EU-watchers van Onze zeg/Notre mot à dire trekken naar Grondwettelijk Hof

Op 10 december dienden we namens Onze zeg/Notre mot à dire een verzoek in bij het Grondwettelijk Hof van België. Daarin vragen we het Hof om zich uit te spreken over de geldigheid van de Vlaamse ratificatie van het laatste EU-verdrag. Indien het Hof onze argumenten volgt, moet de ratificatieprocedure worden overgedaan. Hoewel onze federale regering al maanden in binnen- en buitenland de indruk wekte dat de Belgische ratificatie zondermeer rond was, klopt dat plaatje dus niet helemaal.

Schraal en onevenwichtig Europees debat in België

Vorig jaar nog noemde Karel De Gucht de onleesbaarheid van het Verdrag van Lissabon een succes. De inhoud van het verdrag komt stiekem voor 96% overeen met de gebuisde Europese Grondwet. Dat was best niet te ruim geweten. Niemand reageerde.

Het nieuwste EU-verdrag, passeerde in ons land in totaal zeven parlementen. Van de 74 tegenstemmen (op 627 parlementsleden) kunnen er twee kunnen tot het progressieve kamp gerekend worden. Al bij al een logische uitkomst van een schraal en onevenwichtig maatschappelijk debat.

Door deze gang van zake ligt de Belgische publieke opinie als een schutskring rond de Europese instellingen. Nergens in het ‘Oude Europa’ is er zo weinig inhoudelijk debat over de EU. Johan Vande Lanotte vergeleek het ooit eens met een religie. Zelfs de lichtste kritiek op het Europese project, staat in ons land gelijk aan ketterij. Ondertussen komt ook hier 80% van alle wetgeving uit Europa. In Frankrijk, Nederland of Ierland heeft de bevolking hier uitvoerig bij kunnen stilstaan. Waarom niet in België? Alsof de impact van onze langverwachte Belgische staatshervorming, incluis splitsing van BHV (Brussel-Halle-Vilvoorde), groter zou zijn dan de op stapel staande ‘Europese staatshervorming’. In wezen beperkt ons verlammende communautaire spel zich tot de discussie over wie de EU-richtlijnen mag uitvoeren. Mooi autonomiedebat is dat. De EU blijft alomtegenwoordig, dwingend, maar quasi onbesproken.

Dit is ook de reden waarom we naar het Hof stappen. Voor gewone burgers, die moeten vaststellen dat een echt democratisch debat terzake ontbreekt, is deze procedure een laatste redmiddel. We halen twee belangrijke én actuele discussiepunten aan. Deze illustreren hoe diepgaand het debat over dit EU-verdrag kan en moet zijn.

Verdrag van Lissabon achterhaald door crisis

Ten eerste kan niemand vandaag om de economische crisis heen. Het verdrag van Lissabon dateert van voor het uitbreken ervan. In wezen is dit laatste EU-verdrag volstrekt incompatibel met de relancemaatregelen die de Europese leiders de afgelopen maanden voorstelden. Lissabon bouwt voort op de ideeën van een onbelemmerde interne markt en de vrije concurrentie, twee principes die in de jaren tachtig opgang maakten. De ideeën van Keynes waren toen taboe. Het Europese Stabiliteits- en Groeipact uit 1997 maakt deficit spending wettelijk gezien onmogelijk. Het laatste EU-verdrag corrigeert dit nergens en voorziet evenmin de mogelijkheid om Europese relancebudgetten op te bouwen. De Europese Centrale Bank mag zich volgens het Verdrag van Lissabon overigens niet concentreren op economische groei of werkloosheid. Nergens in het verdrag is er sprake van striktere controle op de financiële sector. Een corrigerende taks op speculatie blijft onderhevig aan de unanimiteitsregel en komt er dus niet voor Sint-Juttemis. Is de logica achter dit EU-verdrag niet gewoon achtergehaald door de feiten?

Geen democratische scheiding der machten in Europa

Een tweede zaak is even fundamenteel. Sinds twee weken is de ‘scheiding der machten’ weer hot in België. Dat is een goede zaak. Maar hoe zit het in Europa? Zeker nu de EU steeds meer evalueert van een internationaal samenwerkingsverband naar een overkoepelende staatsstructuur. Het Verdrag van Lissabon is hierin een cruciale stap. In hun boekje ‘Hoe Europa ons leven beïnvloed’ schrijven Hendrik Vos en Rob Heirbaut hierover: “De democratie zit in de Europese Unie wat anders in elkaar dan in de nationale politiek, maar ze is daarom niet zwakker.” Inderdaad, door de toenemende zwakte van onze nationale democratieën, scoort het Europees democratisch gehalte hier en daar wat punten. België is immers niet het enige land, waar de regering het parlement verstikt en en passant tussenkomt in de rechtsgang. Maar voor alle duidelijkheid, dat wil niet zeggen dat de EU is ingericht volgens het democratische principe van de scheiding der machten!

In Europa is het de Europese Commissie die de wetten maakt; de Europese ‘uitvoerende macht’ dus. In een toenemend aantal gevallen is er medebeslissing vanwege de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Die Raad van Ministers is een optelsom van de nationale uitvoerende machten. De Europarlementsleden zelf hebben geen wetgevend initiatiefrecht. Ze kunnen enkel amenderen op initiatieven van de Commissie. De Raad van Ministers kan dan die amendementen aannemen of verwerpen. De Commissie heeft ook nog zo haar manieren om ongewenste amendementen op een zijspoor te zetten.

Ook het Europese Hof van Justitie, de hoogste rechterlijke macht in de EU, heeft trouwens een stevige vinger in de pap. Via haar rechtspraak legt het Hof de Europese wetgeving in een definitieve plooi. Het Bosman-arrest is een gekend voorbeeld. De afgelopen twee jaar richt het Europese Hof van Justitie haar pijlen steeds vaker op het Europees vakbondswerk (de zaken Viking, Laval, Ruffert & Luxemburg). Het hoogste Hof stelt autonoom haar gedragsregels op en heeft zelfs het recht Europarlementsleden af te zetten. Er is geen echte democratische tegencontrole op het Hof.

Alles samen is de democratische positie van de Europese inwoners en hun Parlement zwak. Een fundamentele scheiding der machten die ongeoorloofde machtconcentratie onmogelijk maakt, is niet aanwezig. Montesqieu draait zich om in zijn graf.

Communautaire problemen bemoeilijken nog steeds Belgische ratificatie

Een pikant detail om af te ronden. Na een blik in het Belgisch Staatsblad, merkten we dat er nog steeds geen federale wet is die de Belgische ratificatie bekrachtigt. Terwijl de laatste parlementaire ratificatie al een half jaar geleden gebeurd is. Wat blijkt? Zelfs dit EU-verdrag, waar alle grote Franstalige én Nederlandstalige partijen het over eens zijn, zit nog voor onbepaalde duur in een communautaire knoop. Dit Verdrag van Lissabon biedt voor het eerst rechten aan nationale parlementen. In België moeten die rechten verdeeld worden onder de federale, gewestelijke en gemeenschapsparlementen. U kunt zich daar enig getouwtrek bij voorstellen. Voldoende om de ratificatieprocedure voor onbepaalde duur in de koelkast te stoppen. In alle stilte natuurlijk. Zolang Merkel, Sarkozy en de eigen bevolking maar geloven dat er geen vuiltje aan de lucht is…

(Uitpers, nr 106, 10de jg., februari 2009)

www.onzezeg.be
www.notremotadire.be

Deel dit artikel

Visited 107 Times, 1 Visit today