Fidel Castro: De kunst van het wachten

Op het “Andere Boek” in Antwerpen werd het boek van Katrien Demuynck en Marc Vandepitte “De Factor Fidel” voorgesteld. De bejaarde Cubaanse leider heeft om gezondheidsredenen een stap terug gezet. Maar bij blijft één van de belangrijkste revolutionaire leiders van de 20ste eeuw. Hier volgt een voorproefje uit het boek, dat later ook in Uitpers zal worden besproken (nvdr).

‘”Kunnen wachten” zei Martí,
“is het grote geheim van succes”’.(
1)

De opvatting om de voorwaarden voor de revolutie zelf te creëren, het onwaarschijnlijk optimisme, het bijna blind geloof in de bevolking en de overtuiging dat doorheen de strijd het revolutionair bewustzijn zou rijpen, dat alles kan de indruk wekken dat de strategie van Fidel avonturistisch is, dat hij geen rekening houdt met de omstandigheden of krachtsverhoudingen. Maar daarvoor is Fidel te veel strateeg.

Uiteindelijk verloopt een revolutionaire strijd als een militaire oorlog. Je moet voor jezelf alleen die doelstellingen voorop zetten die op een gegeven moment haalbaar zijn. Het gevecht hangt af van de krachtsverhoudingen en van een reeks omstandigheden. Elke revolutionair moet voor zichzelf uitmaken welke doelstellingen er mogelijk zijn binnen de krachtsverhoudingen en omstandigheden waarin hij optreedt.(2)

Een revolutionair proces moet geleidelijk verlopen, op het juiste tempo en ‘in etappes’.(3) Je mag geen stappen overslaan. Je moet vooreerst rekening houden met je eigen militaire slagkracht en met het niveau van politiek bewustzijn bij de bevolking. Daarnaast moet je geen ‘onnodige vijanden maken’ en ze zeker niet allemaal tegelijk willen bestrijden. Je moet ook zorgen dat je je medestanders mee hebt, vandaar zijn richtlijn om ‘met iedereen tactisch en vriendelijk om te gaan’. Revolutionair optimisme moet gepaard gaan met revolutionair geduld. De kunst bestaat er in het juiste moment af te wachten, niet overhaast te werken. ‘Kunnen wachten is het grote geheim van succes’, leerde hij van Martí.(4)

Fidel geloofde niet dat de revolutie er door een korte en krachtige opstand kon komen. Hij wou voldoende tijd nemen om brede fronten te kunnen smeden en de 26 juli beweging goed voor te bereiden op de grondige maatschappelijke omwenteling die hij voor ogen had.

Naar mijn gevoel zou de ineenstorting van het regime binnen een week veel minder vruchtbaar zijn dan binnen hier en vier maanden. … Bij wijze van grap vertel ik de kameraden hier dat we voor de revolutie geen bevalling willen na zeven maanden.(5)
We zijn niet gehaast. We zullen zo lang verder vechten als nodig is.(6)
Het staat buiten kijf dat wanneer de strijd om de macht zeer lang duurt, er een groter aantal mensen worden opgeleid om daarna andere taken te kunnen opnemen. De ervaring leert dat onze strijd betrekkelijk kort was als je die vergelijkt met andere revoluties, bvb. in China, waar de gevechten meer dan twintig jaar duurden voor de overwinning een feit was.(7)

Er waren twee elementen die heel zwaar wogen op het revolutionair proces en die een behoedzame en geduldige aanpak vereisten. Het eerste was een mogelijke – en na de overwinning zeer waarschijnlijke – militaire interventie van de VS. Met deze dreiging voor ogen was een maximale eenheid onder de revolutionaire krachten noodzakelijk en een zo breed mogelijk front met delen van de burgerij. We werken dit uit in 2.7 en 2.8. Een tweede kwestie was die van het socialisme. Reeds vóór de bestorming van de Moncada kazerne bestudeerde Fidel de werken van Marx en Lenin en beschouwde hij zichzelf in die periode als ‘een jongere die zich het marxisme eigen maakt en begint te handelen als een marxist’.(8) Het einddoel van de revolutie was reeds duidelijk: een socialistische maatschappij. Maar in volle Koude Oorlog was het onverstandig daar te snel mee naar buiten te komen. Op dat moment waren de geesten daar nog niet rijp voor en het was niet aangewezen om in de VS slapende honden wakker te maken.

