Een Europees leger zonder Europees beleid

Premier Verhofstadt heeft de Irak-crisis aangegrepen om het debat over de Europese defensie terug aan te zwengelen. Als hij daarbij ook nog eens in de schijnwerpers kan staan, zo vlak voor nieuwe verkiezingen, is dat meteen mooi meegenomen. Om vlug resultaten te kunnen boeken heeft de premier maar meteen met de landen van de zogenaamde ‘anti-oorlogscoalitie’ een minitop over defensie gehouden.

Daar zijn afspraken gemaakt over de totstandkoming van een Europese Unie van Veiligheid en Defensie (EUVD), die naar analogie van de Europese Muntunie moet kunnen gerealiseerd worden met die lidstaten die bereid zijn sneller en verder te gaan. Dat principe moet in de toekomstige Europese grondwet opgenomen worden evenals het principe van wederzijdse bijstand en solidariteit. Dat laatste is overbodig vermits het al twee keer bestaat namelijk in verdragteksten van respectievelijk NAVO en WEU (de West-Europese Unie). Maar het is voor Verhofstadt en co uiteraard belangrijk dat het binnen een Europees politiek (ipv een militair) bondgenootschap tot stand komt. Verder zijn er een zevental concrete initiatieven: de ontwikkeling van een Europese snelle-reactiecapaciteit (waarover eigenlijk al afspraken zijn gemaakt in Helsinki) met daarin de kern van een gezamenlijke Frans-Duitse brigade aangevuld met een 200-tal Belgische commandotroepen en Luxemburgse verkenningseenheden; een Europees opperbevel voor strategisch luchttransport; een gemeenschappelijke Europese NBC-beschermingscapaciteit; Een Europees systeem voor humanitaire noodhulp; verschillende Europese militaire opleidingscentra; afspraken over Europese capaciteiten voor planning en voeren van operaties; een Europese generale staf (los van de NAVO) tegen de zomer van 2004.

In het hele dossier vergaloppeert Verhofstadt zich in kromme redeneringen, scheve kronkels en is hij geregeld met zichzelf in tegenspraak. Het is verbazend hoe hij in de pers daar amper wordt op gepakt. Dus doen wij het even maar. Een overzichtje.

1. De les: Irak?

De les die Verhofstadt uit de Irak-crisis trekt staat ook in de inleiding van de gemeenschappelijke verklaring die de vier landen, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en België, na afloop van de top verspreiden: "Wij zijn ervan overtuigd dat Europa in staat moet zijn om met één stem te spreken en zijn rol op de internationale scène voluit te spelen. Daartoe achten wij het noodzakelijk een nieuwe impuls te geven aan de uitbouw van het Europa van Veiligheid en Defensie. De Europese Unie dient inderdaad te beschikken over een geloofwaardig veiligheids- en defensiebeleid. Diplomatiek handelen is immers pas geloofwaardig – en dus efficiënt – wanneer het ook kan steunen op daadwerkelijke civiele en militaire capaciteit." Niets nieuws onder zon. Bij de Europese elite zijn er nogal wat adepten van deze ‘militaire-stok-achter-de-diplomatieke-deur-theorie’. Europees commissaris Chris Patten zei enkele jaren geleden al dat om ernstig te worden genomen "we op vlak van defensie onze bijdrage leveren" moeten. En ook binnen het Europees parlement (het rapport van Europees parlementslid en oud generaal Morillon van wie het begrip EVDU en het principe van een ‘eurozone voor defensie afstamt) en de Europese Conventie (de werkgroep defensie die geleid werd door Commissaris Michel Barnier) wordt dezelfde klok geluid.

Maar de manier waarop Verhofstadt zijn conclusies trekt uit de Irak-crisis getuigt toch wel van een bijzondere creativiteit. Want is het niet zo dat verschillende Europese landen, en Verhofstadt in de eerste plaats, er voortdurend voor hebben gepleit dat niet-militaire middelen (het opvoeren van de inspecties) meer intensief moeten worden ingezet. Wanneer Washington dan toch zijn mariniers uitzendt roepen diezelfde ‘vredesduiven’ op voor een sterkere defensie. Kan er iemand nog volgen?

De echte les die we uit de Irak-crisis moeten trekken, was toch altijd, zo horen we overal, dat de Europese Unie niet in staat was om met een gemeenschappelijke stem te spreken. Groot-Brittannië en Spanje wilden immers bovenal de Amerikaanse oorlogskoers volgen, daarin gevolgd door een aantal huidige en toekomstige EU-lidstaten. Met andere woorden, er is ook geen gemeenschappelijke politiek ten aanzien van de VS, terwijl men zich wel uitslooft om die te hebben ten aanzien van Rusland en China? Zo komt het dat verschillende Europese landen een eigen koers volgen tegenover de VS, afhankelijk van elkeens geschiedenis en belangen. Het gebrek aan collectieve benadering maakt het voor Washington dan ook poepsimpel om op die verdeeldheid in te spelen.

Het is niet de eerste of enige keer dat de EU zich in buitenlandse dossiers diep verdeeld moet tonen waardoor het met veel bombarie uitgeroepen ‘Gemeenschappelijk’ Buitenlands en Veiligheidsbeleid in de praktijk dikwijls uitdraait op een non-beleid. En, ook al beweert Verhofstadt van wel, een Europees leger zal daar geen haar aan kunnen veranderen.

Het zou alvast een hele krachttoer zijn moest op het diplomatieke front consequent en volgens internationaal recht gehandeld worden. Er is daar werk aan de winkel, die veel beter zou kunnen renderen dan hele dagen te zitten sleutelen aan een gemeenschappelijke militair beleid en structuur. Een voorbeeld. De toepassing van de clausules die in het associatie-akkoord tussen de EU en Israël zitten vervat. In het akkoord zelf staat immers ingeschreven dat het kan worden opgezegd als de mensenrechten niet worden gerespecteerd of als producten uit de joodse nederzettingen in de Palestijnse gebieden als Israëlisch product op de Europese markt worden gegooid. Een voortstel tot schorsing (en dus toepassing van de clausules in het akkoord) stuitte op een veto van Duitsland, Nederland en…eeuwige VS-bondgenoot Groot-Brittannië van poedel Blair. Ook een stemming met meerderheid pro-schorsing in het Europees Parlement kon daar niets aan veranderen. Onder het mom dat de Europese unie met één stem wil spreken gebeurt er dus niets, ook niet door landen die wel degelijk bereid lijken een schorsing in te voeren, maar dat niet doen omdat er geen eensgezindheid is. Resultaat: non-beleid en bussiness as usual. Dacht je dat premier Verhofstadt daarop een initiatief neemt? Een versterkte samenwerking als alternatief naar voor schuift? Neen. Het zit immers lekker comfortabel om in dat dossier de nek niet te hoeven uitsteken. Maar zijn kromme redeneringen doortrekkende zou een Europees leger daar dus wel verandering in brengen.

2. Een Europees leger tegen dreigingen?

Om de zoveel jaar zoekt het militair-industrieel complex naar een nieuwe dreiging. Kwestie van overleven. In de Koude Oorlog was het eenvoudig. Organisaties als NAVO en WEU waren nodig voor de dreigingen die zouden uitgaan van communistische Oostbloklanden die zich zelf hadden verenigd in het Warschaupact. Daarbij vergat men doorgaans te melden dat het Warschaupact pas opgericht werd nadat de VS en bondgenoten de NAVO in 1949 hadden opgericht en dat ook in de wapenwedloop die daarop volgde meestal de VS als eerste het initiatief nam (bv. inzake nucleaire bewapening).

Na het uiteenvallen van het Warschaupact leek er ruimte voor een vredesdividend en was er zelfs sprake van dat de NAVO overbodig was geworden. In zijn ijverige zoektocht naar nieuwe dreigingen ging toenmalig Navo-Secretaris-Generaal Willy Claes zelfs behoorlijk uit de bocht toen hij die meende te ontwaren in de islam. Op een ander ogenblik werd dan weer de dreiging genoemd als gevolg van een mogelijke instabiliteit in de nieuwe Europese democratieën. Sinds 11 september 2001 is het terrorisme geworden al dan niet gelinkt met een veronderstelde dreiging uit de zogenaamde ‘schurkenstaten’.

Het Irak onder Saddam was zo’n schurkenstaat. In de fameuze resolutie 1441 werd Irak omschreven als een ‘bedreiging voor de internationale veiligheid’. Als we alleen al de budgetten van alle ‘schurkenstaten’ samentellen komen we amper aan een fractie (12 miljard dollar) van wat de Europese Unie (rond de 150 miljard dollar) of VS uitgeven (bijna 400 miljard dollar). Beide entiteiten zijn goed voor bijna drie kwart van alle militaire uitgaven in de wereld. Dat zegt veel over de realiteit van de dreiging.

Ook tegen terrorisme is een stevige defensiestructuur een weinig overtuigend argument. Eerder omgekeerd. Het is de militaire arrogantie van de VS die het land dag na dag kwetsbaarder maakt voor nieuwe aanslagen. Tegen terrorisme helpt geen militaire macht, maar een andere politiek.

Paradoxaal lijken de landen van de minitop – die met hun houding in de Irak-crisis, ook al was ze niet altijd even consequent, vrij goed onthaald zijn door de bevolking van de Arabische landen – met meer militair Europa opnieuw de verkeerde les te trekken.

3. Een Europees leger voor humanitaire taken, vredeshandhaving en crisisbeheersing?

Behalve dreigingen ziet men ook nieuwe taken. In de verklaring van de minitop wordt expliciet verwezen naar de Petersbergtaken. Dat zijn humanitaire en reddingsopdrachten, vredeshandhavingsopdrachten en opdrachten van strijdkrachten op het gebied van crisisbeheersing, met inbegrip van het tot stand brengen van vrede (artikel 17, lid 2, VEU).

Wel, misschien biedt het antwoord op volgende vraag misschien meteen verheldering over de ernst van die opdrachten waarvan Verhofstadt en co beweren te dromen. Zal een Europees leger optreden tegen de illegale bezetting van Palestina en afdwingen dat Israël, recordhouder in niet-uitgevoerde resoluties, eindelijk eens de inmiddels meer dan 60 nog uit te voeren resoluties zal naleven? Het antwoord is zonder meer: neen. Hetzelfde antwoord ook als het gaat om optreden tegen de repressie van de Koerden in Turkije (dat vergeten conflict waar bijna 40.000 mensen zijn omgekomen). En wat de met de miljoenen doden in Congo? Tsetsjenië? En? De waarheid is dat er op dit ogenblik alleen willekeurige politieke en economische criteria bestaan voor een mogelijk optreden en dat zeer selectief wordt getreurd over het lijden van mensen en volkeren waarvoor we dringend onze handen uit de mouwen moeten steken. Met humanitaire opdrachten heeft dat niet van doen, wel met willekeur en vooral…belangen. Het komt alleszins verdacht over dat diezelfde energie die wordt gestoken in de uitvoering van de Petersbergtaken en het opzetten van een Europese snelle reactiemacht, ontbreekt als het gaat over het efficiënt maken van de VN of de OVSE. De fameuze ‘agenda for Peace’ van Kofi Anans voorganger Boutros Boutros Gali, ligt al jaren onaangeroerd in een of andere stoffige lade.

4. Een Europese defensie moet de Europese pijler versterken van de NAVO?

"Het uiteindelijke doel moet zijn dat de NAVO geen organisatie blijft van één supermacht en een rist versnipperde staten en staatjes", aldus Verhofstadt in een toespraak in Den Haag (De Morgen, 20/02/03). En verder zegt hij: "Waar we dus naartoe moeten, is een alliantie van partners, van twee partners, niet noodzakelijk gelijk aan elkaar, wel sterk verbonden met elkaar."

Drie bedenkingen hierbij. Ten eerste, hoe denkt Verhofstadt een partnerschap te creëren van Europese naties als tweede pijler binnen de NAVO met een initiatief waarop hij maar drie andere lidstaten uitnodigt? Dat hij het zelf houdt bij een minitop wijst erop dat de belgische premier niet echt gelooft dat er de komende jaren sprake kan zijn van een stevige Europese pijler. De reacties van landen als Groot-Brittannië en Spanje liegen er trouwens niet om. Beide landen waarschuwden al voor een eenzijdige actie en voor het bestendigen van de interne Europese verdeeldheid. Met andere woorden, we komen terug bij het probleem van daarnet: het gebrek aan politieke eensgezindheid.

De tweede paradox: Verhofstadt wil in wezen de Europese Unie omvormen tot een economisch en politiek blok met een militaire arm. M.a.w. een kopie worden van de VS, het land dat hij daarom juist tegelijk ook bekritiseert. Op de toespraak in Den Haag ziet hij een sterk verschil tussen de VS en de EU op vlak van politiek-militair handelen. "Bovendien verwerpen wij als het ware instinctmatig militaire conflicten" en verderop: "…als er één punt is waar beide continenten in mentaliteit uit elkaar zijn gegroeid, dan is het de perceptie van soldaten, van oorlog, van nationale pathos." Hij gaat daarmee niet alleen gemakkelijk voorbij aan de bloedige naoorlogse (koloniale) geschiedenis van een aantal Europese staten (bv. Frankrijk in Algerije of de deelname aan de tweede Golfoorlog), elders bepleit hij dan weer de noodzaak aan een militaire ‘perceptie’ die sterk aan dat van de VS doet denken: "niet tegen de VS, maar om hun als tegenwicht te dienen" (Belga, 21/03/03). Zijn wereldvisie: "Waar we naartoe moeten evolueren is een wereld waarin continentale machtsblokken met elkaar dialogeren, elk met hun eigenheid, elk met hetzelfde doel voor ogen: dat van een stabielere wereld…" Verhofstadt spreekt van een multipolaire wereld, maar bedoelt wellicht een bipolaire wereld, want het spreekt vanzelf dat er wel heel wat moet gebeuren vooraleer het Afrikaanse continent bijvoorbeeld als gelijkwaardig machtsblok zijn zegje krijgt. De Zweedse vredesonderzoeker, Jan Oberg, zat er wellicht niet ver naast toen hij enkele jaren geleden al het volgende stelde: "De EU beweegt zich in de richting van een het traditionele type imperialistische grootmacht. Als zodanig is het onwaarschijnlijk dat de EU het kan stellen zonder militaire component. Op langere termijn zal ze meer autonoom moeten worden van de Verenigde Staten".

Ten derde, nog een paradox, namelijk de – ondanks alles – noodzakelijke transatlantische band aan de ene kant en zijn geproclameerde gehechtheid aan de VN, die door de Amerikaans-Britse oorlogscoalitie buitenspel werd gezet. Verhofstadt beweert dat in ‘zijn’ multipolaire wereld, de Europeanen "steeds een hechte waardegemeenschap met Noord-Amerika blijven vormen." Wat zijn dan die gemeenschappelijke waarden als we Bush en zijn kliek de laatste jaren bezighoren: militaire macht en oorlogen als ideale oplossing? De vernieuwde uitbouw van het arsenaal massavernietigingswapens? Economische belangenverdediging via inschakeling van militaire druk? Preventieve aanval? Het overbodig verklaren van de VN (cfr. ‘zwarte prins’ Richard Perle)? In klimaatonderhandelingen stellen dat over de ‘American way of life’ niet te onderhandelen valt? Het opzeggen van een hele rits internationale akkoorden? Het weigeren van een internationaal Strafhof? Etc, etc.… Het stemt tot nadenken dat niemand in de Belgische regering, na al het godgeklaag over de illegaliteit van de oorlog tegen Irak en het trouw zweren aan de door de VS aan de kant gezette VN, het bondgenootschap met de VS in vraag stelt.

