Eurocentrisme, ook met De Gucht

Hij heeft wel wat onze nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken. Recht voor de raap, zonder omwegen en lichtjes brutaal. De waarheid mag gezegd worden, stelt hij, zijn waarheid.
We zaten even uit te kijken waar het met Karel De Gucht als top van onze diplomatie naar toe zou gaan. Het bleek al gauw dat hij de grote lijnen van de paarse regering, en van zijn flamboyante voorganger Louis Michel, over zou nemen. Een pro-Europa koers, niet anti-Washington maar geen vazallenhouding, en Centraal-Afrika zou hij blijven op de politieke agenda zetten. Hij verbaasde niet echt door uitgesproken het belang van de economie te benadrukken in onze diplomatie.

En inderdaad, hij spreekt zich niet honderd procent uit tegen een mogelijke Navo rol in Irak, benadrukt echter dat België daar geen Navo verantwoordelijkheden op zal nemen, en zorgt voor het transport van VN goederen. “Het is uiteraard de Irakese bevolking die verantwoordelijk is voor de leiding van het politiek proces, dat moet uitmonden een nieuwe grondwet, een nieuw parlement en een nieuwe regering. Deze nieuwe regering zal moeten in staat zijn de welstand van de burgers te garanderen, alsook de veiligheid en dit zonder buitenlandse hulp.” Hij stelt dat de EU en de VS dikwijls dezelfde doelstellingen (antiterrorisme, duurzame ontwikkeling) hebben maar dat ze verschillen qua manier waarop deze moeten gerealiseerd worden. Hij pleit voor een sterke Europese peiler binnen de NAVO.

Dus, wie gedacht had dat Louis Michel werd weggepromoveerd naar de Europese Unie, zodat België zonder gezichtsverlies een meer pro-Amerikaanse koers zou kunnen gaan volgen, komt toch wel bedrogen uit. De rol van kritische bondgenoot van Washington lijkt wel een echt paars kenmerk te zijn.

Beleidspunten

Karel De Gucht wil een sterke Europese Unie zien, waarin België haar invloed kan doen gelden. Hiervoor ziet hij een rol bij de Benelux, en bij een beleid van bilaterale politiek. Hij stipt dezelfde prioriteiten aan als de strategienota voor het gemeenschappelijk buitenlands en veilgiheidsbeleid die in december 2003 door de regeringsleiders van de EU-lidstaten werd goedgekeurd. Het gaat hier om terroristische dreiging, verspreiding van massavernietigingswapens, grensoverschrijdende criminaliteit, mislukte staten, om zich heen grijpende ziektes als Aids. Er zijn bijzondere Belgische ambassadeurs aangesteld voor respectievelijk migratievraagstukken, terrorismepolitiek en aids-bestrijding.

In dit verband wil Minister De Gucht ook iets doen aan het beeld over de EU dat bij de bevolking heerst. “Opiniepeilingen hebben aangetoond dat wij er slechts matig in geslaagd zijn onze burgers voor de uitbreiding of voor de Europese grondwet te sensibiliseren. Dit is niet goed omdat daardoor het draagvlak voor Europa bij onze publieke opinie dreigt te verzwakken. Een referendum zou een uitstekende gelegenheid bieden om de belangstelling voor Europa verder levendig te houden.”

Zoals de algemene teneur in de internationale kringen hem voorzegt, spreekt hij over de proliferatie (spreiding) van massavernietigingswapens, en rept met geen woord over bijvoorbeeld kernontwapening en de verantwoordelijkheid daarin van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Hij zal zich inzetten voor het realiseren van Resolutie 1540 die oproept voor een verhoogde exportcontrole en betere beveiliging van risicomateriaal, met bijzondere aandacht voor de zaak Iran.

In de VN breekt hij een lans voor multilateralisme en looft de houding en inspanningen van de algemeen secretaris, Kofi Anan.

Azië en zeker China ziet hij als een utdaging qua economische relaties. “Ik hecht bijzonder belang aan economische diplomatie. Het gaat hem over het wegwerken van allerlei obstakels, barrières en moeilijkheden die onze exporteurs en investeerders ondervinden bij hun pogingen om vreemde markten te veroveren. Wij moeten als overheid ons meer inspannen om ervoor te zorgen dat in andere landen betere “randvoorwaarden” berstaan voor onze ondernemingen om economische activiteiten te ontplooien.” Minister De Gucht stelt nog ” Het onlangs afgesloten akkoord binnen de Wereldhandelsorganisatie over de libreralisering van de landbouwsubsidies is een belangwekkend feit”.

De nieuwe minister van buitenlandse zaken is van mening dat de Europese Unie alle inspanningen moet leveren om bij te dragen tot een oplossing van het Israëlisch Palestijns conflict. “De EU mag zich ook niet laten opsluiten in de functie van geldschieter, maar moet trachten een betekenisvolle rol te spelen in het politiek proces.”

En wat de mislukte staten betreft wil hij de Belgische middelen voor “preventieve diplomatie” inzetten om de heropbouw van deze staten te helpen hun institutionele capaciteiten te versterken opdat ze hun economische, politieke en sociale verantwoordelijkheid weer op zouden kunnen nemen. België wil een gecoördineerd beleid voeren op dit vlak tussen de verschillende ministeries: buitenlandse zaken, defensie, ontwikkelingssamenwerking. Karel De Gucht herhaalt: “Het regeerakkoord vraagt ontwikkelingssamenwerking verder te laten aansluiten bij het buitenlands beleid”.

Het terrorisme is niet weg te denken van de internationale agenda. Met de gebeurtenissen van 11 maart 2004 in Spanje is ook de EU meer dan rechtstreeks betrokken partij geworden. De Minister vindt dat er naast de “klassieke” middelen tegen het terrorisme – politieonderzoeken, informatie uitwisseling, arrestaties, veroordelingen – ook moet gekeken worden naar de vraag waarom terroristische organisaties weinig hinder lijken te ondervinden bij een voortdurende rekrutering. Het is zeer goed, stelt hij, dat de EU dit punt ook heeft ingeschreven.

Geen wereldschokkende nieuwe wendingen, dus, in het Belgisch buitenlans beleid met de aanstelling van Karel De Gucht: leve de globalisering, leve de Wereldhandelsorganisatie, ontwikkelingssamenwerking en buitenlands beleid samen smelten; maar ook “een betekenisvolle rol spelen in het Midden-Oosten”.

Centraal Afrika

En de regio van de Grote Meren?

In zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zei hij te geloven in de mogelijkheid een oplossing te vinden voor dit probleem. “Ik weiger te geloven dat het stabilisatieproces gedoemd is tot een impasse of tot mislukken. De internationale gemeenschap moet bewijzen dat ze het verschil kan maken. Het overgangsproces moet slagen. De internationale gemeenschap kan nooit voldoende herhalen dat de politieke verantwoordelijken de plicht hebben dit te doen slagen.”

Zitten in dit citaat niet al de kiemen voor zijn latere uitspraken?

Na een korte rondreis van de minister, kenden we zijn inschatting van de situatie. De Kongolese leiders lijken hem niet van het kaliber te zijn waarmee men een overgangsproces van totale chaos naar een geordende samenleving mee zal kunnen realiseren. Vele Kongolese politici ontbreken ook de nodige steun of democratische onderbouw. President Kabila is maar op een eigenaardige manier aan de macht gekomen zegt ie. En van anderen is het duidelijk dat het welzijn van de Kongolezen hen niet zo na aan het hart ligt. In Kigali daarentegen is er een duidelijk regime aan de macht, het moge er met de mensenrechten niet altijd honderd procent zijn, en ze hebben met hun troepen het buurland bezet, dat wel, maar er wordt tenminste een beleid gevoerd. Dat is zowat de teneur van zijn uitspraken. Later gaat hij nog een eindje verder dit pad op: Kongo zou onder internationale curatele moeten worden geplaatst.

Eurocentrisme

He he, is me dat even schrikken. Deze minister zegt wel heel erg ongezouten zijn mening. Moet kunnen, denk je dan. Maar handig is het niet, zeggen de commentatoren. Hij zou wat meer diplomaat moeten zijn, hoor je bij professoren. Ach, na zo’n uitspraken zal het wel normaal zijn dat Kinshasa even boos is, dat – naar De Gucht’s eigen zeggen – de ambassadeur hem racisme verwijt. Karel Kuifje in Kongo, hoorde je bij president Kabila. Ja, daar heeft het wel iets van.

Er is inderdaad vooreerst het grote vraagteken, wat hij met zijn uitspraken wilde bereiken. Opgemerkt zijn entree doen? Dat is dan meteen gelukt. Inderdaad de “politieke verantwoordelijken op hun plicht wijzen te transitie te doen slagen”? Dat is dat met deze ook wel gebeurd, maar of het de zaak ook echt vooruit helpt is niet meteen duidelijk.

In Kongo is zeker zijn positievere benadering van het regime in Kigali in het verkeerde keelgat geschoten.

Wat mij bijzonder stoort is de evidentie waarmee gesteld wordt dat de internationale gemeenschap alles beter zal doen verlopen. Dat is ronduit eurocentrisme. Welke actoren van deze internationale gemeenschap zoeken niet hun eigen belang veilig te stellen? En kijken we maar even naar de recente ervaringen van maatschappijopbouw waar deze internationale gemeenschap verantwoordelijk voor is. In Bosnië hebben de laatste verkiezingen een verdere polarisatie onder de maatschappelijk groepen getoond. In Kosovo mag de militaire en politionele greep niet een seconde verzwakken of het geweld laait onmiddellijk weer op. Het verkiezingsproces in Kosovo dat naar een normalisering van de toestand streefde, toont de wanhoop, frustratie, polarisatie en afkeer meer dan duidelijk. Laat ons nog zwijgen over de wederopbouw in Afghanistan of Irak. Dat heeft denk ik alles te maken met het gebrek aan politiek perspectief voor deze conflicten,, en te weinig betrokkenheid van de mensen ter plaatse in het uittekenen van de toekomst. Het resultaat van onze militaire interventies is wel dat het geweld wordt ingedijkt, maar het conflict krijgt geen impulsen tot een oplossing. De internationale gemeenschap zou dus wel wat bescheidenheid mogen aan de dag leggen bij haar optredens. Maar dat is natuurlijk aan onze minister niet besteed.

Centraal-Afrika vormt natuurlijk een heel ander dossier. Maar wie is er daar verantwoordelijk voor de chaos, of voor de “mislukte staat Kongo”? We kunnen toch niet anders dan verwijzen naar het kolonialisme en het neokolonialisme dat decennialang een dictator de hand boven het hoofd heeft gehouden die absoluut rechtstreeks verantwoordelijk is voor de “afwezigheid van de staat” en het niet-besturen van het land. Moboetoe regeerde op de uitverkoop van de rijkdommen, op vriendendiensten en op repressie. En is de internationale gemeenschap niet verantwoordelijk voor een geglobaliseerd systeem waarin bepaalde groepen alleen maar de mogelijkheid zien om via wapens deelgenoot te worden van de economische rijkdom en zo de situatie voor de groep te verbeteren?

Als Minister De Gucht zou vaststellen dat de huidige elites in Kongo niet direct het transitieproces zullen doen lukken, moet hij toch even de vraag stellen waar die elites vandaan komen. En even kijken of de internationale gemeenschap ook daar geen verantwoordelijkheid draagt.

Politiek zijn we met zijn verbaal geweld in elk geval geen stap verder geraakt.

(Uitpers, nr.58, 6de jg., november 2004)

Visited 14 Times, 1 Visit today

Tags :