede gehad met een zwakke economische groei, omdat dit de sterke Europese arbeidersbeweging en het Europees sociaal model onder druk zet. Het gevolg is nu wel dat de euro in waarde stijgt.

Wanneer de inflatie weer stijgt dreigen vooral mensen met vaste inkomens die het prijspeil niet of slechts gedeeltelijk volgen de dupe te zijn. Dat is dus slecht nieuws voor vele werklozen, zieken en gepensioneerden, maar ook voor veel actieven. In België hebben we nog wel de automatische koppeling van lonen en wedden aan de index, maar je kan er gif opnemen dat die koppeling in vraag zal worden gesteld zodra de inflatie weer de kop opsteekt.

Indien de arbeidersbeweging het huidige moment van diskrediet van neoliberalisme en kapitalisme niet gebruikt om een krachtig tegenoffensief in te zetten, dreigt zij in de komende jaren verzwakt te worden door aanslepende massawerkloosheid en vanuit een moeilijke positie de strijd aan te moeten gaan tegen bezuinigingen en prijsstijgingen.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

Deel dit artikel

Visited 127 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook