Een man van cultuur

Sinds 4 oktober 2004 weten we het: er is een nieuwe grote cultuurfilosoof opgestaan in ons land. Zijn naam is Patrick Dewael: boegbeeld van de liberale VLD, van 1985 tot 1992 minister van Cultuur in de Vlaamse gewestregering, later minister-president van Vlaanderen en vandaag de federale portefeuille van Binnenlandse Zaken op zak. Op 4 oktober gaf Dewael zijn versie van Samuel Huntingtons “clash of civilization”. “Alle mensen zijn gelijkwaardig, maar niet alle culturen zijn gelijkwaardig,” zei Dewael in een interview met De Standaard.

Om zijn theorie uit de doeken te doen had de minister van Binnenlandse Zaken slechts één derde van een krantenkolom of 32 krantenregels nodig. De ene oneliner volgde de andere op. Met zijn uitspraken neemt Patrick Dewael resoluut zijn plaats in tussen andere grote cultuurfilosofen: zijn goede vriend Guy Verhofstadt en de Italiaanse premier, mediamagnaat en voetbalfanaat, Silvio Berlusconi.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington verklaarde Berlusconi tijdens een officieel bezoek aan Berlijn: “wij moeten ons bewust zijn van de superioriteit van onze beschaving. Wij respecteren de mensenrechten. Dat respect bestaat niet in de islamitische landen.”

Op het vlak van de cultuurfilosofie was Berlusconi toen al met vele lengten geklopt door de Belgische premier Guy Verhofstatdt. Die had in 1991 in zijn ‘Burgermanifest’ een reeks retorische vragen gesteld. Retorische vragen behoeven, zoals bekend, nooit een concreet antwoord. “De vraag is of de islam wel in overeenstemming te brengen is met de liberale democratie, de vrijheid, de verdraagzaamheid, de verscheidenheid en het tegensprekelijk debat, zonder dewelke geen openbare samenleving mogelijk is,” aldus Verhofstadt. “Is de zaak Rushdie niet het ultieme bewijs van de onmogelijkheid van de islam zich in te passen in onze samenleving? Toont zij niet aan dat de islam in wezen een intolerante en totalitaire ideologie is die botst met de culturele, morele en juridische voorschriften die gelden in een open en democratische samenleving?”

Superieur en inferieur

Wie zal het Patrick Dewael kwalijk nemen dat hij bij zijn goede vriend en partijgenoot Guy Verhofstadt leentjebuur heeft gespeeld?

“Mijn uitgangspunt is dat alle mensen gelijkwaardig zijn, maar niet alle culturen zijn gelijkwaardig,” zei hij in een gesprek met Standaardjournalist Guy Fransen. Excellenties, die met de losse pols superieure van inferieure culturen scheiden, zijn in feite negationisten. Hun historische kennis zit vol gaten. De Spaanse conquistadores droegen de superieure Europese beschaving uit en roeiden daarbij de oorspronkelijke bevolking van Zuid-Amerika uit. De cultuur van deze volkeren was immers niet gelijkwardig aan de hunne. Slavernij? Nooit van gehoord. Nochtans sleepten de superieure blanken ooit 20 miljoen Afrikanen (wilden heetten ze toen) weg om ze als slaven te gebruiken op hun plantages in de “nieuwe wereld”. De slavernij betekende de aderlating van het Afrikaanse continent. De schraapzucht van Leopold II, veranderde Kongo in een wingewest van het paleis van Laken. Het kostte om en bij de tien miljoen Kongolezen het leven. Hoeveel slachtoffers heeft het superioriteitsgevoel van Adolf Hitler gemaakt? De “grootste democratie ter wereld”, de Verenigde Staten, is gebouwd op de genocide van de native Americans, de Indianen. “De grootste democratie in het Midden-Oosten”, de staat Israël dankt zijn oprichting aan de etnische zuivering van de oorspronkelijke bevolking van Palestina. De Verenigde Staten en Israël zijn twee modelstaten, die in VLD-kringen op het devote af worden gekoesterd. Wie beweert dat niet alle culturen gelijkwaardig zijn, moet gemakshalve zijn ogen sluiten voor de schandalen en de moordzucht van onze “beschaafde” wereld.

Selectieve principes

“Ik kan geen cultuur aanvaarden die nog tot religieuze besnijdenissen overgaat,” zo luidt het credo van Patrick Dewael. “Ik kan geen cultuur accepteren die vrouwen in een minderwaardige positie duwt, omdat ze hun lichaamsdelen moeten bedekken. Ik kan niet akkoord gaan met de onderdrukking van vrouwen door ze binnenshuis te houden en zelfs niet de kans te geven om inburgeringscursussen te volgen. Ik aanvaard geen cultuur waar geen scheiding is tussen kerk en staat”. “Dat ze in de praktijk geen scheiding van kerk en staat erkennen, is echt onverenigbaar met een verblijf in onze maatschappij. Dat ze nog met verplichte huwelijken werken en vrijheidsberovende maatregelen treffen tegenover vrouwen, kan niet meer worden getolereerd. Als we daaraan toegeven, halen we onze beschaving omlaag.”

Dewael geeft wel een erg selectieve lezing van de onverdraagzaamheid en onverenigbaarheid van het fundamentalistische religieuze denken in onze westerse maatschappijen. Alleen allochtonen – lees moslims – moeten grenzen aanvaarden. De andere monotheïstische religies – het christendom en het jodendom – met hun rijke, fundamentalistische traditie blijven uit Dewaels vizier.

De federale minister van Binnenlandse Zaken kan “geen cultuur verdragen, die nog tot religieuze besnijdenissen overgaat”. Kan hij man en paard noemen? Moslims en joden kennen de traditie van religieuze besnijdenissen. Maar geen haar op het ministeriële hoofd denkt eraan de joodse gemeenschap in dit land te schofferen. Moslims daarentegen moeten met aandrang gewezen worden op hun onaanvaardbare achterlijkheid, hun onverdraagzaamheid, waardoor ze hun “verblijf in onze samenleving” onmogelijk maken.

De scheiding tussen kerk en staat is voor de liberaal Dewael een principe waarbij de democratie staat of valt. Hij heeft volkomen gelijk. Maar hebben bepaalde moslims het alleen moeilijk met dit principe? Natuurlijk niet. Op 15 november is het de dag van de dynastie. Wedden dat minister Dewael tijdens het traditionele Te Deum in de Brusselse kathedraal naast zijn vriend Verhofstadt op de voorste rij zal plaats nemen? Dit Te Deum is een jaarlijkse hoogmis, waarbij het vorstenhuis en de katholieke clerus telkens opnieuw laten merken dat de scheiding tussen kerk en staat voor hen eigenlijk niet meer is dan een overbodige luxe.

Hebben moslims het alleenrecht op gearrangeerde huwelijken? Bijlange niet. Katholieke fundamentalistische families, de adel, de wereld van de haute finance en captains of industry zijn aardig onderlegd in het uithuwelijken van hun dochters of het arrangeren van een goede trouwpartij voor hun zonen. Een erg fijn gearrangeerd huwelijk was dat van prins Filip en jonkvrouw Mathilde d’Udekem d’Acoz.

Bevriende staatshoofden

Dewael sprak met De Standaard aan de vooravond van het officiële staatsbezoek van koning Albert en koningin Paola aan Marokko. Tijdens dit vorstelijke bezoek werd de veertigste verjaardag herdacht van het eerste Belgisch-Marokkaanse verdrag, waardoor goedkope Marokkaanse loonslaven naar ons land werden gehaald. Onze economie had dit werkvee broodnodig. Deze Marokkanen kregen het slechts betaalde, vuilste en gevaarlijkste werk.

Het Belgische vorstenhuis onderhoudt uitstekende banden met de Marokkaanse monarchie. Boudewijn I heeft nooit uiting gegeven aan zijn vorstelijke bezorgdheid, toen zijn goede vriend Hassan II van Marokko één grote gevangenis en folterkamer maakte, waarin politieke tegenstanders verdwenen of beestachtig werden vermoord. Ook Hassan II en zijn opvolger en zoon, Mohammed VI, zijn niet meteen de kampioenen van de scheiding tussen kerk en staat. De Marokaanse koning heerst niet alleen als een absolute soeverein over het Marokkaanse volk, hij is ook de “amîr-al-mou’minîm”, de bevelhebber van de gelovigen, of hoogste geestelijke leider van het land.

Over dit soort banden van het Belgische staatshoofd met obscurantistische koninklijke regimes in de Arabische wereld hoor je nooit een liberale excellentie klagen. Dewael weet, net zoals elke andere modale Belg, die iet of wat geïnteresseerd is in het doen en laten van het koningshuis, dat de Belgische monarchen vriend aan huis zijn bij het Saoedische hof. In Ryad zetelt het meest fundamentalistische, puriteinse en achterlijkste vorstenhuis van heel de islamitische wereld. De Saoedi’s hebben niet eens een grondwet, de scheiding tussen religie en staat is er onbestaande. De zogenaamde islamitische wetgeving – de sharia – wordt er in zijn gruwelijkste vorm toegepast. Wekelijks worden dieven, misdadigers en andere zondaars onthoofd. Handen worden afghakt. Dichters die god en het koningshuis belasteren sterven op het schavot. Overspelige echtlieden maken kennis met de zweep. Kortom, de beulen van de fundamentalistische Saoedische monarchie hebben werk zat. Nooit zal een liberale excellentie het Belgische staatshoofd hierover interpelleren. Als minister van Binnenlandse Zaken, zou Patrick Dewael moeten weten welke rol het Saoedische koningshuis in ons land heeft gespeeld bij de verspreiding van de islamitische, fundamentalistische doctrine in ons land. Vanuit het Saoedische Jedda opereert de fundamentalistische ‘Islamitische Wereldliga’ of de ‘Rabita al ala’am al islami’. Deze liga is het belangrijkste machtscentrum van het moslimfundamentalisme. In 1967 schonk Boudewijn I de Saoedische koning, Feisal al Saoed, en de Rabita het vroegere oosterse paviljoen van Leopold II in het Brusselse Jubelpark. Toen in 1974 in ons land de islam werd erkend kreeg de Rabita de opdracht de islamitische eredienst en het islamonderwijs te organiseren. Het was alsof de Belgische overheid wenste dat de tweede generatie van Marokkanen en Turken fundamentalist zou worden (Gelukkig wist deze tweede generatie wel beter…) Geen enkele liberale excellentie verhief toen zijn stem.

Dogma’s en illegalen

In zijn gesprek met De Standaard wijdde Patrick Dewael lang uit over zijn “strijd tegen de illegalen”. “Als ik de strijd tegen de illegalen en uitgeprocedeerden opgeef, ben ik niet meer geloofwaardig,” zei hij. Elke pur sang liberaal houdt van eenvoudige dogma’s. Vrij verkeer van goederen en kapitaal? Het kan nooit genoeg zijn. Vrij verkeer van mensen? Over my death body!

In de liberale logica kunnen goederen en kapitaal nooit illegaal zijn. Mensen daarentegen wel. Net zoals de rest van de politieke klasse in dit land, die zweert bij een repressieve aanpak van nieuwe immigranten, doet Patrick Dewael alsof artikel dertien van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nooit is geschreven of gedrukt. In dit artikel uit 1948 staat: “Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke staat. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.” Enkele jaren geleden nochtans deed de politieke klasse in dit land heel verontwaardigd toen Vlaams-Blokcoryfee Filip Dewinter verklaarde dat zijn partij zich niet gebonden achtte door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Kwatongen beweren dat Filip Dewinter niet zozeer een neonazi, dan wel een keiharde neoliberaal is (weliswaar een zeer reactionaire en racistische). En dat is het nadeel van kwatongen: ze hebben dikwijls gelijk…

De partijen in ons politieke landschap, die zich democratisch noemen – daaronder de VLD van Patrick Dewael – respecteren de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (een fundamentele tekst van de Verenigde Naties) als het hen past.

Dat geldt ook het principe van de scheiding tussen kerk en staat: het is een beginsel dat selectief, naar eigen goeddunken, kan worden aangehaald.

De eerste liberale excellentie moet nog opstaan om zijn verontwaardiging te uiten over de zorgwekkende evolutie in de Verenigde Staten. Daar verwijst de zetelende president in elke toespraak, bij elk televisieoptreden naar god, die blijkbaar zijn nefaste buitenlandse en binnenlandse beleid in hoogst eigen persoon stuurt. Wat in werkelijkheid ook klopt: Bush is de president van het “goede” en hij bestrijdt genadeloos het “kwaad” in de wereld. Zijn democratische uitdager, John Kerry, heeft al evenmin een hoge hoed op van de scheiding tussen kerk en staat. Ook tijdens zijn verkiezingscampagne was god zeer nadrukkelijk aanwezig.

Futiliteiten en gedragscodes

Neoliberalen als Verhofstadt en Dewael zijn bekende voorstanders van het principe “hoe minder staat, hoe beter”. Maar de moslimgemeenschap kan aan niet genoeg regeltjes worden onderworpen. Liberalen maken van de hoofddoek een strijdros. Dewaels partijgenoot Marino Keulen bond onlangs zelfs het gevecht aan tegen de boerka. In ons lans is het aantal moslima’s, dat zich in dit Afghaanse fundamentalistische habijt hult, te tellen op de vingers van een verminkte hand. Maar voor notoire VLD’ers is dit een politiek item met topprioriteit.

Dewael maakte zich in De Standaard eens te meer druk over de moslima’s en hun hoofddoek: “omdat die kleding vaak als middel gebruikt wordt om vrouwen te onderdrukken. Ik heb het nog altijd zeer moeilijk met de manier waarop vele organisaties, de vrouwenbeweging inbegrepen, probeerden van mijn oproep over de hoofddoek een futiliteit te maken.”

Dewael, zijn partijgenoten en coalitiepartners in de paarse regering houden zich inderdaad liever met futiliteiten bezig dan met de echte problemen, waarmee de moslimgemeenschap in ons land dagelijks wordt geconfronteerd. Op een handvol uitzonderingen na leven de moslims in verloederde buurten, hun kinderen hebben leerachterstand op school, als ze al niet op bepaalde scholen botweg geweigerd worden, ze worden achteruitgesteld, de arbeidsmarkt blijft voor hen stevig vergrendeld (op wat hamburgerjobs na). Zelfs als ze “goed ingeburgerd” zijn, perfect Nederlands spreken en weten wat er in onze maatschappij en in de politiek omgaat, ervaren ze elke dag opnieuw het misprijzen en de discriminatie. Als ze het in hun hoofd halen eisen te stellen en zich niet langer in een hoek te laten drummen, worden ze gedemoniseerd en gecriminaliseerd. De Belgisch-Libanese moslim Dyab Abou Jahjah weet er alles van. Eind november 2002 kondigde premier Guy Verhofstadt in het federale parlement de arrestatie van Abou Jahjah aan. Ook dat andere principe van onze democratische rechtsorde, “de scheiding der machten” wordt door liberale excellenties naar eigen goeddunken gehanteerd.

Inburgering

“Allochtonen moeten grenzen aanvaarden,” aldus Patrick Dewael in De Standaard.. “Dat zullen we hen tijdens de inburgeringstrajecten goed duidelijk moeten maken, en dat is nog belangrijker dan onze taal kennen. De tolerantie van de Vlaamse samenleving heeft grenzen. Het is tijd voor het verhaal van het wederzijds respect. De onverdraagzaamheid schuilt in het feit dat de autochtoon vaststelt dat sommige aspecten van die andere culturen volstrekt onverenigbaar zijn met ons emancipatiemodel. Wij hebben toch geen jaren strijd gevoerd voor emancipatie en ontvoogding om de klok nu terug te draaien, is een vraag die me vaak wordt gesteld. Onze spelregels, onze gedragscode aanvaarden, daarover gaat het.”

De moslims weten nu tenminste waar “inburgeringscursussen” voor dienen: om “onze spelregels, onze gedragscode” (kortom onze machtsverhoudingen) te aanvaarden. De vraag blijft natuurlijk of er één moslim of één moslima in dit land rondloopt, die gelooft dat Patrick Dewael en de zijnen echt van plan zijn om iets te doen aan de uitsluiting en discriminatie? En denken Dewael en zijn neoliberale medestanders echt dat een moslima gelooft dat zij begaan zijn met haar emancipatie?

Cultuurfilosofen en politici moeten af en toe eens herinnerd worden aan een aantal universele waarheden. Zoals deze bijvoorbeeld: slaven, vertrapten, onderdrukten en gediscrimineerden gehoorzamen niet eeuwig aan de “gedragscode” van hun meesters…

(Uitpers, nr.58, 6de jg., november 2004)

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :