Een gesprek met Samir Amin

In mei 2003 kondigde George W. Bush, de president van de Verenigde Staten van Amerika, "het einde van de oorlog" in Irak aan. Een jaar later blijken de Amerikaans-Britse troepen en hun geallieerden zich volledig te hebben vastgereden in het moeras van het Tweestromenland.

Meer dan een jaar na "het einde van de oorlog" (mei 2003) heeft het Amerikaans-Britse bezettingsleger zich muurvast gereden in Irak. Het Palestijnse vraagstuk blijft onopgelost en ontaardt in een regelrechte, dagelijkse oorlog. De troepen van generaal Sharon kunnen in de bezette Palestijnse gebieden volstrekt hun zin doen. De wraakacties in mei 2004 tegen het Palestijnse vluchtelingenkamp Rafah in de Gazastrook en de daar toegepaste tactiek van de verschroeide aarde zijn er de zoveelste illustratie van.

Welke strategie volgt de regering van George W. Bush in deze petroleumrijke regio?

Wij hadden Globo had een gesprek met de Egyptische de drieënzeventigjarige economist en derde-wereldactivist Samir Amin. Hij is 73 en de onvermoeibare directeur van het ‘Forum du Tiers Monde’, een belangrijke "denktank" met hoofdkwartier in de Senegalese hoofdstad Dakar.

U heeft er al vaker op gewezen: mondialisering en militarisering zijn voor de opeenvolgende Amerikaanse regeringen synoniemen.

Samir Amin: De hoogste kringen in de Verenigde Staten – Republikeinen en Democraten – willen inderdaad de mondialisering van de economie doorzetten met militaire middelen. Het resultaat daarvan, zien we vandaag in het Midden-Oosten. Washington heeft dit gebied uitgekozen om zeer evidente redenen. Het Midden-Oosten is cruciaal voor de rooftocht naar petroleum. Olie is de enige drijfveer voor de militaire invasie tegen Irak. Het Midden-Oosten neemt een ontzettend belangrijke geostrategische positie in. Het is het hart van de wereld en bevindt zich op gelijke afstand met Parijs, Beijing, Singapore of Johannesburg. De regio bevond zich op de zuiderflank van de voormalige Sovjetunie. Voor de Amerikanen was dit een belangrijk onderdeel van de permanente omsingeling van het Sovjetimperium. Nu dit niet meer bestaat, blijft het Midden-Oosten een geostrategisch kruispunt voor de VS. Van hieruit kunnen Europa, Rusland en China permanent onder druk worden gezet. Europa – dat in meerderheid atlantistisch is en zich daardoor aan het Amerikaanse buitenlandse beleid blijft onderwerpen – is afhankelijk van het Midden-Oosten voor zijn petroleumbevoorrading. Vanuit dit gebied kunnen de Amerikanen militair blijven dreigen tegen niet-atlantisten zoals Rusland en China, maar ook een belangrijk Derde Wereldland als India bijvoorbeeld.

Eigenlijk hangt het Amerikaanse establishment deze militaire doctrine al aan sinds het einde van de tweede wereldoorlog in 1945. De VS hebben toen een globale militaire strategie ontworpen, waarbij heel de planeet in militaire regio’s werd verdeeld, die elk onder een "US Military Command" werden geplaatst. Volgens deze strategie – en het maakt weinig uit of er Republikeinen of Democraten in het Witte Huis zetelen – zijn "de nationale belangen van de Verenigde Staten" boven alles verheven. En om die belangen te verdedigen, schuiven ze nu zelfs het principe van de "preventieve oorlog" naar voor, dat volledig ingaat tegen het Charter van de Verenigde Naties.

Onmiddellijk na de tweede wereldoorlog deden de heersende kringen in Europa en Japan een beroep op het Amerikaanse leiderschap. Men kon op dat ogenblik de indruk opdoen dat dit collectieve karakter van het nieuwe imperialisme slechts een tijdelijke politieke factor was en dat één keer Europa en Japan hun achterstand op de Verenigde Staten hadden ingehaald, ze zich zouden losmaken van de vervelende en nutteloze voogdij van Washington. Maar dat was niet het geval.

Er zijn verschillende verklaringen voor deze paradox: de snelle opkomst van de nationale bevrijdingsbewegingen in Azië en Afrika, het tijdperk van Bandoeng en de niet-gebonden landen van 1955 tot 1975 en de steun van de Sovjetunie en de Chinese Volksrepubliek aan de bevrijdingsbewegingen en de niet-gebonden landen. Het imperialisme was toen verplicht om samen te spannen. Europa en Japan sloten zich aan bij het Amerikaanse leiderschap en dat bleek heel nuttig om de vreedzame coëxistentie gestalte te geven met een uitgestrekt gebied dat aan de imperialistische controle ontsnapte (de socialistische landen), maar ook om de landen van Afrika en Azië ingeschakeld te krijgen in het toenmalige imperialistische wereldsysteem, met andere woorden om de Noord-Zuidverhoudingen van toen te regelen. Dat verklaart ook waarom de beweging van de niet-gebonden landen geconfronteerd werd met een hecht westers blok.

De ineenstorting van de Sovjetunie, maar ook de teloorgang van de populistische en nationalistische regimes, die uit de bevrijdingsstrijd waren ontstaan, hebben de Verenigde Staten in staat gesteld met volle kracht weer aan hun programma voor de wereldheerschappij te werken – onder meer in het Midden-Oosten. Tot op zekere hoogte staat dit programma ten dienste van het collectief imperialisme. De economische wereldregering, die op de neo-liberale principes gestoeld is, wordt waargenomen door de G7 en de instellingen die volledig in dienst staan van deze groep van zeven rijkste landen: de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldhandelsorganisatie. Op politiek vlak hebben de Europeanen en de Japanners zich volledig achter het Amerikaans programma geschaard tijdens de Golfoorlog van 1991, daarna in Joegoslavië en Centraal-Azië. Ze aanvaardden de marginalisering van de Verenigde Naties ten koste van de NATO. Dat blijft voorlopig zo, ook al zorgde de oorlog tegen Irak van 2003 voor wat gekrakeel.

De militaire strategie van Washington lijkt oppermachtig en toch, zo stelt u, nemen de VS een heel aparte plaats in binnen de huidige wereldeconomie. Ze blijven erg kwetsbaar.

Samir Amin: De internationale publieke opinie is geneigd te denken dat de militaire slagkracht van de Verenigde Staten slechts het topje van de ijsberg vormt. Die ijsberg zou dan de algehele supprematie van de Amerikanen zijn op alle mogelijk denkbare domeinen. Dus is de onderwerping aan deze supprematie onomkeerbaar, onvermijdelijk. De werkelijk is echter iets complexer. De Verenigde Staten beschikken in feite over geen enkel beslissend economisch voordeel. Een voorbeeld daarvan is hun steeds verder aangroeiend handelsdeficit. In 1989 bedroeg dit 100 miljard dollar, in 2002 al meer dan 500 miljard dollar. De Amerikaanse economie leeft als een parasiet ten koste van zijn partners in het wereldhandelssysteem. De wereld produceert, de Verenigde Staten (die nagenoeg over geen nationale spaarreserves beschikken) consumeren. Het "voordeel" van de Verenigde Staten is dat van een roofdier: hun deficit wordt gedekt door de inspanningen van de anderen. En die anderen doen die inspanningen uit vrije wil of onder botte dwang. Het blijft mij verwonderen dat de Europeanen, in plaats van de nodige conclusies te trekken uit de zwakheden van de Amerikaanse economie, zich lustig blijven inzetten om de Amerikanen te imiteren. Er zijn de ongebreidelde privatiseringen, de ontmanteling van de openbare diensten, die de comparatieve voordelen, waarover het "Oude Europa" vandaag nog beschikt, volledig zullen teniet doen. Op lange termijn zal dit soort maatregelen enorm veel schade aanrichten, maar voor het heersende kapitaal – dat alleen maar op korte termijn kan denken – levert dit neoliberale beleid enorme bijkomende winsten op.

Europa in het bijzonder (maar ook de rest van de wereld) zal moeten kiezen tussen één van de twee volgende strategische opties: ofwel gebruiken de Europeanen hun kapitaaloverschotten (spaarreserves), waarover ze thans beschikken om het deficit van de Verenigde Staten te financieren (van consumptie, via investeringen tot militaire uitgaven), ofwel bewaren ze deze overschotten om ze bij hen te investeren. De tweede keuze impliceert echter dat de Europeanen het geglobaliseerde neoliberalisme en het atlantisme op de helling zetten…

Het Amerikaanse leiderschap geeft ook onophoudelijk te kennen dat het de vorming van een nieuw economisch of militair machtscentrum, waar ook ter wereld, in "geen geval zal dulden…

Samir Amin: Inderdaad, Washington is, zoals gezegd, zelfs bereid om "preventieve oorlogen" te voeren om dit te beletten. En de "preventieve oorlog" kan tegen drie potentiële vijanden worden gevoerd. Op de eerste plaats tegen Rusland. Na de ontmanteling van de Sovjetunie, is ook de versplintering van Rusland een belangrijke militaire doelstelling van de VS. De Russische heersende kringen rond Poetin hebben dit schijnbaar nog steeds niet begrepen. Zij denken dat ze "de oorlog hebben verloren" en nu de "vrede zullen kunnen winnen", zoals Duitsland en Japan destijds. De Russische leiders vergeten echter dat Washington de heropleving van zijn twee vijanden uit de tweede wereldoorlog, Duitsland en Japan, nodig had in zijn strijd tegen de Sovjetunie. Vandaag is de conjunctuur totaal anders. De VS hebben geen enkele ernstige tegenstander meer en zijn vastbesloten de Russische rivaal volledig en definitief buiten spel te zetten. De vraag is of Poetin en de zijnen de Russische illusies nog lang zullen kunnen koesteren.

Ten tweede is er de Chinese Volksrepubliek met haar enorme bevolking en snelle economische successen. Voor Washington is dat allemaal heel verontrustend. Het strategische doel luidt ook hier: de ontmanteling van dit immense land.

En tenslotte is er Europa. Maar hierover maakt het Amerikaanse establishment zich niet al te veel zorgen. Er is het onvoorwaardelijke atlantisme in Europa met Groot-Brittannië op kop, maar ook een aantal "nieuwe" Europese landen uit het voormalige Oostblok. Maar er is ook het Europese "project", dat nogal op drijfzand wordt gebouwd. De gemeenschappelijke belangen van het kapitaal in de driehoek VS-Europese Unie-Japan zetten de "Europese droom" voortdurend op losse schroeven en zorgen ervoor dat de Europese Unie "het Europese luik van het Amerikaanse programma" blijft. De solidariteit van alle overheersende segmenten van het transnationaal kapitaal leidt tot een onbetwiste keuze voor een geglobaliseerde, neoliberale wereldorde. In die visie blijven de Verenigde Staten de verdedigers (indien nodig militair) van de "gemeenschappelijke belangen".

Europa is in meerderheid atlantistisch, zegt u. Het aanvaardt het leiderschap van de VS. Maar het atlantisme is de ergste vijand van de Europese belangen, stelt u meteen…

Samir Amin: "Het atlantisme gaat inderdaad in tegen de Europese belangen. En het Midden-Oosten blijft voor Washington het sleutelgebied om zijn wereldheerschappij te vestigen en Europa op atlantistische koers te houden. Een vijftiental jaar geleden ontvouwden de Amerikanen hun plan om tot "een gemeenschappelijke markt in het Midden-Oosten" te komen. Saoedi-Arabie en de andere petroleummonarchieën van de Golf zouden het kapitaal leveren, de andere Arabische landen de goedkope arbeidskrachten en Israël zou met zijn militaire en technologische voorsprong het belangrijkste hulpleger blijven. De Golfstaten en Egypte hebben dit plan gesteund. Landen als Iran, Syrië en Irak waren tegen. En Irak heeft er inmiddels de prijs voor betaald. De Europeanen hebben hier geen antwoord op, tenzij hun "Europees-Mediterraans partnership", dat vooral oeverloos gepraat is gebleken. Want Europa stuurde op de eerste plaats aan op een verzoening tussen de Arabische landen en de staat Israël. De landen van de Golf namen geen deel aan het "Europees-Mediterraans partnership". Waarmee de Europeanen erkenden dat het bestuur van deze landen een exclusief voorrecht is van de VS.

De vraag is of een Europese optie stilaan mogelijk wordt. Er is de Franse president Chirac, die zich tegen de "unipolaire" wereld verzet, die voor hem synoniem is van de "unilaterale" overheersing van de VS, waardoor de Europese Unie slechts een aanhangsel van de Amerikaanse politiek is. Zal het streven naar zo’n "multipolaire" wereld het einde betekenen van het atlantisme? De vraag blijft open. Want de Amerikaanse diplomatie is er steeds in geslaagd om Duitsland in zijn greep te behouden. De hereniging van Duitsland en de herovering van het Oosten hebben deze Amerikaans-Duitse alliantie volgens mij versterkt. De VS hebben de Duitse "drang naar het Oosten" steeds aangemoedigd. Berlijn heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontmanteling van Joegoslavië, door een snelle erkenning van de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië. De Duitse politiek is nog steeds gekenmerkt door grote twijfels, door gebrek aan strategische keuzen. Een alternatief voor het atlantisme zou een as Berlijn-Parijs-Moskou kunnen zijn, die echt voor een Europese onafhankelijkheid ten opzichte van Washington zou kunnen zorgen. De Amerikanen beseffen echter dat zij kwetsbaar zijn en daarom kiezen ze resoluut voor een militaire controle van heel de planeet, waaraan ook de Europeanen zich moeten onderwerpen."

Het Midden-Oosten is op dit ogenblik het slagveld voor de Amerikaanse militaire ambities en hun ongebreideld hegemonisme. Welke rol speelt de staat Israël in deze strategie in uw analyse?

Samir Amin: Het kolonialistische expansionisme van de staat Israël is een echte uitdaging. Israël is het enige land ter wereld dat weigert eigen, definitieve, nationale grenzen te erkennen en in acht te nemen. Op basis daarvan zou dit land uit de Verenigde Naties moeten worden verwijderd. Israël is bovendien het enige land dat zich niet gebonden acht door VN-resoluties. De oorlog van 1967 had verschillende doeleinden: de nationalistische en populistische Arabische regimes ontmantelen, hun alliantie met de Sovjetunie breken, ze binnen de Amerikaanse invloedssfeer binnenloodsen en nieuwe gebieden veroveren voor het koloniale project van de zionistische staat Israël. Met dat doel heeft Israël in de sinds 1967 bezette gebieden een apartheidssysteem ingevoerd, dat op het Zuid-Afrikaanse model is geïnspireerd.

De belangen van de staat Israël en het streven naar absolute hegemonie van Washington passen netjes in elkaar. Beide willen verhinderen dat er een moderne Arabische wereld ontstaat, want die zou de toegang van de Westerse landen tot de oliebronnen en de plundering ervan in het gedrang brengen. Europa en Japan laten zich dan maar inlijven in de Amerikaanse strategie, omdat hun regeringen de belangen van de grote multinationale bedrijven behartigen. En die willen niet weten van een moderne Arabische wereld, die rijk, welvarend en democratisch is en over de eigen grondstoffen wil beschikken. De alliantie tussen het Westen en Israël is helaas gebaseerd op gemeenschappelijke belangen. Deze alliantie is niet het gevolg van het schuldgevoel van de Europeanen, die verantwoordelijk zijn voor het antisemitisme en de misdaden van de nazi’s en ook niet van de handigheid van de zionistische lobby om van dit schuldgevoel misbruik te maken.

Niettemin heeft Israël het sinds de eerste Palestijnse Intifada in de bezette gebieden bijzonder moeilijk om zijn militaire en politieke strategie vol te houden…

Samir Amin: In een eerste fase leek dit in 1967 ingestelde apartheissysteem al zijn doelstellingen te kunnen realiseren. In de bezette gebieden werd het dagelijkse leven gecontroleerd door een militaire bezettingsmacht en beheerd door angstige Palestijnse notabelen, bourgeois en handelaars, die op het eerste gezicht door hun bevolking werden aanvaard. Na de invasie van Libanon die op de eerste plaats de vernietiging van de PLO op het oog had, werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie uit het Midden-Oosten verdreven. De PLO bevond zich op te verre afstand om nog in staat te zijn de zionistische annexatie te bestrijden. En dan breekt in 1987 de eerste Intifada uit. De armste delen van de Palestijnse bevolking (de mensen uit de vluchtelingenkampen) bezetten plots het politieke toneel. De Intifada boycot de Israëlische bestuursmacht door een brede campagne van systematische burgerlijke ongehoorzaamheid. Israël reageert met brutaliteit, maar slaagt er niet meer in zijn repressieve orde te herstellen of de angstige Palestijnse elite uit de bezette gebieden voor zijn kar te spannen. Integendeel de Intifada eist dat de Palestijnse politieke krachten uit ballingschap kunnen terugkeren, zet nieuwe lokale organisatievormen op en dwingt de Palestijnse middenklassen zich aan te sluiten bij de nationale bevrijdingsstrijd.

Op het ogenblik dat de eerste tekenen van uitputting van de Intifada zich manifesteren, starten de Verenigde Staten een onderhandelingsproces. Dat leidt in 1991 tot de conferentie van Madrid en in 1993 tot de akkoorden van Oslo. Deze akkoorden wilden de Palestijnse bezette gebieden in verschillende bantoestans veranderen, die definitief binnen het Israëlische grondgebied zouden worden geïntegreerd. De Palestijnse Nationale Autoriteit kon in die context slecht een "valse staat" zijn, een soort "transmissieriem" van de zionistische orde.

Eens terug in Palestina, slaagde de PLO (voortaan Palestijnse Nationale Autoriteit) erin de meerderheid van de jongeren, die de Intifada hadden geleid, in haar rangen op te nemen, waardoor ze bij de verkiezingen van 1996 een wettelijke basis verkreeg. De Palestijnse Nationale Autoriteit ontsnapte echter niet aan haar eigen dubbelzinnige houding. Zou ze de rol blijven spelen, die Israël, de Verenigde Staten en Europa van haar verwachtte, namelijk een "bantoestan" regeren? Of zou ze ze zich aan de kant van het Palestijnse volk scharen, dat zich weigert te onderwerpen?

Precies omdat het Palestijnse volk een bantoestan verwerpt, heeft Israël de akkoorden van Oslo opgeblazen. Die akkoorden waren nochtans volledig door Israël gedicteerd. Het Osloproces werd vervangen door genadeloos militair geweld.

Denkt u dat de tweede Intifada de Palestijnen zal kunnen bevrijden van het Israëlische apartheidssysteem?

Samir Amin: Het Palestijnse volk beschikt nu in ieder geval over een echte nationale bevrijdingsbeweging om zich te verzetten tegen de totale onderwerping aan de zionistische apartheid. Het is een beweging met eigen specifieke kenmerken. De beweging is geen "eenpartijsysteem", is ook niet "unaniem" en "homogeen". Zij bestaat uit diverse componenten, die hun eigen leiders hebben, hun eigen toekomstvisie, ideologie, militanten en zelfs hun eigen clienteelcliënteel. Maar de beweging slaagt er wel in tot een goede verstandhouding te komen en gezamenlijk de strijd te voeren.

Slotvraagje: ziet u nog een rol weggelegd voor de Europeanen in het Midden-Oosten. Hun stilzwijgen is toch oorverdovend?

Samir Amin: Nogmaals: ik zie voor Europa maar één alternatief: een duidelijke breuk met het altlantisme. Maar dit zal gepaard moeten gaan met een breuk met het gemondialiseerde neoliberalisme, waarop de Amerikaanse militaire controle van de planeet is gebaseerd. De eenzijdige beslissing van Washington om Irak binnen te vallen zorgde heeft in Europa voor heel wat gebakkeleikrakeel gezorgd. De Europeanen hebben heeft het pleit nog lang niet gewonnen. Integendeel. Het streven van de Verenigde Staten naar de militaire heerschappij over de hele wereld is een waanzinnig en crimineel plan. De Amerikanen lijken vergeten te zijn dat ook Hitler het waanzinnige en criminele voornemen had om de oude wereld – toen het machtscentrum van de wereld – militair te overheersen. De beperkingen van de militaire strategie van Washington worden vandaag duidelijk zichtbaar in Irak, hoe destructief en superieur het Amerikaanse militaire potentieel ook mag lijken. Vandaag trachten deDe VS legitimeren hun bezetting van Irak te legitimeren en dat zorgt in dit land voor een heel nieuwe toestand. De Irakezen komen in opstand. En hHet is een echte nationale opstand."

Uitpers, nr. 54, 5de jg., juni 2004

Visited 13 Times, 2 Visits today

Tags :