Een wijze man vertelt

In “Mijn leven als mushamuka” gaat Kris Berwouts een andere toer op dan in zijn vorige boek, “Congo’s gewapende vrede”. In dat werk komt de analist van de situatie in Centraal-Afrika, Burundi, Congo en Rwanda, aan het woord. “Congo’s gewapende vrede” wil de lezer inzicht verschaffen in de gang van zaken in die regio. In “Mijn leven als mushamuka” verandert Berwouts het geweer van schouder. Wat hij beoogt, stelt hij uitdrukkelijk in zijn woord vooraf: korte stukken, die uitgaan van concrete ervaringen, waarvoor je als lezer minder voorkennis nodig hebt en die aandacht hebben voor zijn manier van leven en werken in Afrika. Kortom, Berwouts wil in plaats van doorwrochte analyses betekenisvolle verhalen vertellen.

Met name beschrijft hij hoe een familie in het oosten van Congo hem uitnodigt om als mushamuka deel te nemen aan een ceremonie, waarbij een jongeman de hand komt vragen van een van de meisjes en over de dot komt onderhandelen, de bruidsschat. Een hilarisch verhaal overigens. Net zoals het relaas van zijn korte verblijf in een gevangenis van de veiligheidsdienst in Kinshasa, ver van prettig om mee te maken maar grappig verteld.

Een mushamuka is m.a.w. een wijze, oude man, die je inschakelt om gemoederen te sussen en harde kantjes af te vijlen, kortom iemand die in een moeilijke situatie uitwegen zoekt naar een werkbare oplossing. Een dergelijk respect voor leeftijd en levenservaring is ook in Rwanda en Burundi ingebakken in de traditie. In dat laatste land heeft er me ooit iemand – overigens een van de drie die Berwouts opvoert als lichtpunten die hem gevormd hebben – een mushigantaye genoemd, de plaatselijke variante van mushamuka. Een vergissing, overduidelijk, want hooguit een van de twee adjectieven die het begrip karakteriseren, zijn op mij van toepassing. Een netwerk, zoals Berwouts er een opgebouwd heeft, dat hij bij tijd en wijle zijn familie mag noemen, met diepgaande, langlopende, persoonlijke relaties, neen, daarop mag ik jaloers zijn. Daaruit put hij dus zijn inspiratie om waar te maken wat zijn streven is met “Mijn leven als mushamuka”.

Flora

Met het verhaal van Flora lukt hem dat wonderwel. Flora is een jonge Rwandese, die niet alles klakkeloos slikt wat het Rwandese regime van president Kagame haar voorhoudt te geloven. Ze legt openlijk enige kritische zin aan de dag en groeit uit tot een vertrouwelinge van Victoire Ingabire. Ingabire heeft een politieke partij uit de grond gestampt, die oppositie voert tegen Kagame. In 2010 wil ze opkomen bij de presidentsverkiezingen en dat komt haar duur te staan. Ze verzeilt in de gevangenis voor vijftien jaar. Na acht jaar verleent Kagame haar gratie. Flora voelt na verloop van tijd dat de grond haar in Rwanda te heet onder de voeten wordt en neemt de benen. Via Burundi naar Congo en van daaruit naar Oeganda. Maar de uitmuntend werkende Rwandese veiligheidsdienst zit haar op de hielen tot in dat buurland. Ze duikt onder in Nairobi en brengt een tijd door in een vluchtelingenkamp in het noorden van Kenia. Ook op die plek identificeert de Rwandese veiligheid haar. Uiteindelijk vangt Zweden haar op. Dat wordt haar tweede thuisland. Terwijl ze ronddoolt op zoek naar een veilige thuishaven, houden ze in Rwanda haar man aan. Nooit verneemt ze nog iets van hem.

Kijk, met zo’n verhaal vertel je evenveel als met een bladzijdenlange abstracte aanklacht. In Rwanda is oppositie niet getolereerd, wie zich toch op dat pad begeeft, roept onheil over zich af en moet zich uit de voeten maken. Tot in het buitenland ben je niet veilig. Zelfs je naastbestaanden lopen het risico het met hun leven te bekopen. Toen ik dat verhaal las, dacht ik terug aan wat de journaliste Judi Rever in haar goed gedocumenteerde “In Praise of Blood” signaleerde. Met name, dat ze bij een bezoek in België permanent bescherming kreeg van de Belgische veiligheid, dood als die was dat haar hier iets zou overkomen door een interventie van de Rwandese tegenhanger. Het lijkt paranoia voor een buitenstaander maar ho, als je met het dictatoriale Rwandese regime hommeles hebt, boer, pas op je ganzen. Ook al verblijf je op duizenden kilometers van het land van de duizend meren.

 Hinken

 Soms hinkt Berwouts op twee benen, vervelt hij van de verhalenverteller tot de door de wol geverfde politieke analist, zoals we hem kennen uit de media en van zijn boek “Congo’s gewapende vrede”. Zo besluit hij zijn wederwaardigheden met de jonge activisten van La Lucha in Kongo met een vernietigende analyse van een bladzijde of vier van het Kabilaregime. Ik betwijfel of de oningewijde lezer waarop hij mikt dat zomaar zonder een verklarend woordenboek tot zich neemt.

Wat was dat immers ook weer met een kandidaat-president, Martin Fayulu, die de absolute meerderheid behaalt bij de verkiezingen (en hoe weten we dat overigens zo zeker?) maar zich toch het ambt ziet afsnoepen door Félix Tshisekedi, die dat klaarspeelt met de hulp van de aftredende president, Joseph Kabila, die Félix zijn vader, de eeuwige opposant, jarenlang bestreden heeft? Dat komt de oningewijde lezer niet te weten, want, ja zeker, dat is niet de bedoeling van het boek. Stoort het mij dat het hoofdstuk over Congo zo eindigt? Niet echt, want ik heb voorkennis maar het breekt de verhaallijn wel af en staat haaks op Berwouts zijn zelfverklaarde oogmerk. Ik denk dat je in die val trapt als je bestaande teksten recycleert – wat Berwouts gedaan heeft en dat is geen oneer -, hoewel ze misschien niet passen in je opzet, ik kan ervan meespreken.

De informele kanalen van de macht

 Ik citeer zo goed als exhaustief wat in mijn ogen dé passage van het boek is : “je probeert om voorbij de façade van de formele structuren, instellingen, wetten en beslissingsprocessen te kijken naar wat er zich in de coulissen afspeelt dat blijkbaar doorslaggevende invloed heeft en druk uitoefent op de spelers die zich op het toneel bevinden… Je probeert verandering… te begrijpen door de wedijver en de contestatie achter de schermen in kaart te brengen: wat zijn de belangengroepen, wat zijn de mechanismes om economische macht en welvaart te verwerven en te behouden en op welke manier proberen actoren vanuit dit perspectief de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Je doet onderzoek naar de informele sociale groepen die proberen in te grijpen, en op welke manier zij dit doen. Je zoekt naar culturele patronen en affiniteiten die ervoor zorgen dat wat er op de zichtbare en formele scène gebeurt, slechts een deel van het verhaal is.

We beseffen dat macht een kwestie is van brede netwerken en de juiste contacten, van daar te zijn waar een en ander bedisseld wordt, in Davos, op de Bilderbergconferentie, in achterafkamers, op veranda’s, hoe dan ook achter de coulissen. Dat is de rauwe werkelijkheid, geen indianenverhaal over Deep State. Zette mijn redactie indertijd de grote lijnen uit op de dagelijkse briefings of de jaarlijkse redactievergadering? Nee, natuurlijk, je kon beter de invloedrijke figuren treffen aan de koffiemachine, het urinoir of de pizzeria om de hoek. Zo werkt dat. Wie zich daarvan bewust is, gaat misschien niet meer op zoek naar een wettelijke regeling om af te dwingen dat er meer vrouwen lid zijn van de raad van bestuur van grote ondernemingen. In dat geval, nog meer dan nu, zullen de beslissingen die ertoe doen ergens anders genomen worden. Moet ik per se ook het parlement als voorbeeld uitwerken?

Achter de schermen van de Congolese verkiezingen

Fascinerend dat Berwouts op zoek gaat naar dat informele circuit. Hij doet dat niet in “Mijn leven als mushamuka” want een dergelijke materie was voer voor “Congo’s gewapende vrede”, schrijft hij. Ja, maar de wereld staat niet stil, Kris. Berwouts kondigt in het woord vooraf aan dat hij een opvolger voor zijn eersteling in de maak heeft, een boek over de machtswissel in 2019 in Congo, de “verkiezingsoverwinning” van huidig president Tshisekedi. We weten wat voor een merkwaardige, hemeltergende geschiedenis dat geweest is. We herinneren ons hoe enkele weken voor de verkiezingen van 30 december 2018 de Congolese oppositie in Genève samenkwam, op initiatief van Zuid-Afrika overigens – sterkhouder achter de schermen! – , en met name van gewezen president Thabo Mbeki, om een consensus te vinden voor één gemeenschappelijke kandidaat, een van de zeven die allemaal hun boontjes daarvoor in de week gelegd hadden. Een dergelijke aanpak bood quasi-zekerheid dat de man van Kabila, Ramazani Shadary, het niet zou halen. Tshisekedi was niet happig om naar Zwitserland te trekken, ging toch, legde zich neer bij de keuze van Fayulu en liet ’s anderendaags weten dat hij toch zelf opkwam. Toen al ging in Genève het gerucht dat hij zoete broodjes bakte met Kabila. Dat gerucht bleek dus later met de feiten te kloppen. En wat zou er gebeurd zijn als Fayulu, toen het werkelijke kiesresultaat bekend was, uiteindelijk ingestemd had met een tête à tête met Kabila zonder te eis te stellen dat de Monusco, de VN-vredesmacht, daarbij betrokken zou zijn, een eis waarop het gesprek afgeketst is?

Als we daarvan ooit het fijne zouden weten, van de tussenkomst van de Zuid-Afrikanen, de al of niet geslaagde interventie van de voormalige secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, de manoeuvres tijdens de bijeenkomst in Genève, de manier waarop Kabila en Tshisekedi tot een deal gekomen zijn, wat ze precies overeengekomen zijn en wie die afspraak gefaciliteerd heeft, de rol van de Monusco, dat zou pas licht laten schijnen op die periode van de recente Congolese geschiedenis. Speelt Kris Berwouts dat klaar? Ik wacht met spanning op de opvolger van “Mijn leven als mushamuka”.

Mijn leven als mushamuka, Schetsen van Rwanda, Burundi en Congo
Kris Berwouts
EPO, Berchem
2020
294
Deel dit artikel
Over Guy Poppe

Guy Poppe (74) is journalist. 31 jaar heeft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.