‘Ein guter Mensch sein’

 Book Cover

In 2019 werd het herinneringsplakkaat op Rosa Luxemburgs huis in Zamosc door de Poolse autoriteiten verwijderd in een poging de hernieuwde, internationale belangstelling voor haar werk in de kiem te smoren. Dat is een uiting van het nieuwe hypernationalisme dat weer zeer sterk de kop opsteekt. Maar van onderuit ontwikkelt zich een tegenbeweging waarin gestreefd wordt naar een meer coöperatieve, solidaire economie. Rosa Luxemburg zou zeker verguld zijn dat te merken mocht ze terug onder ons verschijnen. Daarom is het zo belangrijk dat uitgeverij Van Oorschot deze nieuwe uitgave van de brieven van Rosa Luxemburg, aangevuld met nieuwe, nu op de markt brengt, vergezeld van mooie epoque foto’s, facsimile’s, schetsen en eigenhandige aquarellen van Rosa Luxemburg en 14 vellen uit haar herbarium, waarvoor ze vanaf 1913 bloemen en grassen verzamelde. Samen met het mooie nawoord van Joke J. Hermsen die ook al in haar eerdere publicatie ‘Het tij keren’ uitvoerig inging op Rosa Luxemburg, is dit een mooie hommage geworden aan een grote dame die ein guter Mensch probeerde te zijn.
Een zeer waardevol document om zeker in tijden van coronaquarantaine te lezen, want ook in gevangenschap bleef zij een hoopgever.
Ik voel me in de hele wereld thuis,’ schreef Rosa Luxemburg in februari 1917 aan een vriendin. Ook zelfs in de gevangenis. Die indruk kreeg ik althans wanneer ik deze nieuwe uitgave van Rosa’s Luxemburgs brieven las. En die zijn uiteraard heel anders en minder bekend dan de politieke werken van deze kosmopolitische Joods-Poolse denker en radicale, linkse politica. Luxemburg was geen voorstander van het revolutionair marxisme en de voorhoedebeweging, zoals het door Lenin en Trotski werd geformuleerd en ingevuld, maar was een onvoorwaardelijke voorstander van een socialistische radendemocratie, waarbij de bevolking via ‘volksraden’ daadwerkelijk inspraak en politieke beslissingsbevoegdheid zou krijgen, ook op het economische vlak. Niets van dat alles komt aan bod in dit boek. Als lezer leer je een heel andere Rosa Luxemburg kennen dan die van ‘Socialisme of barbarij’. Dat zal deels wel te maken hebben met de gevangeniscensuur op haar brieven, maar die beperking bood haar de mogelijkheid om over de gewone dingen des levens te spreken met enkele van haar intieme vrienden en vooral vriendinnen zoals Luise en Karl Kautsky, Kostja Zetkin, maar ook aan Sophie Liebknecht die zij liefdevol Sonjuscha noemt en aan Hans Diefenbach die op het einde van de oorlog sneuvelt aan het front. Luxemburg zat vele jaren gevangen vanwege haar pacifistische overtuigingen en haar dwingende oproepen om niet ‘de wapens tegen onze broeders op te nemen’.
Als lezer word je meegezogen in die eenrichtingscorrespondentie waarin Rosa Luxemburg haar groot hart uitstort. Het wordt algauw een intimistisch verhaal over het gevangenisleven dat zij de twaalf laatste jaren van haar leven, tussen 1906 en 1918 leidde. De omstandigheden waren niet rooskleurig, maar Luxemburg beklaagt zich niet en vermeldt amper de ongemakken in de bajes. In 1906 schrijft zij over haar verblijf in een Warchause gevangenis: ‘Vroeger zaten er zestig bij elkaar in een cel en die sliepen ploegsgewijs elke een paar uur ’s nachts, terwijl de anderen ‘wandelden’. Nu slapen wij allen als koningen op houten britsen, overdwars, naast elkaar als haringen en dat gaat heel goed.’(p. 24) .
Zo leer je die andere Rosa Luxemburg kennen die, ondanks alles, in de eerste plaats ‘ein guter Mensch’ probeert te zijn. Dat schrijft ze in 1917 aan Sophie Liebknecht. ‘Mens zijn is voor alles de hoofdzaak. En dat betekent vastberaden en helder en vrolijk zijn.’ Ondanks alles. Jawel. Dat schrijft ze aan Sonitchka in 1917: ‘Men moet alles in het maatschappelijk bestel nemen zoals in het privéleven: rustig, grootmoedig en met een milde lach. Ik geloof vast dat tenslotte alles zich na deze oorlog of aan het eind van deze oorlog ten goede zal keren, maar we moeten blijkbaar eerst door een periode van het ergste menselijke leed waden.’ (p. 126) Zij blijft ook in de gevangenis een hoopgever voor haar vrienden en vriendinnen: ‘Het is mijn derde Kerstmis in de bajes, maar vat dat alsjeblieft niet tragisch op. Ik ben zo vrolijk en rustig als altijd.’ (p. 133)
Algemene en persoonlijke
De stem die de boventoon heeft in al haar brieven is niet die van een harde politica. Integendeel zelfs. ‘Ik tol alleen maar per vergissing rond in de maalstroom van de wereldgeschiedenis, maar eigenlijk ben ik geboren voor het ganzenhoeden.’ En ze gaat zelfs nog een stapje verder: ‘Je weet, ik zal toch naar ik hoop op mijn post sterven: in een straatgevecht of in een tuchthuis. Maar mijn diepste ik behoort meer aan de koolmezen dan aan de ‘partijgenoten’. Aan haar vriend Hans schrijft ze uitdrukkelijk: ‘ Je weet, ik heb naast het ‘algemene’ voor het persoonlijke altijd nog plaats in mijn hart voor jou’ (p. 52). Zij vertoont niet alleen ‘amor mundi’ zoals Hannah Arendt het noemt, maar ook liefde voor de (individuele) mens. Ook de kleine dingen des levens ontroeren haar zeer: ‘Is er een dieper geluk dan dat doelloos rondlopen op straat in de voorjaarszon, de handen in de zakken en een ruikertje van een dubbeltje in het knoopsgat?’
Veelzijdig iemand
Luxemburg is een veelzijdig iemand, zij wordt gedreven door haar drang naar kennis zowel van de micro- als van de macrowereld. Die studiegerichtheid maakt dat zij nooit tijd heeft, zelfs in de gevangenis niet. Zo schrijft zij in 1917 aan Sonjitchka : ‘Ik zit nu diep in de geologie. Dat zal je wel een droge wetenschap lijken, maar dat is een dwaling. Ik lees haar met koortsachtige belangstelling en hartstochtelijke bevrediging.’ (p. 128)
Verliefd zijn op het weten en het voortdurend zoeken naar méér weten. Dat gaat zeker op voor Rosa Luxemburg die naast economie en filosofie ook ornithologie, plantkunde en geologie studeerde; ze kende vele gedichten en liederen uit haar hoofd, was daarnaast een groot bewonderaar van beeldende kunst en tekende zelfs ook niet onverdienstelijk, zoals uit enkele illustraties uit haar dagboek blijkt.
En natuurlijk waren er haar veelvuldige politieke contacten, ook met Belgische socialisten waaronder Camille Huysmans en Eduard Anseele die zij per vergissing ‘een aardige, kleine Waal’ noemde. Luxemburg was ook maar een mens die zich niet alleen vergiste maar die soms ook wat ideologisch blind was, wat soms leidde tot een vorm van wishful thinking zoals bij voorbeeld blijkt een brief uit 1917 waarin zij schrijft: ‘Wat de Jodenpogroms betreft, alle geruchten daaromtrent zijn aperte leugens. In Rusland is de tijd van de pogroms voorgoed voorbij.’ (p. 132)
Laatste brief
Op 11 januari 1919 schrijft zij haar laatste brief gericht aan Clara Zetkin. De laatste zin ervan luidt: ‘Momenteel houden de veldslagen in Berlijn aan, veel van onze dappere jongens zijn gesneuveld; Meyer, Lebedour en (naar we vrezen) Leo Jogiches zijn gearresteerd.’ De revolutionaire geest verspreidde zich na de Eerste Wereldoorlog verder over het door honger en oorlogsellende geteisterde land, maar ook de repressie nam exponentiële vormen aan.
Op 15 januari was zij het doelwit. Karl Liebknecht en Rosa Luxenburg werden door leden van de Garde-Kavallerie gearresteerd en naar hotel Eden in Berlijn afgevoerd, waar ze werden mishandeld en vermoord. De Spartakistenopstand was daardoor onthoofd. ‘Op de vlucht neergeschoten’, zei het politierapport. Waar hebben we dat nog gehoord?
Ein guter Mensch was niet meer.
Revival
In 2019 werd het herinneringsplakkaat op Rosa Luxemburgs huis in Zamosc door de Poolse autoriteiten verwijderd in een poging de hernieuwde, internationale belangstelling voor haar werk in de kiem te smoren. Dat is een uiting van het nieuwe hypernationalisme dat weer zeer sterk de kop opsteekt. Maar van onderuit ontwikkelt zich een tegenbeweging waarin gestreefd wordt naar een meer coöperatieve, solidaire economie. Rosa Luxemburg zou zeker verguld zijn dat te merken mocht ze terug onder ons verschijnen. Daarom is het zo belangrijk dat uitgeverij Van Oorschot deze nieuwe uitgave van de brieven van Rosa Luxemburg, aangevuld met nieuwe, nu op de markt brengt, vergezeld van mooie epoque foto’s, facsimile’s, schetsen en eigenhandige aquarellen van Rosa Luxemburg en 14 vellen uit haar herbarium, waarvoor ze vanaf 1913 bloemen en grassen verzamelde. Samen met het mooie nawoord van Joke J. Hermsen die ook al in haar eerdere publicatie ‘Het tij keren’ uitvoerig inging op Rosa Luxemburg, is dit een mooie hommage geworden aan een grote dame die ein guter Mensch probeerde te zijn.
Een zeer waardevol document om zeker in tijden van coronaquarantaine te lezen, want ook in gevangenschap bleef Luxemburg een hoopgever.

Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).