De uitbouw van een socialistische revolutie in Cuba was geen onmiddellijke doel, noch ten tijde van de Moncada, noch bij de overwinning van de Revolutie. … Ik zeg niet dat ik niet droomde, dat ik er niet van overtuigd was dat het socialisme het soort revolutie was die we uiteindelijk in ons land zouden moeten doorvoeren, maar in die fase was het nog geen doelstelling die onverwijld moest gerealiseerd worden. We hielden daarbij rekening met de objectieve werkelijkheid in ons land, met het politiek-cultureel niveau, met de voorbereiding van ons volk, en met de grote moeilijkheden die we zouden gekend hebben als we geprobeerd hadden dat soort revolutie erdoor te drukken.(9)
Indien we in die periode een socialistisch programma hadden gelanceerd, zou het verkeerd zijn geweest. We zouden geen goede revolutionairen zijn geweest, we zouden zelfs geen goede marxist-leninisten zijn geweest.(10)

Het was in Cuba onmogelijk voor iemand met een communistisch etiket om de macht te veroveren. De revolutionaire macht kon worden veroverd, ‘maar niet als communistische partij’.(11) Het anticommunisme was zeer diep ingeworteld bij de bevolking, zelfs bij delen van de 26 juli beweging. De McCarthycampagne en het onophoudelijke gestook door de pers, radio, televisie, films en tijdschriften misten hun effect niet. Communisten werden voorgesteld ‘als vijanden van de mensheid’. Mensen wisten eigenlijk niet wat communisme betekende. Iemand die zich socialist noemde verklaarde zichzelf ‘onbenullig en onbestaand’,(12) zelfs en misschien vooral bij de allerarmsten. Elke zweem van socialisme zou bovendien een breed front met delen van de burgerij onmogelijk hebben gemaakt. Vandaar dat Fidel elke referentie naar het socialisme vermeed. In zijn gesprekken, brieven, speeches of manifesten in die periode vind je geen enkele verwijzing naar klassenstrijd, socialisme of marxisme. Toen de bekende Franse filosoof Jean Paul Sartre bij hem op bezoek was begin 1960 en hem loofde voor het invoeren van het socialisme, vroeg Fidel hem de revolutie niet als socialistisch te benoemen.(13)

Ik had van op de top van de Turquino(14) het socialisme kunnen afkondigen, maar er was geen enkele zekerheid dat ik nadien nog van de berg zou kunnen afdalen.(15)
Het lijdt geen twijfel dat indien we, op het moment dat we nog volop op krachten aan het komen waren, toen al hadden bekend gestaan als mensen met zeer radicale ideeën, de sociale klasse die ons vandaag bestrijdt, het zeker dan al zou hebben gedaan, en niet pas sinds we aan de macht zijn.(16)

In de jaren veertig en vijftig werden marxisme en socialisme in Cuba direct geïdentificeerd met de psp, de communistische partij. Fidel paste niet in dat plaatje: hij was wel akkoord met de doelstelling op lange termijn van de communisten maar volgde een compleet andere strategie om die te bereiken. Dat is nooit goed begrepen geweest door Washington of Moskou en zelfs niet door heel wat van zijn strijdmakkers. De verschillende strategische visie leidde aan de andere kant niet tot het stoken tegen de communisten, integendeel. Hij was goed bevriend met kopstukken van de psp en onderhield er zeer goede contacten mee. Zijn broer Raúl was lid van de communistische jeugd. In de jaren vóór de staatsgreep ondernam Fidel geregeld gezamenlijke acties met de communisten. Hij beschouwde ze als belangrijke lange termijn bondgenoten. Toen er in 1949 een poging was om de communisten van de universiteit te verwijderen, nam Fidel het openlijk voor hen op.(17) Hij liet in het begin echter niet in zijn kaarten kijken. ‘Ik zei tegen mezelf: laat ze maar in de waan. Des te meer ze denken dat ze op ons kunnen rekenen, des te groter zal de verrassing zijn.’(18) Hij hield het ware karakter van zijn einddoel zo’n tien jaar verborgen, tot de situatie er rijp voor was. Al die tijd ontkende hij in interviews ook maar iets met socialisme of marxisme te maken te hebben. Hij volgde hierbij de raad van José Martí.

Ik kende het einddoel. Mijn programma was als een wachtkamer voor een socialistische revolutie. Om op de derde verdieping te geraken moet je vanaf de benedenverdieping vertrekken. [Martí citerend:] “Sommige zaken moet je verbergen als je ze wilt bereiken. … Ze blootleggen werpt alleen nog maar meer problemen op, wat het nog moeilijker maakt om het einddoel te bereiken.”(19)

In de beginfase van de revolutie werd er voor gezorgd dat de communisten niet in de kijker liepen. Je vond ze niet terug op sleutelposten in de regering of administratie. De anticommunistische vooroordelen waren zo groot, dat van zodra een communistische ambtenaar voor een eenvoudige functie werd aangewezen er een golf van protest, gemor en intriges de kop opstak. Noord-Amerikaanse kranten en persagentschappen hekelden onmiddellijk de aanwezigheid van communisten. (20) Achter de schermen was er op het hoogste niveau wel een intense samenwerking met hen, o.a. bij de voorbereiding van de landhervorming.

Fidel kondigde het socialistische karakter van de revolutie af op 16 april 1961: de dag na de bombardementen die vooraf gingen aan de invasie van de varkensbaai.(21) Als semi-kolonie was Cuba meer dan andere Latijns-Amerikaanse landen blootgesteld geweest aan anticommunistische hysterie, maar de brutale militaire agressie ontmaskerde de jarenlange propaganda ‘en in een paar jaar tijd werd afgerekend met het ideologisch verderf en alle rommel van het maccarthysme en het anticommunisme’.(22) Op 2 december van hetzelfde jaar, op het moment dat de fusie met de communisten volop aan de gang is, maakt hij er niet langer een geheim van dat het marxisme-leninisme een leidraad zijn voor de revolutie: ‘Dus, dit is en zal geen geheim zijn, noch min noch meer.’(23) Maar zelfs op dat moment houdt hij nog rekening met anticommunistische vooroordelen en stelt hij zijn bevolking gerust: ‘Niemand – mochten er anticommunisten in deze zaal zitten – moet schrik hebben: het communisme is nog voor minstens dertig jaar niet aan de orde!’(24)

Deze werkwijze heeft heel wat biografen en commentatoren op het verkeerde been gezet. Ze hebben niet in de gaten dat Fidel zijn eigen opvatting zorgvuldig verborgen hield. Ze analyseren de interviews en discours van de jonge Fidel en beschouwen die als een expressie van zijn strategie, terwijl zij dat juist verbergen. Velen denken dat Fidel zich na de overwinning zou ‘bekeerd’ hebben tot het marxisme-leninisme om zo de steun te krijgen van de SU. Ze verliezen daarbij uit het oog dat Fidel de werken van Lenin en Marx reeds introduceerde aan de kaders van de Moncadisten begin de jaren vijftig. Laten we niet vergeten dat hij een opleiding heeft gehad bij de Jezuïeten…

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

2.5. De kunst van het wachten uit: Demuynck Katrien & Vandepitte Marc, De Factor Fidel, Garant 2008, 163 p. ISBN 978-90-441-2364-7

Voetnoten:

(1) Martin L., op. cit., p. 156.

(2) Lockwood L., op. cit., p. 161.

(3) Betto F., op. cit.,.p. 148.

(4) Martin L., op. cit., p. 156.

(5) Brief van juli 1957 aan Celia Sánchez, geciteerd in Szulc T., op. cit., p. 433.

(6) Geciteerd in Quirk R., Fidel Castro. Die Biographie. Berlijn 1996, p. 135.

(7) Discours, 2 december 1961, p. 10.

(8) Discours , 26 maart 1962, p. 135.

(9) Geciteerd in Szulc T., op. cit., p. 447-8.

(10) Miná G., op. cit., p. 174.

(11) Geciteerd in Szulc T., op. cit., p. 227.

(12) Betto F., op. cit., p. 149.

(13) Coltman L., The Real Fidel Castro, New Haven 2003, p. 176.

(14) Dat is de hoogste berg van Cuba. Het was de plek waar de 26 juli beweging in het begin van de gewapende opstand eventjes verbleef.

(15) Geciteerd in Szulc T., op. cit., p. 472.

(16) Discours, 2 december 1961, p. 24.

(17) Gomez Ferrals M., ‘Cara a cara con Raúl Valdés Vivó’, Cuba Internacional, 64-67, p. 66; Blanco K., Todo el tiempo de los cedros. Paisaje familiar de Fidel Castro Ruz, Havanna 2004, p. 271.

(18) Fidel heeft het hier over de vele notabelen die hem vaak meermaals kwamen opzoeken in de eerste dagen na de overwinning. Discours, 2 december 1961, p. 37.

(19) Martin L., op. cit., p. 155.

(20) Discours, 2 december 1961, p. 82-3.

(21) De dag nadien begint de invasie. Fidel was van plan om het socialisme af te kondigen, veertien dagen later, op 1 mei, maar hij greep de dramatische gebeurtenissen aan om dat te vervroegen. Szulc T., op. cit., p. 546-8.

(22) Discurso, 26 juli 1973.

(23) Discours, 2 december 1961, p. 96.

(24) Ibid., p. 80.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 65 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook