EU heeft gevaarlijke voorzitter

Silvio Berlusconi is een half jaar lang voorzitter van de Europese Unie en hij hoopt zijn stempel op het EU-beleid te kunnen drukken. In eigen land illustreert hij bijna dagelijks zijn misprijzen voor democratische regels, met die bijzonderheid dat zijn autoritaire aanpak in de eerste plaats gericht is op de verdediging van zijn zeer persoonlijke belangen.

De EVP, waarvan hij een kopstuk is, heeft daar geen problemen mee. De manier waarop deze man aan "moderne anti-politiek" doet, vormt een constante bedreiging voor de democratische rechten en vrijheden, zoals de persvrijheid.

Berlusconi is op en top een product van het "oude systeem" in Italië, samengevat als Caf-systeem (naar Craxi, Andreotti en Forlani, drie kopstukken van de Italiaanse politiek toen de christen-democratie en de socialistische PSI de lakens uitdeelden). Zij maakten speciaal voor hem wetten om een mediarijk uit te bouwen dat hij na hun val, in 1992-1993, gebruikte om zich met zijn Forza Italia als "het nieuwe" aan te bieden. Met die Forza wou hij tegelijk zijn zakelijke belangen veilig stellen en zich wapenen tegen de magistraten van "Mani pulite", schone handen. Forza Italia, volledig opgebouwd rond de leidersfiguur, is een toonbeeld van een ondemocratische beweging.

Berlusconi heeft dus een zeer rijke ervaring met de manipulatie van media. Vandaar dat hij zoveel belang hecht aan controle over die media. Hij bezit er zelf zeer veel (drie nationale tv-ketens, een groot deel van de tijdschriften), maar tracht ook via allerlei drukkingmiddelen andere media naar zijn hand te zetten.

Corriere

Daar weten ze bij de Corriere della Sera, een krant met de reputatie van kwaliteitsblad, alles van. Die krant heeft sinds kort een nieuwe directie. Ferrucio De Bortoli nam op 29 mei ontslag na sterke geruchten dat premier Silvio Berlusconi erg misnoegd was over diens houding tijdens de aanval op Irak en nog veel meer over de artikels rond de juridische problemen van de premier. Die zorgde er intussen als premier en dus baas van de Rai ook voor dat deze overheidszender geen bod deed op de uitzendrechten van de Champions League (voetbal), zodat zijn privé-zenders van Mediaset geen ernstige concurrentie hadden.

"Mijn beslissing is louter ingegeven door persoonlijke motieven", zei De Bortoli op een vergadering van de journalisten van de Corriere. Hij gaat er prat op dat de Corriere tijdens de zes jaar van zijn directeurschap een "onafhankelijke koers" had gevolgd. Ook al was De Bortoli zes jaar eerder benoemd door de toenmalige grote baas van de Corriere, wijlen Giovanni Agnelli van Fiat.

Het ontslag van de Bortoli kwam er wel na maanden van toenemende politieke druk, wat de meerderheid van de redactie op kookpunt bracht. De FNSI (Nationale federatie van de Italiaanse pers, de journalistenbond) sprak na het ontslag van De Bortoli over de zware tussenkomsten van buitenaf die tot het ontslag van de directeur hadden geleid.

In de zomer van 2002 had de omgeving van Berlusconi onder meer getracht de Milanese zakenman Salvatore Ligresti, in de raad van bestuur van de Rizzoli Corriere della Sera (RCS) Media Groep, uitgeefster van de Corriere, te brengen. Ligresti heeft een kwalijke reputatie als aannemer, maar hij is een persoonlijke vriend en zakenpartner van Berlusconi. De twee hebben een deel van hun fortuin te danken aan bouwspeculatie in Milaan en omgeving, waarbij de herkomst van het kapitaal niet altijd duidelijk was.

De poging om Ligresti in de raad op te nemen, stuitte toen op een veto van de meerderheid in die raad van bestuur, onder meer van voorzitter Guido Roberto Vitale en van Cesare Romiti (Fiat). Naast Fiat vinden we bij de aandeelhouders ook nog Mediobanca, Generali, Pirelli.

Op 10 mei van dit jaar verklaarde voorzitter Vitale op een vraag over druk op directeur De Bortoli dat diens functie niet ter discussie stond. Maar intussen zetten regeringskringen enkele aandeelhouders van RCS onder financiële druk door te dreigen dat ze niet op de overheid zouden kunnen rekenen om hun financiële problemen in andere ondernemingen op te lossen. De Bortoli zei daarover cryptisch dat sommige eigenaars van media buitenshuis erg liberaal zijn, maar dat helemaal niet zijn in eigen huis. Hij had het na zijn ontslag over de golf van kritiek die hij kreeg voor zijn verzet tegen de oorlog in Irak.

De onrust onder de journalisten van de Italiaanse media leidde tot diverse acties, waaronder een staking in de geschreven pers op 10 juni. De journalisten klagen de toenemende druk op hun werk aan, zowel in kranten en tijdschriften (waarvan een groot deel in handen van Berlusconi) als in radio en tv, vooral dan de Rai.

Rai gemuilband

Die Rai doet dus geen bod op de uitzendingen van de Champions League volgend jaar. Die werd totnogtoe door Mediaset (Berlusconi’s keten) uitgezonden. Maar door het wegblijven van een bod van de Rai kan dat nu voor 40 procent goedkoper. Het is een van de vele aanwijzingen hoe Berlusconi zijn politieke macht misbruikt om zijn privé-belangen te behartigen. Natuurlijk moeten zowel Mediaset als Rai het imago versterken dat Berlusconi slachtoffer is van een samenzwering van "rode toga’s" (communistische magistraten).

Daar is trouwens een nieuw "bewijs" van: een arbeidsrechtbank besliste op 3 juni dat de Rai journalist Michele Santoro een wekelijks programma moet geven over politieke actualiteit. Santoro was vorig jaar de laan uitgestuurd op bevel van Berlusconi die het ongehoord vond dat Santoro in zijn programma "Scuscia" "op een misdadige manier misbruik maakte van een door de gemeenschap gefinancierde dienst". Ook twee andere bekende medewerkers, de historicus Enzo Biagi en Daniele Luttazi werden om dezelfde reden weggestuurd. De leiding van de Rai zei echter geen gevolg te zullen geven aan het vonnis van de arbeidsrechtbank in verband met Santoro. Rechts bestempelde dat vonnis als een "aanslag op de persvrijheid".

Intussen loopt de Rai meestal goed in de pas. Als er al eens een zijsprongetje wordt gemaakt, zoals onlangs op Rai 3, worden er prompt inspecteurs gestuurd, terwijl Berlusconi zijn scheldpartijen tegen de journalisten verder opvoert en zelfs proefballonnen opliet om zware gevangenisstraffen in te voeren voor "smaad", in de eerste plaats smaad tegen hemzelf en zijn vrienden.

Immuun

Om zich nog beter te bewapenen tegen "smaad" heeft Berlusconi een wet door het parlement gejaagd die vijf hogere gezagsdragers (sic), in de eerste plaats hemzelf, immuniteit verschaft voor de duur van het mandaat. In theorie dus nog voor minstens drie jaar, tot aan de verkiezingen in de lente van 2006. Daarmee zitten we op de Europese golflengte, luidt een van de argumenten, verwijzend naar regelingen in andere landen. Daarmee wordt wel een punt gezet achter een van de resultaten van de operatie Schone Handen, namelijk dat de immuniteit niet langer kon worden ingeroepen voor zaken als corruptie. Er is nog wel een schaduwzijde aan, die immuniteit geldt niet voor lieden als Cesare Previti, de man die in 1994 minister van justitie wou worden en nu veroordeeld is voor het omkopen van rechters ten gunste van baas Berlusconi. Die man verpersoonlijkt nog meer dan Berlusconi zelf de osmose tussen sommige sectoren van het kapitalisme en de onderwereld.

Op die post kan Berlusconi nu wel rekenen op Castelli, van de Lega Nord. De alliantie tussen Berlusconi en die Lega Nord is wel een zeer merkwaardig verschijnsel. Mathematisch heeft Forza Italia de Lega niet nodig voor een parlementaire meerderheid, Berlusconi zou zonder Bossi kunnen. Maar toch kunnen we spreken van een bevoorrechte as tussen de premier en Bossi, een vaste wekelijkse gast op zijn villa in Arcore, bij Milaan.

Tussen Forza en Lega wordt een merkwaardig spel gespeeld. Bossi of een van zijn luitenanten dreigt regelmatig met een regeringscrisis om de regeringspolitiek nog meer naar rechts te trekken. Dat is de jongste tijd zeker het geval met de immigratie. De Lega eiste half juni dat de Italiaanse marine desnoods met het kanon boten met migranten uit Afrika en Azië zou verjagen. Een decreet waardoor de marine meer bevoegdheden krijgt om boten met mogelijk clandestiene migranten aan boord te inspecteren, vonden veel kopstukken van de Lega "verraad aan de kiezers". De roep om uit de regering te stappen, zoals de Lega eind 1994 deed, nam toe. Alessandro Cè, fractieleider van de Lega in de Kamer, eiste het ontslag van de minister van Binnenlandse Zaken Pisanu. Die minister wil meer akkoorden met landen in Afrika om de clandestiene migratie "aan de bron" tegen te houden in ruil voor hogere quota voor legale migratie.

Krachtproef

Na de lokale verkiezingen van eind mei, die een relatieve nederlaag werden voor de rechtse coalitie, namen de spanningen binnen het rechtse kamp toe. De postfascistische Nationale Alliantie (AN) en de christen-democratische UCD eisten een groter aandeel in het regeringswerk, ook al had AN stemmen verloren en UCD daarentegen gewonnen. Zij hadden zich tot dan toe niet verzet tegen een steeds rechtsere koers van de regering, ook op het sociale vlak.

Het is vooral op dat vlak dat ze de confrontatie vrezen. De massamobilisaties van vorig jaar en dit jaar, zowel tegen de plannen om ontslagen gemakkelijker te maken als tegen de oorlog in Irak en de aanvallen op de corruptiebestrijders, hebben aangetoond dat de Italianen nog in staat zijn tot verzet, ondanks de hersenspoelingen van de media. Zowel Berlusconi als Bossi lijken echter uit op die confrontatie, zij hopen in een krachtproef de krachtsverhoudingen voor lange tijd te wijzigen, zij hopen de macht van de vakbonden, de vredesbewegingen, de andersglobalisten enz. te breken.

Indien zij er inderdaad in slagen de krachtsverhoudingen in hun land te wijzigen, zou dat een nefaste invloed hebben op de rest van Europa, want de mobilisatiekracht van de Italiaanse linkerzijden is een stimulans voor al wie zich in Europa verzet tegen de neoliberale druk van privatiseringen en afbouw van de sociale en collectieve voorzieningen.

(Uitpers, nr. 44, 4de jg., juli-augustus 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 50 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook