Een enthousiaste presidentsvrouw

Sandra Elisabeth Roelofs. De first lady van Georgië. Het verhaal van een idealiste. Uitg. Archipel, Amsterdam-Antwerpen. 274 blz. 17,95 €

In juli 1993 volgde de Zeeuwse Sandra Elisabeth Roelofs, na haar studies tolk-vertaler te Brussel, een cursus mensenrechten in Straatsburg met het oog op een job voor het Rode Kruis in een land als bv. Somalië. Daar ontmoette ze een jongeman met de naam Mikheil Saakasjvili, de man die nu president is van de Kaukasische republiek Georgië.

Het contact kwam spontaan tot stand toen de jongeman uit Georgië afkomstig bleek te zijn en Sandra Roelofs daar het jaar voordien tijdens een vakantie toevallig was terechtgekomen. Toen de cursus mensenrechten ten einde liep waren de twee smoorverliefd. Mikheil of Misja had een Fullbright-beurs gekregen voor een postuniversitair jaar rechtenstudie aan de Columbia University in New York. Sandra nam het besluit een vakantie in Griekenland te onderbreken om haar geliefde achterna te reizen. In november 1993 al trouwden ze burgerlijk in New York. In september 1994 volgde een kerkelijk huwelijk in Tbilisi.

Sandra Roelofs kwam uit een welgesteld rooms-katholiek gezin in Zeeuws-Vlaanderen. Haar vader was een succesvolle vastgoedmakelaar en vader en moeder zullen het eerste appartement voor het jonge paar in Tbilisi betalen. In Georgië werd verteld dat schoonvader Roelofs ook de verkiezingscampagnes van zijn schoonzoon financierde! En Sandra was in Tbilisi door allerlei jobs voor internationale instellingen, buitenlandse instituten en het Nederlandse consulaat de voornaamste kostwinner. In Georgië zelf was immers geen geld. Het maandsalaris van de modale Georgiër, weet Sandra Roelofs te vertellen, bedraagt zowat 16 €.

Sandra stortte zich met enthousiasme op de studie van het Russisch, Georgisch en het Mingreels, een minderheidstaal die in Georgië door 1 miljoen mensen wordt gesproken. Ook is ze steeds bereid te helpen. Daarvoor richt ze zelfs een eigen stichting op, die voedselpaketten uitdeelt en scholen voorziet van schoolboeken en ander materiaal. De liefde voor haar man leidt ook tot een grote liefde voor Georgië: de prachtige natuur, de middeleeuwse kerkjes, de enorme gastvrijheid van de mensen enz.

Ze beschrijft het allemaal uitvoerig in haar autobiografie. Halfweg het boek begint men zich af te vragen of ze ook de schaduwkanten niet gezien heeft: de enorme corruptie, de maffia, de clans die alles bedisselen, het politieke geweld. Maar net dan begint ze aan dat kapittel. Zo blijkt de groot-burgemeester van Ratsja, door wie ze ooit enorm hartelijk werd onthaald, bij een bedeling van voedselpaketten nogal wat mensen op de lijst te hebben gezet, die deze hulp helemaal niet nodig hebben. Bewakers stelen (schaarse en dure) brandstof bij haar thuis. Ambtenaren en politiemannen proberen voortdurend wat lari (de Georgische munt) vast te krijgen. Rechtlijnig als Sandra Roelofs is maakt haar dat gewoonweg woest. Ze maakt kennis met het politieke geweld en intimidatie als op een avond Mikheil Saakashvili bij hun huis wordt opgewacht door mensen die ingehuurd zijn door een rivaliserende partijleidster om hem in elkaar te timmeren – wat niet echt lukt.

Die ommekeer in haar relaas valt samen met het begin van de economisch neergang van Georgië vanaf halfweg 1998 en de eindfase van het bewind van president Eduard Sjevardnadze, die in een vorig leven minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie was. De neergang van Sjevardnadze gaat samen met de opgang van haar man, die jarenlang nauw had samengewerkt met de president maar er uiteindelijk mee in botsing kwam. Ze steunt uiteraard haar man volop. Maar over de ideeën, de visie van haar man zal men vergeefs veel zoeken in dit boek. Ze heeft het steeds over “hervormingen” die hij wil doorvoeren en de weerstand die hij daarbij constant ondervindt. Over het lot van de gewone man, dat hij wil verbeteren – zonder te zeggen hoe.

Ook over zijn achtergrond vertelt ze weinig. Zijn familie wordt uitvoerig en met liefde beschreven, maar men weet niet voor wat die familie staat, over welk fortuin ze beschikt. Wel zegt ze dat Mikheil tijdens zijn studiejaar in New York meewerkte aan uitzendingen in het Georgisch van de Voice of America. Tijdens een interview in het programma Alinea van Klara, merkte de interviewer op dat bij de Rozenrevolutie van eind 2003, die Saakashvili aan de macht bracht, ook een Amerikaan was betrokken die ook al had geholpen bij het omverwerpen van het regime van Salvador Allende in Chili in 1973. Daar wist ze blijkbaar niets van. Is Saakashvili de man van Washington in Tbilisi? Alleszins zeker is, dat sedert Saakashvili begin 2004 president werd nadat Sjevardnadze ontslag nam tengevolge van massale protesten over fraude bij de parlementsverkiezingen, de relaties met Rusland fel bekoeld zijn. Alhoewel. De invloed van de VS was onder Sjevardnadze ook al gevoelig gestegen, tot en met de aanwezigheid van Amerikaanse militairen in o.m. de Pankisi-vallei bij Tsjetsjenië.

Maar dit boek is in de eerste plaats een autobiografisch werk en geen studie over echtgenoot Saakashvili. Het is met vuur en enthousiasme geschreven. Het bekoort door zijn eerlijkheid en door de teleurstelling die Sandra Roelofs laat blijken telkens de Georgiërs niet zo eerlijk zijn als zijzelf. En niet dezelfde idealen van ontwikkeling en werken voor de toekomst delen, maar liever onmiddellijk voordeel willen voor zichzelf en daarvoor de wetten met de voeten treden.

(Uitpers, nr. 64, 6de jg., mei 2005)

Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).