Eindeloze oorlog in Somalië

Somaliërs hebben al genoeg aan hun hoofd. Het laatste wat ze nodig hebben, is meer oorlog – vooral als die wordt gesponsord door de Oorlog tegen terreur (‘War on Terror’) van de Verenigde Staten.

In een zoveelste indicatie dat de regering Biden niet van plan is om een einde te maken aan de eindeloze VS-oorlog, meldde de ‘New York Times‘ op 16 mei dat het VS Afrika Commando (AFCOM) opnieuw troepen zal ontplooien in Somalië. Daarnaast keurde het Witte Huis het verzoek van het Pentagon goed voor de discretionaire bevoegdheid om drone-aanvallen uit te voeren in het land.

Somalië vormt het doelwit van imperiale oorlogsvoering sinds december 2006, toen de VS een door Ethiopië geleide invasie steunde die de eerste stabiele regering sinds jaren verdreef. Terwijl de Ethiopische troepen het Somalisch leiderschap in ballingschap dreven, kwamen er steeds meer militante facties in de plaats. Zo werden de zaden geplant voor de groei van de groep die bekend staat als al-Shabaab.

Het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken zette al-Shabaab in februari 2008 op de lijst van buitenlandse terroristische organisaties, wat de Bush-regering de rechtvaardiging bood om de groep te beginnen viseren met luchtaanvallen. Niet lang nadat president Barack Obama zijn ambt opnam in 2009, autoriseerde hij zowel VS-drone-aanvallen als de ontplooiing van Speciale Operatietroepen in het land.

Vervolgens classificeerde president Trump delen van Somalië als “gebieden van actieve vijandelijkheid”, waar hij de regels van een oorlogszone instelde door het leger de discretionaire bevoegdheid te geven om luchtaanvallen en raids uit te voeren. Het zuiden van Somalië werd daarop onderworpen aan een ongeziene escalatie van drone-aanvallen. Tussen 2016 en 2019 kwamen daarbij tussen de 900 à 1000 mensen om. Dit gebeurde allemaal zonder dat de VS ooit formeel de oorlog verklaard had aan Somalië.

President Biden heeft duidelijk besloten om Trumps ‘flexibele’ benadering van de drone-oorlog in Somalië te handhaven. Deze benadering geeft militaire bevelhebbers op het terrein meer speelruimte om beslissingen te nemen omdat ze alleen de toestemming moeten verkrijgen van de missiechef van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en niet van het Witte Huis.

Analisten die de tijdelijke stop van de drone-aanvallen vorig jaar interpreteerden als een artificiële bevriezing hadden gelijk, aangezien de belofte van de Biden-regering om het drone-beleid uitgebreid te herzien, niet geleid heeft tot een ethische heroverweging van het gebruik van drones. Wat de Biden-regering wel gedaan heeft is het opstellen van nieuwe wetten en procedures, die waarborgen (‘safeguards’) moeten bieden voor burgerdoden en bescherming zouden voorzien voor volwassen mannen, vrouwen en kinderen. Op die manier gebruikt de Biden-regering wetgeving als een oorlogstactiek -net zoals vorige regeringen dat gedaan hebben- door via de introductie van nieuwe wetten en beleidsmaatregelen te suggereren dat de VS meer inspanningen levert om het aantal burgerslachtoffers te beperken, zelfs al wordt er gebruik gemaakt van dodelijk geweld.

Zoals historicus en rechtenprofessor Samuel Moyn vaststelt, is de idee dat oorlog op de een of andere manier op humane wijze gevoerd kan worden, centraal komen te staan in het Amerikaans liberalisme. Alsmaar minder Amerikanen stellen de beslissing om oorlog te voeren in vraag.

Ondertussen zijn geracialiseerde portretteringen van Somalië als een door oorlog verscheurd land met het vermeende potentieel om de VS-belangen te bedreigen, van cruciaal belang om de steun van het publiek voor de hernieuwde oorlogsinzet te behouden. De commandant van AFRICOM, generaal Stephen Townsend, beweert dat al-Shabaab “groter, sterker en brutaler” is, hoewel de exacte capaciteiten van de groep “een open vraag” blijven. Waar zijn beoordeling op gebaseerd is, blijft onduidelijk.

Net zoals VS-functionarissen dat deden in de aanloop naar de invasie van Irak in 2003, lijkt AFRICOM’s strategie eenvoudig te zijn: herhaal de bewering van een vermeende dreiging vaak genoeg en -in afwezigheid van kritische vragen vanwege de pers- wordt dat de waarheid.

AFRICOM heeft het plan opgevat om de capaciteit van zijn partners om al-Shabaab te viseren, op te drijven. In het licht van dit plan zouden het Congres en het Amerikaans publiek zich ernstige vragen moeten stellen bij deze partners, van het veiligheidsbedrijf Bancroft Global tot de Somalische speciale legereenheid de Danab Brigade en AMISOM (dat recent vervangen werd door de Transitiemissie in Somalië van de Afrikaanse Unie of ATMIS), wiens gezamenlijke rol bij het verergeren van het geweld uitgebreid gedocumenteerd is.

De Danab Brigade werd opgericht in 2014 met financiering van het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken, dat betaalde voor de diensten van Bancroft Global, een private veiligheidsfirma die deze eenheid trainde en adviseerde. Sindsdien ontving de Brigade ook financiering en training van het VS-ministerie van Defensie.

AFRICOM’s afhankelijkheid van surrogaatstrijdkrachten zoals de Danab Brigade wordt mogelijk gemaakt door het 127E-programma, een budgettaire autoriteit die het Pentagon in staat stelt om toezicht te omzeilen door VS-speciale operatietroepen toe te staan buitenlandse militaire eenheden als surrogaat te gebruiken in terrorismebestrijdingsmissies. ‘The Intercept’ documenteerde gelijkaardige 127E-operaties in verschillende Afrikaanse landen, voornamelijk op locaties die door de VS-regering niet erkend worden als oorlogszones, maar waar wel VS-troepen aanwezig zijn.

Ironisch genoeg rapporteert de New York Times dat de besprekingen van de Biden-regering over de volgende te nemen stappen in Somalië bemoeilijkt worden door de politieke chaos ter plaatse. Daarmee wordt geïmpliceerd dat de VS op de een of andere manier buiten en boven de schijnbaar lokale facties en loyaliteiten staat. Maar een nadere en kritischere blik zou onthullen dat het VS-leger en zijn private veiligheidspartners diep betrokken zijn bij deze chaos, aangezien zakelijke en veiligheidsbelangen onlosmakelijk met elkaar verstrengeld zijn aan beide zijden van Mogadishu’s ‘green zone’ (de zwaar bewaakte buurt in de hoofdstad waar diplomaten en andere overheidsfunctionarissen, en buitenlandse organisaties gevestigd zijn).

De prijzen van vuurwapens zijn de lucht ingeschoten, in de aanloop naar de Somalische presidentiële verkiezingen van 15 mei, omdat de bange inwoners van Mogadishu zich zorgen maakten over mogelijke instabiliteit. Het is geen toeval dat heel wat van deze vuurwapens in het land arriveerden via een achterpoortje in het wapenembargo van de Verenigde Naties, dat de distributie van wapens aan de Somalische Nationale Veiligheidstroepen toelaat in naam van de hervorming en training van de veiligheidssector. Dit is zeker niet de eerste keer dat wapens bestemd voor veiligheidsdoeleinden omgeleid worden naar de zwarte markt, en in het licht van de beslissing van de Biden-regering om haar toewijding aan de eindeloze oorlog te bestendigen, zal het hoogstwaarschijnlijk ook niet de laatste keer zijn.

Somaliërs hebben al genoeg zorgen aan hun hoofd met de scherpe stijging van de voedselprijzen door de instorting van de mondiale toeleveringsketens en met de manifestatie van de ergste droogte in vier decennia die meer dan zeven miljoen bewoners van het land treft. Het laatste wat ze nodig hebben is nog meer oorlog.

Samar Al-Bulushi

Dit artikel verscheen eerder op Africa is a country. Vertaling: Vrede.be

Print Friendly, PDF & Email

Visited 491 Times, 1 Visit today

Tags :