5. Een Europees bewapeningsagentschap voor het ontwikkelen van voldoende militaire capaciteit?

Op de minitop van 29 april gaan de vier zo ver om de Europese conventie (over de toekomst van Europa) te vragen om in de grondwet een ‘Europees agentschap voor ontwikkeling en verwerving van militaire capaciteiten’ op te nemen. In mensentaal betekent dit dat de belangen van de defensie-industrie grondwettelijk moeten verankerd worden. In de verklaring heet het: "Dit Agentschap zal bijdragen tot de totstandkoming van een gunstige omgeving voor een competitieve Europese defensie-industrie." En ondanks het Duitse veto op het proefballonnetje van Verhofstadt’s kabinet om de enveloppe voor militaire investeringen op een minimumstandaard van 0,25 procent van het BNP te brengen (tegen 2012 te verhogen naar 0,45 procent!, voor België een sterke verhoging met nu amper 0,07 procent), staat er toch in de Verklaring dat de vier "hun inspanningen inzake veiligheid en defensie (zullen) verhogen, meer in het bijzonder voor wat de investeringen in militair materiaal betreft".

Het is een oude klaagzang dat op Groot-Brittannië na geen enkel Europees Navo-lid er in slaagt om minstens een kwart van de defensieuitgaven te bestemmen voor de aankoop van legermateriaal. Gemiddeld gaat het over 13,1 procent tegenover 25 procent in de VS (NAVO Kroniek zomer 2000).

Het idee voor zo een Europees bewapeningsagentschap is trouwens al vele jaren oud en er bestaat een grotere consensus rond dan op dit ogenblik lijkt. In een aangehechte verklaring van de WEU (West Europese Unie) uit 1991 – in het zog van het Verdrag van Maastricht – spraken de tien lidstaten zich al uit voor een "versterkte samenwerking op vlak van bewapening met de bedoeling een Europees Bewapeningsagentschap op te richten." Daarop kwam het trouwens al tot concrete initiatieven zoals de Western European Armaments Group (WEAG) en het initiatief van de zes grootste Europese wapenproducenten, OCCAR (Organisme Conjoint de Coopération en Matière d’Armement).

Vragende partij voor een betere coördinatie van de Europese wapenproductie en een verhoging van de budgetten is uiteraard de Europese defensie-industrie die helemaal niet gelukkig is met het feit dat de verkoop van de VS naar Europa zes keer groter is dan omgekeerd. Het spreekt vanzelf dat ze de sterke verhogingen van het defensiebudget in de VS graag ook in Europa zou zien gebeuren. Zij zijn de echte vragende partij voor een efficiëntere en verhoogde bewapeningspolitiek.

Verhofstadt beseft wel dat het zinloos is om de VS daarin proberen bij te benen, maar hij lijkt tegelijk niet door te hebben dat de Amerikaanse bewapeningspolitiek wel erg risicovol is en op termijn zelf kan leiden tot de ondergang van de Amerikaanse economie wegens te duur, zoals de Sovjetunie meer dan een decennium heeft mogen ervaren. Dus, wat maken we ons zorgen over de Amerikaanse militaire macht: hoe meer de defensie-uitgaven er zullen stijgen, hoe vlugger dit de ondergang kan betekenen van het Amerikaans Imperium.

Maar al bij al is het afwachten: de tegenstand is groot en het is nog maar de vraag of uiteindelijk de hele minitop geen dode mus heeft gebaard.

(Uitpers, nr. 42, 4de jg., mei 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 66 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook