Europa’s makheid tegenover Sharons arrogantie

Sharons bedoelingen zijn al langer bekend, maar nog nooit eerder speelde hij het zo openlijk: de totale vernietiging van de Palestijnse Autoriteit en haar infrastructuur met de bedoeling de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat te kelderen. Op internationaal vlak stelt Sharon zich bovendien uitermate arrogant op. Hij kan dat omdat de VS hem zo goed als onvoorwaardelijk steunen en de Europese Unie weigert een vuist te maken, of beter een non-beleid voert.

Het nu al weken durende offensief van de Tsahal (het Israëlische leger) in de Palestijnse gebieden heeft geleid tot een spoor van bloed en vernieling: bureaus van ministeries en administraties, water-, wegen- en elektriciteitsnet, niets is heel gelaten. Tanks walsen bewust over auto’s of rijden huizen tot puin. In Jenin en Nabloes heeft de Tsahal een slachtpartij aangericht, waarvan we de ware omvang nog niet kennen. Er zijn zo goed als zeker standrechterlijke executies gebeurd en huizen geplunderd. Er circuleren ook berichten over aanrandingen en verkrachtingen van vrouwen. Pers en humanitaire organisaties kunnen de berichten niet verifiëren, want ze worden geweerd, wat op zich al veel zegt.

Sharon rechtvaardigt de invasie door zonder te blozen te beweren dat hij een strijd voert tegen het terrorisme. Het is bekend dat Washington dat graag hoort. Bush noemde Sharon zelfs ‘een man van de vrede’.

Uitgekiend plan

Na een gespannen kabinetvergadering in maart jongstleden, vertelde minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres – in betere tijden nog de ‘vredesduif’ – aan de pers: "indien ik had geweten dat het zo zou verlopen, zou ik nooit de regering hebben vervoegd". Peres is een karikatuur en inspiratiebron voor menig spotprent geworden. Niets neemt weg natuurlijk dat hij alsnog de daad bij het woord voegt. De Israëlische vredesbeweging heeft nog een tijdlang actie gevoerd voor zijn woning en aangedrongen op zijn vertrek, tot het niet meer relevant bleek. Veel verschil zou het immers niet meer maken.

In elk geval kon hij gemakkelijk weten waar Sharon op aanstuurde. Hij kon het lezen in de verkiezingspropaganda van zijn eigen partij Avoda. In januari 2001 is daarin nog gepoogd het kiespubliek diets te maken dat Israël met Sharon aan het roer op een ramp zou afstevenen. Het geheugen is niet alleen kort. Peres heeft er gewoon alles voor over om deel uit te maken van het kabinet, ook al doet hij daarmee het tegenovergestelde van wat hij zelf altijd heeft beweerd. Het roer is nu trouwens hoe dan ook in handen van dat ander lid van de Arbeiderspartij, minister van Defensie Elezier. Die heeft er alles aan gedaan om te bewijzen dat hij even ‘hard’ is als Sharon.

De hele politiek van Sharon is simpelweg samen te vatten als de annexatie van zoveel mogelijk Palestijns gebied. In november 2000, in aanloop van de verkiezingen, werd door Brigadier-generaal op rust en vertrouweling en adviseur van Sharon, Meir Dagan, een document gepubliceerd dat trouwens kon rekenen op de nodige aandacht van de Israëlische pers. Daarin tekende Dagan een strategie uit die moest leiden naar het ondergraven van de hele Oslo-architectuur. Zo had hij het openlijk over de noodzaak van een "volledige operationele bewegingsvrijheid" voor het Israëlische leger in de A-gebieden. Dat is waar Tsahal de facto vandaag over beschikt, hoewel de akkoorden van Oslo de Palestijnen er een semi-soevereine status hebben gegeven.

Rondom Oslo wordt door Sharon en zijn kliek ook behendig heen gedraaid. In datzelfde document van Dagan staat dat de Oslo-akkoorden beter niet openlijk worden afgevallen.

Al bij al blijkt dat meester strateeg Sharon er wonderwel is in geslaagd stapsgewijs Dagans advies in realiteit om te zetten. Sharon wil minstens dat deel dat in Oslo nog als C-gebied staat ingekleurd. Wonderwel stemt dat goed overeen met zijn plan uit 1992, volgens hetwelk heel het gebied grenzend aan de Jordaan en de gebieden rond de grote Palestijnse agglomeraties bij Israël moeten ingelijfd worden. Vandaar ook zijn uitgesproken ijver voor de kolonisatie van grote delen van de Palestijnse gebieden.

"In principe akkoord"

Op het diplomatieke front speelt Sharon het zeer handig. Op elk initiatief om uit de impasse te geraken formuleert Sharon een standaardantwoord: ‘in principe akkoord’, om er vervolgens onmogelijke voorwaarden aan te koppelen. Iedereen herinnert zich nog zijn ‘zeven-dagen-rust-periode’ als voorwaarde om te starten met onderhandelingen. Op datzelfde ogenblik deed hij er alles aan om die rust te storen door het starten van militaire campagnes, het ‘doelgericht’ elimineren van ‘terroristen’, enz. Toen CIA-directeur Tenet een ‘veiligheidssamenwerking’ aan het opzetten was tussen Israëlische en Palestijnse veiligheidsdiensten doodde een Israëlische raket Abu-Ali Mustapha, leider van de PFLP (Volksfront voor de Bevrijding van Palestina). Vier dagen voor de komst van de speciale VS-gezant Zinni op 27 november 2001, vermoordden Israëlische troepen een prominent en populair Hamas leider, Mahmud Abu Hunud. In een artikel in de Israëlische krant Yediot Ahronot, liet een veiligheidsfunctionaris verstaan dat de eliminatie van Hunud met grote waarschijnlijk het risico van zelfmoordaanslagen met zich zou meebrengen. Een paar dagen later, tijdens Zinni’s bezoek, zorgen twee zelfmoordenaars van Hamas daadwerkelijk voor een bloedbad: 26 Israëlische burgers komen om. Sharon trok daarop meteen naar Washington, kaartte het terrorisme aan en kreeg van de regering Bush te verstaan dat de VS niet al te luid zouden roepen, zo Israël zijn toevlucht zou nemen tot een stevig militair antwoord.

Sharon gokt en wint. Hij is het gewoon. Hij is nog geen haar veranderd sinds de militaire operatie in Libanon (1982) en het bloedbad in Sabra en Chatilla. Arafat en de hele Palestijnse Autoriteit moeten weg. En daarvoor is alles goed: in januari werd groot spektakel verkocht rond een boot met wapens die door de Israëlische marine werd ‘onderschept’. Met zin voor drama gaf Sharon toen geflankeerd door generaals en admiraals, een persconferentie te herhalen dat Arafat met ‘zijn boot’ opnieuw aantoont dat hij een verraderlijke terrorist is. De VS slikten het verhaal onmiddellijk, hoewel elke VS-officier of journalist weet dat de vuurkracht van 1 F-16 of een kleine eenheid Israëlische soldaten even groot of zelfs groter is dan wat zich op dat bewuste schip bevond.

De Israëlische regering probeert Arafat en het hele legitieme Palestijnse gezag voor te stellen als een bende criminelen, en eens van het toneel verdwenen blijven alleen nog radicalen over en dus geen gesprekspartners meer. Dan is het nog slechts peanuts om internationale goedkeuring te krijgen voor een tweede fase in de oorlog tegen de Palestijnen. Sharon heeft daarvoor al de juiste man aangetrokken: Effi Eitam van de Nationale Religieuze Partij. Enkele weken geleden werd deze extreem-rechtse generaal op rust in het kabinet opgenomen en kreeg tegelijk een stem in het orgaan dat zich bezig houdt met militaire operaties. Eitam pleit openlijk voor het verdrijven van alle Palestijnen uit de bezette gebieden. Voor hem moet de Palestijnse staat opgericht worden in Jordanië. Daarmee kon Sharon niet nog duidelijker zijn in wat hij werkelijk van plan is met de Palestijnen. Blijkbaar is dat het westen, de VS op kop, ontgaan.

Washington

De houding van de VS in dit conflict hoeft ons weinig te verwonderen. De VS zijn al jaren consequent pro-Israël, maar verkochten heel de tijd hun bemoeienissen als een verhaal van Amerikaanse ‘bemiddelingsrondes’ in het kader van een zogenaamde ‘vredesproces’. Toen de Amerikaanse president Clinton in januari hielp een doorbraak te forceren in de ronde van de laatste kans tekende hij in volle Intifadah met de Israëlische regering een ‘Memorandum of Understanding’. Daarin stond dat de militaire steun aan Israël geleidelijk zou worden opgetrokken. In diezelfde periode voerden Amerikaanse, Israëlische en Turkse marineschepen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is, gezamenlijk manoeuvres. Het staat als een paal boven water dat zonder de jaarlijkse directe financiële VS-steun aan het militaire apparaat ter waarde van bijna 2 miljard dollar, Israël de bezettingspolitiek in Palestina niet zou kunnen volhouden.

De Amerikaanse reactie op de gebeurtenissen in Jenin, waarbij volgens getuigenissen wel eens honderden slachtoffers kunnen gevallen zijn, behoort ongetwijfeld tot de meest verregaande steunbetuiging aan het Zionistisch regime ooit. Diezelfde VS die in 1999 hemel en brand schreeuwden over een overigens nooit bewezen slachtpartij van de Servische politie op 40 Albanese Kosovaren in het dorpje Racak en het voorval gebruikten om enkele weken nadien een bommencampagne tegen Servië te starten, lieten aanvankelijk in de VN-veiligheidsraad verstaan dat ze een veto zouden uitspreken tegen een onderzoekscommissie die de ware toedracht in Jenin zou moeten uitzoeken. Maar omdat het voor Washington moeilijk te verkopen was aan de publieke opinie om na al die gruwelijke om na al die gruwelijke beelden en verhalen zomaar neen te zeggen tegen een ‘simpel’ onderzoek, pleegden de VS overleg met Israël, de verdachte, om uiteindelijk met instemming van Tel Aviv een flauw afkooksel ervan toe te staan. Maar zelfs dan presteert Israël, dat al eens het zesde permanente lid van de VN-veiligheidsraad wordt genoemd, het opnieuw om de VN te beledigen en te vernederen door zowel VN-gezant Terje Roed-Larsen en Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Marie Robinson tot ongewenste personages voor zo’n delegatie te verklaren.

Europa

De VS mogen dan al een zeer eenzijdige politiek voeren en uiteindelijk weinig interesse betonen in een duurzame oplossing van dit al oude conflict, er is tenminste het voordeel van de duidelijkheid. De Europese Unie daarentegen blinkt vooral uit in een machteloos non-beleid, gaande van pure hypocrisie tot verstoppertje spelen achter de zogenaamde Amerikaanse vredesinitiatieven.

De Palestijnse kwestie is zo langzamerhand elke Europese geloofwaardigheid aan het ondergraven. Illustrerend daarvoor is de treurzang die rond het associatie-akkoord wordt opgevoerd. Veel waarnemers spreken inmiddels over een wansmakelijke vertoning. Nog voor de Intifadah wordt in kringen van de Europese Commissie gesignaleerd, dat het Associatie-akkoord, dat op dat ogenblik nog niet inwerking is getreden, door Israël al met de voeten wordt getreden, meer bepaald bij de toepassing van het territorialiteitsbeginsel (art 83). Dat bepaalt dat Israël geen goederen uit de kolonies op de bezette Jordaanoever aan voorkeurstarief op de Europese markt mag leveren. De bewijzen zijn overduidelijk, maar… er gebeurt niets. Als het conflict duidelijk aan het escaleren is staat datzelfde Associatie-akkoord meermaals op de agenda, meer bepaald in verband met een tweede in het akkoord ingebouwde clausule over de mensenrechten. Na de brutale Israëlische invasie vanaf eind maart en vooral de vermoedelijke slachtpartijen in Jenin, schiet eindelijk ook Europees Parlement in gang. Artikel 2 (de mensenrechtenclause) wordt duidelijk niet gerespecteerd, zo luidt de conclusie van een meerderheid en het Europees Parlement stemt voor de in het akkoord voorziene opschorting van het Associatie-akkoord. De Europese ministers zien dat evenwel anders. Het blijkt zelfs geen punt van discussie. Men wil het ‘vredesinitiatief’ van minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, niet in de weg lopen. Terug naar af dus. Vooral het pro-Amerikaanse Groot-Brittannië en het door WO II getraumatiseerde Duitsland doen er alles aan om te vermijden dat Israël ook maar een duidelijk signaal wordt gegeven. En zo kleeft er weer maar eens bloed aan Europa’s handen en is het tijd voor een nieuwe versie van Emile Zola’s ‘J’accuse!.

(Uitpers, mei 2002)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 57 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook