Een kerstverhaaltje over hoop, moed en solidariteit

Islas Malvinas, zeg maar Falklands, 1982. Het is veertig jaar geleden, dus jonge mensen zullen het zich niet herinneren.

Het zat zo: de militaire dictatuur in Argentinië liep op haar laatste benen en wilde de nationalistische trom laten horen. Die eilanden in het Zuiden, vlakbij de Zuidpool, zijn Argentijns! Ja toch? Niets van zei Margaret Thatcher, ze zijn van ons. En toen de Argentijnse generaals de eilanden bezetten, stuurde Thatcher, begot, tot ieders verbazing, de Britse vloot naar down under! Het werd een echte oorlog. Vierenzeventig dagen lang! En de Britten wonnen.

Zes honderd negenenveertig Argentijnen hadden het leven gelaten, op zee of op het slagveld. De generaals trokken zich terug en lieten de eilanden voor wat ze waren. De lijken van de gevallen soldaten bleven liggen waar ze lagen, op het slagveld.

De Britten kwamen de boel schoon maken. Een officier was zo verontwaardigd over wat hij zag, dat hij een nauwkeurige balans opmaakte, de lijken liet begraven en zoveel als mogelijk probeerde om ze te identificeren. Het waren er meer dan twee honderd.

Einde verhaal? Nee.

In Argentinië gebeurde niets. Het leger kwam terug, familieleden gingen hun geliefden afhalen en merkten dat ze er niet allemaal waren. Nooit heeft de regering of het leger de families ingelicht over wat er met hen was gebeurd. Ze waren er niet, tja, dus waren ze er niet.

Het rapport van de Britse officier ging naar Londen en die stuurde het door naar de inmiddels democratische Argentijnse regering. Nog steeds gebeurde er niets. Tot een groot toeval zorgde voor een ontmoeting tussen de officier en een Argentijns activist. Die sprak echter geen woord Engels. Hij kreeg het rapport en begreep er niets van. Hij liet het vertalen en viel van zijn stoel…

Hij nam contact met één van de moeders van de gevallen soldaten. Wil U weten waar uw zoon begraven ligt, mevrouw? Zo erg graag meneer! Hij nam contact op met andere moeders, die allemaal graag wilden weten waar hun zoon was gebleven en hoe hij was gestorven.

Er kwam verzet. Tegen de families werd gezegd dat ze vooral niet moesten meewerken met die rare vogels. Vanuit de regering – en vooral het leger – begon een campagne die stelde dat de identificatie bedoeld was om de lijken terug naar Argentinië te brengen. En dat kon niet. Je kon niet ‘repatriëren’ wat op eigen grond begraven ligt. Niets identificatie dus. Het zou een ‘karnaval van botten’ worden, een ‘carnaval de huesos’. Vooral niet doen!

Er mocht ook niet over ‘vermiste personen’ gesproken worden, want de ‘vermisten’, dat waren de duizenden mannen en vrouwen die door de militaire dictatuur waren verdwenen.

Roger Waters – van Pink Floyds – moest er aan te pas komen om er bij Cristina de Kirchner op aan te dringen toch iets voor de families te doen.

De strijd heeft jarenlang geduurd.

Pas in 2016 werd een akkoord bereikt tussen Argentinië, het Verenigd Koninkrijk en het Rode Kruis om met een aantal experten te beginnen met de identificatie. Alle families moesten worden gevonden en worden opgezocht, overtuigd worden een DNA-staal af te staan. Het waren grotendeels heel simpele mensen die nauwelijks konden lezen of schrijven.

Met de families werden reizen naar de Falklands georganiseerd. Ze werden gefinancierd door Eduardo Eurnekian, één van Argentinië’s rijkste miljardairs – die, tussen haakjes gezegd, vandaag steun geeft aan Javier Milei.

Er liggen 230 Argentijnse soldaten begraven op de Falklands. Ze hebben hun eigen kerkhof gekregen. Van de 122 niet geïdentificeerde lijken hadden er in oktober 2020 115 een naam gekregen. Hun families kunnen er op bezoek gaan en weten dat hun zoon, man of vader er rust heeft gevonden. Een waardig graf, na veertig jaar.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Visited 62 times, 1 visit(s) today
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

×