Een tweede kans voor Lula?

De eerste regeerperiode van president Luiz Ignácio Lula da Silva, Lual voor de Brazilianen, loopt op zijn einde. Een poging tot een balans en een vooruitblik.

Hoge verwachtingen

Het verzet tegen de militaire dictatuur in Brazilië was in de loop van de jaren tachtig uitgemond in de democratisering van de Braziliaanse instellingen, maar de echte macht bleef nog jaren in handen van de traditionele elites. Doorheen de jaren bouwde de Arbeiderspartij PT(1) aan zijn geloofwaardigheid en basis bij de bevolking. De PT gold als het antwoord op de corruptie die hoogtij vierde in Braziliaanse politieke kringen. De PT-mandatarissen zeiden waar het op stond en waren niet uit op eigen geldgewin. Van verkiezing tot verkiezing groeide het aantal PT-parlementairen in het Braziliaanse congres en de partij kreeg ook het bestuur van een aantal belangrijke grote steden in handen.

Lula speelde een hoofdrol in de stakingen, die de ruggengraat van de militaire dictatuur braken en stond mee aan de wieg van de PT. Toen hij na drie mislukte pogingen in 2002 dan eindelijk tot president werd gekozen, waren de verwachtingen bij progressief Brazilië dan ook hoog gespannen. De ‘transformatie van de samenleving’, waar de PT voor stond, zou de Braziliaanse maatschappij ingrijpend veranderen. Het welzijn van heel de Braziliaanse bevolking, en niet enkel dat van de elites, zou richtinggevend zijn voor het beleid, en met de corruptie zou helemaal afgerekend worden. Ambitieus was dat wel. Maar zowel intern als extern waren er serieus beperkende randvoorwaarden. Extern zat Brazilië flink onder de knoet van het IMF(2) en de financiële markten, intern moest de PT in het congres verregaande compromissen sluiten om tot een enigszins stabiele meerderheid te komen.

De vervloekte erfenis

Om het IMF en de financiële markten gerust te stellen, hadden alle presidentskandidaten zich nog vóór de verkiezingen van 2002 geëngageerd om de buitenlandse schuld achteraf netjes te blijven afbetalen. Brazilië kon blijkbaar geen kant uit door ‘a herança maldita’, ‘de vervloekte erfenis’ van 8 jaar neoliberaal beleid onder Fernando Henrique Cardoso. Dit engagement betekende de ‘doorstart’ van eenzelfde monetaire politiek onder Lula. Om de inflatie onder controle te houden, werd een strikt begrotingsbeleid gevoerd, met een jaarlijks overschot van meer dan 4%. Samen met de afbetaling van de schuld liet dit weinig ruimte voor investeringen in sociaal beleid en infrastructuur.

De torenhoge intresten – nog iets waarin Brazilië wereldkampioen is – die betaald worden op de interne staatsschuld, zijn een gouden zaak voor de financiële sector en de kapitaalkrachtige bovenlaag van de Braziliaanse bevolking. Nooit in het verleden maakten de banken zoveel winst. Maar de hoge intresten ontmoedigen tegelijkertijd de investeringen in productieve activiteiten. Het gaat niet echt goed met de industrie in Brazilië. Einde mei 2006 nog was er grote sociale onrust in São Paulo nadat Volkswagen, een van de hoekstenen van de autoassemblage in São Paulo, verregaande herstructureringen aankondigde.

De Braziliaanse economie groeide wel flink tijdens de regeerperiode van Lula, maar in vergelijking met de rest van Latijns-Amerika bungelt Brazilië toch maar aan de staart van het peloton, enkel nog gevolgd door Haïti. Deze groei resulteerde wel in een toename van de werkgelegenheid, die heel wat hoger is dan het palmares dat Lula’s voorganger kan voorleggen.

Bolsa escola

Het paradepaard van Lula’s sociaal beleid is de ‘bolsa escola’ of schoolbeurs. Om te voorkomen dat families met een laag inkomen hun kinderen laten werken om bij te dragen in het levensonderhoud voor het gezin, maar zo hun eigen toekomst hypothekeren, krijgen deze families een financiële bijdrage als ze hun kinderen school laten lopen. Dit initiatief is zeer succesvol en is toch wel een van de maatregelen waarmee de regering Lula een verschil maakt met de regering van Fernando Henrique Cardoso. Het is mee verantwoordelijk voor de verbetering van een aantal sociale indicatoren, zoals het aantal mensen beneden de armoedegrens. Ook de Gini-coëfficiënt, die de inkomensongelijkheid binnen de samenleving weergeeft, evolueert richting minder ongelijkheid, al blijft Brazilië ook hier wereldkampioen. Kritische stemmen beweren overigens dat het hier vooral gaat om een herverdeling tussen middenlaag en onderlaag en dat de toplaag van de Braziliaanse samenleving buiten schot blijft. Bolsa Escola is hoe dan ook de voornaamste oorzaak van de toegenomen populariteit van Lula bij deze lagen van de bevolking.

Geen landhervorming

In het Braziliaanse binnenland vindt men net zoals in de steden enorme contrasten. Enerzijds archaïsch grootgrondbezit met extensieve veelteelt en een expansieve akkerbouwsector, die vlot inspelen op internationale markten. Anderzijds kleinschalige familiale landbouw, die vooral lokale markten bevoorraadt, en een leger van 4.000.000 landlozen, dat het moet stellen met tijdelijke seizoensarbeid op grote landbouwbedrijven. De PT heeft in het verleden steeds een echte landhervorming en steun voor een familiaal landbouwmodel gepropageerd. Bij de regeringsvorming is het beleidsdomein landbouw echter toegewezen aan Roberto Rodrigues, een van dé vertegenwoordigers van de agrobusiness. Miguel Rosetto van de PT werd minister van plattelandsontwikkeling, een ministerie zonder mensen en middelen. Tot ontgoocheling van de sociale bewegingen, waarvan de landlozenbeweging MST de bekendste is, is het mainstream beleid helemaal gericht op de bevordering van de exportlandbouw. Voor de familiale landbouw vallen nog wel enkele kruimels van tafel, maar van landhervorming is er nauwelijks nog sprake.

Ook in de legalisering van de genetisch gemanipuleerde soja, nochtans illegaal het land binnengebracht vanuit Argentinië, heeft de lobby van de agrobusiness het gehaald van Marina Silva, de minister van leefmilieu en in een vroeger leven strijdmakker van Chico Mendes. Grote soja- en veeboeren verwoesten het woud en verdringen lokale gemeenschappen. Bij de recente instorting van de sojaprijs werd op één maand tijd een enorme subsidie vrijgemaakt voor deze sector, maar de plannen ter ondersteuning van een duurzame ontwikkeling van het Amazonegebied met betrokkenheid van lokale gemeenschappen, blijven in de schuif liggen. In 2004 verminderde het Amazonewoud overigens met een oppervlakte zo groot als België. En het was pas nadat de hele wereld met afschuw gereageerd had op de moord op de Amerikaanse zuster Dorothy Stang dat er doortastend opgetreden werd tegen de illegale ontbossing en het geweld in het gebied. Het is nog afwachten of deze doortastendheid zich verder zet in de toekomst.

Brazilië in de wereld

Op internationaal vlak heeft Lula wel enkele bakens verzet. Zeker in de beginperiode van zijn regering heeft Brazilië een stimulerende rol gespeeld om de regionale integratie binnen Latijns-Amerika te bevorderen en om het subcontinent niet langer aan het handje te laten lopen van de noordelijke broer. Dit kende zijn hoogtepunt in het afspringen van de onderhandelingen over de Vrijhandelszone van de Amerika’s(3) in 2005, mede als gevolg van een massale protestbeweging in heel Latijns-Amerika. Ook op andere continenten werden de banden met landen uit het zuiden (o.a. Zuid-Afrika, India en China) aangehaald en stond Brazilië een multilaterale aanpak voor. Binnen de wereldhandelsorganisatie leidde Brazilië de G20-coalitie, tegen de EU en de VS in. Maar het was eens te meer ondersteuning van de liberaliseringagenda, die de Braziliaanse agro-industrie zou ten goede komen ten koste van kleine boeren in Brazilië en elders ter wereld.

Een partij als een ander

Een vaststelling van een andere orde, maar daarom niet minder ontluisterend, is dat de PT een partij als een andere gebleken is, wat betreft de ethiek in de politiek. Na beschuldigingen over gesjoemel met campagnegelden en omkoperij bij stemmingen in het congres zijn José Dirceu en Antonio Palocci, twee Lula-getrouwen in de regering, moeten aftreden. Lula heeft van bij aanvang gesteld dat onregelmatigheden moeten onderzocht worden en de schuldigen gestraft. Hij blijft voorlopig gespaard. Maar de partij is duidelijk haar maagdelijkheid kwijt. Vanuit de geschokte basis probeert men nu weer grip op de PT te krijgen.

Lula 2006?

Bij de komende presidentsverkiezingen is de belangrijkste tegenkandidaat Geraldo Alckmin, gouverneur van São Paulo en de morele erfgenaam van de vorige president Fernando Henrique Cardoso. In de laatste peilingen ligt Lula ruim voorop. Het verlies aan krediet bij de oorspronkelijke basis van de PT wordt blijkbaar ruimschoots goedgemaakt door een stijgende populariteit bij de armste lagen van de bevolking. Bovendien kreeg het imago van Alckmin een serieuze knauw door de uitbarstingen van geweld in de gevangenissen van de staat en de willekeurige golf van repressie die er op volgde in mei 2006. Het lijkt er dus op dat Lula een tweede kans krijgt om werk te maken van de ‘transformatie van de samenleving’.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Geert Fremout is werkzaam bij VODO

Noten:

(1) Partido dos Trabalhadores

(2) Internationaal Monetair Fonds

(3) Port.: ALCA Area de Livre Comércio das Américas, eng : FTAA Free trade Area of the America’s

Visited 5 Times, 1 Visit today

Tags :