Europese Unie is Big Brother

Raf Jespers, Big Brother in Europa, uitgeverij Epo, Berchem, 404 blz. € 22,00

‘Meer Europa’ is de kreet die Jean-Luc Dehaene, en met hem vele anderen, al vele jaren slaakt, zonder er bij te zeggen wat ‘Meer Europa’ zoal betekent. De voorstanders van ‘Meer Europa’ verzwijgen daardoor bewust dat het huidige Europa, de Europese Unie, de motor is van een kapitalistische en steeds repressievere samenleving, waar kritiek op en protest tegen het onrechtvaardige en onmenselijke kapitalisme bestreden wordt in naam van…de strijd tegen het terrorisme.

Strijd die via de meest geraffineerde spionagetechnieken en ontelbare veiligheidsdiensten, de schending van mensenrechten en van politieke vrijheden en via ondemocratische instellingen wordt gevoerd. Want voor Big Brother Europa is iedere burger een potentieel gevaar voor de kapitalistische economie en dus een potentiële terrorist.

Ons privé-leven wordt via de informatietechnologie en gesofisticeerde spionagetechnieken steeds meer te grabbel gegooid. Het bedrijfsleven en de zogenaamde veiligheidsdiensten maken daar handig gebruik van. Raf Jespers, advocaat bij Progress Lawyers Network en lid van de Liga voor Mensenrechten, legt in zijn boek uit hoe en waarom overal ter wereld, dus ook in de Europese Unie, de burgers altijd en overal in het oog worden gehouden. Democratische en mensenrechten worden daarbij stelselmatig geschonden.

In haar voorwoord wijst Eva Brems, hoofddocent Mensenrechten aan de UG, erop hoe het respect voor de mensenrechten er sinds de aanslagen in de Verenigde Staten van 11 september 2001 op achteruit is gegaan. Mensenrechten moeten wijken voor de strijd tegen terreur. In zijn sterk gedocumenteerd boek belicht Raf Jespers alle aspecten van die gevaarlijke verschuiving. Hij zoemt allereerst in op de toenemende camerawoede. Op straat, in het openbaar vervoer, in winkels, in het autoverkeer, in sportstadions, in bedrijven, bibliotheken enz., overal staan camera’s op ons gericht. En daar blijft het niet bij. Wij worden ook gevolgd en gecontroleerd door websnuffelaars, scanners, DNA-kits, databanken, afluistersatellieten, bodyscans en meer van dat fraais.

De gemiddelde Belg zit in ruim driehonderd databanken. Voor de doorsnee-Europeaan loopt dit aantal zelfs op tot zeshonderd. Big Brother kijkt toe en slaat ook toe als de burger de gebaande paden verlaat. Hoe actiever de burger is, des te verdachter hij wordt. Dat de Europese Unie zich tot een ware Big Brother uitbouwt heeft volgens de auteur alles te maken met het protest van de bevolking tegen de zoveelste crisis die het kapitalisme heeft veroorzaakt en waarvoor zij de prijs moet betalen. Dat protest moet worden bestreden in naam van de veiligheid.

Mensenrechten geschonden

Het veiligheids- en privacyprogramma van de Europese Unie (EU) voor de periode 2010-2014 kreeg de naam Stockholmprogramma. Het is op een steeds grotere controle van de burgers afgestemd, bijvoorbeeld door de controle op alle websites. Een Europese richtlijn van 2006 verplicht telecombedrijven en internetproviders alle data zes maanden tot twee jaar bij te houden. Ze moeten die ter beschikking stellen van nationale instanties ‘ten behoeve van het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige strafbare feiten’. Iedere burger staat dus onder controle.

De richtlijn is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat een beperking van de privacy slechts in uitzonderlijke gevallen toelaat. Door de eis alle gegevens die via telefoon of internet passeren te bewaren, wordt de uitzondering de regel. De richtlijn stuitte in een aantal EU-landen op verzet. De bewaarplicht werd begin dit jaar door het Duitse Grondwettelijk Hof verworpen. Dat gebeurde ook in Roemenië en Bulgarije. Dankzij het verzet in het parlement en van de Liga’s voor de Mensenrechten kon in België de goedkeuring van een wet over de databewaring worden tegengehouden.

Het biometrisch paspoort is een andere technisch snufje dat in 2004 door de EU werd gelanceerd. Met zo’n paspoort op zak worden we meetbaar en volgbaar zonder dat we er enige notie van hebben wat er met die gegevens gebeurt. De EU controleert ons via haar eigen gegevensbanken. Zo is er de databank SIS (Schengen Informatie Systeem) die aan haar tweede editie toe is, SIS II, en zich toelegt op bedreigingen voor de openbare orde en nationale veiligheid. Het SIS wordt evenwel door geen enkele onafhankelijke instelling gecontroleerd. Het VIS (Visum Informatiesysteem) is het kleine broertje van het SIS. Daarnaast is er ook Eurodac, een databank met de vingerafdrukken van alle asielzoekers. De Europese Commissie wil het beheer van SIS, VIS en Eurodac in een nieuw agentschap onderbrengen. Het computernetwerk van dat nieuwe agentschap zal liefst 500.000 terminals tellen. Sinds 2008 moeten alle EU-landen elkaars politie- en gerechtelijke diensten toegang verlenen tot elkaars databanken met vingerafdrukken en DNA-profielen.

Die voortdurende versterking van de Europese Big Brother blijft niet zonder protest. Zo pleitte Thomas Hammarberg, de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, in 2008 voor een betere bescherming van de persoonsgegevens ‘om te vermijden dat Europa afglijdt naar de uitwassen van een bewakingsstaat’. Dr. Els De Busser, verbonden aan het Max-Planck-Institut, Freiburg, toonde vorig jaar in haar doctoraatsthesis aan hoe de EU haar eigen regels schendt, met name de regel die wil dat data alleen mogen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze werden ingezameld. Thans mogen EU-lidstaten elkaar gegevens overmaken niet enkel met het oog op de misdaadbestrijding, maar ook ‘voor elk ander doel’. Zo kunnen persoonsgegevens, onder het mom van de misdaadbestrijding, in allerhande databanken terechtkomen.


Opposant is terrorist

Zoals gezegd waren de aanslagen van 11 september 2001 een gedroomde gelegenheid om controle- en repressiewetten uit te breiden en te verscherpen. Krachtens een Europees kaderbesluit, dat er al in september 2001 kwam, moest er in alle EU-landen een antiterreurwet komen. In België was dat in 2003 het geval. Toch kon België gedurende 175 jaar zonder zo’n wet functioneren, zoals Raf Jespers opmerkt. Voor hem staat het dan ook vast dat het kaderbesluit geenszins de bescherming van de burgers beoogt, maar wel de veiligheid van de staat en zijn instellingen. Als morgen een algemene staking het land stillegt is het niet uitgesloten dat de antiterrorismewet wordt gebruikt om stakers op te pakken en de beweging te breken.

Of zoals Amnesty International het zegt: ‘Dikwijls is de “strijd tegen het terrorisme” een voorwendsel geweest om wetten en praktijken in het leven te roepen die toelaten om de oppositie en dissidente opinies te onderdrukken.’ Volgens het Europese kaderbesluit en de Belgische antiterrorismewet staat ‘het ontwrichten of vernietigen van de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie’ gelijk met terrorisme. Wie zich tegen de kapitalistische basisstructuur van de Europese samenleving verzet is bijgevolg een terrorist. Hetzelfde geldt voor al wie de politieke structuren van een land wil veranderen. De Belgische revolutionairen van 1830, de Franse revolutionairen van 1789 en vele anderen waren bijgevolg terroristen.

Het Stockholmprogramma wil de strijd tegen het terrorisme uitbreiden tot de strijd tegen radicale stromingen. Het programma pleit voor initiatieven om ‘radicalisering onder kwetsbare groepen’ tegen te gaan. De EU gaat er bijgevolg vanuit dat radicale ideeën de voorbode van terroristische daden zijn. En wat is radicaal? Dat begrip wordt uiteraard ingevuld op grond van de ideologie die men zelf aankleeft.

Geen controle

De EU gaat onverdroten op de ingeslagen weg voort. In 2008 verscheen een nieuw kaderbesluit om de antiterrorismewetten nog ‘effectiever’ te maken. Het besluit verplicht de EU-landen tegen eind 2010 ook het openbaar uitlokken van terrorisme, de werving ervoor en de training van terroristen strafbaar te stellen. Raf Jespers verwacht dat die verscherping van de wet bij journalisten en academici tot autocensuur zal leiden. Hij vraagt zich af of iemand die schrijft dat de Palestijnse beweging Hamas de legitieme rechten van de Palestijnen verdedigt niet van het uitlokken van terrorisme kan worden beschuldigd. Voor de EU is Hamas immers een terroristische organisatie.

De auteur wandelt met ons door de Brusselse Europawijk langs een aantal instellingen van de Europese Unie die actief zijn op gebieden als politie, justitie, geheime diensten, inlichtingendiensten, migratie, grenscontrole en gegevensbescherming. Sommige van die diensten, zoals Europol en Eurojust, zijn in Den Haag gevestigd. Europol is de Europese politiedienst. Hij werd in 1995 door de ministerraad van de EU opgericht. De nationale parlementen werden er niet bij betrokken. Tekenend voor de politiestaat die de EU stilaan wordt, is dat Europol voortaan ook betrokken wordt bij de ordehandhaving tijdens massabijeenkomsten, betogingen en stakingen; acties die niets met misdaad te maken hebben. In het Europol Informatiesysteem worden niet alleen gegevens over misdadigers opgeslagen, maar ook over personen van wie ‘redelijkerwijze kan worden verwacht dat ze een misdrijf zullen plegen’. Van enige democratische controle op Europol is nog steeds geen sprake.

Eurojust, het embryo van een Europees parket, werd eveneens bij eenvoudig besluit van de EU-ministerraad opgericht, zonder inspraak van de nationale parlementen. Door Eurojust zullen de onderzoeksrechters in de landen waar die een belangrijke rol spelen opzij worden geschoven. Ook de werking van Eurojust wordt niet gecontroleerd. Dat is het geval voor de meeste politie- en veiligheidsinstellingen van de EU.

Zelfbediening

De EU krijgt er bovendien niet genoeg van steeds nieuwe instellingen op te richten. Zo zag na de aanslagen van 11 september de GoP het licht. Deze ‘Group of Personalities’ bracht 27 toplui uit industrie en politiek samen om een langetermijnstrategie voor het veiligheidsonderzoek van de EU te ontwerpen. In de GoP zaten vertegenwoordigers van de NAVO, van het militair comité van de EU, van onderzoeksinstituten die zich op militaire vraagstukken toespitsen en uiteraard van de industrie, onder meer de wapenindustrie. In 2005 werd die GoP de adviesraad voor veiligheidsonderzoek van de Europese Commissie en werd hij omgedoopt tot ESRAB (European Security Research Advisory Board). Niet minder dan veertig van de vijftig leden van de vernieuwde adviesraad waren vertegenwoordigers van de industrie. De wapen- en technologiebedrijven die de grootste begunstigden zijn van de EU-budgetten voor veiligheidsonderzoek, mogen dus zelf de prioriteiten van dat onderzoek vastleggen. Van enige democratische verantwoording, bijvoorbeeld tegenover het Europees Parlement, is ook hier geen sprake.

Raf Jespers eindigt zijn onthullend boek met een ‘Charter 2020 inzake privacy en grondrechten’. Hierin worden de maatregelen opgesomd waaraan moet worden voldaan om de mensenrechten te blijven eerbiedigen, het democratisch karakter van de instellingen te waarborgen en de privacy te beschermen.

We kunnen niet beter afronden dan met een citaat van Benjamin Franklin: ‘Zij die bereid zijn essentiële vrijheden op te offeren om tijdelijk meer veiligheid te hebben, zullen het een noch het ander hebben’.

(Uitpers nr. 123, 12de jg., september 2010)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=951117&refsource=uitpers