Een militaire toekomst voor het Europees Ruimte-Agentschap (ESA)?

Evoluties kunnen snel gaan. Denk maar aan het opzetten van een eigen Europese snelle-interventiemacht. De Europese Unie was duidelijk kregelig over de manier waarop de USA de oorlog tegen Joegoslavië had gevoerd. Washington hield vitale inlichtingen achter om de controle over de oorlogsoperaties volledig in eigen handen te kunnen houden. De frustraties bij de Europese Navo-lidstaten hebben er dan toe geleid dat een en ander in een stroomversnelling is terecht gekomen, o.m. de toekomstperspectieven voor een eigen EU-beleid in de ruimte.

Recent publiceerde de ESA het rapport van de zogenaamde "drie wijzen" die gevraagd waren om de toekomst van het Europees Ruimte-Agentschap te verkennen in functie van de uitbreiding van de Unie. Deze drie wijzen zijn Carl Bildt, voormalig Eerste Minister van Zweden, Jean Peyrelevade, voorzitter van Crédit Lyonnais, en Lothar Späth, voormalig Eerste Minister van de Bondsstaat Baden-Würtemberg.

De voornaamste conclusies uit hun rapport zijn:

  • ESA moet in de toekomst het enige agentschap zijn waarin alle Europese ruimte-initiatieven gegroepeerd worden
  • De Europese Raad (de ministers dus uit de lidstaten) moet het orgaan worden dat het Europees Ruimtebeleid bepaalt evenals de richtlijnen voor de uitvoering ervan
  • De Europese Commissie moet het regelgevend kader bepalen waarin de ruimteactiviteiten plaats grijpen, en moet als dusdanig ook lid zijn van het ESA-bestuur
  • "Het Europees Parlement moet in de mogelijkheid gesteld worden om regelmatig de Europese Ruimtepolitiek te bediscussiëren" (noot: het Europees Parlement krijgt geen controlebevoegdheid over ESA of het ruimtebeleid)

Deze voorstellen moeten we in het licht plaatsen van de oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie, en de stappen die worden gezet naar een Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid. In december vorig jaar hield de WEU – de militaire arm van sommige EU-lidstaten – op te bestaan. Van nu af aan is de EU verantwoordelijk voor de samenwerking qua veiligheid en defensie, in de eerste plaats van de out-of-area opdrachten die de "belangen" van Europa en de Europeanen moet veilig stellen.

Het rapport van de drie wijzen, en andere recente EU- of ESA-documenten, stellen expliciet dat dual-use, d.w.z. civiel én militair gebruik, inherent is aan alle ruimtetechnologie. De teksten zeggen met zoveel woorden dat ook ESA deze weg moet bewandelen. "Bijgevolg is het voor ons logisch om de kunde en kennis ook te gebruiken voor het ontwikkelen van de meer veiligheidsgerichte aspecten van de Europese Ruimtepolitiek."

Totnogtoe beperkten de statuten de ESA-activiteiten tot vreedzame doeleinden. Het rapport zegt in dit verband: "Aangezien de inspanningen van de Europese Unie op dit vlak bepaald worden door de zogenaamde Petersbergtaken van vredebevordering in de vorm van conflictpreventie en crisismanagement, met inbegrip van civiele en ecologische noodsituaties, zien wij hieromtrent geen enkel probleem met de ESA-statuten."

De oorlog in Kosovo werd als een civiele noodsituatie omschreven, en Europa heeft sedertdien beslist dat het niet langer van de States afhankelijk wil zijn voor wat systemen van observatie betreft, van navigatie e.d.m. voor militair gebruik.

Het is ook opvallend dat het citaat ecologische noodsituaties verbindt met de "bredere" veiligheid. Wellicht maakt Europa hier al plannen voor de toekomst mocht een voortdurende ecologische degradatie en grondstoffenconflicten belangrijker worden. Het rapport gaat verder: "De ontwikkeling van een Europees defensiesysteem dat ook een ruimtecomponent omvat zal een betekenisvolle Europese overheidsinvestering met zich mee brengen, die nu in vergelijking met de USA eigenlijk ontbreekt." En ook nog: "In groeiende mate zien wij de ruimte-infrastructuur die noodzakelijk is voor commerciële en overheidssectoren convergeren met wat noodzakelijk is voor de verschillende veiligheidsnoden." Het gaat hier meer specifiek om het GMES-programma (Global Monitoring for Environment and Security) en ook om telecommunicatie en navigatie (het Europese Galileo-programma). "Het Amerikaanse zusterprogramma van Galileo wordt door het VS-leger betaald en gecontroleerd. Het kan bij conflicten selectieve ‘uitvallen’ veroorzaken over bepaalde gebieden. Galileo zou dat ook moeten kunnen, wat meteen ook inhoudt dat er bruikbare beslissingsprocedures worden opgesteld."

De drie wijzen schuiven Europa duidelijk naar voor als dé tegenhanger en "gelijkwaardige partner" van de Verenigde Staten op vlak van strategische doelstellingen als "dominantie in de ruimte" en "informatiesuperioriteit".

"Door de eigen infrastructuur te ontwikkelen zal Europa andere mededingers (vnl. vanuit Azië) beletten hun infrastructuur te ontwikkelen, en zal Europa voor de wereld het alternatief vormen tegenover de USA. Europa zal op die manier haar tweede plaats in de ruimte bevestigen, en een geprivilegieerde partner worden wat betreft mondiale problemen en grootschalige internationale ontwikkelingen."

Tenslotte menen ze nog dat het publiek moet worden warm gemaakt voor de ruimteprogramma’s: "Wetenschap en bemande ruimtevluchten zijn en blijven belangrijke ruimteactiviteiten die bijdragen tot de publieke aanvaarding van het ruimteprogramma in het algemeen."

 

Regina Hagen – Global Network against Weapons and Nuclear Power in Space

(Uitpers, februari 2001)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 48 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook