Het steeds minder ‘Verenigd’ Koninkrijk
De dekolonisering van het Verenigd Koninkrijk is in een alarmfase terechtgekomen. Na de verkiezingen in Engeland, Schotland en Wales worden van de vier naties die deel uitmaken van het koninkrijk drie geleid door afscheidingsgezinden. In Noord-Ierland is Sinn Féin de sterkste partij geworden en leidt ze de regering. In Wales heeft voor het eerst Plaid Cymru voor een aardverschuiving gezorgd, en zelfs Reform UK duidelijk achter zich gelaten. En In Schotland heeft de SNP voor de vijfde achtereenvolgende keer met ruime voorsprong de stembusgang gewonnen.
Wat zich in Londen voordoet valt nog amper te bevatten. Al twintig jaar sukkelt de ene regering na de andere in een diepe sloot. Eerste minister Keir Starmer van Labour maakte in zijn verdedigingstoespraak op 11 mei een opsomming van de bijna bijbelse plagen die Groot-Brittannië teisteren: “De financiële crash van 2008. De bezuinigingen van de Tories die erop volgden. Brexit. Covid. De oorlog in Oekraïne, en dat gaat zo maar door en door. En de reactie is altijd dezelfde: een wanhopige poging om terug te gaan naar het status quo. Status quo dat de werkmens in de steek laat”. En de ongelijkheid bestendigt.
Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich op een akelig kruispunt: dat van een onvoorbereide splitsing, die verarming nog zal verergeren. Met een toekomstperspectief, zoals de haastige onafhankelijkheid van Congo, waar de grote industrieën de rijkdom behielden. Of zoals Chinua Achebe Nigeria voorhield toen het datzelfde jaar, 1960, zelfbestuur kreeg. In Things Fall Apart (1958) schetst hij de onmacht om de stammen bijeen te houden, wat het ergste voorspelt. Zijn hoofdfiguur Okonkwo wordt uiteindelijk uit zijn eigen stam gestoten en hangt zich op. Dit tragische boek opent trouwens met de eerste verzen van W.B. Yeats, ‘The Second Coming’ (1919). Uitzichtloosheid na het ongelijke verdrag van Versailles, moedeloosheid door de onderdrukking van de Ierse Paasopstand (1916), de Russische Revolutie (1917), het uiteenvallen van vier grote machten in Europa (Ottomaans Turkije, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland en Rusland), Yeats heeft ze gevat in twee omineuze verzen:
Things fall apart; the centre cannot hold;
Mere anarchy is loosed upon the world.
Dat is het échte beeld dat zich aftekent op de Britse eilanden. Londen probeert krampachtig zijn Imperium te bij elkaar te houden, maar de klank klinkt elke dag holler. En vruchteloze pogingen om te behouden wat ooit een wereldrijk was, verlammen de Britten, van het verwasemende Gemenebest (Charles III is nog van vijftien Commonwealth Realms het nominale staatshoofd, de 41 andere voormalige kolonies gaan hun eigen weg) tot het krampachtig behoud van de ‘overzeese gebieden’ (zoals de Falklands, Gibraltar, de militaire basissen op Cyprus en de Chagosarchipel in de Indische Oceaan, die eerst wel en uiteindelijk niet werd teruggegeven aan Mauritius).
Het zijn symptomen van een land dat op zichzelf terugplooit: eigen volk eerst (want het is verarmd en mort), splendid isolation om geen vluchtelingen of asielzoekers aan te trekken, territoriumdrift om vast te houden wat op termijn niet vast te houden is. De voorbije acht jaren dat de Conservatieven aan de macht waren had de anarchie toegeslagen: David Cameron, aangetreden in 2010, verdedigde het Britse lidmaatschap (1973) in de Europese Unie, maar gaf toe aan de steeds nukkiger kritiek van zijn partij op de ‘bemoeienissen van Brussel’. Hij schreef bij zijn tweede mandaat als regeringsleider (2015) een volksraadpleging uit om al dan niet in de EU te blijven. Die vond plaats in 2016. Zelf koos Cameron openlijk voor ‘remain’ – tot zijn eigen verbazing won het ‘leave’-kamp met 51,9 %. Hij stapte op en Londen dook meteen een zelfvernietigende carrousel in van populistisch opbod, met als “bekroning” de Brexit (effektief vanaf 1 februari 2020). Het waren geen fraaie jaren. De Tories versleten liefst vier premiers: Theresa May, Boris Johnson, Liz Truss en Rishi Sunak. Ze kregen in 2024 een vreselijke oplawaai, Labour haalde met 34 % van de stemmen 63 % van de zetels.
Labour beloofde met Keir Starmer grondige veranderingen. De gezondheidsdiensten zaten aan de grond, de arbeidersbeweging (en vooral de mijnwerkersvakbond) waren al door Margaret Thatcher platgeslagen, de Brexit miskende elke belofte die de agitator Nigel Farage had gedaan. In zijn partijtoespraak van 11 mei zei Starmer het gemelijk en onder luid gejuich: “He said it would make us richer. Wrong. It made us poorer. He said it would reduce migration. Wrong. Migration went through the roof. He said it would make us more secure. Wrong again. It made us weaker”. Alleen is het probleem dat in de voorbije twee jaar Labour weinig vooruitgang heeft gemaakt om het roer om te gooien.
Starmer neemt wel de verantwoordelijkheid op zich voor de smadelijke uitslag bij de gedeeltelijke gemeenteraadsverkiezingen. Daar waren wel grote steden bij, zoals Londen en Birmingham. Het definitief verdikt was een kaakslag voor Labour: verlies 1.496 zetels, zowat 3/5 van wat ze hadden. Magere troost: de conservatieven bleven zelfs steken op 801 verkozenen, verlies 563. De LibDems springen zelfs over hen met 155 nieuwe zetels, totaal 844. De centrumpartijen zagen toch een duidelijke ommezwaai, het zijn de radicalen die in Engeland in opmars zijn: de Groenen, van 146 naar 587; en natuurlijk de Reform UK van Farage met 1.453 verkozenen. Ze kwamen van 2. De eenvoudige conclusie is dat het first past the post systeem aan de beademing ligt en niet meer bruikbaar is in een uitrafelend partijenlandschap.
Oorverdovend gemor
Maar Starmer, die zal moeten vechten om het vertrouwen van de partij te houden, stelt zich ook ferm op. Hij weigert op te stappen, ook al namen dinsdag drie ministers ontslag om op zijn aftreden aan te dringen. Plaatselijke verkiezingen zijn geen waardemeter voor het nationaal beleid, houdt hij vol, maar de kiezer en de “werkende burger” hebben wel gelijk dat Labour zijn beloofde verandering nog lang niet in beweging kon brengen. Starmer waarschuwt de partij om niet in de val te trappen die van de Conservatieven een duivenhok maakte, met onderlinge afrekeningen en verregaande arrogantie van de macht. Dat is net wat Starmer zelf doet, laat de Labour- burgemeester van Londen, Sadik Khan weten. In het Lagerhuis heeft voorlopig maar één backbencher haar vertrouwen in hem open en bloot opgezegd: Catherine West. Zij heeft gezworen zich op te werpen als kandidaat-partijvoorzitster als geen enkele minister stappen zet om Starmer uit te dagen. “Ms West is unlikely to garner the necessary 81 nominations fron MP s”, relativeert The Economist (11 mei 2026). “But she might encourage potential big hitters”. Dinsdagnamiddag hadden toch al wel 87 Lagerhuisleden op het aftreden van de premier aangedrongen.
Het gemor wordt stilaan oorverdovend. Nog geen dag later verspreidde Chris Evans in The Telegraph (12 mei 2026) de dubieuze mare dat Labour niets geleerd heeft van het Conservative debacle: “The rebellion has reached the Cabinet table, with Shabana Mahmood, the Home Secretary, one of at least three ministers who have reportedly told the Prime Minister to consider his position. Seventy-nine Labour MPs have called for him to step down, including six ministerial aides who quit the Government yesterday”. En ook The Economist vreest het ergste: “Disaffection with the prime minister hit new highs last week, after Labour was trounced in local elections”. De regering is op 22 mei bijeen gekomen en houdt de gelederen vooralsnog gesloten. Starmer heeft wat tijd gewonnen. Maar de speculaties gaan dus hun gang. Rowena Mason lijstte de kanshebbers om Starmer opzij te duwen al op in The Guardian: voorop minister van gezondheid Wes Streeting, voormalig deputy leader Angela Rayner (die evenwel kampt met een onderzoek naar haar belastingaangiftes), en vooral de populaire burgemeester van Groot-Manchester, Andy Burnham. Die laatste wordt al een tijdje geboycot door de partijtop, en is geen parlementslid, maar hij kijkt wel uit naar een tussentijds vrijgekomen zetel. En opvallend: hij is gewonnen voor evenredige vertegenwoordiging bij verkiezingen. En dan is er nog Ed Miliband, ettelijke keren minister – nu voor energie – en partijleider, die de openbare diensten en de interne gelijkheid binnen de partij verdedigt. Maar hij heeft het ooit moeten afleggen tegen Tory Cameron, en dat kan hem parten spelen.
Brokken
De kans dat Starmer voetje gelicht wordt is evenwel klein. Hij heeft inderdaad een brokkenparkoers afgelegd, meer door verkeerde keuzes dan door eigen tekort. Hij schaart zich rüchsichtlos achter de gewone man in de straat, die zich afvraagt “waarom wij zouden meedoen aan een oorlog ver van ons bed en waar wij niks mee te maken hebben”, maar heeft natuurlijk wel versterking gestuurd naar de Britse bases op Cyprus, Akrotiri (bij de haven Limassol) en Dekelia (bij Turks bezet Famagusta). Maar hij heeft wijselijk ook de verdediging van het land opgevoerd: begin mei is het grootste vliegdekschip HMS Prince of Wales naar het noorden opgestoomd tot aan de grens met Russische wateren. Londen is al langer bezorgd over onderzeeërs die het Noordpoolgebied en de omgeving van het VK in de gaten houden, zelfs met een kernduikboot van de Akulaklasse (MetaDefense, 7 mei 2026).
Dat is geen oorlogsgevaar ver van ons bed, zegt Starmer. Om het gebied te beveiligen heeft hij met negen andere Europese landen (waaronder Nederland) een gezamenlijke zeemacht aangekondigd als bijkomende NAVO-steun die Arctic Sentry gaat houden. In Northwood bij Londen is een hoofdkwartier gepland. HMS Prince of Wales is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Het schip is 280 meter lang en 70 meter breed (Rijnland, 19 maart 2024), met plaats voor 1.600 bemanningsleden, 36 straaljagers, drones en 4 helikopters. Op 12 mei beginnen bij het Noorse Bergen Tamber Shield ’26-oefeningen om zwerfaanvallen in fjorden op te vangen. Daarna vertrekt de vliegdekschip-aanvalsgroep naar het hoge noorden, en sluit zich aan bij operatie Dynamic Mongoose voor onderzeebestrijding (europasays.com, 8 mei 2026).
Als Starmer daarmee goede punten verdient, dan heeft hij wel gefaald in sommige schandalen, in de eerste plaats het netwerk van Epstein. Hij lijkt het slachtoffer te wezen van de hogere kringen die Amerikaanse presidenten als Bill Clinton maar ook Donald Trump kunnen meesleuren in geld- en vrouwenhandel. Starmer had, tegen de waarschuwingen in, Peter Mandelson ambassadeur in Washington benoemd. Mandelson had nochtans een rijk CV. Hij had mee Tony Blair gelanceerd als partijleider tegen Gordon Brown. Labour won de verkiezingen, en Mandelson werd prompt benoemd tot minister van handel. Maar toen al moest hij vroegtijdig opstappen na een geheime lening van een bevriend miljonair. Als minister voor Noord-Ierland moest hij opdraaien voor de (nooit bewezen) beschuldiging die paspoorten regelde voor rijke Indiërs. Na een ommetje als Europees commissaris, kreeg hij in volle bankencrisis economische zaken (en een benoeming in het Hogerhuis, mét een baronstitel). Mandelson was door Starmer aangesteld als ambassadeur om de wrijvingen met Trump glad te strijken. Maar ondanks enkele bezoeken aan het Kapitool verzuurde de verhouding met Trump zienderogen. En toen bleek er meer aan de knikker: Epstein had Mandelson al verschillende betalingen gegeven, en Mandelson zag geen graten in het doorspelen van vertrouwelijke documenten aan zijn vriend. Starmer was woedend toen hij dat vernam, en beschuldigde iedereen dat hij niet tijdig op de hoogte was gebracht van de antecedenten. Mandelson had namelijk geen (strenge) veiligheidscontrole ondergaan. De oppositie vindt dat een doorzichtig maneuver om zich aan controle te onttrekken.
Ook voor de gewone stervelingen nam Starmer vreemde beslissingen. Om te besparen had hij ook de armsten getroffen. Zij verloren hun tegemoetkoming voor verwarming in de woning. Na breed protest moest hij die maatregel weer intrekken. En ook bij de aanzienlijke groep moslims in Groot-Brittannië verloor hij veel sympathie (en stemmen) door zijn vergoelijking van het Israëlische optreden in Gaza en Libanon, en de oorlog met Iran. De vakbonden joeg hij de gordijnen in. “The bosses of Unison and Unite, two of the biggest Labour-backing unions, also urged Starmer to go, warning that the party faced ‘oblivion’ otherwise” (The Telegraph, 9 mei 2026).
Met dat al had Starmer weinig andere keuze dan snel te handelen, vooraleer het mes in zijn rug wordt gestoten. Vrijwel onmiddellijk bond hij enkele trouwe partijleden aan zich. Gordon Brown, die hij destijds liet vallen, is benoemd tot speciaal gezant voor wereldwijde financiën. En oud-vicepremier Harriet Harman krijgt dezelfde taak voor vrouwenzaken. Maar het krachtigste was toch zijn partijtoespraak van 11 mei. Hij kondigde meteen drie grote werven aan. Nationalisering, Europese toenadering en betere kansen voor kinderen en jongeren.
Bij nationalisering wil hij bijzonder snel gaan: diezelfde week lag er al een wet voor om de staalindustrie over te nemen. Dat moest wel, want duizenden werkplaatsen waren bedreigd, aldus Starmer. De regering had sinds vorig jaar al de controle over British Steel. Maar de Chinese eigenaar Jingye, die in 2020 het bedrijf had overgekocht, wou nu de twee hoogovens in Scunthorpe voorgoed dichtgooien vanwege de oplopende verliezen. Met de nationalisering voorkomt Starmer een arbeidersbloedbad. “We passed emergency measures and we took control”.
Europa. “Wij willen onze banden met de EU herstellen, en Groot-Brittannië opnieuw in het hart van Europa brengen”, zei hij na een sneer naar Pietje de Leugenaar Farage. Op de volgende top met de EU wil hij het pad van Londen heraanleggen. De eerste stap is al gezet door het Erasmusprogramma opnieuw op te wekken. “Standing shoulder by shoulder with the countries that most share our interests, our values, and our enemies, that is the right choice for Britain”. Hier krijgt Starmer de volle steun van de Groenen. Zij waren de eerste (en voorlopig enige) partij die vlakaf stelt dat het VK opnieuw moet toetreden tot de Unie. Dat staat nadrukkelijk in een memorandum dat dertig Europese partijen van Groen in Brussel op 8 mei goedkeurden. De Britten waren afwezig vanwege de verkiezingen, maar zij mochten hun bevestiging elektronisch doorsturen.
Ten slotte wil Starmer alles inzetten op de jeugd, want Brexit “snatched away their ability to work, to study and to live easily in Europe”. En als toemaatje beloofde hij ook uiterst rechtse agitators de toegang tot het land te ontzeggen in plaats van ze te laten ophitsen op marsen en openbare plaatsen. Zo heeft hij het ETA-Visum van Filip Dewinter ingetrokken. Dat visum bepaalt of je het land binnen mag of niet. Dewinter was door de rechtse aktivist Tommy Robinson uitgenodigd om op zaterdag 18 mei om te spreken op de manifestatie Unite the West in Londen. De organisatoren zien het daar groot. Zij verwachten “honderdduizenden deelnemers” op hun protestdag tegen “massa-inwijking en islamisme”.
Overigens hangt er ook een donderwolk boven Nigel Farage. Hij weigert geïrriteerd te antwoorden op de vraag of hij inderdaad 5 miljoen pond als persoonlijke gift heeft gekregen van biljonair Christopher Harborne, die in Thailand woont. Zogenaamd voor Farages beveiliging. Op vraag van de Conservatieven overweegt de kiescommissie een onderzoek, want de wet schrijft voor dat zulke betalingen in het jaar voor de verkiezing moeten aangegeven worden. Vorig jaar had Harborne al 12 miljoen pond geschonken aan Reform UK.
Wales
Niettemin was het opvallend dat Starmer uitsluitend over Engeland sprak. Labour zit nochtans gewrongen met de grote verliezen in Wales en Schotland. In Wales vond niets minder dan een omwenteling plaats. Labour had als sinds 1999 de macht in Wales, maar is nu vernederd: de socialisten houden maar 9 van de 96 zitjes in de Senedd (het parlement) over, zelfs de uittredende eerste minister Eluned Morgan verloor haar zetel. Grote triomfator werd Plaid Cymru met 43 zetels, gevolgd door Reform UK met 34 zetels. De andere partijen kregen de kruimels: 7 voor de Tories, 2 voor de Groenen en 1 LibDem. Rhun ap Iorwerth wordt eerste minister, want Labour onthield zich bij de vereiste stemming in de Senedd. De leider van Plaid Cymru wil rustig met een minderheidsregering van start gaan. Hij liet zich niet pramen en sprak vooraf met alle partijleiders, behalve die van Reform UK. Hij gaf al een forse waarschuwing aan Londen, na overleg op 10 mei met Sinn Féin en SNP om samen te werken en een “betere deal af te dwingen voor hun bevolking”. Hij eist minder bevoogding van de Engelsen op BBC. “We zijn een Unie die geen Unie van Gelijken is, en hoe sterker we samen kunnen staan om de Britse regering te overtuigen van een nieuwe aanpak in Wales, Schotland en Noord-Ierland, des te beter”.
Schotten
Daar heeft in Schotland de nationalistische SNP wel oren naar. In de aanloop naar de verkiezingen had John Swinney al een regeringsmanifest uitgestuurd van 70 bladzijden. Hoewel zijn partij zes zetels verloor en dus geen absolute meerderheid haalde (waar sommige peilingen wel op speculeerden) mocht hij toch dik tevreden zijn. Swinney was net op tijd in de bres gesprongen na de strapatsen van de vorige first minister Nicola Sturgeon, of liever van haar echtgenoot Peter Murrell. Hij werd opgebracht voor geldverduistering en oneigenlijk aanwenden van parlementsgelden. Dat had een forse weerslag op de partij, die in 2024 na huiszoekingen bij de partijgebouwen het ledenaantal schrikbarend zag zakken. De waas van misbruik leidde tot het ontslag van Sturgeon, die al aan haar derde termijn als regeringsleidster diende. De verkiezingen dat jaar gaven de SNP een klap, ze kreeg maar negen zetels in het Britse Lagerhuis (57 zetels zijn voorbehouden voor Schotland), een verlies van 39 in 2019, en moest de eer aan Labour laten.
Dat heeft Swinney kundig omgebogen met hernieuwde geloofwaardigheid. De SNP pakte voor Holyrood 58 van de 129 zetels, maar hoopt op de Groenen om toch een nieuw referendum uit te lokken over onafhankelijkheid. Daarvoor waarschuwde de BBC al op 8 mei: “Co-leaders Ross Greer and Gillian Mackay have been fairly clear that they’de be happy to put John Swinney back in power if they can cement a pro-independent majority”. Vóór de verkiezingen had Swinney de volksraadpleging al voorzien voor 2028. Daar heeft Westminster geen oren naar.
Die Groenen hebben voor het eerst 15 zetels veroverd (plus 9), maar moeten wel Reform UK én Labour met elk 17 zetels laten voorgaan. Een blamage voor Schots Labourleider Anas Sarwar, die zich had opgeworpen als nieuwe first minister voor de stembusgang. De samenstelling van het Schots parlement is nogal ingewikkeld: 73 leden worden aangeduid door het first past the pole principe (de Constituency MSPs) de 56 anderen volgens het systeem D’Hondt (de Lijst MSP’s). Alle zetels van Reform UK waren Lijst MSPs. In elk geval kregen de klassieke grote twee zware klappen. Want ook de Conservatieven zagen hun vertegenwoordiging wegsmelten van 31 naar 12 zetels. Het viel trouwens op dat de opkomst weer lager lag, in tegenstelling tot een stijging in Wales.
Een beetje ongelegen voor Swinney kwamen de gelukwensen van Donald Trump. “Een goeie kerel”, zei de Amerikaanse president, “He deserves this big electoral victory”. Of misschien toch niet; Swinney is erin geslaagd – zeer tegen de zin van de Britse regering – de meertaks op whisky af te stoppen. “The levies were eventually scrapped last month”. Ook onprettig voor Swinney is dat oudvoorzitster van de Groenen, Lorna Slater, de campagneleider van SNP Angus Robertson uit de zetel van Centraal Edinburgh wipte. En dat de zetel die Nicola Sturgeon 15 jaar lang bezet had in Glasgow Southside nu is ingepikt door een andere Groene, Holly Bruce. Maar globaal blijven de woorden van Yeats profetisch voor het huidig tijdsgewicht, ruim een eeuw later:
The ceremony of innocence is drowned; The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity.
Als Starmer de komende jaren die rolverdeling kan omturnen, dan komt er allicht een einde aan de roemloze Brexit.

