Een verhaal over verloren idealen en gevonden geld

Didier Verbruggen, ‘De uitverkoop van het ACW – Een verhaal van geld en idealen’ – Roularta Books – 264 blz.- 21,90 euro.

Twee feiten herinnerden er ons de voorbije maanden aan dat het ACW achter het scherm van een ‘christelijk werknemersverbond’, decennialang uitgroeide tot een machtige financieel-economische groep. Na de verkoop en nadien de verdwijning van het ACV-dagblad Het Volk, verdween ook de naam Het Volk als kop boven Het Nieuwsblad. En de koersval van de bank Dexia kostte Arco, de financiële poot van het ACW, dat een participatie van 18 procent in Dexia heeft, een aardige stuiver.

Beide feiten kaderen in het veel ruimere verhaal over de evolutie van het ACW (Algemeen Christelijk Werknemersverbond), de koepel van de christelijke arbeidersbeweging. Didier Verbruggen schreef er een even verhelderend als boeiend boek over: ‘De uitverkoop van het ACW – Een verhaal van geld en idealen’. Het boek verscheen in 2005, maar kreeg haast geen aandacht, hoewel het een staaltje is van doorgedreven onderzoeksjournalistiek.

Het kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos dat de onderzoeksjournalistiek aanmoedigt. Dat het boek, ondanks zijn vele kwaliteiten, haast doodgezwegen werd mag verbazing wekken. Of misschien niet. Daniel Biltereyst, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent en ex-jurylid van het Fonds Pascal Decroos, lichtte een en ander toe in de Nieuwsbrief van het Fonds (december 2007): ‘Spijtig genoeg krijgen niet alle door het Fonds gesteunde onderzoeksprojecten de aandacht die ze verdienen. Dat was zeker het geval voor ‘De uitverkoop van het ACW’ van Didier Verbruggen, een schoolvoorbeeld van nauwgezette, belangwekkende onderzoeksjournalistiek die gebruik maakt van bronnen die journalisten doorgaans aan zich voorbij laten gaan. De jury stelde zich herhaaldelijk de vraag waarom een dergelijk sterk staaltje bijzondere journalistiek zélf geen nieuws wordt en het publiek debat aanzwengelt. Was het boek te moeilijk, de teneur te ernstig, de inhoud te explosief?’ En hij voegde er deze retorische vraag aan toe: ‘Of zijn onze nieuwsmedia eenvoudigweg niet geïnteresseerd in of gediend met dit soort onthullingen?’

Om onthullingen gaat het wel degelijk in het boek van Didier Verbruggen. De auteur stelt zich drie vragen. Waarom heeft de christelijke arbeidersbeweging haar eigen bedrijvenimperium opgebouwd? Hoe komt het dat het imperium van een sociaalprogressieve beweging uitgroeide tot een miljardenindustrie? En waarom werden die bedrijven in tien jaar tijd verkocht?

Anti-socialistische coöperaties

Alles begon in de negentiende eeuw, toen het proletariaat zijn lot niet alleen via politieke en syndicale organisaties probeerde te verbeteren, maar ook via de coöperatieve onderneming. Als reactie tegen de socialistische coöperaties, richtte de christelijke arbeidersbeweging eveneens allerlei coöperaties op. Die waren een middel in de strijd tegen het socialisme. Maar in plaats van uit te groeien tot laboratoria voor zelfbestuur en dus ontvoogding van de arbeiders, werden de coöperaties echte bedrijven die weinig verschilden van hun kapitalistische concurrenten.

In de loop der jaren werden plaatselijke coöperaties, zoals spaarkassen, stilaan omgevormd tot regionale holdings die tussen de twee wereldoorlogen tot nationale eenheidsorganisaties uitgroeiden: de BAC (Belgische Arbeiderscoöperatie) die in 1935 de centrale depositokas van het ACW werd, de DVV (De Volksverzekering), de verzekeraar van de christelijke arbeidersbeweging, de winkelketen Welvaart en de bakkerijketen De Hoorn. Dat laatste bedrijf overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. De overige drie werden na de oorlog de grote geldhuizen van de beweging.

Vanwege de ingewikkelde holdingstructuur van de coöperaties en het kapitalistische beheer van de bedrijven viel het niet mee de christelijke arbeiders hier echt warm voor te maken. De beweging maakte haar leden dan maar wijs dat een aandeel in een coöperatie een morele meerwaarde had vergeleken met een kapitalistische belegging. Het tegendeel zou spoedig blijken.

De BAC speelde een hoofdrol in de geschiedenis van de christelijke arbeiderscoöperaties. Om de Welvaart; de in 1912 opgerichte vakbondskoepel ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond) en de ziekenfondskoepel LCM (Landsbond der Christelijke Mutualiteiten) het nodige kapitaal te bezorgen werd in 1925 de CV Spaarbank der Christelijke Werklieden opgericht. Die werd in 1935 omgedoopt tot BAC Centrale Depositokas. Datzelfde jaar zag het Landelijk Verbond der Christelijke Coöperaties (LVCC) het licht. In 1929 werd de NV Centrale Volksverzekering, de voorloper van de DVV, opgericht. De coöperaties werden de melkkoeien van het ACW en zijn vele takken (vakbond, ziekenfonds enz.) Ze zorgden voor propagandavergoedingen, schenkingen, dividenden, gunstige kredieten en veel meer.

Na de Tweede Wereldoorlog verdween ingevolge de ontzuiling de levensbeschouwelijke grondslag van de christelijke organisaties. Vakbond, ziekenfonds, verzekeringsmaatschappij werden dienstenbedrijven zoals andere. De leden van de christelijke coöperaties, de coöperanten, zouden ondanks alle mooie beloften over economische medezeggenschap, nooit meer in de pap te brokken krijgen dan een doorsnee kleine aandeelhouder van een beursgenoteerd bedrijf, of nog veel minder zoals de voorbije jaren bleek.

Een echte bank

Eveneens na de Tweede Wereldoorlog werd het ACW-bedrijvenimperium uitgebreid met een aantal nieuwkomers: de drukkerij Sofadi, het reisbureau Ultra Montes, het reclamebureau Accent en de buroticaverdeler Samkoburo. De BAC werd steeds meer het koninginnenstuk van de christelijke coöperatie. Onder leiding van de legendarische Hubert Detremmerie werd ze al in 1967 de derde grootste privé-spaarkas van het land. Het LVCC, het ACV en de LCM participeerden toen respectievelijk voor 59,22 en 19 procent in de BAC. Maar die derde plaats was onvoldoende voor Detremmerie. Hij wou van de BAC een echte bank maken en zo geschiedde. In 1986 mocht de spaarkas zich een spaarbank noemen. In 1994 kreeg de BAC het bankstatuut en veranderde ze haar naam in Bacob.

Voor de bankier Detremmerie moest zijn bank zich losmaken van de christelijke arbeidersbeweging om ongehinderd de kapitalistische toer te kunnen opgaan. Vanaf 1983 verdween in de jaarverslagen van de BAC iedere verwijzing naar het ACW. Participaties in privé-bedrijven en kapitalistische projecten werden het hoofddoel van Detremmerie. Dat leidde soms tot protesten binnen de ACW-familie. Zo moest de Detremmerie in 1974 zeer tegen zijn zin onder druk van de Landelijke Bediendencentrale (LBC) een participatie in Gevaert ongedaan maken. Maar vanaf het einde van de jaren tachtig kon Detremmerie zijn gangen gaan. Zo vormde de BAC samen met de DVV en de Generale Maatschappij een joint-venture, de NV Leopoldruimte, een vastgoedproject voor de uitbouw van de Brusselse Leopoldwijk.

De BAC keek al vlug verder dan de nationale grenzen en schuwde geenszins de fiscale paradijzen. De bank werd actief in Luxemburg, Ierland, het Amerikaanse Delaware, de Kaaimaneilanden en andere winstgevende oorden. Via vestigingen in Den Haag en de Londense City trad ze op als beursmakelaar en vermogensbeheerder voor welgestelde burgers, bedrijven en institutionele beleggers.

De overige ACW-bedrijven leefden zich eveneens ten volle uit in het kapitalistische landschap. De DVV belegde in eigendommen die de Welvaart afhuurde. Een aantal ACW-vakantiehuizen werden met de financiële steun van de DVV verworven. De DVV participeerde in sociale bouwbedrijven en belegde in hypotheekleningen voor privé-personen. Het reclamebureau Accent raakte in 1980 bij de top-5 van de Belgische reclamebureaus. Het werkte niet alleen voor de ACW-bedrijven, maar ook voor grote privé-bedrijven zoals Coca-Cola en Unisys en, hoe kon het ook anders, voor de toenmalige CVP. In 1989 richtte Accent de NV Leeward & Windward op dat het nieuwe reclamebureau van het ACW werd. De ACV-krant Het Volk, die tussen haakjes tussen 1958 en 1968 de grootste katholieke krant van België en nummer drie op de Belgische dagbladmarkt na Le Soir en Het Laatste Nieuws was, participeerde eind de jaren tachtig in de commerciële omroep VTM.

Geen sentimenten, maar dividenden

In de jaren negentig verliezen de ACW-bedrijven iedere band met ‘de beweging’ en worden ze stuk voor stuk overgenomen door zuiver kapitalistische bedrijven. Hoofdrolspeler in die uitverkoop is Rik Branson die bij de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV) werkte en in 1989 lid werd van het directiecomité van het LVCC. Samen met een herschikking van het aandeelhouderschap van de coöperatieve bedrijven zorgt hij voor een naamsverandering. De coöperatieve ACW-tak heet vanaf dan Groep Arco, de holding LVCC wordt Arcofin. In december 1990 fusioneren de 24 gewestelijke coöperatieve maatschappijen tot de CV Arcopar. Arcofin wordt de financieringsholding voor de financiële bedrijven van het ACW (BAC en DVV). Referentieaandeelhouder van Arcofin is de holding Arcopar. Voortaan wordt het coöperatieve patrimonium van het ACW beheerd door bankiers. Voor hen geldt het devies: ‘Geen sentimenten, maar dividenden’.

Dat zal vlug blijken uit de grote uitverkoop waartoe de ACW-bankiers overgaan. Vanaf 1991 wordt Samkoburo geleidelijk overgenomen door de Ahrend Groep, een Nederlandse multinational. In 2000 is de overname volledig rond. Op 1 januari 1993 neemt het boekbedrijf Van Hemeldonck de acht Reinaert-boekhandels over die Het Volk eerder had overgenomen van de Arbeiderspers. Op 4 november 1994 bereiken toenmalig ACV-voorzitter Willy Peirens en de toenmalige directeur-generaal van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM), nu Corelio, Guido Verdeyen een beginselakkoord over de overname van Het Volk door de VUM. De redactie van Het Volk moest samenwerken met die van Het Nieuwsblad. Eind 2000 verdwijnt Het Volk en wordt het alleen maar een kopblad van Het Nieuwsblad. Inmiddels moest ook die kop eraan geloven.

Twee weken na de verkoop van Het Volk (1994) koopt de reisbureauketen BIT (Belgium International Travel) 51 procent van de aandelen van Ultra Montes. De overige 49 procent koopt BIT in 1997. Een jaar voordien kwam BIT in handen van de Duitse toerismereus TUI. Het ACW-reclamebureau Leeward & Windward komt tussen 1995 en 1997 in handen van het kleine Brusselse publiciteitsbureau Trëma. De ACV-drukkerij Sofadi wordt vanaf januari 2000 in schijven aan de VUM verkocht. De vakantiecentra Hengelhoef (Houthalen-Helchteren) en Zon & Zee (Westende) worden aan de federale regering verkocht om kortstondig als asielcentra dienst te doen. Het vakantiecentrum Iepenburg (Schoten) wordt aan de vastgoedvennootschap Minerva verkocht.

Lernout en Hauspie

Didier Verbruggen rondt zijn boek af met een verhaal over de recente geschiedenis van de ACW-bank BAC-Bacob. Op 1 januari 1995 wordt Hubert Detremmerie aan het hoofd van de bank opgevolgd door Dirk Bruneel. Daardoor is de baas van de bank voor het eerst iemand die geen enkele binding heeft met ‘de beweging’. Bruneel is een bankier zonder meer die van de ASLK komt. Hij beslist dat Bacob in 1996 een derde van het Landbouwkrediet verwerft en de Belgische leasingmaatschappij Sogelease overneemt. In 1997 gaat hij een heel eind verder. Bacob, toch ontstaan als coöperatieve bank van de christelijke arbeidersbeweging, koopt de zakenbank Paribas Bank België (PBB). Bacob wordt daardoor een onderdeel van een nieuwe financiële dienstengroep Artesia Banking Corporation (Artesia BC). Ook de DVV wordt in die groep ondergebracht. De nieuwe groep is nagenoeg volledig (99,6 procent) in handen van Arcofin. De grote slag wordt in 2001 geslagen. Arcofin ruilt dan zijn aandelen in Artesia BC voor een participatie van ruim 15 procent in de Frans-Belgische financiële groep Dexia die ontstaan is door het samengaan van het Gemeentekrediet en zijn Franse evenknie Crédit Local de France.

De overname- en participatiehonger van Bruneel is daarmee nog niet gestild. Ook de Antwerpse beursvennootschap Smeets, Verbaet & co, het Nederlandse filiaal van Paribas, de Oostenrijkse bank Die Erste, de Nederlandse verzekeraar Corona, de Gesbank , de Banque Vernes, de levensverzekeraars Belstar en Luxstar komen achtereenvolgens aan de beurt.

Maar het mooie weer kan niet blijven duren. De ACW-bankiers krijgen het wel zeer moeilijk als blijkt dat Paribas Bank België (PBB) al sinds het begin van de jaren negentig een van de huisbankiers was van Lernout en Hauspie en een consortium van banken, waartoe Artesia BC behoorde, schulden van Lernout en Hauspie herfinancierde. Het latere Dexia wordt daarom zowel in België als in de Verenigde Staten verdacht van medeplichtigheid aan de fraude bij het spraaktechnologiebedrijf.

Toogpraat

De opslorping van Artesia BC en DVV door Dexia komt bij het personeel van beide ACW-bedrijven hard aan. In een persmededeling zegt nationaal LBC-secretaris Tjeu Tijskens dat alles wordt geofferd aan de zogenaamd economische wetmatigheden. Vanwege de aangekondigde ontslagen wordt zowel bij DVV als bij Artesia gestaakt. Een analyse van de aandelenruil tussen Dexia en Arcofin door Deminor, een organisatie die de belangen van aandeelhouders verdedigt en niet meteen bekend staat als een sociaal bewogen of linkse club, spreekt boekdelen. Deminor schrijft letterlijk dat ‘het coöperatief en christelijk-sociaal karakter van Bacob en DVV zal moeten plaats ruimen voor een kapitalistisch karakter met de nadruk op de creatie van aandeelhouderswaarde’. Deminor klaagt verder de Arco Groep aan, omdat die de Arco-coöperanten niet geraadpleegd heeft over de hele operatie. Didier Verbruggen voegt er fijntjes aan toe dat hij geen enkel document met enige repliek van Arco op de analyse van Deminor heeft gevonden. Hij vond evenmin een op ideologische motieven gegronde verantwoording voor de operatie.

De toenmalige ACW-voorzitter Theo Rombouts keurt die operatie volmondig goed. In een interview met het ACW-blad Visie schaamt hij zich zelfs niet om te stellen: ‘Moesten we de erfenis van de arbeiders dan verkwanselen?’ Eerlijker maar ook brutaler dan Rombouts is Rik Branson van de LVCC. In een gesprek met De Standaard geeft hij toe ‘dat de rendementsdruk in een beursgenoteerde onderneming nog wat krachtiger is’ dan bij Bacob-Artesia. In hetzelfde gesprek reageert hij op vakbondspleidooien voor een vermogensbelasting en een taks op speculatieve kapitaalbewegingen door te stellen dat ‘de realiteit van het bankieren anders is dan die van de vakbeweging of het ziekenfonds’.

De vorige ACW-voorzitter Theo Rombouts overtreft zichzelf als hij in een gesprek met de auteur het volgende verklaart: ‘Wij hebben een economische poot en zijn bijgevolg actief in de bedrijven of participeren erin.’ De bewering dat dit niet kan voor een sociale beweging, noemt Rombouts ‘toogpraat’. ‘Wij kunnen wel verantwoordelijkheid opnemen in bedrijven. En zo is het verhaal ten einde’, aldus de toenmalige ACW-voorzitter.

(Uitpers, nr 101, 10de jg., september 2008)

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel