Een overwinning voor de business, een nederlaag voor de volkeren

“Zij” hebben gewonnen. “Wij” hebben verloren. Een andere balans valt er niet op te maken na de zesde ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Hongkong (13 tot 18 december 2005).

De politieke elite en de media hebben veel aandacht besteed aan de “winst”, die de ontwikkelingslanden zouden hebben geboekt. Daarbij verzwijgen ze wel dat het precies de ontwikkelingslanden zijn, die de prijs zullen betalen voor de beslissingen, die in Hongkong zijn genomen ten gunste van de rijke landen.

De Westerse regeringen, die in dienst staan van de grote transnationale ondernemingen, hebben zich van hun spaarzaamste kant getoond en de landen van het Zuiden wat kruimels toegeschoven. Een eerlijk verslag over het akkoord van Hongkong vereist een volledige voorstelling van zaken. Wat hebben de ontwikkelingslanden bereikt? En wat hebben de rijke landen binnengehaald? En welke prijs zal het Zuiden hiervoor mogen ophoesten?

Landbouw

De ministerconferentie van Hongkong heeft de landen van het Zuiden een belofte gedaan en een concreet engagement op zich genomen.

De belofte luidt: de ontwikkelingslanden hebben het recht om hun producten te beschermen, die van vitaal belang zijn. Maar meer dan een belofte is dit niet. En wij weten inmiddels wat beloften van Europeanen en Amerikanen waard zijn binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Sinds 1994 volgt de ene belofte de andere op. Concrete beleidsbeslissingen volgen er echter nooit.

Het engagement dan: tegen 2013 moeten de exportsubsidies en andere steunmaatregelen aan de landbouw worden opgeheven. Goed nieuws? De Europese exportsubsidies vertegenwoordigen slechts 3,5% van de totale steun die de Europese Unie aan haar landbouw verstrekt. De afschaffing van de exportsubsidies zal “geleidelijk en parallel” gebeuren. Dat is geheime taal, die gedecodeerd moet worden. In werkelijkheid komt het erop neer dat de EU en de VSA mekaar zullen in de gaten houden om te zien of ze met hetzelfde ritme vooruitgang boeken op dit terrein. En dat zal voor de nodige ruzie zorgen. De slachtoffers van dit gehakketak zijn op voorhand bekend: de landen die te lijden hebben van de exportsubsidies van het Westen.

De tekst van het akkoord van Hongkong zegt niets over de afschaffing van de interne subsidiëring door de rijke landen, die aan de basis ligt van de dumpingpraktijken. En ook de controle op de toegelaten steun aan de landbouw komt nergens ter sprake. Er komt dus geen einde aan de wereldwijde dumping, die honderdduizenden landbouwers zal treffen en miljoenen levens zal breken. En er bestaat na Hongkong geen enkele garantie dat de ontwikkelingslanden beduidend meer toegang zullen krijgen tot de markten in het Noorden.

En vooral – maar dat is van een heel andere logica – is er geen enkele maatregel getroffen om een fundamenteel recht van de volkeren te eerbiedigen: de voedselsoevereiniteit. In naam van de vrije markt is men van plan een systeem op te leggen, waarbij het voedsel van de volkeren afhankelijk wordt gemaakt van enkele grote bedrijven uit de agrobusiness, die geen enkel respect opbrengen voor het recht van elk volk om vrij te beslissen over de eigen voeding, de vrije keuze van voedselproductie van de boeren. Kortom, geen enkel eerbied hebben voor de kwaliteit van het leven en het dagelijkse levenskader van de mensen. Hongkong gooit de weg open naar de overheersing van de wereld door enkele grote privé ondernemingen uit de agro-industrie.

Wie dan een Braziliaanse minister hoort verklaren dat “Brazilië zich geroepen voelt om heel de wereld te voeden” en wie weet dat de Braziliaanse landbouwproducten vergeven zijn van de genetisch gewijzigde organismen, voelt koude rillingen in de rug.

Het katoendossier

De Verenigde Staten moeten alle vormen van subsidie aan hun katoenproductie stopzetten. Eigenlijk is dit niet meer dan een maatregel, die door de principes van de gerechtigheid zou moeten worden ingegeven. Bovendien is de beslissing niet echt essentieel. Want de Amerikaanse katoensubsidies vertegenwoordigen slechts 10% van het totale betrokken bedrag. De beslissing regelt bovendien nergens het probleem van de interne subsidiëring, die de handel vervalst en dumping in de hand werkt. De vertegenwoordigers van de Afrikaanse Vereniging van Katoenproducenten klaagden in Hongkong terecht over het feit dat “het essentiële vraagstuk, dat van de interne subsidiëring, nooit het onderwerp is geweest van concrete maatregelen”. Vijfentwintigduizend Amerikaanse katoenboeren kunnen nog steeds meer gewicht in de schaal leggen dan miljoenen Afrikaanse producenten.

In Hongkong konden de vertegenwoordigers van de Afrikaanse staten alleen maar een bittere glimlach onderdrukken, toen ze te horen kregen dat hun landen het recht krijgen katoen naar de Verenigde Staten uit te voeren, die zelf een exportoverschot hebben. Met wie wordt hier eigenlijk de spot gedreven?

Opening van de markten

Voor het eerst in de geschiedenis van het multilateraal handelssysteem zullen alle lidstaten van de WTO verplicht worden een eenheidsformule toe te passen om de douanerechten voor alle producten te verminderen. De verwerkende industrie van de rijke landen zal vrij kunnen concurreren met de ontwikkelingslanden, die geen mogelijkheid meer zullen hebben om hun berdrijven en hun eigen verwerkende activiteit te beschermen. Men doet met andere woorden alsof de ontwikkelingslanden deze concurrentie op voet van gelijkheid kunnen aangaan.

Verscheidene studies hebben voorspeld dat deze beslissing een uiterst vijandig initiatief is voor elke vorm van duurzame ontwikkeling in de landen van het Zuiden. (Maar wat heeft deze term uiteindelijk nog te betekenen, uitgehold als hij is door alle liberalen?) Desindustrialisatie zal het logische gevolg zijn van het opengooien van de markten. En dat zal hard en uiterst direct aankomen in tal van ontwikkelingslanden. En niemand hoeft zich illusies te maken dat ook een aantal Europese landen hieraan zal ontsnappen.

De opening van de markten voor niet-landbouwproducten geldt uiteraard ook voor de natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van ertsen, wouden en visserijgebieden. De gevolgen voor het leefmilieu zullen catastrofaal zijn voor een planeet waarvan het bestaan nu al rechtstreeks bedreigd wordt door de schadelijke gevolgen van het heersende productiesysteem.

Minst ontwikkelde landen (MOL)

Er bestaat een weelderige retoriek over de noodzaak om tegemoet te komen aan de specifieke noden van de minst ontwikkelde landen, de zogenaamde MOL. Deze retoriek wordt gretig overgenomen door de meeste media, die op dit vlak elke vorm van intellectuele onafhankelijkheid hebben opgegeven. In Hongkong werden de MOL op een geste onthaald, die nochtans enige kritische kanttekeningen vereist. De MOL hebben voortaan vrije toegang tot de markten van de rijke landen met “een franchise op de invoerrechten en zonder invoerquota voor de producten die afkomstig zijn uit de MOL”.

Maar de rijke landen behouden zich het recht voor deze opening van hun markten te beperken tot 97% van de producten die afkomstig zijn uit de MOL. Ze eisen met andere woorden de vrijheid op om quota en taksen op te leggen voor de resterende 3%, waardoor het hen vrij staat de belangrijkste exportproducten van de MOL te weigeren: rijst, suiker en textiel bijvoorbeeld. Wat bij Martin Khor, de directeur van het Third World Network, de pertinente opmerking ontlokte: “zij hebben de MOL rechten toegekend op domeinen, waarop ze die rechten nooit zullen kunnen uitoefenen”.

Diensten

De onderhandelingsmodaliteiten over de toepassing van het GATS (General Agreement on Trade in Services – Algemeen Akkoord inzake de Handel in Diensten), waarop de Europese Unie en haar vijfentwintig lidstaten aandringen, werden in Hongkong aanvaard. Daardoor staat niets de toepassing van de technische modaliteiten nog in de weg om de lidstaten van de WTO te verplichten om hun dienstensector te liberaliseren. Er werd zelfs een kalender vastgelegd om tegen eind 2006 tot concrete resultaten te komen. Geen enkele dienstenactiviteit zal eraan ontsnappen, behalve het leger, de magistratuur, de ordestrijdkrachten en de administratieve diensten van de nationale, regionale en plaatselijke overheid. De gezondheidszorg, het onderwijs, het openbaar vervoer en het transport, de maatschappelijke dienstverlening, de culturele en audiovisuele sector (en het zijn maar enkele voorbeelden) zijn voortaan het doelwit van de meest liberale regeringen, ongeacht het grondgebied of het land waar deze dienstverlening wordt verstrekt.

Meer dan ooit wordt het concept openbare dienst direct bedreigd. Voor de ontwikkelingslanden is de flexibiliteit, die in het GATS wordt verdedigd, niet meer dan een lege doos. Levensnoodzakelijke dienstverlening (zoals water en energie) zal alleen nog toegankelijk zijn voor mensen die ervoor kunnen betalen. De gevolgen hiervan voor de landbouwers en hun gemeenschap zijn nauwelijks te overzien. Voor ons, Europeanen, is er slechts één reactie mogelijk: een categorisch nee tegen de Europese richtlijn, die beter bekend staat als het voorstel Bolkestein. Want deze richtlijn blijft het legale kader om het GATS binnen de Europese Unie gestalte te geven. Het voorstel Bolkestein verwerpen is een eerste stap in de volledige verwerping van het GATS. Februari wordt in Straatsburg hiervoor een belangrijk rendez-vous.

Gezondheid en intellectuele eigendom

De regeringen van de WTO-lidstaten hebben inmiddels een misdaad tegen de mensheid gelegaliseerd. De Europese Unie, de Verenigde Staten en Zwitserland zijn het erover eens geraakt de fabelachtige winsten van hun farmaceutische, multinationale bedrijven veilig te stellen. Zij beslisten om de voorlopige maatregel van 30 augustus 2003 over de toegang tot levensbelangrijke geneesmiddelen van landen, die zelf geen farmaceutische productiecapaciteit hebben, in een internationaal verdrag op te nemen. Het mechanisme om deze maatregel ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen – zo is inmiddels gebleken – werkt gewoon niet.

Maar er verandert niets: wie ziek is, kan zich niet laten verzorgen, omdat de geneesmiddelenprijs veel te hoog is. We schrijven 2005! Het lot van miljoenen mensen laat de regeringen van de Europese Unie en de politieke partijen, die hen steunen, totaal onverschillig. Het enige wat ze voorstellen is een terugkeer naar de liefdadigheid. En dat is een uiterst geniepige manier om een van de meest fundamentele mensenrechten te negeren. Dit alles laten we beter niet uit ons geheugen wissen, want zij die deze keuze hebben gemaakt behoren tot een welbepaalde menselijke categorie: die van de misdadigers.

Tijd voor een balans

Het is inderdaad de hoogste tijd voor een balans. En die is drievoudig.

Ten eerste is de economische vooruitgang via de ongebreidelde en door de WTO-akkoorden niet gestuurde vrije markt niet verifieerbaar. Het levensniveau van de volkeren verbetert niet. Overal waar onder druk van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds steeds meer regels en programma’s worden opgelegd, wordt het vrije-marktdenken van de WTO scherp duidelijk: de autonome voedselvoorziening gaat zienderogen achteruit en honderdduizenden banen in de landbouwsector gaan verloren. China wordt vaak als voorbeeld aangehaald voor het succes van herinvoering van het kapitalisme. Maar terzake doende cijfers worden meestal weggemoffeld. Vijfentwintig miljoen Chinezen – en dat kan iedereen alleen maar verheugen – hebben een fatsoenlijk levensniveau bereikt. Maar wat is er van de één miljard driehonderd vijfenzeventig miljoen anderen? De Chinezen hebben een nieuwe bourgeoisie zien ontstaan. En dat is het dan. De vraag blijft prangend: waar in de wereld heeft de rijkdom, die door de vrije markt werd geproduceerd ten behoeve van enkelen, de ellende van het grootste aantal planeetbewoners kunnen temperen?

Zelfs het welzijn van de consumenten is niet verbeterd. Regeringen, politieke partijen et media, die verknocht zijn aan het liberalisme, slaan ons constant om de oren met het argument dat de verbruiker de eerste begunstigde is van de liberalisering. Wil er eens iemand opstaan om ons te vertellen dat de liberalisering van de watermarkt voor een prijsdaling van de kubieke meter water heeft gezorgd? Kent iemand één voorbeeld van de daling van de kilowattprijs voor elektriciteit na een liberalisering van de elektriciteitsmarkt? Helaas is het tegendeel waar. De Afrikaanse landen, die de vergissing hebben begaan om geloof te hechten aan het liberale propagandasprookje, betalen vandaag meer voor hun water. En dat water is bovendien van een slechtere kwaliteit en niet eens overal beschikbaar.

De vrije markt kan geen doel op zich zijn. De vrije markt is een methode. En zij moet dringend worden omkaderd en gewijzigd. Omkaderd omdat zij eindelijk ten dienste zou staan van andere belangen dan het winstbejag. Gewijzigd omdat de vrije handel tussen verschillende partners (met een verschillend niveau) steeds leidt naar de verplettering van de zwaksten door de sterksten. Het vrije marktsysteem dat door de WTO wordt verdedigd schaft elke vorm van omkadering af en ontkent systematisch de verschillen tussen de handelspartners. De WTO staat net voor het tegenovergestelde. Er bestaat niet een maatregel in de WTO-akkoorden, die betrekking heeft op de privé sector. Er bestaat niet één concrete en efficiënte maatregel die landen beschermt tegen de veralgemeende deregulering, die de WTO-akkoorden overal opleggen.

Ten tweede: de beloften, die aan de ontwikkelingslanden werden gedaan – en meer bepaald aan de minst ontwikkelde landen – werden nooit nageleefd. De fraseologie over ontwikkeling was al in 1994 een vast bestanddeel van de Akkoorden van Marrakech en diende om de ontwikkelingslanden, die toen bij de oprichting van de WTO al lid waren van het GATT (General Agreement on Tariffs and Trade – Algemeen Akkoord inzake Tarieven en Handel), te lijmen en ze te doen instemmen met een wilde vrije handel op domeinen die in de verste verte niets met handel (in de zin van uitwisseling van goederen en producten) te maken hadden. En het is altijd bij fraseologie gebleven. Concrete maatregelen kwamen er niet.

De ontwikkelingsfraseologie was ook aanwezig in het WTO-onderhandelingsprogramma van Doha, waardoor de wilde vrije handel moest worden uitgebreid tot nieuwe domeinen. En ook in Hongkong werden geen concrete ontwikkelingsinitiatieven genomen.

Het volstaat om even twee maatregelen onder de loep te nemen, die betrekking hebben tot de minst ontwikkelde landen. In 1994 stond in artikel 11, paragraaf 2 van het akkoord dat tot de oprichting van de WTO leidde het volgende: “de minst ontwikkelde landen, die als dusdanig door de Verenigde Naties zijn erkend zijn niet verplicht verbintenissen aan te gaan of toegevingen te doen, tenzij ze in overeenstemming zijn met de ontwikkelingsbehoeften, de financiën en de handel van elk van deze landen of met hun administratieve en institutionele capaciteiten.”

In 2005, na elf jaar inspanningen van de regeringen in het Zuiden en van de niet-gouvernementele organisaties, na talloze beloften van de Europese regeringen, de Europese Commissie, de Verenigde Staten, Japan en hun satellieten en na constant herhaalde mooie woorden over ontwikkeling van politici en hun vertegenwoordigers in de media, blijft er in de in Hongkong goedgekeurde tekst dit over: “wij bevestigen dat de minst ontwikkelde landen, niet verplicht zijn verbintenissen aan te gaan of toegevingen te doen, tenzij ze in overeenstemming zijn met de ontwikkelingsbehoeften, de financiën en de handel van elk van deze landen of met hun administratieve en institutionele capaciteiten.” (Bijlage F – bijzondere en gedifferentieerde behandeling).

Van vooruitgang gesproken!

Ten derde: Hongkong betekent het pijnlijke einde van een illusie. Talrijke regeringen uit het Zuiden hebben te goeder trouw geloof gehecht aan de beloften van de Akkoorden van Marrakech uit 1994 en het onderhandelingsprogramma, dat de WTO in 2001 in Doha had aanvaard. Andere regeringen geloofden deze beloften niet, maar deden alsof ze niet wisten dat deze beloften slechts één doel hadden: hun instemming krijgen voor maatregelen, waarvan alleen de rijke landen beter werden.

Alle regeringen beriepen zich op deze teksten om concrete maatregelen te eisen. Dat leidde tot vier jaar aanslepende onderhandelingen in Genève, waar telkens opnieuw pathetische, maar loze oproepen werden gelanceerd en waar telkens weer opnieuw werd verwezen naar de oriëntaties van een programma dat volstrekt ten onrechte “Agenda van Doha voor Ontwikkeling” werd genoemd.

Samen met een aantal regeringen hebben bepaalde niet-gouvernementele organisaties de beloften van Marrakech en Doha ernstig genomen. Zij hebben zich in een intensief analysewerk gestort, ze hebben voorstellen geformuleerd, samen met instellingen als de Europese Commissie of de WTO. Zij hebben de regeringen van het Zuiden – en meer bepaald die van de Afrikaanse landen – ertoe aangezet mee te gaan in onderhandelingen over akkoorden, die evenwichtiger zouden zijn en plots zouden leiden tot een omkaderde en gewijzigde vrije handel. Met andere woorden zij zijn krediet blijven verlenen aan een onderhandelingsspel, waarvan de regels op voorhand vastlagen. Zij hebben de illusie onderhouden dat het mogelijk was om resultaten te boeken, omdat ze illusies hadden in de goede trouw van rechtse en linkse liberalen uit Europa en de Verenigde Staten en hun beloften over ontwikkeling en solidariteit. Zij hielden de illusie in stand dat de WTO kon functioneren volgens de regels van het recht. Zij deden geloven dat gangsters zich plotseling als engelen zouden gedragen.

De mislukking van Hongkong is tegelijk de mislukking van deze strategie van de regeringen en de niet-gouvernementele organisaties die hen advies hebben geboden. Hieruit moeten de nodige conclusies worden getrokken. Volharden in de boosheid zou de slechts mogelijke keuze zijn.

Hoop opbouwen

Er bestaan in het Noorden en in het Zuiden verenigingen en niet-gouvernementele organisaties, die opmerkelijk werk verrichten zowel op analytisch als pedagogisch vlak. Zij laten zich niet bedriegen door schone schijn. Er bestaan in het Noorden en in het Zuiden parlementariërs, die niet toegeven aan het neoliberalisme en zich niet lenen tot het toedekken van de desastreuze gevolgen ervan.

In Hongkong hebben Afrikaanse parlementsleden het woord gevoerd over het GATS, uiterst competent en met overtuigingskracht (1). Maar ze werden geïsoleerd en dus niet gehoord. De lessen trekken uit Hongkong voor al diegenen, die zich verzetten tegen een wereld van de commercie, vereist de opbouw van een nieuw internationalisme, gebaseerd op eerbied voor de verscheidenheid en uiteenlopende, maar complementaire opvattingen. Het betekent echter ook dat het netwerk van de andersglobalisten naar een geloofwaardig politiek verlengstuk op zoek moet.

Wij zijn de eenentwintigste eeuw binnengestapt, waarin de moderniteit verondersteld wordt te steunen op politieke achteruitgang en sociale afbraak en waarin wordt teruggegrepen naar een negentiendeeeuwse uitbuiting op lokaal en internationaal vlak.

Hoe kan men ongevoelig blijven voor waar het om gaat: de soevereiniteit van de volkeren en bovenal de waardigheid van de menselijke persoon? De politieke en sociale verworvenheden, waarvoor onze voorouders hebben gevochten, soms met inzet van hun eigen leven, vormen het directe doelwit van de akkoorden van de WTO en de huidige onderhandelingen binnen deze organisatie. Waar praten de rechtse en de linkse liberalen, die in dienst staan van het patronaat, in werkelijkheid over tijdens de WTO-onderhandelingen? Het algemeen stemrecht van elke efficiëntie ontdoen, de openbare overheid van elke actiemogelijkheid beroven, alle systemen voor de herverdeling van de geproduceerde rijkdom ontmantelen.

Men kan er niet langer naast kijken: de rechten die door de Verenigde Naties werden geformuleerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in het Internationaal Pact over de Economische, Sociale en Culturele Rechten en in het Internationaal Pact over de Politieke en Burgerrechten – drie van de meest verregaande teksten van de mensheid –worden vandaag systematische vertrappeld.

De strategie van de rechtse en de linkse liberalen is overal dezelfde: binnen de WTO wordt de dekolonisatie op de helling gezet; in Europa worden het algemeen stemrecht, de fundamentele individuele en collectieve vrijheden en de georganiseerde solidariteit constant onderuit gehaald. De macht om bindende regels uit te vaardigen wordt doorgeschoven naar instellingen als de WTO of de Europese Unie, die aan elke reële democratische controle ontsnappen. Wat door nationale instanties aan hun burgers werd gegarandeerd, wordt van bovenaf tenietgedaan. Wat door de Verenigde Naties aan alle wereldburgers werd toegekend, wordt voortaan straal genegeerd.

Men kan er ook niet langer omheen dat dezelfde conservatieve restauratie aan het werk is als we de rechtse en linkse liberalen hun “ja” aan het Europese grondwettelijke verdrag horen verdedigen en als we ze de akkoorden van de WTO enthousiast horen toejuichen.

Waarom zouden we niet durven wijzen op de actualiteit van de oude oproep tot eenheid van alle slachtoffers van wat nog niet zo lang geleden kapitalisme heette en zich vandaag als neoliberalisme voordoet? Vandaag zoals gisteren betekenen beide niets anders dan de macht van het geld.

Waarom zouden we verzwijgen dat de strijd nooit opgehouden heeft te bestaan? Gisteren werden we barbaren genoemd, daarna slaven, plebs, laten en horigen en nog later proletariërs. Vandaag noemen ze ons uitschot, maar we worden nog steeds uitgebuit. Sommigen onder ons – omwille van onze geografische ligging – maken zich vandaag eens te meer de medeplichtigen van de uitbuiting, waarvan de WTO, de VSA en net zoals ten tijde van het kolonialisme Europa de ferventste pleitbezorgers zijn.

Van Spartacus tot Che zijn er bittere nederlagen geleden. Maar de strijd houdt niet op. Geen enkele nederlaag kan de waardigheid van elk menselijk wezen vernietigen. De nacht mag dan misschien gevallen zijn in Hongkong, de zon gaat weer op in La Paz.

Vandaag bestaat er enorm veel lijden. Maar uit dat lijden kan alleen verzet groeien. “Uitschot aller landen, verenigt U!”

(Uitpers, nr. 72, 7de jg., februari 2006)

Raoul Marc Jennar is andersglobalistisch onderzoeker bij de in Parijs gevestigde “Unité de Recherche, de Formation et d’Information sur la Globalisation” (URFIG – Eenheid voor Onderzoek, Vorming en Informatie over de Globalisaring).

Noot:

(1) Voor hun oproep: zie www.urfig.com.

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook