Franse media in opspraak. Journalist Marc Francelet onder verdenking

Op 29 maart arresteerde de gekende Franse onderzoeksrechter Philippe Courroye de Parijse 60-jarige journalist Marc Francelet op verdenking van witwassen, fraude en corruptie. Zonder dat de media zijn verdediging opnamen zonder dat die er veel over publiceerden.

Daarvoor moest maar surfen naar alternatieve websites als die van Bakchich of Assassinats de Coopérants. Wat een wereldwijd fenomeen wordt, herinnerend aan de Samizdat en de Underground Press van enkele decennia geleden. Bleek dat Francelet er mits erg ruime vergoedingen voor zorgde om voor bepaalde soms erg dubieuze vrienden in de media campagnes te lanceren desnoods tegen magistraten. Zijn relaties met Saddam Hoessein en de internationaal gezochte schimmige Libanese wapenhandelaar en miljardair Iskandar Safa deden hem de das om.

In het wereldje van de media en de showbizz was Marc Francelet gekend als de vlotte jongen, de arrangeur en lobbyist die zich probleemloos overal wist binnen te werken, uitstekende contacten had in de wereld van politiek en zakenleven en tips gaf aan bevriende journalisten. Een man die als 16-jarige fotograaf werd bij Paris Match. En voor zijn vrienden als een Johnny Hallyday, Jean-Pol Belmondo en Françoise Sagan deed hij veel. Toen Hallyday beschuldigd werd van verkrachting zorgde Francelet ervoor dat in Le Point een offensief tegen die beschuldigingen werd gelanceerd waarbij de hem vervolgende procureur het moest ontgelden. Francelet beweerde dan ook dat hij de carrière van Hallyday gered had. En als horlogefabrikant Breitling een show met vedetten wil organiseren is het Francelet die ervoor zorgt dat Hallyday speciaal van Los Angeles overkomt om de show te redden. In prestigieuze bladen en kranten als l’Express, Le Monde, Le Nouvel Observateur en Le Point had hij zijn vrienden waar hij kon op rekenen.

Francelet is vooral een durver met ook wat geluk. Zo spreekt hij zonder aarzelen de toen nog Israëlische minister voor Huisvesting Ariel Sharon aan op restaurant. Het resultaat is een contract voor de levering van huizen door een dochterbedrijf van de Franse groep General des Eaux. En als zijn zoon in de VS gaat studeren logeert deze bij de toenmalige gouverneur van Arkansas, Bill Clinton. Het zal hem regelmatig stevige primeurs bezorgen en groot prestige in de media.

Snel al zal hij echter ook in contact komen met het Franse gerecht. Zo werkt hij in de jaren zeventig samen met de Franse kunsthandelaar Pétrides, een fraudeur en specialist van vervalste schilderijen blijkt. Hier nog ontsnapt hij de dans, mede dankzij de steun van de pers die hem onwetendheid over die vervalsingen toeschrijven. Via Françoise Sagan zal hij nog verder hogerop klimmen tot bij toenmalig president François Mitterand, vriend van de schrijfster. Hij komt er ook in contact met Louis Le Floch-Prigent, toen PDG van de Franse staatsoliemaatschappij Elf en vroeger een sleutelfiguur in het Franse establishment. Wat voor hem nieuwe avonturen betekenen in Irak wiens president Saddam Hoessein dan in ruzie ligt met zijn vroegere Amerikaanse partners. Met de zakenman Michel Coencas, Le Floch-Prigent en de vroegere Franse stafchef generaal Jeannou Lacaze richt hij in 1998 Tanker Oil op waarin ieder 25% hebben. En deze krijgt van Saddam voor hun steun in het omzeilen van het VN embargo op de Iraakse olieverkoop twee heuse oliebronnen cadeau in de buurt van Mosul, goed voor jaarlijks 2 miljoen vaten olie. De miljoenen euro’s komen op zijn Zwitserse bankrekening Dimi bij HSBC binnenstromen.

Als in Zwitserland de bankier Jacques Heyer in 2004 wegens grootschalige oplichting van zijn klanten in opspraak komt valt opnieuw de naam Marc Francelet, samen met die van een serie andere bekende Fransen waaronder Petula Clark, Johnny Hallyday, Jacques Chirac en Nicolas Sarkozy, allen vrienden van de bankier. Niemand zal echter klacht neerleggen en verder in de zwarte rekeningen zal het Zwitserse gerecht niet zoeken. Die zijn tevreden met de 2 jaar cel die Heyer in 2006 krijgt. Francelet ontsnapt de dans, opnieuw.

Het zal echter het schandaal rond de Iraakse olieverkoop, gekend als ‘Olie voor voedsel‘, zijn die Francelet de das omdoet. Onderzoeksrechter Philippe Courroye is bij de befaamde Parijse financiële sectie van het parket belast met het onderzoek hiernaar, waarbij namen vallen als de onlangs overleden Patrick Maugein, oliehandelaar en financiële rechterhand van Jacques Chirac, Jacques Chirac zelf en ex-minister Charles Pasqua. Als snel duikt in het onderzoek ook de naam Tanker Oil op en wordt de Zwitserse bankrekening Dimi van Francelet ontdekt. Terwijl Marc Francelet tussen 2001 en 2004 163.000 euro aan werkloosheidsuitkeringen trok bleek op die rekening in diezelfde periode een goede 3 miljoen euro te zijn gepasseerd. En tot verbazing van Courroye dook daar ook een andere oud bekende van hem op, de Libanese miljardair en wapenhandelaar Iskandar Safa.

Deze wordt door Courroye internationaal gezocht wegens fraude gelieerd aan terug Charles Pasqua en gewezen Europarlementslid Jean-Charles Marchiani, partijgenoot van Chirac en Pasqua en als Pasqua ook een Corsicaan. Een verhaal dat teruggaat tot 1988 toen aan Iran gelieerde Libanese groepen enkele Fransen gegijzeld hielden. Waarbij zowel president Mitterand als Chirac ieder via hun kanalen hun vrijlating poogden te bekomen. Toenmalig Premier Chirac schakelde hiervoor toen de Libanees Iskandar Safa in die over goede contacten beschikte bij zowel de Israëlische Mossad als Iran. Het zal uiteindelijk het trio Chirac, Marchiani en Pasqua, toen minister van Binnenlandse Zaken, zijn die mits het betalen van flink wat losgeld en beloften aan Iran zullen slagen.

In 2001 naar aanleiding van het onderzoek naar wapenleveringen aan Angola, waarbij de naam Pasqua opnieuw valt, ontdekt de Franse geheime dienst DST dat een flink deel van dat losgeld via de Zwitserse bankrekening 011978-00001 van Safa terugvloeit naar Marchiani en Pasqua en hun Association France Oriënt. Alleen al in 2000 goed voor 4,27 miljoen euro. Iskander Safa vluchtte in 2004 naar Libanon en Pasqua kreeg nog maar eens een klacht aan zijn broek, een zoveelste. Hopend gerechtelijk de dans te ontspringen begon Safa daarop met steun van vriend Francelet dan maar aan een perscampagne tegen Courroye. Met artikelen die op 8 oktober 2005 in Le Monde en op 24 november 2005 in Le Point verschenen na lezing en goedkeuring van Safa. Francelet toog daarbij met de journalisten naar Libanon, zorgde dat ze goed ontvangen werden en niets hoefden te betalen. Tot tevredenheid van Safa die op de Dimi rekening van Francelet in Zwitserland 150.000 euro stortte, naast de 100.000 die hij voorheen al gaf om diens borg te betalen in de zaak van de Iraakse olie. Corruptie stelde echter Courroye.

Pikant is ook het uitlekken via Bakchich van een serie door het gerecht afgeluisterde gesprekken van Francelet met bevriende journalisten en Le Floch-Prigent waarbij afspraken werden gemaakt om tegen Courroye en diens collega Renaud Van Ruymbeke een perscampagne te starten onder het motto: Courroye en Van Ruymbeke zijn agenten van de CIA die de Franse nationale oliebelangen in gevaar brengen.

Typerend voor Francelet is dat hij er amper een week voor zijn arrestatie in slaagde om in l’Express een artikel te laten plaatsen tegen de Franse topindustrieel Arnaud Lagardère waarin die van allerlei geritsel werd beschuldigd. Onzin bleek aldra, geplaatst om Lagardére die een topfiguur bij Airbus is te pesten. Die had zich namelijk kort voordien met succes verzet tegen de benoeming van Maurice Gourdault Montagne, diplomatiek raadgever van president Chirac, tot directeur generaal van EADS, de Frans-Duitse maatschappij achter vliegtuigbouwer Airbus. Het was de laatste zet in de media van Francelet. Zijn plannen om met uitgever Hachette het blad Choc te herlanceren lijken ook na zijn voorlopige vrijlating eind mei voorbij.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Franz-Olivier Giesbert, directeur van Le Point met rode kaken als getuige verscheen bij Courroye. “Het plaatsen van dit artikel ging inderdaad tegen onze deontologische code in,” erkende Giesbert publiek. En Le Monde? Die publiceerde op zeker ogenblik een bericht over de zaak op haar website. In de gedrukte krant raakte het echter nooit.

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 77 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook