EU beloont Israël voor moord en brand

In december 2008 besloot de Europese Raad van ministers unaniem het Associatieverdrag met Israël op te waarderen. Onder druk van de publieke opinie, die de oorlog tegen Gaza (december 08 – januari 09) fel veroordeelde, werd die opwaardering opgeschort. Maar op de Raad van 20 oktober 2009 kreeg Israël, in alle stilte, nieuwe voordelen van de Europese Unie. Dat lekte pas eind november uit. Of hoe de EU – ondanks haar zelfverkondigde “waarden” – in het geniep Israël nogmaals beloont voor moord en wilde vernielzucht. Met andere woorden, na Obama (1) laat de EU op zijn beurt de Palestijnen vallen – moest dat nog kunnen.

De beslissing van de Raad betreft een handelsakkoord, dat medio november formeel werd afgesloten, en dat behelst dat Israël praktisch geen invoerrechten meer hoeft te betalen voor de producten van zijn landbouw en visvangst. Israël was daar, terecht, dolblij mee. Het levert het land tientallen miljoenen euro op, die het best kan gebruiken voor de voortzetting van zijn oorlogsmisdaden, met name voor de bouwwerken in zijn illegale kolonies in de bezette Palestijnse gebieden.

De Gaza-episode, met 1.400 doden aan Palestijnse kant (13 aan Israëlische), en grootschalige verwoestingen in de Gaza-strook zijn, wat Europa betreft, vergeten en vergeven. Het rapport van de Zuid-Afrikaanse rechter Goldstone over Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza van tafel geveegd. Wat nog maar eens aantoont dat de, uiteraard nooit nageleefde mensenrechtenclausules in het Associatieverdrag puur bedrog en misleiding zijn. Europa heeft ook door zijn bewuste passiviteit de blokkade van Gaza het hele jaar 2009 door gesteund en mede verhinderd dat er van enige heropbouw in de Gaza-strook sprake kon zijn.

Zoals gebruikelijk gaat het verder aanhalen van de betrekkingen met Israël gepaard met enige – zeer beperkte – lippendienst aan de Palestijnen. Zo werden de plannen voor verdere uitbouw van joodse kolonies plechtig veroordeeld – plannen die Israël ondanks een “eenzijdige” bevriezing van de kolonisatie nog steeds uitvoert. Jeruzalem valt volgens Israël niet onder de opschorting omdat Oost-Jeruzalem officieel geannexeerd en dus Israëlisch zou zijn. Op de westelijke Jordaanoever geldt de opschorting evenmin voor de “natuurlijke aangroei”, voor de werven waarop wordt gewerkt en voor wat “prioritaire investeringszones” wordt genoemd. Maar een concrete maatregel tegen die oorlogsmisdaad werd er, zoals steeds, door Europa niet genomen. Een signaal aan Israël dat het kan doen wat het wil. Waarom zou Europa ook voor het eerst een maatregel treffen nu de Amerikanen bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Hilary Clinton officieel de eis van president Obama voor stopzetting van de kolonisatie, om het “vredesproces” weer op gang te brengen, liet vallen?

Stoere taal werd gesproken door de kersverse Europese minister van Buitenlandse Zaken, Catherine Ashton, tijdens haar eerste toespraak over het Midden Oosten in het Europees Parlement. Ze noemde Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever bezette gebieden en veroordeelde de verdrijving – zeg maar etnische zuivering – van Arabieren uit Jeruzalem en de bouw van een muur rond de Palestijnse gebieden. Ze wil in 2010 naar het gebied gaan om de kansen op hervatting van het vredesoverleg, waarop een tijdslimiet zou moeten worden geplaatst, te bestuderen. Ze gaf haar landgenoot en Britse oud-premier Tony Blair een veeg uit de pan omdat hij zo goed als niets deed als speciale gezant van het “kwartet” voor het Midden-Oosten (de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en de Verenigde Naties) dat in 2003 een routeplan opstelde waaronder er al in 2005 een Palestijnse staat had moeten zijn. Wedden dat mevr. Ashton even weinig zal doen als Blair?

Overigens hadden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken vóór haar speech in het Europees Parlement voor het eerst officieel bakzeil gehaald wat het statuut van Oost-Jeruzalem betreft. In plaats van gedoodverfde Palestijnse hoofdstad, werd gewoon gezegd dat Israël Jeruzalem als hoofdstad zou moeten delen met de Palestijnen. Een goede verstaander weet meteen dat de ministers de eenmaking van Jeruzalem door Israël feitelijk hebben aanvaard, maar dat ze graag zouden hebben dat de Palestijnen daar een kantoortje krijgen. De Israëli’s waren uiterst blij dat het tot dan geldende standpunt dat Oost-Jeruzalem de Palestijnse hoofdstad zou moeten worden, niet werd herhaald. Dat stond nochtans in de ontwerptekst die door het Zweedse voorzitterschap van de EU (tot eind dit jaar) was voorgelegd.

Maar de discussie over een hoofdstad is academisch, want het Zweedse voorzitterschap was er als de kippen bij om op 17 november, een dag nadat de Palestijnen een verzoek om steun hadden gedaan, te verklaren dat ze niet van plan waren een Palestijnse staat te erkennen – een idee dat werd gelanceerd door de Palestijnse Autoriteit. Volgens de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt “moet die staat er eerst zijn”. Een rare redenering want in 1947 erkenden de Verenigde Naties een Palestijnse staat naast Israël. En bv. op de Balkan heeft de EU niets anders gedaan dan niet-bestaande staten erkennen. De laatste in de rij is Kosovo (maar in dit geval niet door de hele unie). Ook hebben de Europese ministers nooit geëist dat die staten er zouden komen via onderhandelingen met Joegoslavië en Servië, zoals ze van de Palestijnen eisen dat Palestina er enkel kan komen door onderhandelingen met Israël. Kortom, dat wijst erop dat Europa niet echt voor een Palestijnse staat is. De (aftredende) speciale gezant voor buitenlandse politiek van de Unie, Javier Solana, liet dat duidelijk verstaan door het Israëlische standpunt bij te treden dat dit iets van lange adem is.

In feite is het overduidelijk dat Europa alleen maar wat lippendienst aan de Palestijnse zaak bewijst omdat het veel geld kan verdienen in de olierijke Arabische staten. Het is treffend dat de eerste pro-Palestijnse verklaringen van Europa er kwamen nadat de olieprijs in 1973 verviervoudigden en de Arabische producerende landen hun oliebronnen nationaliseerden en dus plots veel geld binnen kregen. De meeste Arabische olieproducenten zijn tevreden met die Europese lippendienst omdat ze als ondemocratische regimes het Westen nodig hebben om te kunnen overleven.

Meer dan lippendienst hebben de Europeanen nooit gedaan. Ze wijzen erop dat ze de “grootste donors” van de Palestijnen zijn. Wat klinkklare nonsens is: ze betalen gewoonweg de Israëlische bezetting, staan in de feiten achter het racistische en expansionistische karakter van de staat Israël, achter de oorlogsmisdaden van Israël en achter de misdaden tegen de menselijkheid van die staat. Strafmaatregelen komen er gemakkelijk tegen Arabieren en Palestijnen, nooit tegen Israël. In feite is Europa medeplichtig aan al de misdaden van Israël. Iets voor het Internationaal Strafgerechtshof?

(Uitpers nr. 116, 11de jg., januari 2010)

(1) Zie: Paul Vanden Bavière, Obama laat Palestijnen vallen, in Uitpers nr. 113, oktober 2009.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook