Een zwalpend schip. Europese sociaaldemocratie zoekt naar balsem op de wonden

Het is een vervelend en vooral treurig verhaal, dat van de sociaaldemocratische partijen in Europa. De triomfjaren van het eind van vorige eeuw zijn al lang vergeten, de tijd dat die partijen in de meeste landen van de Europese Unie mee regeerden en de meeste regeringshoofden leverden. De verkiezingsuitslagen in Portugal en Griekenland brengen enige balsem op de talrijke wonden, vooral dan de wonde opgelopen in Duitsland.

 

Er zijn weinig redenen tot leedvermaak. Het is natuurlijk verheugend dat in Duitsland Die Linke veel ontgoochelde SPD-kiezers naar zich kon toetrekken. En dat in Portugal het Blok van Links bijna 10 % haalde, is een opsteker, vooral omdat ook daar het relatief verlies van de Portugese PS grotendeels naar links ging.

Die (regerende) Portugese PS kon zich – ondanks haar neoliberaal beleid – redelijk handhaven. Terwijl de Griekse Pasok een overtuigende zege boekte tegen de fel in diskrediet geraakte rechtse regering. Het brengt soelaas voor de Europese sociaaldemocratie, maar te weinig om te hopen dat het tij is gekeerd.

In tranen

Want in de meeste Europese landen blijft het huilen met de pet op. Het lot van de Duitse SPD kreeg natuurlijk de meeste aandacht, want met 23 % zat ze op een historisch dieptepunt. Veruit het grootste deel van dit verlies ging naar Die Linke en de Groenen, terwijl de rechtse partijen een meerderheid haalden. Daardoor kon de SPD niet langer ministers leveren en staat ze nu zeer acuut voor het dilemma of ze wil samenwerken met Die Linke om dan samen met de Groenen een links alternatief voor rechts te vormen.

Als die Groenen dat willen. In deelstaat Saarland gaan ze samen met de christendemocratische CDU en de liberale FDP regeren, ook al was een meerderheid van SPD, Linke en Groenen mogelijk. Binnen de SPD groeit de stroming die iets naar links wil, maar de grote vraag blijft hoe geloofwaardig dat wel is na jaren van neoliberaal regeringsbeleid.

De SPD kan het natuurlijk over een andere boeg gooien, ze kan zoals 8 jaar eerder weer het accent gaan leggen op buitenlands beleid en zich tegen de deelname aan de oorlog in Afghanistan opstellen. Maar hoe geloofwaardig is dat na jaren iets anders te hebben gedaan, en bovendien heeft Die Linke zich op dat vlak al lang geprofileerd. Maar blijven verder doen zoals totnogtoe betekent gewoon verdere afgang.

In het Verenigd Koninkrijk moet Gordon Brown ten laatste in de lente volgend jaar wel naar de kiezers. De Conservatieven doen al het mogelijke om zich zo gematigd mogelijk op te stellen en de Thatcher-jaren te doen vergeten. Hun grootste troef is het beleid van Brown, de beste vriend van de City, dat gigantisch fiscaal paradijs vanwaar hij zijn meeste medewerkers haalde.

“New Labour” loopt zelfs het risico in die verkiezingen als derde te eindigen, na de Conservatieven en de Liberaal-Democraten. Veel traditionele kiezers van Labour zullen waarschijnlijk niet gaan stemmen. Waarom zouden ze kiezen voor een partij die de ongelijkheden heeft opgedreven en een beleid voerde waarin de speculanten de vrije hand kregen. Met alle bekende gevolgen, waaronder nog grotere ongelijkheden. Andere gewezen Labour-kiezers laten zich verleiden door de extreemrechtse British National Party die bij de Europarlementsverkiezingen 6% van de uitgebrachte stemmen en twee gekozenen kreeg.

Leegloop

Het vergaat oppositiepartijen niet beter. De Italiaanse Partito Democratico (PD) zou nu moeten opveren bij de zware problemen van premier Silvio Berlusconi en zijn regering. Maar die PD raakt niet uit de put. Ze heeft nu wel een nieuwe leider, Pierluigi Bersani, een oudgediende van de communistische PCI die met ruime meerderheid de interne verkiezingen won waaraan bijna drie miljoen mensen deelnamen. Op zichzelf een succes, maar daarmee heeft die partij nog altijd geen politieke lijn. In de PD zitten nog altijd zogenaamde “Teodem” die in ethische kwesties ten rade gaan bij het Vaticaan. De socialistische fractie in het Europees Parlement heeft haar naam moeten veranderen om het mogelijk te maken alle gekozenen van de PD op te nemen. Sommigen wilden niet bij de sociaaldemocratie worden gerekend.

Francesco Rutelli, ooit kandidaat-premier van centrumlinks en oud-burgemeester van Rome, stapt eruit en hoopt 25 parlementsleden mee te nemen naar een nieuw “Groot Centrum”, samen met Casini die tot twee jaar geleden een trouwe bondgenoot van Berlusconi was. Rutelli is gewonnen voor het project van Luca Cordero di Montezemolo, baas van Fiat en jarenlang de baas van Confindustria, het Italiaanse VBO.

Die PD slaagt er niet eens in oppositie te voeren tegen Berlusconi. Het initiatief voor een grote betoging tegen Berlusconi komt van Idv, Italia dei valori (Italië van de waarden) van Antonio Di Pietro, en van Rifondazione Comunista. De coalitie van de Ulivo (van centrumrechts tot links) bleek merkwaardig genoeg nooit in staat tijdens haar lange regeringsperiodes om een wet te doen aanvaarden die het moest onmogelijk maken dat een persoon financiële macht, mediamacht en politieke macht combineert en daar misbruik van maakt.

“Rénovation

Bijna even droevig is het gesteld met de Franse PS. Vorig jaar leverden de “éléphants” slag om de leiding, met Martine Aubry als weinig benijdenswaardige winnaar. Aubry beloofde de ‘rénovation’, de vernieuwing. Maar ondanks de grote problemen van president Nicolas Sarkozy slaagt de PS er niet in geloofwaardig naar buiten te treden. De vernieuwing beperkt zich tot vormen: er is een referendum onder de leden gehouden over de vraag of de kandidaat van links, of van de PS, bij de volgende presidentsverkiezingen mag worden aangewezen in “primaires” waarbij het “brede publiek” zijn zeg krijgt.

Het resultaat is voorspelbaar. De PS zag de leden al massaal weglopen – een halvering op korte tijd – en waarom zou iemand lid worden van een partij waar vooral niet-leden hun zeg krijgen. Maar er is vooral het grote risico dat de kandidaten nu nog meer alleen maar aandacht zullen besteden aan geslaagde tv-optredens en zo mogelijk nog minder om inhoud zullen geven. Kortom, de PS werkt onder het mom van democratisering de depolitisering verder in de hand.

De PS ligt vooral wakker van de regionale verkiezingen volgend jaar. Vier jaar geleden won links in 22 regio’s, alleen de Elzas en Corsica zijn in handen van rechts. Het wordt lastig dit exploot te herhalen, vooral omdat er nu een zeer grote concurrentie is van groen, van Europe-Ecologie, en in mindere mate van links. De groenen haalden voor “Europa” net iets minder dan de PS en stellen dus hoge eisen.

Links heeft de communistische PCF beslist samen te werken met de Parti de Gauche van Jean-Luc Mélenchon die vorig jaar uit de PS stapte. Dit Front de Gauche haalde voor “Europa” 6%. Mélenchon hoopt de NPA (Nouveau Parti Anticapitaliste) van Olivier Besancenot nog mee te krijgen. Maar die eist vooraf garanties dat er nadien geen akkoorden worden gesloten met de PS. Dat zit dan slecht bij de PCF die meer en meer, net als de PS, een partij is geworden van gekozenen. En de meeste mandatarissen van de PCF hebben hun mandaat te danken aan allianties met de PS.

Afbraak

Weinig sociaaldemocratische partijen ontsnappen aan deze aanslepende malaise, ook die van België en Nederland niet. De omstandigheden zijn overal dezelfde. Ligt het aan de fragmentatie van de samenleving zoals enkele Franse sociologen beweren, met partijen die zich beperkten tot de verdediging van verworven rechten van hun traditionele achterban? Dat op zichzelf is al een te groot compliment voor partijen als de SPD die deze verworvenheden hielpen afbreken.

Het neoliberale beleid van die partijen heeft hun geloofwaardigheid als verdedigers van alle mensen die met arbeid hun brood verdienen, zwaar aangetast. Een van de grote oorzaken van de crisis die we nu meemaken, ligt in de relatieve achteruitgang van inkomsten uit arbeid. Veel sociaaldemocratische partijen zijn daar mee voor verantwoordelijk.

 

(Uitpers, nr. 114, 11de jg., november 2009)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 55 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook