ESM, een staatsgreep in 17 landen

Wanneer we onder staatsgreep verstaan, het overnemen van de feitelijke macht en de inperking van de macht van het democratisch gekozen parlement, dan is dit ESM-verdrag (Europees StabiliteitsMechanisme) een staatsgreep in 17 landen tegelijk.

Dat is geheel in lijn met het gedachtegoed van de Europese Commissie, die volgens haar President Barroso “de economische regering van de Unie” moet zijn, die “de acties vast moet stellen die de regeringen moeten uitvoeren”. (28.09.11) (1)

Het Europees StabiliteitsMechanisme (ESM), is niet zozeer een mechanisme, als wel een nieuw bestuursorgaan van de Europese Unie (EU). Opgegeven doelstelling is het verstrekken van leningen (onder strikte voorwaarden) aan eurolanden die niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Het gaat de taken overnemen van de EFSF (European Financial Stability Facility) en EFSM (European Financial Stabilisation Mechanism). Het wordt geleid door een Raad van Gouverneurs. Dat zijn de 17 Ministers van Financiën van de eurolanden binnen de EU.

Het ESM-verdrag stelt in artikel 8, dat dit orgaan een maatschappelijk kapitaal krijgt van 700 miljard euro. Vervolgens staat in artikel 10, dat de Raad van Gouverneurs mag besluiten dit bedrag te wijzigen en dienovereenkomstig artikel 8 aan te passen. In artikel 9 staat, dat de Raad van Gouverneurs nog niet betaald maatschappelijk kapitaal te allen tijde van de deelnemende landen kunnen vorderen (te betalen binnen 7 dagen.) In feite staat er dus, dat de ESM ongelimiteerd geld van de aangesloten landen kan eisen. Het verdrag voorziet geen vetorecht van nationale parlementen.

Unaniem

Volgens artikel 5.6 moet de Raad van Gouverneurs bovenvermelde besluiten in onderlinge overeenstemming nemen. De hele Raad van Gouverneurs moet dus vóór stemmen.

Op het eerste gezicht is het uiterst vreemd, dat het hele verdrag staat of valt met de eensgezindheid van de 17 Ministers van Financiën van de eurolanden. Als je ziet hoeveel moeite het hen momenteel al kost tot overeenstemming te komen over het al dan niet vrijgeven van toegezegde leningen aan Griekenland, dan zou je niet verwachten dat de EU een Europees verdrag in elkaar timmert, dat er juist vanuit gaat, dat die eensgezindheid er wel is, of op z’n minst bereikt kan worden.

De eurozone bestaat uit een bonte afspiegeling van de diversiteit van Europa: Nederland, België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk en verder Ierland, Portugal, Spanje, Italië, Malta, Griekenland, Oostenrijk, Slowakije, Slovenië en tenslotte nog Estland en Finland. De 17 ministers vormen feitelijk eveneens een bont gezelschap. Elk van hen vertegenwoordigt een land met andere belangen. Van hen wordt eensgezindheid verwacht? Hoe is dat mogelijk?

Om dat te begrijpen moeten we iets verder kijken. In het ESM zijn het weliswaar de 17 ministers van Financiën, die stemmen over alle belangrijke besluiten, maar er zijn nog andere mensen bij hun vergaderingen aanwezig, officieel als ‘waarnemers’. Waarom hebben die ministers waarnemers nodig? Om te checken of ze wel doen wat van hen verwacht wordt?

Het gaat om die waarnemers in het totaal:

  • het lid van de Europese Commissie dat over economie en monetaire aangelegenheden gaat,
  • de voorzitter van de eurogroep (de informele club van de 17 Ministers van Financiën)
  • de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB)! (2)

Dus, als van de 17 Ministers van Financiën niet spontaan verwacht mag worden dat ze eensgezind zijn, dan moet het dus wel de invloed van deze waarnemers zijn, die dat bewerkstelligt. Om te begrijpen welke invloed de Europese Commissie en de ECB op onze ministers kan uitoefenen, moeten we de zaken eens wat nader bekijken.

Wie zijn Ministers van Financiën?

Wel, in z’n algemeenheid zijn dat mensen die komen en gaan. Ze worden meestal benoemd na nationale parlementsverkiezingen, die eerst uitmonden in de koehandel van coalitiebesprekingen en vervolgens in het getouwtrek over de invulling van belangrijke portefeuilles, zoals bijv. Binnenlandse Zaken, Economie en Financiën.

