Er is media-activisme en er is media-activisme

Han Soete, Raf Custers en Bruno De Bondt. Medi-activisme. Don’t hate the media, be the media. Uitg. EPO, Berchem-Antwerpen, 256 blz., 17 euro.

Een jeugdig frisse lay-out, grappige tekeningen, niet te veel tekst op één pagina … Het zijn de eerste dingen die opvallen als je het ‘handboek’ media-activisme ter hand neemt dat EPO op 1 mei publiceerde. Toch werd ook dit boek in De Morgen (26/5) neergesabeld …

Van ‘Fluff’ tot ‘Flak’: welke filters vervormen hét nieuws?

‘Media-activisme’ is opgebouwd uit vijf grote delen. In deel 1 kijken we naar wat er mis is met de media. Hoe werken de media als ‘propaganda-machine’? Welke filters vertekenen het ‘nieuws’? Wie bepaalt wat nieuws is en wat niet?

“Dat was het nieuws”: hoe vaak krijg je die zin niet te horen op VRT-radio ? Hoe idioot is dat zinnetje niet? Als de VRT-journalist nu eens zei: “Dat was onze nieuwskeuze” … Want elk nieuwsaanbod bestaat bij de gratie van tal van keuzes. En die keuzes worden dan nog eens bepaald door tal van factoren die met de nieuws-keuze zelf niets te maken hebben.

Noam Chomsky en Edward Herman botsten in 1987 bij het schrijven van hun boek ‘Manufacturing Consent’ (over ‘het produceren van een maatschappelijke consensus’) op vijf filters die het nieuws vervormen. Vooreerst is er het feit dat de media eigendom zijn van bedrijven/mediabaronnen (Berlusconi, Murdoch, Van Thillo …) die boven alles winst nastreven. Vervolgens is er de invloed van de adverteerders. Die krijgen in speciaal voor hen geschapen ‘omgevingen’ – zoals de als ‘fluff’ te omschrijven krantenbijlagen over wonen, eten, drinken … – alle ruimte en ze bepalen ook op tal van andere manieren de inhoud en vorm van de media.

Een derde filter wordt gevormd door het feit dat journalisten vooral officiële, ‘betrouwbare’, ‘veilige’ bronnen gebruiken. Een heel venijnig filter is dat van de ‘Flak’: dat staat hier niet voor luchtafweergeschut, maar voor de negatieve reacties die media afvuren op wie hen tegenspreekt. Een ‘mooi’ voorbeeld van zulke ‘Flak’ was de wijze waarop Walter Pauli in De Morgen het EPO-boek ‘Populisme’ de grond inboorde. Iets wat dezelfde mijnheer ook met het boek ‘Media-activisme’ deed (daarover later meer).

Ook Indymedia krijgt te maken met nogal wat ‘Flak’. Daarover verneem je meer op pagina 63-64 waar je leest hoe “een patrouille van een zionistische jeugdbeweging Indymedia.be met een bezoek vereerde” om een dreigbrief te komen afgeven. “Het Vlaams Blok kan er van leren !” noteren de auteurs. Het racistische Blok weet nochtans ook hoe het de media moet afdreigen Én hoe het zijn dreigementen moet onderbouwen met informatie bekomen via spionage. De officieel ontbonden geheime dienst ‘Kosmos’ (‘Kring voor het Onderzoek naar Socialistische en Multiculturele Ondermijning van onze Samenleving’) verricht voor het Blok nog steeds belangrijk spionagewerk.

Waarom blind blijven voor ‘communistische’ dictaturen?

De vijfde door Chomsky en Herman ontdekte filter is die van de door de media niet in vraag gestelde kapitalistische ideologie. Dit filter maakt ook dat de mainstream media steevast anticommunist zijn. Bij dit vijfde filter moet wel opgemerkt worden dat er ook media mogelijk zijn die zowel tegen het kapitalisme zijn als tegen het communisme (en zeker tegen de tot nu toe gerealiseerde dictatoriale leninistische varianten van het communisme). Die bedenking maakten de auteurs van het media-activisme-boek zich niet: hier zit hun eigen ideologische filter in de weg.

Indymedia is een Amerikaanse uitvinding, geen rood-Chinese!

In een artikeltje dat Kenneth Rumes op 2 mei op Indymedia plaatste over het ‘mediahandboek’, lazen we hoe Raf Custers bij de voorstelling van het boek op de 1 mei-viering van de Partij van de Arbeid (PVDA) opmerkte dat het nieuws over een treinongeluk in Noord-Korea “dagenlang heerste in alle mainstreammedia” (op zich al een overdrijving: zoveel aandacht werd er nu ook niet aan besteed, mede omdat Noord-Korea er zo goed als geen beelden van vrij gaf) terwijl volgens Custers nauwelijks gerept werd over een zware brand in Bangkok die 3.000 huizen vernielde. Maar werd het treinongeluk in Noord-Kora niet juist nieuws door de geslotenheid voor de buitenwereld van de Noord-Koreaanse dictatuur die overigens nog altijd genade vind in de ogen van de PVDA?

In het mediahandboek vind je bijna twee pagina’s over Noord-Korea en de media. De schuld voor wat fout loopt in de berichtgeving over het land wordt echter alleen gezocht bij de westerse journalisten. Ofschoon de auteurs zelf noteren dat “Noord-Korea niet zomaar de eerste de beste cameraploeg binnenlaat” en even verder een citaat geven waarin we lezen dat “het regime niet gul is met informatie”, maken ze verder geen enkele kritische opmerking aan het adres van het regime in Pyongyang. Een regime dat een familie-dictatuur is die veel weg heeft van de vroegere feodale zonnekoningen (die ook als goden vereerd werden). Je kan je zelfs afvragen of het regime in Noord-Korea niet de ultieme pervertering is van wat goedbedoelende communistische visionairen ooit voor ogen hadden. Feit is dat zulke dictatoriale regimes heel de linkerzijde in diskrediet brengen en dat vrijheidslievend links van zulke terreurregimes niet scherp genoeg afstand kan nemen; niet om de kapitalisten te plezieren maar juist om hen munitie tegen een waarachtig vrijheidslievend socialisme te ontnemen.

Vreemd is ook hoe media-activisten die ten strijde trekken tegen de kapitalistische persdictatuur, ziende blind kunnen blijven voor ‘communistische’ persdictaturen … Stellen ze zich dan nooit vragen bij het feit dat het fenomeen Indymedia in de V.S. kon ontstaan maar dat het in landen zals Noord-Korea en ‘communistisch’ China totaal niet geduld wordt? Als Han, Raf & Co ooit wereldwijd hun zin zouden krijgen dan is het wereldwijd gedaan met Indymedia !

Het pionierswerk van Richard Stallman & de Free Sofware Foundation

In hun tweede deel – “Media als gemeengoed” – brengen Soete, Custers en De Bondt een hoogst informatief overzicht van de ‘open source-beweging’ die met mensen als Richard Stallman ijveren voor echt vrije media en die daarom het commercieel gebruik van ‘copyright’ vervingen door ‘copyleft’. Mooi is daarbij volgend uitgangspunt van Stallman: “We moeten de boodschap uitdragen dat een goed burger iemand is die samenwerkt wanneer het nodig is en niet iemand die succesvol is in het bestelen van anderen. Ik hoop dat de Free Software-beweging hiertoe kan bijdragen.”

Verder bevat deel 2 een overzichtje van de ervaringen met het door Indymedia opgezette ‘Mediacircus’ (dat vooral jonge mensen wil leren hoe zelf media te maken) en een portret van de man die de documentairefilm weer wereldwijd populair maakte, kervers Gouden Palm-winnaar Michael Moore. Afronden doet deel 2 met een interview met een vakbondsdelegee die meewerkte aan de documentaire “Ouvrières du monde” (over stakende textielarbeidsters).

Media leren maken in een handomdraai

De eerste twee delen van ‘Media-activisme’ zijn ‘beschrijvend’: ze tonen aan hoe de media werken en hoe verzet mogelijk is. Vanaf deel 3 gaat het ‘handboek’ de didactische toer op. Deel drie opent met hoofdstukjes die gaan over hoe “kant kiezen” en hoe je “het woord aan de mensen” kunt geven. Ofschoon hier interessante zaken verteld worden, doet het geheel erg ‘fragmentarisch’ aan. Er wordt te veel van de hak op de tak gesprongen met een voorbeeldje hier en een voorbeeldje daar. Tussendoor geven de auteurs ook hun visie op wat ‘media-activisme’ volgens hen is.

Vanaf het derde ‘praktische’ hoofdstuk – “Hoe een onderzoek voeren ?” – komt er weer meer structuur in. Maar dan bots je bij de verdere lectuur – vooral dan in de delen vier en vijf: “Technologie van de media-activist” en “Maak de media” – steeds meer op het feit dat het allemaal wat te snel en dus te oppervlakkig wordt uitgelegd. Vooral in de technische hoofdstukjes van deel vier komt dat gevoel naar boven. Op 5 bladzijden leggen de auteurs uit hoe je “video” kan maken, op drie pagina’s doen ze die krachttoer nog eens over voor “audio” en ook “foto’s maken” wordt op drie pagina’s afgehandeld. Zelf docent aan een filmschool zijnde, wil ik nu niet beweren dat je absoluut vier tot vijf jaar op een hogeschool moet zitten vooraleer je een videoprogramma kan maken – overigens leren ‘filmstudenten’ nog wel wat anders dan alleen maar techniek – maar het nut van de luttele vijf pagina’s uit ‘Media-activisme’ over “video”, dat ontgaat me. Temeer daar de auteurs hun video-hoofstukje openen met een wel heel rare redenering.

Veel VTM & VRT kijken is goed voor uw creativiteit!

Volgens Soete, Custers en De Bondt heeft het vele televisiekijken dat we met zijn allen doen, naast negatieve kanten ook één groot voordeel: “dat televisie het medium is dat wij allemaal het beste beheersen. Zoals schrijvers veel lezen moeten mensen die video maken veel televisie kijken. En aangezien de meesten onder ons veel televisie kijken is het niet zo moeilijk om te leren hoe je met video moet leren werken. Al die uren voor de televisie zorgen ervoor dat je een feeling hebt voor wat al dan niet kan met video.”

Wat de auteurs hier zeggen is dat als je veel teevee kijkt – en in onze contreien is dat VTM en VRT met al hun gemanipuleerde journaals, hun oersaaie spelletjes, hun slecht geacteerde soaps … – je ook vanzelf ‘goeie video’ kunt maken! Wat ze vergeten is dat schrijvers eerst hebben leren lezen en schrijven. Als TV- kijkers daarentegen hebben we door de bijna totale afwezigheid van beeldopvoeding in het onderwijs, meestal geen flauw benul van heel de commerciële beeldtaal (en heel de daarachter schuilgaande trukendoos) die we dagelijks consumeren. En we hebben meestal geen flauw benul van hoe we een alternatieve beeldtaal zouden kunnen ontwikkelen.

Zelfs Soete, Custers en De Bondt blijken niet door te hebben dat de op televisie getoonde beeldtaal – een taal van verleiden, verkopen … – op zich een probleem is. Ze zijn blijkbaar niet op de hoogte van hoe cineasten als Vertov en Fassbinder koortsachtig zochten naar een ‘revolutionaire’ vorm die bij de ‘revolutionaire’ inhoud zou passen. Maar ach, als goede stalinisten liggen Soete & Co daar niet wakker van. Als het volk het goed vindt, zal het wel goed zijn. Toen Stalin in de Sovjetunie eenmaal aan de macht was, was het daar ook gedaan met alle vormelijke experimenten van cineasten zoals Eisenstein en Vertov. Onder ‘vadertje Stalin’ moesten de cineasten weer de klassieke beeldtaal hanteren Én vooral niet te moeilijk doen want dan zou het volk de staatspropaganda niet zomaar voor zoetekoek slikken.

Media-activisme/Indymedia en De Morgen

– De Morgen een ‘nichekrant’?

De analyse van de binnenlandse media blijft in ‘Media-activisme’ beperkt. In het ‘luikje’ ‘gigantjes’ vind je naast kritische toelichtingen bij de grote (vooral Amerikaanse) media één Belgisch medium: De Morgen. Waarom alleen die krant? Uiteraard wordt De Morgen terecht bekritiseerd. Dagelijks zien we hoe deze krant opent met een kanjer van een leugen. “Onafhankelijk dagblad” staat er bovenaan de cover gebeiteld. Als er iets is dat De Morgen niet is, dan is het dat. Persgroep-baas Christian Van Thillo heeft een grote greep op de krant en dat leidde destijds al tot het ontslag van hoofdredacteur Paul Goossens: “Goossens en Van Thillo kregen ruzie over de berichtgeving over de Golfoorlog” (van 1991) noteren Soete, Custers en De Bondt. Waarna ze hun stuk over De Morgen afsluiten met de zin: “De krant positioneert zichzelf nu als een marketinginstrument voor een niche van kaderleden.” O.K., De Morgen richt zich steeds meer naar levensgenietende goedverdieners, maar het publiek van De Morgen is (jammer genoeg) wel ruimer dan “een niche van kaderleden” … Nog jammerder: het groeit nog steeds aan ondanks al de kritiek die we via Indymedia en DIOGENE(S) al op de krant gespuid hebben …

– Walter Pauli contra ‘Media-activisme’

In zijn stuk “De vriendjes van Michael Moore” slaat en zalft Walter Pauli de auteurs van het “Indymedia-boek”. Nu eens zijn ze “ongenuanceerd”, dan weer leveren ze “interessante kritiek”. Pauli vermijdt echter wel in te gaan op de kern van die “interessante kritiek”. Zo somt hij de vijf filters van Chomsky en Herman op, maar maakt ze verder niet van toepassing op de Belgische media. Integendeel, hij beklaagt er zich emotioneel over dat “volgens de auteurs ‘De Morgen’ wel een collaborateur van het regime moet zijn, een ‘Achtste Colonne van de Macht’ binnen de progressieve wereld.” Klinkt leuk en door het zo overdreven te formuleren vermijdt hij in te moeten gaan op de kritiek aan het adres van De Morgen.

De tweede helft van zijn artikel dat meer over Indymedia handelt dan over het boek, besteedt Pauli aan het verhaal van “de slachting door Irakezen van couveusebaby’s in Koeweit in 1990”. Dat dit verhaal de wereld rond ging is niet de schuld van de media stelt Pauli, maar van bedriegers die dit de media wijsmaakten. Hij eindigt met te verwijzen naar het optreden van Han Soete, “auteur en gezicht van Indymedia” die “vorig jaar auteur was van een boek over Abu Jahjah. Een paar maanden later prijkt diezelfde Han Soete op de Resist-lijst. Hallo, Independent media ?”

Pleidooi voor vrije media, beeld-opvoeding Én meer samenwerking tussen alternatieve media

Ondanks de hierboven geleverde kritiek is “Media-activisme” hoe dan ook een waardevol boek dat aan te bevelen is aan wie inzicht zoekt in hoe de media werken Én een idee wil krijgen van hoe hij/zij zelf media kan maken. Toch is het ook in menig opzicht een gemiste kans. Drie van de belangrijkste mankementen verdienen nog even verdere aandacht.

Het meest storend is de ‘ideologische vooringenomenheid’ van de auteurs die niet kiezen voor een vrijheidslievend alternatief voor het kapitalisme maar finaal alle heil verwachten van een communistische staat. Op pagina 232 stellen ze bv. dat “de commerciële media moeten gedeprivatiseerd worden en opnieuw in handen van de staat komen.” Ze stellen dat de Belgische onderzoekers Jean Bricmont en Geoffrey Geuens die eis oppikken en dat Geuens ook de kapitalistische staat in vraag stelt. Nu heb ik met Geuens ooit over zijn eis tot nationalisering van de media (een eis die hij in ‘Solidair’ formuleerde) gepraat en toen overtuigde ik hem dat ‘gemeenschapsmedia’ (van lokale televisie tot onafhankelijke Indymedia-centrums) beter zijn dan opnieuw ons lot in handen van ‘staatsmedia’ te leggen. Is Geuens ondertussen weer van gedacht veranderd?

‘Media-activisme’ neemt ook te veel hooi op de vork en blijft daardoor in zijn praktische delen te oppervlakkig. De oorzaak daarvan moet wellicht gezocht worden in de ‘praktische doelstelling’ van dit boek dat nogal geënt is op het ‘media-circus’ dat door Indymedia (met steun van de Koning Boudewijnstichting) werd opgezet. Nu is het een lovenswaardige doelstelling om mensen via media-trainingen te leren zelf media te maken, maar als men bij die poging bijzonder naïeve ideëen aanhangt – in de zin van: ‘meer televisie kijken leert u betere video maken’ – dan kan men zich de vraag stellen of zo’n ‘media-circus’ niet eerder contraproductief is omdat het te systeembevestigend werkt. De media-geschiedenis leert overigens dat het ‘optimisme’ dat Soete, Custers en De Bondt ten toon spreiden – meer technologie en praktijkkennis verspreiden en dan zal het volk wel ‘andere’ media maken – in de feiten al meer dan één keer op niets is uitgelopen. Als we iets nodig hebben, dan is het in eerste instantie grondige MEDIA-OPVOEDING in onderwijs en volwassenenvorming’ Én dat is nog wat anders dan (het alibi van) enkele rondjes meedraaien in een media-circus. Via een jarenlange media-opvoeding moeten mensen echt weerbaar gemaakt worden tegen alle vormen van mediamanipulatie, of die nu van rechts of van links komt. Want het is niet omdat je een rode pet opzet, dat je meteen een heilige bent die zijn gang maar mag gaan, ook in de media.

Een andere tekortkoming van ‘Media-activisme’ is dat het boek de indruk wekt dat in België alleen de jongens en meisjes van Indymedia aan media-activisme doen. In het boek wordt met bijna geen woord gerept over andere vormen van binnenlands media-activisme. Uitpers wordt wel enkele keren in een opsomming vermeld maar daar blijft het bij. Andere media zoals de tijdschriften ‘Mo*’ en Vrede, het weekblad ‘Le Journal du Mardi’ of het nuttige werk van de RAP (een Franstalige anti-reclame-actiegroep), dat komt allemaal niet aan bod. De auteurs zijn zo op het eigen Indymedia-werk en de grote buitenlandse voorbeelden gefocust, dat ze zelfs vergeten om met een pluimpje te gooien naar het hen toch niet onbekende weekblad Solidair, dat dan wel de partijkrant van de PVDA is (en dus niet onafhankelijk enzoverder) maar dat hoe dan ook verdienstelijk werk levert door als enige gedrukte weekblad nog continu linkse systeemkritiek te brengen. Gevolg van één en ander is dat de Nederlandstalige Belg die na lectuur van het ‘handboek’ aan media-activisme wil gaan doen, wellicht denkt dat die van Indymedia de enige zijn …

Die ‘solo-slim’-houding kenmerkt Indymedia overigens al langer en daar zijn al interessante samenwerkingsvoorstellen op vast gelopen. Iets wat te betreuren is omdat onafhankelijke media veel sterker staan als ze elkaar meer de hand reiken en de krachten bundelen in plaats van elk op zich het Belgisch warm water opnieuw te willen uitvinden. Het valt te vrezen dat tegen de tijd dat dat ieder van ons afzonderlijk lukt, we al lang doodgevroren zullen zijn in de door de commerciële media in onze hoofden aangerichte ideëen-woestijn.

 

(Uitpers, nr. 54, 5de jg., juni 2004)

 

P.S. Voor de kritiek op het Noord-Koreaanse systeem baseer ik me niet alleen op ‘mainstream’ media (zoals de uitzending begin mei 2004 in Panorama van de BBC-reportage over Noord-Korea en zijn gevangenkampen waar men o.a. chemische experimenten op mensen uitvoert) maar ook op de open discussie over Noord-Korea die in 2003 enkele weken lang in e-DIOGENE(S) gevoerd werd en waaraan ook PVDA-ers deel namen. De discussie liep finaal uit op een discussie over Stalin, een figuur waarover met de PVDA nog altijd geen open gesprek te voeren lijkt.