EU beloont Israëls gronddiefstal en illegale productie

· 1 september 2004 Like

Begin augustus werd in Brussel bekendgemaakt dat de Europese Commissie en Israël een akkoord bereikten over de uitvoer van producten uit de Israëlische kolonies op de Syrische Golan-hoogten, de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook. Het staat nu formeel vast dat die producten niet vallen onder het Associatieakkoord tussen Israël en de EU van 1995 (van kracht vanaf 1 juni 2000) en dus niet taksvrij de Unie kunnen worden binnengebracht.

Voortaan zal er dus wel een invoertaks moeten worden betaald.

Officieel erkent de EU nog altijd Israëls grenzen van vóór de zesdaagse oorlog van juni 1967. En eist ze formeel nog altijd de terugtrekking van de Israëlische troepen tot die grenzen. Ze heeft van meet af aan de kolonies als illegaal en strijdig met de Conventies van Genève bestempeld.

Als de EU consequent zou zijn, zou ze elke invoer uit de bezette gebieden gewoonweg moeten verbieden. Die is immers het product van illegale kolonies, van gronddiefstal en van de daarmee gepaard gaande etnische zuivering van Palestijnen.

Het ritueel geregeld aanhalen van de principes door de EU is enkel slechts lippendienst. De praktijk is altijd anders is geweest. Sedert Europa en Israël in 1975 een Samenwerkingsakkoord afsloten werden de producten van de bezette gebieden als Israëlische producten behandeld. Zeer bewust: zoals een vertegenwoordiger van Europa ons ooit in Tel Aviv zei, weigerde de Europese Commissie een onderscheid te maken. Wat commentatoren ertoe bracht te zeggen dat Europa politiek gesproken wel tegen de kolonisatie was, maar op economisch vlak de kolonisatie en annexatie van (de) bezette gebieden feitelijk goedkeurde.

Er zijn jaren van protesten en lobbywerk voor nodig geweest om de EU in 1997 formeel te doen besluiten dat de producten uit bezet gebied eigenlijk geen Israëlische producten waren. Maar er gebeurde niets. Alhoewel er bv. op wijn van de Syrische Golan-hoogten duidelijk stond dat die wijn daar vandaan kwam, werd gezegd dat het onmogelijk was te zeggen welke producten uit de gebieden of uit Israël kwamen. Ook de douane van de verscheidene Europese landen liet de fraude zonder meer toe. Als ze er op werd gewezen dat ze een misdrijf toeliet, werden de lippen stijf op elkaar gehouden. Er kwam nooit een reactie, wat dus in feite op instemming met bedrog neerkomt. Ook de hele Belgische douanetop zou daar verantwoordelijk voor kunnen worden gesteld voor de rechtbank. Natuurlijk handelde die top niet op eigen houtje maar op ministeriële instructies.

Het standpunt dat de oorsprong niet kon worden nagegaan, werd totaal ontkracht doordat militanten lijsten met producten samenstelden, die in supermarkten te verkrijgen zijn. En meestal duidelijk de naam van de plaats van origine droegen. In verscheidene Europese landen – zelfs in het nochtans zeer pro-Israëlische Groot-Brittannië – begonnen de autoriteiten uiteindelijk maatregelen te treffen tegen de illegale invoer. Uiteindelijk moest de Europese Commissie wel volgen.

Maar het is zeker geen overwinning. Niet alleen blijft de export naar de EU van illegale productie toegestaan, de Commissie heeft ermee ingestemd dat op de etiketten de naam Israël mag blijven staan – alhoewel het officieel niet om Israëlisch grondgebied gaat. Begrijpe wie kan! Er moet enkel duidelijk de naam van de plaats van productie worden aan toegevoegd. Wat vermoedelijk tot gevolg zal hebben dat er snel valse plaatsen van oorsprong op de etiketten zullen verschijnen om de taksen te vermijden. En de Europese Commissie zal dan nog eens jaren nodig hebben om dat vast te stellen… Met andere woorden de dubbelzinnigheid van de EU blijft bestaan: feitelijk blijft ze de Israëlische soevereiniteit over de kolonies erkennen en productie ervan als legaal aanzien.

Het is evident dat de EU Israël geen strobreed in de weg wil leggen. Op de vraag naar sancties tegen Israël, zoals bv. het bevriezen van het Associatieakkoord, dat voortdurend wordt geschonden door Israël, wordt geantwoord (zie de website van de EU) dat de "EU-politiek gebaseerd is op partnerschap en coöperatie, en niet op uitsluiting. Het is het standpunt van de EU dat het behoud van relaties met Israël een belangrijke bijdrage is aan het vredesproces in het Midden-Oosten en dat de opschorting van het Associatieakkoord, dat de basis is voor de handelsrelaties EU-Israël en ook voor de politieke dialoog EU-Israël, de Israëlische autoriteiten nu niet gevoeliger zal maken voor de bezorgdheid van de EU. De communicatielijnen open houden en trachten onze gesprekspartners te overtuigen is hopelijk de betere weg voorwaarts".

Deze tekst bulkt van de hypocrisie. De EU laat Israël gewoonweg doen waar het zin in heeft. Er is geen enkel bewijs noch aanduiding dat de lippendienst die de EU aan de principes bewijst Israël ooit tot enige terughoudendheid heeft aangezet. En met sancties heeft de EU geen enkel probleem: neem bv. de sancties tegen de Palestijnen, Iran, Libië enz. Nog in juli jl. werd ermee gedreigd dat de financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit zou worden stopgezet als er niet snel werk zou worden gemaakt van hervormingen op het gebied van de veiligheid. Dergelijke dreigementen ten overstaan van Israël zijn voor de EU ondenkbaar. Het mag ongestraft de vloer aanvegen met het "stappenplan" (roadmap), zoals nogmaals bleek toen in augustus premier Ariel Sharon besliste dat er nog eens 1.000 huizen in de kolonies zullen worden bijgebouwd in flagrante tegenstrijd met het stappenplan. Geen nood: de EU zal wel zeggen dat het eigenlijk niet mag, maar zeker niet de daad bij het woord voegen. Sancties zijn alleen maar bestemd voor Iraniërs, Libiërs, Palestijnen en andere Serviërs. Met die volkeren moeten de goede relaties in het belang van vrede niet worden onderhouden. Partnerschap en samenwerking zijn er alleen voor Israël. Uitsluiting voor alle anderen.

Eenzelfde pro-Israëlische vooringenomenheid is er wat betreft massavernietigingswapens in het Midden-Oosten. In het spoor van de Verenigde Staten voert de EU daar al jaren campagne tegen. Vooral Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben daarin het voortouw genomen. Libië is onder de Amerikaans-Europese druk gezwicht om een regelrechte invasie zoals in Irak te voorkomen. De nadruk ligt nu op Iran en Syrië, twee landen die ook met militair geweld worden bedreigd. Op instigatie van de VS hebben de 25 landen van de EU bepaald dat een Associatieverdrag met Syrië, waarover al geruime tijd wordt onderhandeld, slechts kan als Syrië zijn massavernietigingswapens – chemische en biologische wapens – opgeeft. Een clausule in die zin zou in het akkoord moeten worden opgenomen. Over één land wordt in alle EU-talen gezwegen: Israël dat, dankzij steun van de VS en van vele Europese landen, over de hele panoplie van massavernietigingswapens (kernwapens, chemische en biologische wapens) beschikt zonder dat het die nodig heeft omdat het geen ernstige militaire bedreiging kent en bovendien nog een militair bondgenootschap met de VS heeft. Maar we mogen er zeker van zijn dat de EU zeer nauwgezet op de clausule over massavernietigingswapens in het akkoord met Syrië zal toezien en niet zal aarzelen sancties uit te vaardigen. Israël daarentegen mag de clausule over de naleving van de mensenrechten in zijn akkoord met de voeten treden: het zijn immers maar de mensenrechten van de Palestijnen die worden geschonden…

Paul Vanden Bavière

(Uitpers, nr. 56, 6de jg., september 2004)

Paul Vanden Bavière informatie

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).