Meestal zijn het personen die een politieke carrière ambiëren, die door partijen naar voren zijn geschoven. In het gunstige geval beschikken zij over de capaciteiten om leiding te geven aan een ministerie. Zo’n persoon kan de ene keer de leiding hebben over Defensie en een andere keer benoemd worden tot minister van Onderwijs of van Sociale Zaken. Kennis van zaken wordt in de regel minder relevant geacht dan leidinggevende vaardigheden.

Economie is geen financiën

Zo hebben we momenteel in Nederland een minister van Financiën, Jan Kees de Jager, die boordevol diploma’s economie zit, maar aanvankelijk weinig blijk gaf ook maar iets te snappen van financiën. Één van zijn eerste ideeën was een wet voor te stellen, die moest verbieden dat mensen een oproep deden je geld van de bank te halen. Jan Kees, banken hebben geen geld! Voor elke euro die mensen bij de ING op hun rekening hebben staan, heeft de ING nog geen 3 cent ter beschikking. Daar gaat toch niemand voor in de rij staan? En verder is het ook nog zo, dat zolang de centrale bank niet wil dat een bank omvalt, die bank een “run on the bank” met geleend geld eenvoudig kan doorstaan.

Versgebakken ministers van Financiën zijn in de regel dolgelukkig, dat ze het in hun carrière zo ver geschopt hebben, maar komen wel in een wereld die ze niet of nauwelijks kennen. Dat is het gewichtige wereldje van internationale financiële instellingen en van getallen met eindeloos veel nullen. Als je even niet goed op let, vergis je je zo tientallen miljarden euro’s. (3) Deze nieuwbakken ministers zijn een makkelijke prooi voor de voorlichters van de ECB en het IMF (Internationaal Monetair Fonds), die komen uitleggen hoe alles in elkaar zit en wat een goed minister van Financiën betaamt.

Voor zover deze ministers van Financiën een basiskennis economie hebben, zouden ze kunnen weten, dat het hele euro-experiment gedoemd is te mislukken. Dat was in 1970 bij de start al bekend, maar bankiers en eigenwijze politici drukten de gezamenlijke munt er toch door. Het punt is, dat een gezamenlijke munt alleen kan werken in een economisch homogeen gebied. (4) (5) (6) Hier is waarom.

Het harnas van de vaste wisselkoers

Wanneer consumenten, in landen met minder mogelijkheden voor productiviteit, de voorkeur geven aan goedkopere en betere importproducten, dan zal de buitenlandse schuld stijgen. Tegelijkertijd verslechtert de eigen productiviteit van het land. Een land met een eigen munt, kan deze munt dan devalueren. Dat maakt importproducten duurder voor de eigen bevolking en exportproducten goedkoper voor buitenlandse kopers. De schuld zal afnemen en de productiviteit weer toenemen. Devaluaties waren heel gewoon voordat de euro begon. De euro werkt als een vaste wisselkoers. Minder productieve landen zitten als ratten in de val. Ze zullen nooit uit de schulden kunnen raken. Daarom is de weg die bewandeld wordt om deze landen met nog hogere schulden op te zadelen een vreemde en kwalijke zaak.

Leve de vrije kapitaalmarkt

We moeten niet vergeten dat deze landen geen grote, onoverkomelijke problemen hadden toen ze de eurozone binnen kwamen. Anders waren ze niet toegelaten. De problemen ontstonden, doordat met de toetreding tot de euro ook het vrije verkeer van kapitaal een feit werd. Banken uit bestaande eurolanden stroomden massaal toe om de nieuwe euroburgers van goedkope leningen te voorzien. En omdat de banken met eenzelfde kapitaal twee keer zoveel leningen mogen verstrekken voor hypotheken als voor andere doeleinden, werden er vooral woningen gefinancierd. De bankiers vergaten echter, dat mensen niet alleen woonruimte nodig hebben, maar ook inkomen om hun leningen terug te betalen. Ze hadden dus ook voldoende bedrijvigheid moeten financieren. Dat gebeurde niet. Zo kwam een eerste golf nieuwe euroburgers met schulden te zitten, die ze niet meer kunnen afbetalen. De woningmarkt stortte in. De aannemers en toeleveranciers gingen failliet, een desolaat landschap van niet-afgebouwde woonwijken achterlatend.

