Een oorlogsmisdadiger kan geen zelfverdediging inroepen

In een reactie op het escalerend geweld in het Midden-Oosten zei minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès in een nieuwsbulletin van de RTBF: “Het eerste dat je niet doet, is met je vinger wijzen”. Deze ochtend weigerde Wilmès bij de collega’s op Radio 1 zich uit te spreken over sancties (tegen Israël) en riep ze op tot ‘dialoog’ tussen Israël en de Palestijnen. De minister slaagde erin om op geen enkel moment te verwijzen naar het feit dat Israël een bezettende en koloniserende macht is die een Apartheidsregime hanteert en waartegen het Internationaal Strafhof een onderzoek heeft geopend wegens oorlogsmisdaden. Het is vooralsnog afwachten hoe onze regering de komende dagen op het geweld zal reageren. Vanuit het parlement pleiten de groene en sociaaldemocratische regeringspartijen – in een verwijzing naar het regeerakkoord – voor sancties. Wilmès stelt alvast dat ons land enkel in Europees verband zal reageren met sancties. In dat geval ziet het er opnieuw naar uit dat er weinig concrete maatregelen zullen volgen. De EU veroordeelde enkel de raketaanvallen vanuit Gaza en hield zich op de vlakte over de Israëlische bombardementen en het politiegeweld in Oost-Jeruzalem met een vage oproep tot ‘de-escalatie’. De sociaaldemocratische Duitse minister van Buitenlandse Zaken bestond het zelfs om een tweet de wereld in te sturen waarin hij verklaarde: “Israël heeft in deze situatie het recht op zelfverdediging. Deze escalatie van geweld kan niet getolereerd, noch geaccepteerd worden.” Hoe kan een dader met dodelijke bombardementen op een dichtbevolkt gebied zich beroepen op ‘zelfverdediging’. Zou de Duitse minister dat ook stellen over de verzetsdaden tegen de Duitse bezettingsmacht tijdens Wereldoorlog II?

En zo ‘framen’ onze politieke verantwoordelijken het geweld voor de zoveelste keer als een conflict tussen twee op gelijke voet staande partijen of draaien ze zelfs de rollen tussen slachtoffer en dader om. Natuurlijk is er een verantwoordelijke voor deze latent gewelddadige situatie in de Palestijnse gebieden en moet er met de vinger gewezen worden. En wel hierom:

  1. Israël is een bezettingsmacht

Israël is een bezettingsmacht en moet zich bijgevolg schikken naar de desbetreffende bepalingen van het internationaal recht. VN-resolutie 242 die gestemd is na de zesdaagse oorlog in 1967 heeft het over “de ontoelaatbaarheid van de verwerving van grondgebied door oorlog” en stelt dat Israël zich moet terugtrekken uit de gebieden die het na het conflict heeft bezet. Israël heeft daar 54 jaar later nog altijd geen gehoor aan gegeven. Tot zolang moet Israël zich als bezettende macht houden aan de bepalingen van het Internationaal Humanitair Recht. De vierde Conventie van Genève verbiedt de deportatie of verdrijving van de oorspronkelijke bevolking of de transfer van delen van de eigen bevolking naar de gebieden die het bezet, een praktijk waar Israël zich systematisch en op grote schaal aan bezondigt. Daarnaast heeft de bezette macht ook de verantwoordelijkheid om garant te staan voor de voedsel – en medische voorzieningen. Met de inmiddels al 14 jaar durende blokkade van Gaza is Israël manifest in strijd met deze bepaling. Israël overtreedt ook de verbodsbepaling om eigendommen van Palestijnen te vernietigen. Palestijnen hebben ook het recht op een eerlijke rechtsgang, wat overduidelijk niet het geval is.

En dan is er de kwestie Jeruzalem. Israël heeft in 1980 bij wet Oost-Jeruzalem geannexeerd en beschouwt de stad sindsdien als de ‘één en ondeelbare hoofdstad van Israël’. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft dat toen met resolutie 478 meteen veroordeeld en deze Israëlische basiswet als van “nul en generlei waarde” bestempeld. Volgens het internationaal recht blijft Oost-Jeruzalem onverminderd “bezet gebied” en mag het geen daden stellen die het karakter van Jeruzalem veranderen. Israël heeft sindsdien Oost-Jeruzalem desondanks verregaand gekoloniseerd, straffeloos.

  1. Israël is een koloniale macht

In weerwil van de bepalingen van het internationaal recht heeft Israël sinds 1967 op planmatige manier de bezette gebieden gekoloniseerd. Er leven nu 440.000 Israëlische kolonisten in 132 nederzettingen en 135 zogenaamde ‘outposts’ (die laatste categorie zijn nederzettingen die niet door de Israëlische regering zijn opgezet) in de bezette Westelijke Jordaanoever. Daarnaast leven er nog eens meer dan 225.000 Israëli’s in Oost-Jeruzalem in 13 grote nederzettingen en in een aantal kleinere groepen van woonblokken verspreid over dat stadsdeel. Alle nederzettingen zijn illegaal volgens het internationaal recht. Die positie wordt overigens ook openlijk gesteund door de Europese Unie. Brussel heeft al meermaals de Israëlische bouwactiviteiten in de Palestijnse Bezette Gebieden veroordeeld, maar hangt er geen harde consequenties aan vast. Het Europese Hof van Justitie heeft recent alleen geoordeeld dat de producten uit de nederzettingen een apart label moeten krijgen zodat ze voor de consument herkenbaar zijn. Een verbod op invoer is er vooralsnog niet. Voor het overige is Israël een van de belangrijkste partners in diverse Europese programma’s zoals rond onderzoek en ontwikkeling waardoor zelfs Israëlische militaire bedrijven van miljoenen aan Europese subsidies konden genieten.

  1. Israël is een Apartheidsstaat

Israël maakt zich maakt zich tegenover Palestijnse burgers schuldig aan geïnstitutionaliseerde en systematische discriminatie en apartheid volgens de criteria van de anti-Apartheidsconventie (1973) en het Statuut van Rome (1998). Er is m.a.w. sprake van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en dominantie door één raciale groep, en van een duidelijke intentie om zo’n regime in stand te houden. Verschillende “inhumane daden” worden op routineuze wijze gepleegd tegen Palestijnen in bezet gebied én in Israël. De Israëlische mensenrechtenorganisatie Btselem en de internationale organisatie Human Rights Watch hebben elk een rapport uitgebracht om aan te tonen dat Israël een apartheidssysteem handhaaft. Het Midden-Oostenplatform dat resorteert onder de Belgische koepels van ontwikkelingsorganisaties 11.11.11 en het Franstalige CNCD, oordeelde eind vorig jaar eveneens dat er sprake is van Apartheid.

  1. Israël wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden

Fatou Bensouda, de Openbaar Aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) kondigde op 3 maart aan dat ze een onderzoek zal openen naar oorlogsmisdaden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Volgens Bensouda is er een voldoende basis om te vermoeden dat leden van zowel het Israëlisch leger, de Israëlische regering (en ook Hamas en Palestijnse gewapende groepen) oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Het onderzoek spitst zich toe op de oorlog in Gaza van 2014 waarbij 2100 Palestijnen (onder wie honderden minderjarigen) omkwamen alsook 5 Israëlische burgers en het gebruik van geweld tegen de manifestaties die vanaf maart 2018 op wekelijkse basis plaatsvonden in Gaza. Israëlische militairen doodden toen meer dan 200 ongewapende demonstranten van wie 40 kinderen. Er is heel wat bewijsmateriaal dat zij doelgericht vermoord zijn door Israëlische scherpschutters. Daarnaast wordt Israël ook aangeklaagd voor de transfer van eigen burgers naar de bezette gebieden, dat volgens het Statuut van Rome als oorlogsmisdaad kan veroordeeld worden.

  1. Israëlisch provocatief optreden ligt aan de basis van het recente geweld

De rechtstreekse aanleiding voor het recente geweld is de dreigende huisuitzetting van een aantal Palestijnse families in Sheikh Jarrah, een wijk in bezet Oost-Jeruzalem. De Israëlische ordediensten reageren al enkele weken met geweld op de protestacties van bewoners en medestanders. De vlam sloeg over naar de oude stad nadat Israëlische ordediensten ook nog eens de toegang ontzegden aan duizenden moslims om in de al Aqsa moskee, het derde heiligdom binnen de islam, te gaan bidden. Op de toenemende nervositeit reageerde de Israëlische politie met onnodig zwaar en provocatief geweld. Ze bestormde de Haram al Sharif (de tempelberg) tijdens het laatste vrijdagavondgebed van de Ramadan en bestookte zelfs biddende gelovigen tot in de al-Aqsa moskee met traangasgranaten en met rubber omwikkelde stalen kogels. Er vielen honderden gewonden. Volgens medische rapporten zijn er opvallend veel hoofdwonden. Ook in het verleden bleek al dat Israëlische ordetroepen in het bijzonder hoofd en borstreek viseren. Dat soort van politiegeweld zou nergens getolereerd worden. De raketaanval van Hamas kwam er nadat een ultimatum van de gewapende groepering voor het vertrek van de ordetroepen uit het islamitisch heiligdom niet werd uitgevoerd, waarna het geweld op een hoger en gruwelijker niveau werd getild. In elk geval wijst alles op een enorme verantwoordelijkheid van Israël in deze nieuwe escalatie van geweld. Een belangrijke reden daarvoor is de moeilijke politieke positie van premier Netanyahu die na de jongste verkiezingen niet in staat was een regering te vormen. In een poging om aan de macht te blijven zoekt hij de confrontatie, zodat de bevolking zich als één man/vrouw achter hem schaart tegenover een gemeenschappelijke vijand. Een oude beproefde techniek.

De tijd van (Europese) verklaringen is al lang voorbij de houdbaarheidsdatum. Israël is als koloniale bezettingsmacht en als gevolg van decennialange systematische repressiepolitiek de absolute verantwoordelijke voor het steeds oplaaiende geweld. Het nalaten om effectief druk uit te oefenen op de Israëlische regering leidt er keer op keer toe dat het tot geweld komt. Laat ons duidelijk zijn in onze keuze voor mensenrechten. Het Palestijnse volk zit op zijn tandvlees na een jarenlange strijd voor zijn rechten die door Israël met de voeten worden getreden. Daarom moeten België en de Europese Unie het respect voor de mensenrechten in het algemeen en de Palestijnse politieke rechten in het bijzonder afdwingen. En dat zal niet lukken met holle verklaringen.

 

(Visited 141 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 278 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook