Een zéér goede geschiedenis van Suriname

Leo Dalhuisen, Maurits Hassankhan en Frans Steegh (red), Geschiedenis van Suriname, Walburg Pers, Zutphen, 2007, 192 blz. ISBN 9789057304941, 39,50 euro

Nog maar eens een boek over de geschiedenis van Suriname? Moet dat nu echt? Ja, zeg ik, na lectuur van deze Geschiedenis van Suriname. ” Ik zal dit boek zeker niet ergens ‘begraven’ in mijn bibliotheek. Het is een naslagwerk dat ik binnen handbereik wil houden. Ik hoop dat heel veel lezers dat ook zullen doen.”

Het aantal publicaties over Suriname is omgekeerd evenredig met de grootte van de bevolking. De meeste ervan werden echter niet geschreven door Surinamers. Zelfs de Surinamistiek, de studie op het gebied van de Surinaamse taal, letterkunde, cultuur en geschiedenis wordt vaak beoefend door geïnteresseerde buitenstaanders.

Geschiedenis van Suriname is een samenwerkingsverband tussen Surinaamse en Nederlandse deskundigen, maar deze keer liggen de verhoudingen heel anders. Naast de Nederlandse geschiedkundigen Leo Dalhuisen en Frans Steegh is de Surinaamse historicus Maurits Hassankhan, tevens huidig minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de redactie. Uit de auteurslijst blijkt dat de Surinaamse inbreng nog veel groter is. Jerry Egger en Edwin Marshall schreven mee, Nardo Aluman, Koejoeramarie, Martina Amoksi, Helga Banks en Ramon Cumberbatch leverden bijdragen en Laddy Van Putten, Jan Soebhag en Rita Tjien Fooh-Hardjomohamad zorgden voor archief- en beeldmateriaal. Achter deze namen gaan instituten schuil als het Surinaams Museum, het Nationaal Archief in Paramaribo, het KITVL in Leiden en het Wereldmuseum Rotterdam, die bekend staan voor hun wetenschappelijke degelijkheid.

In elf hoofdstukken legt het boek in grote lijnen een geschiedenis van ruim 10.000 jaar vast: Natuur en bevolking, de oorspronkelijke bewoners, de kolonisatie van Suriname, de slaven, de Marrons, de Creolen, de komst van de Aziaten, Aziaten kiezen voor Suriname, Van kolonie tot rijksdeel, De Republiek Suriname, Surinamers in Nederland, Nederlanders in Suriname. Alleen uit de opsomming van de titels blijkt al hoeveel aandacht er besteed wordt aan de verschillende bevolkingsgroepen.

Elk hoofdstuk bestaat uit een helder geschreven tekstgedeelte, geïllustreerd met historisch beeld- en tekstmateriaal, maar ook met prachtige foto’s en instructieve teksten. In sommige hoofdstukken verwijst men ook naar tv-uitzendingen van het programma Andere tijden dat men via de website voor het onderwijs Teleblik (www.teleblik.nl) kan raadplegen. Het boek kan dus op verschillende manieren gebruikt worden. Het is zowel een kijk- als een leesboek dat ook in klasverband zeer zeker zijn diensten zal kunnen bewijzen. Wie dieper wil graven zal in de tekst zeker zijn gading vinden, maar indien dat nog niet voldoende is kan hij via de uitvoerige literatuurverwijzing verder op historische zoektocht gaan.

Bijzonder boek

Om verschillende redenen is dit een bijzonder boek. Niet alleen aan het visuele werd de grootste zorg besteed, maar ook aan het inhoudelijke. Bij zulke luxueuze uitgaven wringt daar het schoentje nog al eens. Dit werk heeft in de eerste plaats een zeer hoog informatief karakter. Er worden nergens goedkope ‘weetjes’ gelanceerd. Wetenswaardige dingen vallen gewoon op omdat zij in een boeiende historische context worden geplaatst. Misschien is het goed om nog eens te horen dat bruine bonen en zout vlees alleen Surinaamse lekkernijen zijn kunnen worden omdat in de 18de eeuw de export belangrijker was dan de eigen voedselproductie. En dat de weggelopen slaven Marrons werden genoemd naar het Spaanse woord cimarron waarmee ontsnapt vee werd aangeduid of dat de kleine particuliere handelaars die concurreerden met de grote handelscompagnieën in de 18de eeuw ‘lorrendraaiers’ waren, zal ook wel niet iedereen weten.

De samenstellers van Geschiedenis van Suriname werpen zich niet op als allesweters, die kort door de bocht conclusies trekken. In de tekst drukken zij vaak ook hun historische twijfels uit, zoals over de effecten van de slavenhandel. “Het bronnenmateriaal waaruit conclusies over de effecten van de slavenhandel op Afrika kunnen worden getrokken, is schaars. Daardoor is er ruimte voor verschillende hypothesen en visies.” (p. 44). Zo brengen ze even verder enkele zeer lezenswaardige illustratieve bladzijden over ‘Visies op de slavernij’. Ook als ze sommige zaken niet exact weten komen ze er voor uit: “Inheemsen en Bosnegers hebben van elkaar geleerd, maar het is niet duidelijk wie van wie het meest.” (p. 17)

De auteurs beschrijven niet alleen feitelijke gebeurtenissen, maar houden ook ruimte over voor nuancering, zoals wanneer zij over het Koninkrijksstatuut van 1954 spreken: “De feitelijke macht van Nederland was te groot om van ‘zelfstandigheid’ van Suriname te kunnen spreken, anderzijds was Suriname geen kolonie meer en kon het zelfstandig bepaalde binnenlandse aangelegenheden regelen.” (p. 141). Nu en dan maken de samenstellers ook gebruik van schema’s om bijvoorbeeld het ingewikkelde bestuur en rechtspraak onder de Geoctrooieerde Sociëteit van Suriname tussen 1686 en 17959 te verduidelijken. (p. 31)

Naslagwerk

De auteurs van deze Geschiedenis van Suriname hebben zich niet bezondigd aan een zoveelste kolonialistische of nationalistische geschiedschrijving. Kritische beschouwingen over de behandeling van de Inheemsen (‘in de periferie van de Surinaamse samenleving)’ worden niet geschuwd. (p. 21) Misschien heeft dit te maken met de gemengde samenstelling van het schrijversteam of met de afstand tot de feiten. Alleen wanneer de gebeurtenissen zeer actueel en controversieel zijn, zoals de ‘decembermoorden’ (p. 161), hebben de auteurs het iets moeilijker om objectief te blijven.

Naast historische kennis zijn er in het boek ook heel wat antropologische verwijzingen aanwezig, zoals bijvoorbeeld in sterke passages over de Marroncultuur (p. 72-73) en de sociale organisatie van de Bosnegers (p.74-75) Hoofdstuk 8 “Aziaten kiezen voor Suriname” is een mooi voorbeeld waarin historische, culturele en antropologische elementen met elkaar verbonden worden. Het afsluitende hoofdstuk “Suriname in Nederland. Nederlanders in Suriname” vertrekt dan weer vanuit een zeer ongewone invalshoek. Het gaat over de vaak moeizame inburgering, zowel voor Surinamers als Nederlanders, in de maatschappij aan de andere kant van de oceaan. Dat ‘integratie’ niet altijd een succesverhaal is, wordt overvloedig geïllustreerd met passages uit boeken, krantenknipsels en covers van tijdschriften waarbij zeer goed duiding wordt gegeven. (bijvoorbeeld op p. 183 of op p. 93 waar de auteurs de benaming van alle kleurschakeringen in huidskleur vermelden).

Ook al beslaat De geschiedenis van Suriname ‘maar’ 192 bladzijden, toch ben ik een flinke tijd bezig geweest om de rijke en compacte tekst te lezen en te verwerken. Ik zal deze Geschiedenis van Suriname zeker niet ergens ‘begraven’ in mijn bibliotheek. Het is een naslagwerk dat ik binnen handbereik wil houden. Ik hoop dat heel veel lezers dat ook zullen doen. Zeker Surinaamse…als ze tenminste niet te erg schrikken van het prijskaartje.

(Uitpers, nr. 107, 10de jg., maart 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=646692&refsource=uitpers

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).