Een eredoctoraat voor Carla Del Ponte?

Geen Leuvense studenten bij de uitreiking van vier eredoctoraten aan de Katholieke Universiteit Leuven op 4 februari. Dit omdat prins Filip tot de vier gegadigden behoort. Ze hebben ook bezwaren tegen twee anderen. Enkel Carla Del Ponte, de hoofdaanklaagster bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en het Rwanda-tribunaal in Arusha vindt genade in hun ogen. Maar ook bij dit eredoctoraat kunnen wel enkele vraagtekens worden geplaatst.

De universiteit heeft zich ernstig in nesten gewerkt door de motivatie van het eredoctoraat voor de Belgische troonsopvolger. " De K.U. Leuven wil met dit eredoctoraat de inzet van de prins erkennen voor de Europese en internationale positionering van ons land op economisch, politiek, sociaal en cultureel vlak. De prins besteedt bijzondere aandacht aan de wereld van onderwijs en onderzoek, onder meer door regelmatige contacten met studenten en researchers van de verschillende universiteiten en hogescholen, en door de ondersteuning van uitwisselingsprogramma’s.

"Prins Filip beklemtoont in zijn toespraken zeer vaak de rol van het gezin in de hedendaagse samenleving, en hij komt herhaaldelijk op voor nationale en internationale solidariteit. Daarmee vertolkt hij de waarden die ook aan onze universiteit zeer hoog aangeschreven staan", zo luidt de argumentatie.

Kletskoek is de eerste reactie van iemand die dergelijke reeks gemeenplaatsen leest. Men kan zich afvragen waarom de universiteit een afdeling communicatiewetenschappen heeft, waar men zeker in staat is een betere (en verstandigere) tekst te schrijven. De universiteit heeft hier een steek laten vallen. Met als gevolg een reeks kwade reacties van de studenten, van tientallen leden van het academisch personeel, van politici en van het publiek in het algemeen. Had de rector gewoon gezegd dat hij de prins als troonopvolger wilde eren zou er geen vuiltje aan de lucht zijn geweest. En als prins Filip echt de sukkelaar is, voor wie hij door een deel van de pers en het publiek wordt versleten, dan zou men best begrijpen dat de universiteit hem een ruggesteuntje wou geven.

De studenten hebben ook bedenkingen bij twee andere eredoctores. Sir John Browne, de topman van British Petroleum, krijgt de titel omdat hij van BP een succesverhaal heeft gemaakt en "er ook in aanzienlijke mate toe heeft bijgedragen dat de olie-industrie haar ecologische verantwoordelijkheid ter harte neemt. In een aantal toespraken gaf Sir John te kennen dat een petroleumonderneming meer moet doen dan alleen het genereren van winst voor haar aandeelhouders. Mede onder zijn impuls voegde BP de daad bij het woord, en investeerde fors in research rond alternatieve energiebronnen". Volgens Greenpeace daarentegen bewijst Browne vooral lippendienst aan de ecologie en voert hij een "ecologisch schijnbeleid".

Domenico Lenarduzzi, een toonaangevend ambtenaar van de Europese Commissie op het vlak van onderwijsbeleid, is de derde man waartegen de studenten bezwaar hebben. Hij staat volgens hen te dicht bij de bedrijven. Uit de motivatie blijkt ook dat hij te maken heeft met het "Bologna-gedachtengoed" betreffende het onderwijs. En dat behelst, in de lijn van het neoliberale gedachtegoed van de Europese Commissie, privatisering van het onderwijs – iets waartegen vooral aan de Vrije Universiteit Brussel wordt geageerd.

Ten slotte rest er Carla Del Ponte, die in de krantenbiografieën (eigenlijk hagiografieën), opgehemeld wordt wegens haar acties als Zwitsers federaal aanklager tegen de Siciliaanse en Russische maffia’s en Colombiaanse drugscartels. Daarbij forceerde ze meer dan eens het Zwitserse bankgeheim, wat haar in eigen land ook niet in dank wordt afgenomen om het slecht voor de bankzaken is.

Vooringenomenheid

Bekend werd ze vooral sedert ze in september 1999 hoofdaanklager werd van het Joegoslavië- en het Rwanda-tribunaal. Dat laatste heeft geen goede reputatie omdat het er nauwelijks in slaagt verantwoordelijken voor de genocide in Rwanda te berechten. Het eerste is zeer actief omdat de Amerikanen er achter zitten en de staf van de aanklager controleren.

Van zichzelf zegt Carla Del Ponte dat ze "nooit iemand heeft gediend buiten het recht". Kan wel zijn, maar dan uiterst selectief en vooringenomen. In haar kantoor in Den Haag hangt een Amerikaanse poster met de Servische kopstukken Milosevic, Karadcic en Mladic, waarop de foto van Milosevic met de hand met een dikke rode stift is doorkruist. Ze geeft grif toe dat het principe dat een verdachte onschuldig is zolang zijn schuld niet bewezen is haar geen barst kan schelen. "Uiteraard reageer ik ook als mens op die confrontatie met oorlogsmisdaden en op de vele berichten in de pers. Misschien lijkt het moeilijk om dat te verzoenen met het principe van de presumption of innocence, maar eigenlijk is dat een probleem voor de rechter, niet voor de aanklager".

Normalerwijs wordt een onderzoek "ten laste en ten ontlaste" van een verdachte gevoerd. Niet zo bij Carla Del Ponte. Haar eerste doel was de Servische leider Milosevic in de cel te krijgen (wat inmiddels is gelukt), daarna zou ze wel bewijzen vinden van zijn schuld – en meteen bepaalde ze al de strafmaat! "Ik ben bereid een proces te beginnen tegen Milosevic. Ik twijfel er niet aan dat ik bewijzen kan vinden tegen hem… Ik weet dat Milosevic tot levenslang zal worden veroordeeld (omdat) er geen doodstraf is". Meer nog, toen Del Ponte de Navo buiten vervolging stelde, voegde ze eraan toe dat het tribunaal zich voortaan zou concentreren "op zijn echte taak, die erin bestaat de Joegoslavische verantwoordelijken die misdaden tegen de mensheid hebben gepleegd te arresteren en berchten". In elke rechtsstaat – zeker in België, waar het eten van een bord spaghetti al als een bewijs van partijdigheid wordt beschouwd – zou zulke vooringenomenheid met onmiddellijke wraking worden bestraft. Niet zo bij het Internationaal Strafgerecht voor ex-Joegoslavië.

Die "Joegoslavische verantwoordelijken" zijn, zoals de poster in haar kantoor bewijst, in de eerste plaats Serviërs. Wijlen de Kroatische president Tudjman en de Bosnische Moslim-leider Izetbegovic werden nooit verontrust. In Kosovo is ene Agim Ceku, die zich in Kroatië schuldig maakte aan oorlogsmisdaden tegen Serviërs van de Krajina, nu chef van het zgn. Kosovaars Beschermingskorps, de voortzetting van het officieel ontbonden Kosovaars Bevrijdingsfront (UCK), waarvan hij eerder stafchef was. De man mag nog altijd rustig zijn gang gaan, evenals andere Albanezen, die zich schuldig maakten aan moorden en etnische zuiveringen in Kosovo en oorlogsmisdaden tegen burgers in Zuid-Servië en in Macedonië.

Navo boven elke verdenking

Uiteraard werd er zelfs geen onderzoek geopend naar mogelijke oorlogsmisdaden van de Navo voor de bommencampagne tegen Servië van maart tot juni 1999, waarbij een hele reeks burgerdoelwitten bewust werden bestookt (zoals het gebouw van de Servische radio en televisie met het argument dat dit toch alleen maar voor propaganda diende). Carla Del Ponte aanvaardde zonder verpinken dat de Navo liet weten dat de organisatie zou weigeren mee te werken aan om het even welk mogelijk onderzoek en geloofde de Navo op haar woord dat er "vergissingen waren gebeurd", maar dat de Navo nooit weloverwogen burgerdoelwitten bestookte. Nochtans vernietigde de Navo systematisch de burgerlijke infrastructuur, gebruikte het fragmentatiebommen en munitie met verarmd uranium.

Mensenrechtenorganisaties denken er anders over en menen dat de lidstaten van de Navo hun onderdanen zouden moeten berechten, die verantwoordelijk waren voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Die verantwoordelijken in België zijn in de eerste plaats de politieke leiders die, zonder toestemming van de Verenigde Naties, het land lieten meedoen aan een oorlog: het toenmalige trio premier Jean-Luc Dehaene, minister van Buitenlandse Zaken Eric Derycke en minister van Defensie Jean-Pol Poncelet. Geen van de drie werd verontrust door het Hof van Cassatie. Derycke werd vorig jaar zelfs bevorderd tot rechter bij het Arbitragehof – wat tot een potsierlijke situatie kan leiden als een opvolger van Del Ponte alsnog besluit ook een onderzoek naar Navo-misdaden in te stellen. De militaire hoofdverantwoordelijke, vice-admiraal Willy Herteleer, die bovendien in een interview pleitte voor het doen "lijden" van de Servische burgerbevolking – wat regelrecht tegen de Geneefse Conventies ingaat -, kreeg zelfs geen berisping voor deze aansporing tot geweld tegen burgers. De nieuwe, naoorlogse premier Guy Verhofstadt gaf hem een nieuw mandaat als stafchef en in januari 2002 werd hij op de koop toe bevorderd tot admiraal!

Alles samen genomen is ook Carla Del Ponte niet zo’n gelukkige keuze als eredoctor en geen goed voorbeeld van serene en onpartijdige rechtsbedeler, geen blinde vrouwe Justitia. Maar de controverse rond de kandidaten kan misschien een debat openen over de criteria om iemand voor te stellen, zowel in Leuven als aan andere universiteiten. Momenteel gebeurt dat dikwijls niet belangloos: een eredoctoraat kan de voorsteller reis- en studiebeurzen, gastcolleges of onderzoeksgeld opleveren. Publiek bekende personaliteiten worden gelauwerd omdat hun faam ook op de universiteit zou afstralen, enz.

Wellicht zal men ook het hele curriculum vitae beter gaan onderzoeken vooraleer iemand officieel voor te stellen. Zo raakte de Leuvens Franstalige tegenhanger, de Université Catholique de Louvain, enkele jaren geleden in ernstige verlegenheid toen plots bleek dat een Algerijnse eredoctores openlijk de fysieke eliminatie zonder vorm van proces van moslim-fundamentalisten bepleitte! De indieners van haar kandidatuur hadden hun werk niet goed gedaan, maar aangezien het eredoctoraat al publiekelijk was aangeboden, werd het ook uitgereikt, zij het dat speciaal werd onderstreept dat het enkel was voor haar werk voor de Algerijnse vrouw.

(Uitpers, februari 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 50 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook