Een wegenkaart naar nergens voor de Palestijnen

De Golfoorlog van 1991 tegen Irak leidde tot een Internationale Conferentie over het Midden-Oosten in Madrid. De oorlog van Amerikanen en Britten tegen Irak tot een "roadmap" (wegenkaart) naar vrede in het Midden-Oosten. Het valt te vrezen dat de wegenkaart even weinig zal bereiken als de Conferentie en slechts een rad voor de ogen is van de gefrustreerde Arabieren.

De tekst van de"roadmap" werd donderdag 1 mei aan de Israëlische premier Ariel Sharon en aan de Palestijnse premier Mahmoed Abbas, alias Aboe Mazen, overhandigd. Een volledige tekst was op het ogenblik dat dit werd geschreven niet beschikbaar. Enkel de grote trekken zijn dus bekend. Het opvallendste punt is dat er tegen eind dit jaar een "voorlopige" en in 2005 een "definitieve" Palestijnse staat zou zijn. Kortom, het conflict in het Midden-Oosten zou in 2005 – want er worden ook vredesbesprekingen tussen Israël en Libanon en Syrië voorzien – moeten zijn opgelost. Wie dat gelooft is, zoals de uitdrukking zegt, "goed zot".

Drie fasen

Aan de wegenkaart is sedert halfweg vorig jaar gewerkt door de VS, in samenwerking met Rusland, de Europese Unie en de Verenigde Naties – een viertal dat de naam "het kwartet" kreeg. Het ontstond nadat president George Bush, in de hoop steun te werven voor zijn oorlogsplannen tegen Irak, plots besloten had dat er naast Israël een Palestijnse staat zou komen. De tekst was al maanden klaar, maar Bush hield hem tegen totdat de Palestijnen, naar analogie met Irak, een "regimewissel" zouden hebben doorgevoerd. Wat inmiddels is gebeurd: Yasser Arafat blijft wel president, maar het grootste deel van zijn bevoegdheden is overgegaan in handen van premier Mahmoed Abbas.

Het is een uitermate onrealistische tekst, waarvan niet eens duidelijk is of het een bindende, niet amendeerbare tekst is of een ontwerp dat nog alle kanten uit kan. In een eerste fase voeren de Palestijnen verdere "democratische" hervormingen door en staken elk geweld tegen Israël. De Israëli’s trekken zich terug uit de sedert september 2000 herbezette Palestijnse gebieden, ontmantelen de sedert maart 2001 gebouwde kolonies en bevriezen de groei van de andere. Zowel Israëli’s als Palestijnen publiceren elk een verklaring waarin ze het bestaanrecht van de andere staat erkennen.

Onduidelijk is of dat alles tegelijkertijd of achtereenvolgens dient te gebeuren. Mahmoed Abbas verwerpt alle Palestijns geweld en kondigde al aan dat hij het zal bestrijden. Maar zal hij, zoals met Arafat het geval was, verantwoordelijk worden gesteld voor elke Palestijnse actie? En zullen zo’n onmogelijk te voorkomen acties als grond worden aanvaard om het "vredesproces" stop te zetten. En wat als Israël zijn troepen niet terugtrekt en geen kolonies ontmantelt, wie gaat dat afdwingen?

In de tweede fase opent een internationale conferentie vredesbesprekingen tussen Israël en Syrië en Libanon en besprekingen tussen Israëli’s en Palestijnen over de grenzen van de op te richten Palestijnse staat. Hoe dat ook afloopt, tegen eind dit jaar zou er een "voorlopige" Palestijnse staat moeten zijn.

In de derde fase worden op een nieuwe internationale conferentie de overeenkomsten over de grenzen van de Palestijnse staat bekrachtigd en worden onderhandelingen opgestart over de kwestie Jeruzalem en over het probleem van de Palestijnse vluchtelingen. Pas als die kwesties geregeld zijn komt er een onafhankelijke Palestijnse staat.

Regimewissel in Israël

Een belangrijke vraag is of er een Israëlische regering te vinden is die bereid is tot de toegevingen die in de "wegenkaart" worden gevraagd. Het antwoord is zonder mee "nee". Zelfs met de socialistische Arbeidspartij zou dat onmogelijk zijn. In feite zou er een "regimewissel" moeten komen in Israël en zou dat land "democratische hervormingen" moeten doorvoeren, in die zin dat elke discriminatie tussen joden en Palestijnen wordt weggewerkt. Dat zou betekenen dat Israël ontdaan wordt van zijn zionistisch karakter – en de bestaansreden van Israël is juist het zionisme.

Zeker met de huidige regering is uitvoering van fase een onmogelijk. Het is zowat de meest extreemrechtse regering die Israël ooit heeft gehad. De kern ervan is de extreemrechtse Likoed-partij van premier Sharon en twee nog extremistischer partijen: de rabiaat intolerante Nationale Unie van Avigdor Lieberman en de Nationale Religieuze Partij. Een groep extremisten bij elkaar, die geen graten zien in racisme en openlijk praten over de verdrijving van alle Palestijnen. De Nationale Religieuze Partij is dé grote verdediger en spreekbuis van de kolonisten. Voor haar kan er ook geen Palestijnse staat komen. Laat staan een verklaring waarin zo’n staat wordt erkend.

Men kan er dus gewoon op wedden dat Sharon eerst het onmogelijke zal vragen: het einde van elk geweld tegen Israël. Dat kan niemand garanderen, noch Arafat noch Mahmoed Abbas, hoezeer ze het ook willen. Israël heeft daarbij ook flink geholpen: de hele politie- en veiligheidsinfrastructuur van de Palestijnen werd de voorbije paar jaar systematisch vernietigd en Palestijnse politiemannen hebben geen bewegingsvrijheid tussen de tientallen stukjes "autonoom" Palestijns gebied. Evenmin hebben ze controle op Palestijnen in Israël en op de mogelijkheden dat die zich daar springstoffen en wapens aanschaffen, wat in het verleden meermaals is gebeurd. Maffiagroepen en ook soldaten hebben, zoals in het verleden al is gebleken, weinig scrupules als ze goed geld kunnen verdienen.

Amerikaanse druk

Om enige beweging te krijgen in Israël zou er zware Amerikaanse druk nodig zijn. In normale omstandigheden ligt dit al zeer moeilijk in Washington gezien de invloed van de pro-Israëlische lobby, die ook de grote en invloedrijke groep van christelijke fundamentalisten omvat. Maar met de regering van Bush jr. lijkt het helemaal uitgesloten. De groep neoconservatieven, te vertrekken van vice-president Dick Cheney, over defensieminister Donald Rumsfeld en zijn adjunct Paul Wolfowitz tot vele anderen op sleutelposten in de administratie, zijn onvoorwaardelijke fans van Israël.

Ook komen de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 in het zicht. Bush jr. zal het zeker niet wagen zijn herverkiezing in gevaar te brengen door de joodse lobby tegen de haren in te strijken. Traditioneel is in de Verenigde Staten een verkiezingsjaar een jaar waarin de hele Midden-Oosten-diplomatie stil ligt. Sharon hoeft het dus nog enkele maanden te rekken om veilig te zijn tot einde 2004. Er zou dus niets meer of niets minder dan een mirakel nodig zijn om vóór 2005 enige beweging in het dossier te krijgen.

Als men eigenlijk het probleem in het Midden-Oosten echt wil oplossen zou men eerder dan een "wegenkaart" een oplossing op papier moeten zetten, die gestoeld is op de vele resoluties van de Verenigde Naties. Men zou dan ook bewijzen dat er niet met twee maten en gewichten wordt gewerkt, één voor Irak en één voor Israël. Dat houdt in: volledige terugtrekking uit alle in 1967 bezette gebieden, Oost-Jeruzalem inbegrepen, recht op terugkeer voor de Palestijnse vluchtelingen of compensatie voor degenen die niet terug willen. Desnoods zou het sanctiewapen moeten worden aangewend, wellicht ook echte wapens, om de naleving van de resoluties af te dwingen. Maar dat lijkt niet haalbaar: Israël mag zich van de VS, en ook van Europa, alles permitteren. Dat is dan ook de reden waarom de "wegenkaart" een kaart naar nergens en niets dreigt te worden.

(Uitpers, nr. 42, 4de jg., mei 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 53 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook