Extreem-rechts vergroot greep op Zwitserland

In december dwong de extreem-rechtse Zwitserse Volkspartij (SVP) een tweede ministerpost af in de zevenkoppige regering van Zwitserland. Na het ministerie van Defensie krijgt de partij nu ook dat van Justitie en Politie, bekleed door haar voorman Christoph Blocher.

Haar grotere greep op de regeringsmacht dankt de SVP aan de proteststem waarmee de kiezers haar op 19 oktober tot grootste partij van het land maakten. Ze heeft met succes ingespeeld op de gegroeide ontevredenheid over de politiek waarmee de traditionele partijen het land regeren naar de wensen van de grote Zwitserse banken en concerns. Die partijen, ook de sociaal-democraten die als "linkerzijde" gelden,, hebben zo het bedje gespreid voor het succes van extreem-rechts.

Op het eerste gezicht lijkt het een kleine politieke aardschok, maar onverwacht kwam hij niet. De SVP van Blocher, een domineeszoon die fortuin maakte in de chemie, dwong in december een tweede portefeuille af in het federale kabinet. Daardoor werd de "magische formule", de samenstelling van die zevenkoppige regering, voor het eerst sinds lang veranderd. Volgens die formule verdeelden de partijen de ministerposten onder elkaar, los van hun aantal parlementszetels: twee voor de (liberale) Vrije Democraten, twee voor de (katholieke) christen-democraten, twee voor de sociaal-democraten en één voor de in 1971 opgerichte SVP (die zich in het Franstalige landsgedeelte Unie van het Democratisch Centrum UCD laat noemen). Kortom, vijf voor rechts en twee voor de sociaal-democraten.

Die verhouding zelf is niet veranderd. Wél veranderd is de aard van het rechtse blok, waar de traditionele rechtse partijen het discours van Blocher (minder belastingen voor bedrijven, geen toetreding tot de EU, Zwitsers nationalisme, strenger immigratie- en asielbeleid) in grote mate hebben overgenomen.

Inlichtingen

Extreem-rechts zit nu op Defensie en op Justitie en Politie. Dat zijn twee sleutelposten voor inlichtingengaring allerhande, voor repressie en voor asiel- en immigratiebeleid. Inlichtingengaring in handen van extreem-rechts verontrust verenigingen voor burgerrechten. Die verwijten de politici al jaren dat ze van het land een ,"Schnüffelstaat" maken, waar politie en inlichtingendiensten elke "dissidentie" en uiting van strijdbaar syndicalisme opsporen en bestrijden.

Dat asiel- en immigratiebeleid in dezelfde handen komen en allicht (voor niet-Europese personen) worden verstrengd, zal weinig Zwitsers verontrusten. Niet dat Zwitserland "overspoeld" wordt door buitenlanders (thans 20 procent van de bevolking, een percentage dat zou dalen tot 12 procent als de immigranten die sinds 1990 in het land wonen zouden worden genaturaliseerd).

Maar veel Zwitsers zijn bang dat niet-Europese migranten, die veelal voortkomen uit patriarchaal-agrarische samenlevingen met half-feodale trekken, gedachtengoed veld doen winnen dat ingaat tegen de seculiere aard van de staat en tegen het princiep van gelijkheid van man en vrouw. Vaak verwijst dit naar islamitische inwijkelingen, en gaat dit gepaard met vragen tot "modernisering" van de islam.

Achteruitgang

De SVP is niet alleen voor een hardere aanpak van immigratie en asielaanvragen. Ze is ook een ultra-liberale partij, die niets moet hebben van vakbonden en "belemmeringen van de vrijheid van ondernemen" (voor de eigenaars en leiders van het bedrijf). Maar in de verkiezingscampagne hoedde ze er zich wel voor zich openlijk als ultra-liberaal te manifesteren. De kiezers waren immers al erg ontevreden over de liberale politiek van "besparingen" die de regering sinds begin jaren 90 voert in naam van "crisisbestrijding", "handhaving van de sociale zekerheid en de pensioenen" en "verbetering van de concurrentiepositie".

Die politiek heeft bij de werkende bevolking en de middenklassen voor achteruitgang en toegenomen bestaansonzekerheid gezorgd. De vrees voor verdere achteruitgang is nog aangewakkerd door een voorstel van de (liberale) president Pascal Couchepin om de pensioengerechtigde leeftijd op te trekken van 65 naar 67 jaar. De SVP van de Zürichse miljardair Blocher speelde daar meteen op in door dat voorstel te verketteren. De angst dat Zwitserland verder achteruitboert is ook gevoed door het failliet van Swissair in oktober 2001. Dat bankroet – en 6.000 ontslagen – kwam er ondanks de hopen geld die de regering nog in Swissair had gepompt. Onrust groeide ook over de massale ontslagen in een aantal andere sectoren, zoals in de geprivatiseerde overheidsregieën.

Evenmin zijn de Zwitsers er over te spreken dat de regering hen aanhoudend "offers" vraagt, maar tegelijk fortuinen spendeerde aan een peperdure, mislukte Nationale Expositie, een propagandagebeurtenis over "modernisering" en "federale samenhang". En net als in andere landen groeide brede verontwaardiging over de nieuwe grijp- en graaimentaliteit bij bedrijfsleiders, zoals bij de topkaders van enkele (kanton-)banken die het personeel tot besparingen dwongen, maar zichzelf op de rug van het bedrijf gigantische "afscheidspremies" toekenden. Met lede ogen zien de Zwitsers nu dat hun land niet langer het rijkste is ter wereld, maar voorbijgestoken werd door de Verenigde Staten, Luxemburg en Noorwegen.

Europa

De Zwitsers zijn ook niet te vinden door toetreding tot de Europese Unie, een wens van de meeste grote banken en concerns. Dat die wens tot voor kort door bijna alle politici in meer of mindere mate werd overgenomen, hoeft niet te verwonderen in een land waar politici onmiddellijk na hun verkiezing door banken en bedrijven worden gewogen, en in vele gevallen in hun bestuursraden worden opgenomen.

Maar de burgers blijven wantrouwig. Een voorstel om besprekingen over toetreding te beginnen, werd in 2002 bij referendum afgewezen. Dat wantrouwen is evenmin verwonderlijk, omdat de EU vaak gezien wordt als een bolwerk van sociaal-economisch liberalisme, een factor die de sociale afbraak nog zou bevorderen – de havenarbeiders in Antwerpen kunnen daarvan meespreken na de pogingen om hen namens de EU-liberalisering van hun rechten als havenarbeiders te beroven. De toetreding is nu zo impopulair, dat alle partijen het thema hebben opgegeven, op de sociaal-democraten na. Voorlopig nemen de Zwitsers er genoegen mee dat hun relaties met de EU worden geregeld door bilaterale overeenkomsten.

Een ,,boulevard’’

Tegen deze achtergrond is het niet zo verwonderlijk dat de SVP in oktober een groot succes behaalde en nu een tweede ministerpost kon afdwingen. De extreem-rechtse organisatie "trof een boulevard voor zich aan", verwees Le Monde Diplomatique naar de mate waarin de traditionele partijen het pad voor haar hebben geëffend.

De ontevredenheid leidde tot een proteststem die Blochers partij, met haar anti-belasting-, anti-EU- en anti-immigratiediscours, ten goede kwam. Met bijna 28 procent van de stemmen en 55 van de 200 parlementszetels werd zij de grootste partij (in 1999 was de SVP met bijna een kwart van de stemmen al de tweede partij geworden). De protestantse industrieel uit Zürich maakte zijn intrede in de federale regering – hoewel hij liever de portefeuille van Financiën zou hebben beheerd. De sociaal-democraten behaalden 23,3 procent en 52 zetels, de Vrije Democraten 17,3 procent en 36 zetels, de christen-democraten 14,4 procent en 28 zetels.

Of Blocher en politieke eendagsvlieg zal zijn, moet nog blijken. Omdat alle partijen, SVP incluis, op sociaal-economisch vlak een liberaal kapitalisme voorstaan, zal er allicht op dat terrein niet veel veranderen. Wel kan dit het ongenoegen bij veel kiezers nog doen toenemen. De "Socialistische" Partij staat erbij en kijkt ernaar. De belangrijkste (zichtbare) wijziging komt er misschien inzake asielrecht. Dat kan ingekrompen worden, volgens de wensen van Blocher en veel Zwitsers, die vinden dat een afwijzing van een asielaanvraag onmiddellijk moet gevolgd worden door stopzetting van uitkeringen en door uitwijzing.

(Uitpers, nr. 49, 5de jg., januari 2004)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :