Jean-Luc Mélenchon is volgend jaar weer (voor de 4e keer) kandidaat voor de Franse presidentsverkiezingen, dat is tenminste al duidelijk. Voor de rest is de lijst aan gegadigden ter linkerzijde moeilijk bij te houden. Binnen en buiten de partijen voelen velen zich geroepen mee te doen. Het gedeelde probleem is echter dat links electoraal tot hooguit een derde van de “kiezersmarkt” – want in die termen wordt het benaderd – is geslonken.
Toch vinden heel wat personaliteiten van zichzelf dat zij volgend jaar in een tweede ronde de extreemrechtse favoriet Marine Le Pen of Jordan Bardella – wie het wordt hangt van de rechters af – kan verslaan. Ook Mélenchon zelf, want die maakt zich al zorgen of hij na zijn verkiezing wel een meerderheid zal vinden in de Nationale Assemblée. Hij ziet zelf zijn La France insoumise, LFI, geen meerderheid halen.
Het land dienen
Bijna dagelijks zijn er nieuwe roepingen van personaliteiten die zich ten dienste van het volk willen stellen. Onder de “nieuwkomers” Ségolène Royal die in 2007 al de kandidate van links was en het moest afleggen tegen de rechtse Nicolas Sarkozy, intussen veroordeeld voor onder meer corruptie. Royal kreeg wel weinig steun van haar toenmalige partner, François Hollande, leider van de PS. Hollande waagde in 2012 zelf zijn kans tegen Sarkozy, en won.
Hollande staat opnieuw “ter beschikking van het land”, zegt hij zelf. Diezelfde Hollande heeft met zijn uitgesproken neoliberaal beleid, tegen alle beloften in, zijn eigen partij kapotgemaakt. Bij zijn vertrek in 2017 was de PS in palliatieve zorg.
Die PS is er negen jaar later niet veel beter aan toe. Ze overleeft via haar lokale en regionale notabelen die het zeer druk hebben om elkaar het leven zuur te maken. Hollande kijkt toe hoe onder andere partijleider Olivier Faure en Assemblée-fractieleider Boris Vallaud, beide bereid “het land te dienen in het Elysée”, elkaar voor de voeten lopen. Ze maken ruzie over de manier waarop links – buiten LFI dan – een kandidaat moet aanduiden die volgend jaar de kandidaat van het uiterst-rechtse Rassemblement National (RN) kan verslaan. Via voorverkiezingen des primaires, vindt de groep Faure. Vallaud en de rechtervleugel zijn het daarmee niet eens, er moet iemand bij tijd en wijle als vanzelfsprekende kandidaat uitspringen. Bij voorbeeld in peilingen.
Niches
Primaires, daar hopen kandidaten van buiten de PS op. In de eerste plaats François Ruffin die ooit werd gezien als een mogelijk kandidaat van LFI, maar door Mélenchon werd buiten gewerkt en nu met zijn eigen “Debout” in de groene fractie van de Assemblée zit. Samen met kandidate Clémentine Autain die hetzelfde lot als hij onderging.
Ruffin bekleedt binnen links een aparte plaats, want in tegenstelling tot veel andere kandidaten pleit hij voor een totaal programma gericht op al wie te lijden heeft van het kapitalisme. Hij zette zich af tegen Mélenchon’s niches, specifiek gericht op jongeren, hooggediplomeerden en de stadsbuurten, de banlieues, met veel inwoners met migratie-achtergrond. Mélenchon zei in 2024 dat het geen zin had campagne te voeren in rurale en oude industriegebieden. Ruffin heeft met succes op Facebook een steuncampagne gelanceerd, maar bij gebrek aan perspectief op ‘primaires’ en door enkele onhandigheden, lijkt het elan gebroken.
Wat ook afremt, is het weglaten van namen zoals die van Ruffin bij vaak gemanipuleerde peilingen. Een recente peiling vermeldde bij links alleen Mélenchon, Marine Tondelier van de Ecologistes en Raphael Glucksmann, de figuur van Place Publique, een groep ter rechterzijde van de PS.
Glucksmann ontbreekt bij geen enkele peiling. Hij vindt dan ook dat de kandidaat van links uit peilingen moet komen, dan zit hij gebeiteld, vindt hij toch. Hij heeft een totaalprogramma: l’amour de la France, het patriottisme. Glucksmann die eerder zei dat hij zich meer thuis voelt in New York dan in la Picardie. Hij werkt zich vooral in het nieuws met aanvallen op Mélenchon die hij van antisemitisme beschuldigt. Glucksmann werkt ook met niches, zo blijkt uit een gelekte nota. Of eerder: hij schrapt niches: negeer de 18-25 jarigen, mensen met een maandinkomen beneden 1500 euro, de banlieuesards en mensen zonder hogere diploma’s. Politoloog Rémi Lefebvre ziet (in Le Monde) datzelfde patroon bij burgemeester Karim Bouamrane (PS) van Saint-Ouen (Seine-St.Denis) die halsstarrig een vergunning weigert voor een Master poulet, een fastfood. Zogenaamd uit bezorgdheid om de gezondheid van de bevolking, in feite omdat een fastfood de gentrificatie van zijn gemeente hindert. Dat is wel niet ‘la gauche caviar’ maar toch links dat op een publiek van goedverdienende middengroepen mikt. Het proletariaat van weleer vinden ze toch verloren. Aan extreemrechts.
Een bankier?
Daarmee is het plaatje ter linkerzijde nog niet rond. Hollande’s oud-premier Bernard Cazeneuve wacht tot wanneer ze hem als redder in de nood roepen. Yannick Jadot, de groene kandidaat in 2022 (4,8%) wil best een herkansing wagen. Delphine Batho (Génération écologie) is al kandidate. Jerôme Guedj, PS, wacht niet langer op zijn partij en werpt zich in de strijd. Nathhalie Arthaud van Lutte Ouvrière was een van de eerste om zich te melden.
Mogelijk wil de communistische PCF weer meedoen. Het partijcongres moet binnenkort beslissen of voorzitter Fabien Roussel net als vorige keer (2,3%) weer meedoet. Hij popelt om weer kandidaat te zijn, maar een interne oppositie wijst erop dat Mélenchon met een deel van die PCF-stemmen in 2022 de tweede ronde zou gehaald hebben en pleit ervoor Mélenchon te steunen.
Wordt het geen tijd voor iets volledig nieuw, een linkse bankier? Matthieu Pigasse dient zich alvast met veel verve aan. Pigasse heeft onder meer veel geld verdiend met (dure) raad voor landen in geldnood. Hij kwam net in het nieuws met een contract voor de herschikking van de schulden van Venezuela. Hij werkte in dienst van de Rothschild Bank, zegt in vorige verkiezingen voor Mélenchon te hebben gestemd en wil met zijn mediarijkje ‘Combat’ de culturele strijd met rechts aangaan. Hij is eigenaar van de populaire Radio Nova (soms bijgenaamd Radio Gaza) en speelt met het idee een tv-zender te starten. Als alternatief voor het extreemrechtse rijk van Bolloré. Zijn niche: de jongeren.
Het probleem is dat men de kandidaten en hun niches niet kan optellen om tot een mooi cijfer te komen. De grote vraag is: wie wordt in staat geacht volgend jaar de tweede ronde te halen en die dan ook nog liefst te winnen. Mélenchon lijkt daarvoor het best geplaatst; hij heeft een geoefende ploeg, een coherent links programma, ligt goed bij Gen Z. De rest van links heeft intussen wel erg zijn best gedaan om hem als de baarlijke duivel af te schrikken en hij heeft daar met enkele optredens goed toe bijgedragen. Glucksmann maakt dan meer kans, vinden diens supporters. Maar dat betekent een herhaling van het Macron-fiasco, wie zit daar op te wachten.