De problematische euroregels

Verder is het zo, dat de “probleemlanden” uitsluitend zo benoemd werden, omdat ze niet meer aan de kunstmatig gestelde eisen van de eurozone voldeden, dat wil zeggen een begrotingstekort van maximaal 3 % van het BBP en een staatsschuld van maximaal 60 % van het BBP. (7) Normaal gesproken is het voor een land geen probleem wanneer de staatsschuld twee keer zo hoog is, als daar bijvoorbeeld eigendommen tegenover staan, zoals in Griekenland. En een begrotingstekort van meer dan 3 % hoeft voor een land ook geen probleem te zijn. Eigenlijk was het enige probleem, dat de eisen voor de eurozone niet haalbaar bleken en bijna geen enkel aangesloten land zich daaraan hield. Je kunt dus ook stellen, dat degenen die de onhaalbare eisen opgesteld hebben, domkoppen waren en de ministers die beloofden zich er aan te houden eveneens. Het is in ieder geval een simpele manier om een crisis uit te lokken.

Zwarte schaap

Omdat bijna alle landen de gestelde grenzen overschreden hadden, was het zaak de aandacht af te leiden en heel opzichtig naar het stoutste jongetje van de klas te wijzen. Voor Griekenland werd zelfs een hele lastercampagne opgezet, waar ook liegende Nederlandse politici vrolijk aan meededen. Griekenland zou zijn schuld verborgen hebben gehouden (8), Grieken waren lui, gingen vroeg met pensioen etc. (9) Al snel kwam Griekenland onder vuur te liggen en moest het steeds hogere rente voor zijn leningen betalen. Maar gelukkig wilden de euro-klasgenoten wel helpen. Jan Kees beloofde zelfs, dat we er aan gingen verdienen.

Geld is macht

Wanneer je je slachtoffer eenmaal in de problemen hebt gemanoeuvreerd – nogmaals, Griekenland had geen onoverkomelijke problemen toen het in 2001 lid werd van de eurozone – dan kun je de politiek van de wortel en de stok toepassen. Wij verstrekken je leningen, maar onder voorwaarde dat… Het IMF heeft een halve eeuw ervaring met dit soort machtsmisbruik, en heeft deze politiek moedwillig toegepast in vele ontwikkelingslanden. Eerst wordt het land bedolven onder de leningen, zodat het niet eens de rente kan betalen. Die leningen worden verstrekt voor specifieke projecten. Die worden meestal uitgevoerd door buitenlandse bedrijven. Zij ontvangen het geld van de leningen. Het land blijft met de schulden zitten. Verder wordt alles wat het land aan waarde heeft aan buitenlandse investeerders verkocht. En natuurlijk moet de regering tot het bot bezuinigen en de bevolking bloeden, zodat ze weten dat het IMF de baas is.

Machtsgreep van de Europese Commissie

Hoewel volgens artikel 122.2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, (10) de Europese Raad financiële hulp aan landen in nood kan verlenen (op voorstel van de Europese Commissie), konden de wolven van de Europese Commissie de verleiding niet weerstaan een eigen IMF op te richten, of beter gezegd, een Europese broer, die nauw met het IMF samen zou werken.

Die stampten ze in mei en juni 2010 uit de grond, de EFSM en de EFSF. Die hebben een tijdelijk karakter en juridische gebreken. De uitleencapaciteit van de EFSF is recentelijk verhoogd naar 440 miljard euro (Dat is 1320 euro per euroburger.)

De opvolger is het ESM. Het is 11 juli 2011 ondertekend en wacht op ratificatie door de nationale parlementen. Het ESM krijgt een permanent karakter en de macht om op kosten en voor risico van de Europese burgers ongelimiteerd geld uit de staatskassen te vorderen en uit te lenen. Ze beginnen met 700 miljard (2100 euro per euroburger), maar spreken nu al over 1500 à 2000 miljard die ze nodig denken te hebben…

Amendement artikel 136

De ESM stoelt op een amendement van artikel 136 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie van 23 maart 2011 (11), welke feitelijk een uitbreiding van de bevoegdheden van de EU inhoudt, omdat dit amendement de oprichting mogelijk maakt van organen die de bevoegdheden van de nationale parlementen inperken. En omdat dit amendement gebaseerd is op artikel 48.6 van het Verdrag van Europa is dit illegaal. (12) Daar malen ze in Brussel niet om en ook de nationale parlementen vinden democratische regels niet belangrijk genoeg. De consequentie zou namelijk zijn, dat het volk zich eerst over de uitbreiding van de macht van Brussel uit zou moeten spreken. En dat domme volk zou vast en zeker tegen stemmen.

Het ESM krijgt de macht de nationale staatskassen te legen zonder dat de parlementen hier iets aan kunnen doen. Verder maakt het amendement – strikt volgens de tekst van het besloten amendement – allerlei nieuwe anti-democratische organen mogelijk, die onder voorwendsel van het bestrijden van de destabiliteit in de eurozone de werking van nationale wetgevingen en de burgerrechten kunnen inperken.

Shock and awe

Creëer een crisis en grijp de macht. Op het moment dat het land totaal ontwricht is, kun je de zaken naar je hand zetten. Het is een gewelddadig scenario dat door de voorvechters van de vrijemarkteconomie sinds decennia in vele landen toegepast is, zoals in Engeland, Polen, China, Zuid-Afrika, Rusland en in de VS. Ik verwijs naar één van de meest verhelderende boeken van deze tijd: ‘The Shock Doctrine’ van Naomie Klein. (Ook in het Nederlands. Een must read.)

Nu is Griekenland dus de klos. De zwartmakerij heeft zijn werk gedaan. De burgers in de andere Eurolanden protesteren nauwelijks, hooguit om het mogelijke verlies van hun geld, dat pensioenfondsen daar belegd hebben. Maar als ze even verder denken, zouden ze zien dat ook zij door de noodfondsen in de schulden gemanoeuvreerd worden en makkelijk morgen het volgende slachtoffer kunnen zijn. Dat kan van de ene op de andere dag gebeuren, ingeleid door een krantenkop als: “ING dreigt om te vallen..”

Vicieuze cirkel

In de paniek van de gecreëerde crisis aanvaarden parlementen intussen noodmaatregelen, die ze de dag ervoor nog niet aan zagen komen. Met het geld van het noodfonds moeten nu ook banken gered worden. Daar hebben de fracties van de Tweede Kamer in Nederland op 6 okt 2011 mee ingestemd (De SP stemde tegen). We hebben nu dus een vicieuze cirkel: de banken veroorzaken de problemen, ze mogen direct en indirect verdienen aan de leningen van de nood-maatregelen, en ze mogen nu nog roekelozer uitlenen, want eventuele verliezen worden door de euroburgers betaalt.

Weg met de unanieme besluitvorming

Terug naar het ESM. Dat verdrag staat of valt met de eensgezindheid van 17 ministers van Financiën. De Europese Commissie en de ECB vertrouwen dus op hun invloed om de 17 neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Nou ja, 17 hoeft niet per se. Een besluit is ook geldig als niet alle ministers aanwezig zijn. Elke minister vertegenwoordigt een aantal stemmen, dat gerelateerd is aan de grootte van zijn land (zie annex onder dit artikel). Als 2/3 van de ministers met 2/3 van het totale aantal stemmen aanwezig is, dan kan er geldig gestemd worden. En zich onthouden van stemmen verhindert een unanieme beslissing niet. Zolang maar niemand tegenstemt.

In theorie, zou een eigenwijze minister van een klein landje dus roet in het eten kunnen gooien. Moet hij wel lef hebben, maar dat terzijde. Daar wil Barroso vanaf. Hij wil dat alle Europese verdragen aangepast worden en dat besluiten niet meer unaniem genomen hoeven te worden. Voor het ESM zou dat betekenen, dat als Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland op één lijn zitten, de andere 13 niets meer in te brengen hebben. Leve de dictatuur in Brussel! Leve de EU!

Onschendbaarheid

We zijn er al aan gewend dat bestuurders en volksvertegenwoordigers niet verantwoordelijk gehouden willen worden voor hun woorden en daden. Maar bij het ESM maken ze het wel heel erg bont. De regels zijn zo opgesteld, dat degenen die er werken alles kunnen doen en laten wat ze willen, zonder dat ze daar door parlementen, bestuursorganen of rechters op aangesproken kunnen worden. Hooguit kan een minister van Financiën vervangen worden door een andere, die dan ook meteen weer van dezelfde buitensporige privileges geniet. Een crimineel zou zich geen beter boevenhol kunnen wensen.

Nawoord

De Europese Unie heeft de vrije markt economie als vastgelegd uitgangspunt. Bijna iedereen heeft inmiddels begrepen, dat deregulering van banken, privatisering van de infrastructuren en opheffen van overheidstaken tot een harde en door crises geteisterde samenleving leidt. Die uitgangspunten zijn achterhaald. De aanhangers van deze principes zullen deze er alleen met geweld door kunnen drukken. Griekenland zal niet het laatste slachtoffer zijn.

Annex

Verdeling van de stemmen onder de Gouverneurs van het ESM in verhouding van de aandelen.

Subscriptions to the authorised capital stock

ESM Member

Number of shares

Capital subscription (EUR)

Kingdom of Belgium

243 397

24 339 700 000

Federal Republic of Germany

1 900 248

190 024 800 000

Republic of Estonia

13 020

1 302 000 000

Ireland

111 454

11 145 400 000

Hellenic Republic

197 169

19 716 900 000

Kingdom of Spain

833 259

83 325 900 000

French Republic

1 427 013

142 701 300 000

Italian Republic

1 253 959

125 395 900 000

Republic of Cyprus

13 734

1 373 400 000

Grand Duchy of Luxembourg

17 528

1 752 800 000

Malta

5 117

511 700 000

Kingdom of the Netherlands

400 190

40 019 000 000

Republic of Austria

194 838

19 483 800 000

Portuguese Republic

175 644

17 564 400 000

Republic of Slovenia

29 932

2 993 200 000

Slovak Republic

57 680

5 768 000 000

Republic of Finland

125 818

12 581 800 000

Total

7 000 000

700 000 000 000

 

Bron: http://www.courtfool.info/nl_ESM_Staatsgreep_in_17_landen.htm 

(Uitpers nr. 136, 13de jg., november 2011)

 

Referenties

(1) Barroso, 28 september 2011 http://euobserver.com/19/113760

(2) De Europese Centrale Bank is officieel geen orgaan van de Europese Unie.* Het ECB is eigendom van de centrale banken van de euro-landen. Die zijn op hun beurt onafhankelijk van de nationale regeringen in die zin, dat ze daar geen opdrachten van aannemen. Ze worden bestuurd door een raad van privé personen. De euro is dus niet van de EU, ook niet van nationale overheden, maar van een kartel van privé-bankiers, de ECB in Frankfurt, de stad van de Rothschilds. De EU kan de ECB niets opdragen, maar omgekeerd heeft de ECB wel macht binnen de EU. Hij bestuurt het European System of Central Banks, dat wel een EU-orgaan is. Daar zijn de ECB, samen met de centrale banken van de eurozone, de leden van. Hoe ingewikkeld moet je het maken om een privé-onderneming toch de macht van een officieel orgaan te geven?

* http://www.europarl.europa.eu/parliament/expert/displayFtu.do?id=73&ftuId=FTU_5.2.html&language=en

(3) Vrijspreker 22 juli 2011 *

De Nederlandse overheid en de Europese Commissie spreken elkaar tegen over de omvang van het nieuwe steunpakket voor Griekenland. Volgens het Ministerie van Financiën gaat het om een bedrag van 109 miljard euro, waarvan 50 miljard euro afkomstig is van banken en andere financiële instellingen. Volgens de Europese Commissie dragen de overheden 109 miljard euro bij en komt daar nog eens 50 miljard bij van de private instellingen. De Nederlandsche Bank weet het niet: “Wij zijn ook benieuwd hoe het nu zit”, zegt een woordvoerder van DNB. De Europese Centrale Bank verwijst naar de Europese Commissie

* http://www.vrijspreker.nl/wp/2011/07/eu-euro-reddingsactie-geklungel/

(4) In de wetenschappelijke studies over de “optimum currency areas” kunnen we de studies onderscheiden die focussen op de noodzakelijke condities en die van na 1970 (toen politici besloten hadden dat ze een gezamenlijke munt wilden) die meer focussen op kosten en baten.

Roman Horvath and Lubos Komarek in “OPTIMUM CURRENCY AREA THEORY: AN APPROACH FOR THINKING ABOUT MONETARY INTEGRATION” (2002)

“It is possible to distinguish two major streams of the optimum currency area literature. The first stream tries to find the crucial economic characteristics to determine where the (illusionary) borders for exchange rates should be drawn (1960s-1970s). The second stream (1970s-till now) assumes that any single country fulfills completely the requirements to make it an optimal member of a monetary union. As a result, the second approach does not continue in the search for characteristics, identified as important for choosing the participants in an optimum currency area. This literature focuses on studying the costs and the benefits to a country intending to participate in a currency area.”

http://wrap.warwick.ac.uk/1539/1/WRAP_Horvath_twerp647.pdf , page 7.

Friedman put forward the advantages of flexible exchange rates between countries as follows: As it is commonly observed, the country’s prices and wages are relatively rigid and factors are immobile among the countries. As a result, under the negative demand or supply shock the only instrument to avoid higher inflation or unemployment is the change in the flexible exchange rate (that means appreciation or depreciation of the currency). This brings the economy back to the initial external and internal equilibrium. (…) Under the fixed exchange rate regime there would always be the unpleasant impact on unemployment or inflation.

http://wrap.warwick.ac.uk/1539/1/WRAP_Horvath_twerp647.pdf , page 8.

(5) Yrd. Doç. Dr. Hüseyin Mualla YÜCEOL, Mersin Üniversitesi Ýktisadi ve Ýdari Bilimler Fakültesi, Maliye Bölümü, in “WHY THE EUROPEAN UNION IS NOT AN OPTIMAL CURRENCY AREA: THE LIMITS OF INTEGRATION”

Europe is not an optimal currency area. Although, On January 1, 1999, 11 EU countries initiated an EMU by adopting common currency, the euro, the EU does not appear to satisfy all of the criteria for an optimum currency area. Then, joining the EU is not identical with joining the euro for both old members and new members.

http://eab.ege.edu.tr/pdf/6_2/C6-S2-M6.pdf , page 66

(6) Paul de Grauwe, gedeelten van een speech:

“With up to twenty-seven members instead of the present twelve, the challenge for ensuring a smooth functioning of the enlarged Eurozone will be daunting. The reason is that in such a large group the probability of what economists call ‘asymmetric shocks’ will increase significantly. This means that some countries may experience a boom and inflationary pressures while others experience deflationary forces. If too many asymmetric shocks occur, the ECB will be paralyzed, not knowing whether to increase or to reduce the interest rates. As a result, member countries will often feel frustrated with the ECB policies that do not (and cannot) take into account the different economic conditions of the individual member countries. This leads us to the question whether the enlarged EMU will, in fact, be an optimal currency area.” (…)

“If a country is hit by negative shocks brought about by agglomeration effects, the wage cuts necessary to deal with these shocks will inevitably be very large. To give an example: If Ford Motor were to close down a plant in Belgium and to invest in Poland instead, the wage cut of Belgian workers that would convince Ford Motor not to make this move would have to be 50% or more given that the wage not feasible, then flexibility dictates that the Belgian workers be willing to move.”

http://mostlyeconomics.wordpress.com/2010/06/21/were-europes-curent-problems-never-imagined/ 

(7) Dit zijn eiden van het “Stabiliteits- en groeipact”

(8) Nikolaos Salavrakos, Member of the European Parliament in “Is there a way out?”

http://www.efdgroup.eu/news/99-the-greek-fiscal-crisis-is-there-a-way-out.html

(9) OECD statistieken

 http://www.oecd.org/document/47/0,3343,en_2649_34747_39371887_1_1_1_1,00.html

(10) Article 122.2 of the Treaty on the Functioning of the European Union:

“Where a Member State is in difficulties or is seriously threatened with severe difficulties caused
by natural disasters or exceptional occurrences beyond its control, the Council, on a proposal from the
Commission, may grant, under certain conditions, Union financial assistance to the Member State
concerned. (…)”

(11) European Parliament resolution of 23 March 2011 on the draft European Council
decision amending Article 136 of the Treaty on the Functioning of the European Union

http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0103+0+DOC+XML+V0//EN

(12) art 48.6 Treaty of the European Union

eur-lex.europa.eu

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 71 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook